Drie tijdgenoten van Anna Bijns die je waarschijnlijk nog niet kende

6 minuten leestijd
Anna Bijns
Anna Bijns – Pentekening door Vera Anna Mae Polkamp / Fixdit
historische klassiekers podcast
 
In de nieuwe podcastreeks Historische Klassiekers wordt het werk van schrijvende vrouwen uit de vroegmoderne tijd (1500-1800) in de spotlights gezet. Voor de serie, een initiatief van Fixdit, maken hedendaagse auteurs nieuwe hertalingen van historische teksten – van Anna Bijns tot Petronella Moens – die in de afleveringen worden besproken. Iedere hoofdaflevering wordt bovendien vergezeld door een bonustrack, waarin aanvullende auteurs of thema’s kort worden uitgelicht.

Op Historiek verschijnt bij elke bonustrack een artikel met extra verdieping en achtergrond – steeds met drie vrouwelijke tijdgenoten uit dezelfde periode. Vandaag verschijnt de bonustrack 1.1 Historische Klassiekers – Anna Bijns: Wist-je-datjes, met aandacht voor Alijt Bake, Eleonora Carboniers en Katharina Boudewijns.

Tijdgenoten

Anna Bijns
Anna Bijns – Pentekening door Vera Anna Mae Polkamp / Fixdit
De zestiende eeuw was niet alleen het tijdperk van Erasmus en Luther, maar ook van vrouwen die met pen en papier de grenzen van hun tijd opzochten. Het was ook een woelige tijd. Steden groeiden, drukpersen draaiden op volle toeren en rederijkerskamers vulden zich met mannen die elkaar met verzen uitdaagden. Religieuze spanningen liepen hoog op en vrouwen kregen officieel nauwelijks literaire ruimte. Of dat denken we dan, zeker weten we dat niet. Juist daarom vallen deze vier vrouwelijke schrijvers op: ze kozen ervoor wél te schrijven, onder hun eigen naam, en lieten daarom hun sporen achter in een wereld die niet voor hen was gemaakt.

Alijt Bake: eigenwijs, mystiek en een beetje gevaarlijk

Bake (1415-1455) schreef een van de eerste persoonlijke devotionele werken van een vrouw in de Nederlanden. Toen ze in 1440 toetrad tot het Gentse klooster Galilea, volgde ze nog netjes de conventionele regels van het kloosterleven. Maar al snel vulde Bake die regels op haar eigen manier in met haar meditatie en visioenen over Christus, zelfs als dat de conventieregels op scherp zette.

Alijt Bake
Alijt Bake – De Vier Kruiswegen
Galilea maakte deel uit van de zogenaamde Windesheimse hervormingsbeweging, een groep kloosters die in de vijftiende eeuw streefde naar een streng, sober en spiritueel leven. Bake probeerde deze idealen te volgen, maar wilde vooral haar eigen vorm van devotie benadrukken. Blijkbaar deed ze dat inspirerend, want haar medezusters kozen haar in 1445 tot priorin. Bake probeerde toen het kloosterleven te hervormen door innerlijke devotie en persoonlijke spiritualiteit belangrijker te maken dan uiterlijke rituelen of schijnbare perfectie. In De vier kruiswegen legt ze bijvoorbeeld uit hoe gelovigen Christus’ lijden kunnen navolgen. Het vierde pad van deze kruiswegen is cruciaal: alles wat ooit plezier of gemak bracht, moest worden achtergelaten. Voor Bake bestond spiritualiteit dus niet uit blinde gehoorzaamheid aan anderen.

Uiteraard stuitte haar interpretatie van de regels op weerstand bij het Kapittel van Windesheim. In 1455 werd Bake afgezet als priorin en verbannen naar een klooster nabij Antwerpen. Datzelfde jaar legde het Kapittel vrouwen in de orde een verbod op om te schrijven over leerstellingen of visioenen. Hoewel Bake niet werd genoemd, was de consequentie wel dat haar het zwijgen werd opgelegd. Dat was een zware straf voor iemand die er alles aan gelegen was om juist met schrijven en spiritueel leiderschap het goede te doen. Maar Bake liet zich niet monddood maken. In haar Brief uit ballingschap verdedigt ze haar keuzes, haar leiderschap en haar persoonlijke relatie met God.

Wybren Scheepsma stelt in Women’s Writing from the Low Countries, dat haar geval laat zien hoe vrouwen in de late middeleeuwen geestelijk gezag konden uitoefenen, al stond dat op gespannen voet met de officiële orde. Bake kon krachtig én kwetsbaar zijn, eigenzinnig, in een wereld die vrouwen vaak het zwijgen oplegde. Daarmee is zij een fascinerend voorbeeld van een vroege vrouwelijke auteur die niet alleen over spiritualiteit schreef, maar die die spiritualiteit ook leefde en verdedigde, met alle risico’s van dien. Haar eigenzinnigheid zien we een eeuw later terug bij Anna Bijns, die op geheel andere wijze haar stem liet horen.

Eleonora Carboniers: eerste vrouwelijke sonnettenauteur in het Nederlands

Carboniers (? – na 1584) had al iets bijzonders te pakken nog voordat ze haar eerste sonnet schreef: ze was verliefd op Lucas d’Heere, een Gentse schilder die haar portret maakte. Dat viel niet in goede aarde bij haar familie – een schilder was nu eenmaal een weinig geschikte huwelijkskandidaat, want van lagere klasse – maar de liefde bleef bestaan. Na de dood van haar vader trouwden ze en vestigden zich in Gent, waar Lucas faam verwierf met zijn schilderkunst en gedichten.

