Kun je iets over jezelf vertellen?
“Mijn naam is Manon Wilbrink. Ik ben historicus en mijn liefde voor de geschiedenis is genetisch bepaald. Al op heel jonge leeftijd werd mijn fascinatie voor de donkere kanten van de twintigste-eeuwse geschiedenis gevoed door boeken die mijn ouders in de kast hadden staan. Die interesse bleef en mondde uit in een studie naar de Secretaris-Generaal van de NSB en een specialisatie in holocausteducatie. Achttien jaar heb mijn passie voor alles wat geweest is proberen te slijten aan Bredase pubers en jongvolwassenen. Dat ging best aardig, tot een ongelukkige val op een donker Brits kerkhof hersenschade veroorzaakte. Het lukte me helaas niet om terug te keren voor de klas, maar nu mag ik af en toe ouderen in Breda pesten met mijn fascinaties. Mijn huidige studenten zijn zelf de geschiedenis die ik hen geef en dat maakt het extra leuk om ze les te geven.
Wat is je favoriete geschiedenisboek?

Wanneer las je dit boek voor het eerst, en wat maakte indruk op je?
“Het boek was een impulsaankoop op station King’s Cross, voor ik in de trein terug naar huis stapte na een paar dagen bij een vriendin in Londen. Fallada vertelt het verhaal van een Duits echtpaar, dat besluit zich te gaan verzetten tegen het Hitlerregime als hun enige zoon aan het westfront sneuvelt. Dat verzet is letterlijk klein – briefkaarten met anti-Hitlerteksten die worden achtergelaten in wachtkamers, in trapportalen – maar de Quangels krijgen het hele Berlijnse Gestapo-apparaat achter zich aan.
Na een drie jaar durend kat-en-muisspel wordt het echtpaar verraden en ter dood veroordeeld. Hun verzet heeft weinig effect gehad, want hun kaarten werden vrijwel allemaal direct bij de Gestapo ingeleverd, hun besluit om in verzet te gaan in een verraderlijke omgeving is er niet minder moedig om. Fallada heeft het verhaal gebaseerd op waargebeurde feiten, op de strafdossiers van het echtpaar Otto en Elise Hampel waar hij dus al heel kort na de oorlog inzage in had. Deze aandacht voor gewone mensen die onder extreme omstandigheden kiezen voor verzet, maar ook Fallada’s knappe beschrijving van hun leefomgeving, maken dit een indrukwekkend boek.
Zijn er verwante (of andere) geschiedenisboeken die je geïnteresseerde lezers zou aanraden?
“Caroline de Gruyters Beter wordt het niet is een prachtige vergelijking tussen het Habsburgse rijk en de Europese Unie. Doorspekt met historische gebeurtenissen, interviews en mooie inzichten, die een positief-nuchtere kijk op Europa geven. Van een iets andere orde is Nora Krugs Heimat, een graphic novel waarin deze van oorsprong Duitse illustratrice van The New Yorker op zoek gaat naar wat het begrip “vaderland” voor haar betekent en hoe haar familiegeschiedenis in elkaar steekt.

The Hare with Amber Eyes van Edmund de Waal – liefst in de geïllustreerde versie – en het veel minder bekende Het land van mijn vader van Wibke Bruhns maken mijn top-5 wel compleet. De Waal traceert de herkomst van een verzameling Japanse netsuke die hij erft van een oom, waarbij zich een geschiedenis van een rijke joodse familie ontrolt, die zich eind negentiende en in de twintigste eeuw afspeelt in Parijs, Wenen, Odessa en Tokyo. Wibke Bruhns vertelt het verhaal van haar vader, die zich als Duits officier schaarde achter organisatoren van de aanslag op Hitler van juli 1944. Zijn leven en ontwikkeling tot cavalerie-officier geeft een mooi beeld van het Duitsland van de eerste helft van de twintigste eeuw.
Aan wie geef je het stokje door?
“Ik ben benieuwd naar de keuzes van Floortje van Overbeek, vriendin, docent geschiedenis en regelmatig mijn reisgenoot op tochten langs de zwarte rafelrandjes van onze geschiedenis.
Een invloedrijk boek over de verovering van de Inca’s
Het favoriete geschiedenisboek van Patrick Schellen
Het favoriete geschiedenisboek van Suzanne van Vliet
Het favoriete geschiedenisboek van Jona Lendering