
In de Historische atlas van het Midden-Oosten, een nieuwe deel in een populaire Atlas-serie vol kaarten en infographics, wordt de ontwikkeling van de regio in brede zin geschetst, van de vroegste beschavingen tot de hedendaagse conflicten. Onderstaand fragment richt zich op de rol van aardolie sinds het begin van de twintigste eeuw.
Het Midden-Oosten in het hart van de wereldwijde geopolitiek (20ste-21ste eeuw)
Wie had kunnen denken dat de olievelden die in 1908 rond de Perzische Golf werden ontdekt, zo’n grote impact zouden hebben op de samenlevingen in het Midden-Oosten? De landen rond de Saoedische woestijn worden tegenwoordig oliestaten genoemd en als binnenkort het zeewater goedkoper zal kunnen worden ontzilt, en fossiele brandstoffen kunnen worden omgezet in elektriciteit, zal hun macht alleen nog maar toenemen.
Ondertussen oefende de Koude Oorlog lange tijd invloed uit op de onzekere grenzen van de nieuwe staten, die nog maar net bevrijd waren van de koloniale overheersing. In 1979 werd het oude Perzië de islamitische republiek Iran en exporteerde het zijn jihadistische revolutie naar Beiroet en Jemen. Op de ruïnes van gevallen rijken zoeken sommige volkeren nog steeds naar een thuisstaat: van Koerdistan tot Palestina blijven deze weeskinderen van de geschiedenis bloeiende samenlevingen bouwen in hun zoektocht naar zelfstandigheid.
Aardolie sinds 1908
Van koloniale uitbuiting naar rentenierseconomie

Na Perzië en Irak volgde er in de jaren 1930 een veelvoud aan olieontdekkingen in de Golfstaten, wat leidde tot de ontwikkeling van een eerste infrastructuur. Na 1945 ging het Midden-Oosten, Saoedi-Arabië voorop, over op massaproductie. Olie werd een instrument voor nationale emancipatie en staatsopbouw, waarbij het streven naar onafhankelijkheid in toenemende mate gepaard ging met antiwesterse stakingen en de nationalisatie van buitenlandse bedrijven.

Na de oprichting van de Organisatie van olie-exporterende landen (OPEC) in 1960 en in 1968 de Organisatie van Arabische olie-exporterende landen (OAPEC), opgezet als tegenhanger van de OPEC, werd olie zelfs een diplomatiek wapen, met de oliecrisis van 1973 als gevolg.
Hoewel de oliereserves een grondige modernisering van deze samenlevingen mogelijk maakten, creëerden ze ook een ongelijke rentenierseconomie die autoritaire regimes mede in stand hield; het blijft hebzucht en conflicten aanwakkeren, van de oorlog tussen Iran en Irak (1980-1988) tot aan de Amerikaanse interventie (2003). Het Midden-Oosten, dat 30% van de olie in de wereld produceert, staat nu voor de dubbele uitdaging van diversificatie en verdeling van de olieopbrengsten.

Spanningen in de Golf sinds 1990
De Golf, die het Arabisch Schiereiland scheidt van de rest van Azië, is een strategisch gebied. Behalve dat het gebied rijk is aan olievelden is het ook een belangrijke olietransportroute. Het verkeer in de Straat van Hormuz is daarom bijzonder druk. Verdragen tussen de kuststaten maken het delen van grondstoffen mogelijk. Desondanks wordt dit gebied gekenmerkt door talrijke rivaliteiten en is het onderhevig aan internationale militarisering, versterkt door de toenemende spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran.

De Golfoorlog (januari-februari 1991)
Op 2 augustus 1990 viel Saddam Hoessein Koeweit binnen. De Verenigde Staten namen vervolgens het voortouw in een internationale coalitie, onder auspiciën van een VN-resolutie. Operatie Desert Storm begon op 16 januari met een bombardement op strategische locaties. Vanaf 24 februari werden er grondoperaties richting KoeweitStad ingezet: in vier dagen tijd stortte het Iraakse leger in. Op 28 februari bevrijdden de coalitietroepen Koeweit, maar ze stopten bij de grens. Saddam Hoessein bleef aan de macht in Irak.
De oude wereld in 1400 – Globalisering en kolonisatie in beeld
Het einde van het Ottomaanse Rijk en de grote veranderingen in het Midden-Oosten
John Philby: de Britse agent die hielp bij de opbouw van de Saoedische olie-industrie
Oliecrisis van 1973Blijf op de hoogte van nieuwe artikelen
OPEC – De organisatie van olie-exporterende landen