Den hof en boomgaerd der poësien - Lucas d’Heere
Den hof en boomgaerd der poësien – Lucas d’Heere
In 1565 verscheen Lucas’ bundel Den hof en boomgaerd der poësien, een verzameling experimenten met de nieuwe versvormen van de renaissance: sonnetten, odes en epigrammen. In die bundel gebeurde iets speciaals: Carboniers zelf verscheen als eerste auteur, met haar eigen naam. Ze schreef een kort voorwoord en vertaalde een Frans sonnet van haar man, waarmee ze de eerste vrouw werd die een Nederlandstalig sonnet publiceerde.

Het sonnet is ook nog eens pikant. Het is een dialoog tussen twee mannen die een naaktschilderij van Willem Key bekijken. Ze denken dat er een echte vrouw staat, totdat ze doorhebben dat het slechts een meesterlijk geschilderd beeld is. Net zo’n verrassing was het misschien wel voor de lezers van toen dat dit sonnet door een vrouw was vertaald, al weten we dat niet zeker. Carboniers liet in ieder geval zien dat een vrouw net zo goed met veertien regels, rijmschema’s en een kunstige volta overweg kon als de mannen van de rederijkerskamer.

Lucas spoorde trouwens bewust vrouwen aan om hun werk te laten drukken. Door Carboniers een sonnet én een voorwoord te laten schrijven, gaf hij een subtiel signaal af: poëzie is voor mannen én vrouwen. Op die manier is Carboniers een literaire verwant van Anna Bijns, die een generatie eerder in Antwerpen furore maakte met scherpe, vaak bijtende dichtregels binnen de rederijkers. Bijns en Carboniers kenden elkaar niet, en hun stad, stijl en publiek waren verschillend, maar beiden namen een actieve plaats in de literaire wereld in, trotseerden de gebruikelijke beperkingen voor vrouwen en lieten zien dat vrouwen konden schrijven, publiceren en gehoord worden.

Katharina Boudewijns: devotie, liedjes en een scherpe blik op de tijd

Boudewijns (ca. 1520 – na 1603) was een lekenvrouw in Brussel, net als Anna Bijns in Antwerpen, die een groot publiek wist te bereiken. Boudewijns bundel Het prieelken der gheestelycke wellusten (1587) is de eerste bundel van een vrouw die door een weduwe op eigen initiatief werd uitgegeven. Haar naam prijkt op de titelpagina, zij het in de schaduw van haar overleden echtgenoot, Nicolaas de Zoete, secretaris bij de Raad van Brabant. Maar wie verder leest, ontdekt Boudewijns’ eigen stem: ingetogen, devotioneel en opmerkelijk vasthoudend.

Pagina van Katharina Boudewijns
Pagina van Katharina Boudewijns
Het werk bevat vijfentwintig liederen en kerstliedjes, enkele religieuze gedichten, korte dialogen en zelfs twee moraliteitsspelen. In haar voorwoord waarschuwt Boudewijns de lezer: oordeel niet naar de maatstaven van de retorica, want zij is slechts een spreekbuis van de Heer. Die nederigheid doet geen afbreuk aan haar literaire prestatie, maar is juist heel slim gebruikt. Haar teksten tonen een diepe betrokkenheid bij het geloof en een scherp oog voor de turbulente tijden waarin ze leefde, waaronder de korte macht van de Brusselse calvinisten tussen 1581 en 1585.

In sommige liederen, zoals ‘Een schoon liedeke van ’t Heilig Sacrament’, verzet Boudewijns zich – net als Anna Bijns – tegen de Calvinistische leer. Ze roept vurig op om terug te keren naar de katholieke kerk. De toon is niet militant, zoals bij Bijns, die met felle verzen het lutheranisme aanviel, maar eerder plechtig en introspectief. Boudewijns’ kracht ligt in haar geduld en devotie: haar liederen zijn troostend, soms bijna meditatief, en laten zien hoe een vrouw via poëzie invloed kon uitoefenen, zelfs binnen de beperkingen van haar tijd.

Haar werk toont ook het belang van onderwijs en steun aan: met hulp van gravin Margriete van Arenberg kon Boudewijns haar vijf kinderen een uitstekende opvoeding geven en mede door die hulp werden drie van haar zonen hoge ambtenaren. Connecties, connecties, connecties: ook toen waren die essentieel. Pas nadat haar jongste dochter Maria volwassen was, liet Boudewijns haar bundel drukken bij Rutgher Velpius in Brussel. Een herdruk verscheen in 1603, mogelijk nog tijdens haar leven.

Vrouwenstemmen in de zestiende eeuw

Samen laten Bake, Carboniers en Boudewijns zien hoe vrouwen in de zestiende eeuw poëzie konden gebruiken om te bidden, te reflecteren en soms kritiek te leveren. Luister naar de bonustrack ‘1.1 Historische Klassiekers – Anna Bijns: Wist-je-datjes’ voor korte verhalen over deze drie auteurs, of herbeluister aflevering 1 over Anna Bijns, met Herman Pleij en hertalingen van Bijns’ werk door Joke van Leeuwen. Meer informatie vind je op de website van Fixdit.

×