OPEC – De organisatie van olie-exporterende landen

Organization of Petroleum Exporting Countries
3 minuten leestijd
Oliebron in Masjed Soleyman (Iran)
Oliebron in Masjed Soleyman (Iran), waar in 1908 een van de eerste grote olievelden in het Midden-Oosten werd aangeboord. (CC BY-SA 4.0 - AMIR 121 - wiki)

Op 14 september 1960 werd in Bagdad de Organization of the Petroleum Exporting Countries (OPEC) opgericht. De landen die de organisatie oprichtten waren sterk afhankelijk van de olie-inkomsten en wilden een organisatie die de gemeenschappelijke belangen ging behartigen. Hoofddoel was om meer controle te krijgen over de olieprijzen, die tot die tijd grotendeels werden bepaald door een klein aantal grote westerse oliebedrijven, ook wel bekend als de ‘Zeven Zussen’.

OPEC
Vlag van de OPEC
De OPEC werd opgericht op initiatief van Venezuela. Aanvankelijk waren alleen Venezuela, Irak, Saoedi-Arabië, Iran en Koeweit lid van de organisatie, die in het Nederlands ook wel Organisatie van olie-exporterende landen wordt genoemd. Het hoofdkantoor van de organisatie werd in 1965 gevestigd in Wenen.

In de jaren na oprichting sloten verschillende landen zich bij de organisatie aan: Qatar (1961), Indonesië en Libië (1962), Verenigde Arabische Emiraten (1967), Algerije (1971), Nigeria (1971), Ecuador (1973) en Gabon (1975). Ecuador en Gabon beëindigden hun lidmaatschap in respectievelijk 1992 en 1994.

De OPEC slaagde er al snel in een belangrijke rol te spelen. Samen zijn de lidstaten goed voor een aanzienlijk deel van de wereldwijde olieproductie (ongeveer 40 procent), wat de organisatie een belangrijke positie geeft op de oliemarkt. De invloed die uitgeoefend kon worden op de olieprijs, wisselde echter, mede door interne verdeeldheid, en wordt door historici verschillend beoordeeld. Sommige lidstaten hebben er belang bij meer olie te produceren om hun inkomsten te vergroten, maar worden daarin beperkt door gezamenlijke afspraken.

Grote olieproducerende landen die geen lid zijn van de OPEC zijn onder meer de Verenigde Staten, Rusland, Canada, Oman en Noorwegen.

Aardolie - cc
Aardolie – cc

Oliecrisis van 1973

Arabische leden van de OPEC kondigden in 1973 maatregelen aan tegen westerse landen die Israël steunden tijdens de Jom Kipoeroorlog. Deze oorlog begon op 6 oktober (Jom Kipoer / Grote Verzoendag) dat jaar. Egypte en Syrië vielen toen Israël binnen. Ze werden hierbij gesteund door verschillende andere landen uit de regio, waaronder Algerije, Irak, Koeweit, Libië en Saoedi-Arabië.

In reactie op de steun die westerse landen Israël gaven verhoogde de OPEC de olieprijs met zeventig procent. Daarnaast werd de olieproductie iedere maand met vijf procent verlaagd, waardoor de prijs bleef stijgen. Door minder olie op de markt te brengen, nam het aanbod immers af en liep de prijs verder op. Tegen landen die Israël direct hadden gesteund, zoals bijvoorbeeld Amerika en Nederland, werd door de Arabische leden van de OPEC (vertegenwoordigd in de OAPEC) een volledige olieboycot ingevoerd. Aardolie werd voor het eerst als politiek wapen gebruikt.

Gijzeling

OPEC-hoofdkantoor in Wenen
OPEC-hoofdkantoor in Wenen (CC BY-SA 4.0 – C.Stadler/Bwag – wiki)
In december 1975 werden zeventig mensen in het hoofdkantoor van de OPEC in Wenen gegijzeld, door zes terroristen geleid door Ilich Ramírez Sánchez alias De Jakhals of Carlos. Een Venezolaan die zich in de jaren zeventig aansloot bij het Volksfront voor de bevrijding van Palestina (PFLP). Onder zijn leiding vielen zes terroristen in december 1975 een vergadering van de OPEC-leiders binnen. Ze slaagden erin zeventig mensen te gijzelen, waaronder elf ministers van OPEC-landen, delegatieleden en medewerkers.

De gijzeling moest de Palestijnse kwestie weer wereldwijd onder de aandacht brengen. Carlos eiste van de Oostenrijkse regering dat er op de radio een verklaring werd voorgelezen waarin onder meer gezegd werd dat Israël, de VS en een aantal Arabische landen achter een internationaal complot tegen de Palestijnen zaten. De Oostenrijkse regering willigde deze eis in. Wat hierin zeker meespeelde was dat de gijzeling zich enkele jaren na het gijzelingsdrama van de Olympische Spelen in München van 1972 afspeelde. Nadat de eis was ingewilligd, vluchtten de gijzelnemers naar Libië. Vaak wordt Libië ook gezien als de opdrachtgever of initiatiefnemer van de gijzelingsactie.

Eenentwintigste eeuw

In de eenentwintigste eeuw werkt de OPEC samen met een aantal niet-leden, waaronder Rusland, in een verband dat bekendstaat als OPEC+. Tegelijkertijd veranderde de samenstelling van de eigen organisatie. Zo stapte Qatar in 2019 uit de OPEC om zich meer te richten op de productie van aardgas. In 2026 kondigden ook de Verenigde Arabische Emiraten aan de organisatie te verlaten. Het land wil niet langer vastzitten aan gemeenschappelijke (prijs)afspraken en wil meer olie kunnen produceren.

Actuele leden van de OPEC

  • Algerije
  • Congo-Brazzaville
  • Equatoriaal-Guinea
  • Gabon
  • Iran
  • Irak
  • Koeweit
  • Libië
  • Nigeria
  • Saoedi-Arabië
  • Venezuela
  • Verenigde Arabische Emiraten (tot 1 mei 2026)
×