Jimmy Carter, 1977
Jimmy Carter, 1977

Jimmy Carter (1924) – Amerikaanse president

“The Great Peacemaker”
//

Politicus Jimmy Carter is bekend als de 39e Amerikaanse president. Van 1977 tot 1981 zat hij namens de Democratische Partij in het Witte Huis. Carter was president kort na het Amerikaanse verlies van de Vietnamoorlog en kreeg vanaf december 1979 te maken met de Sovjetinvasie van Afghanistan. In eigen land had hij bovendien te kampen met ‘stagflatie’, een combinatie van hoge inflatie, grote werkloosheid en een vastzittende economie. De buitenlandse en binnenlandse uitdagingen waar Carter voor stond, waren dan ook niet eenvoudig.

Na zijn ambtstermijn richtte Carter de non-profitorganisatie Carter Center op, gericht op het bevorderen van mensenrechten, profileerde hij zich als sociaal activist en hield hij veel lezingen. Gedurende zijn leven schreef Jimmy Carter ruim dertig boeken. In 2002 ontving hij de Nobelprijs voor de Vrede.

Jonge jaren van Jimmy Carter (1924-1961): opleiding, privéleven, diensttijd & pindaboer

De jonge Jimmy Carter met zijn hond Bozo, in 1937
De jonge Jimmy Carter met zijn hond Bozo, in 1937
Jimmy Carter werd op 1 oktober 1924 geboren onder de naam James Earl Carter jr. in het plaatsje Plains in de staat Georgia. De vader van Jimmy, James Earl Carter sr., was pindaboer. Vanaf zijn tiende hielp Jimmy zijn vader geregeld met het verkopen van pinda’s vanuit hun eigen winkeltje. Met het bedrijf van de Carters ging het, ook tijdens de economische crisis van de jaren 1930, goed. Carter sr. had tweehonderd mensen in vaste dienst. Jimmy’s moeder, Bessie Lillian Gordy, was verpleegkundige. Het gezin waarin Jimmy opgroeide was lid van de lokale baptistische kerk, de Plains Baptist Church. Thuis werd er veel over politiek gepraat. Geregeld luisterde Jimmy met zijn vader naar politieke debatten en analyses op de radio en naar live-verslagen van baseballwedstrijden.

Op school stond Jimmy bekend als een ijverige leerling. In 1941 rondde hij de high school, die hij volgde aan de Georgia Southwestern Junior College, met goed gevolg af. Jimmy Carter volgde na zijn middelbareschooltijd een opleiding aan de United States Naval Academy in Annapolis, Maryland, die hij tussen 1943 en 1946 voltooide. Op 7 juli 1946 trouwde Carter met Rosalynn Smith, een vriendin van de zus van Jimmy. Ze kregen drie zonen, namelijk John William (Jack), James Earl III (Chip), Donnel Jeffrey (Jeff), en een dochter: Amy Lynn.

Na zijn militaire opleiding ging Carter als officier aan het werk bij de Amerikaanse marine. Daar kwam hij in 1948 te werken op de marineafdeling waar zeeboten ontworpen en gemaakt werden. Carter was hier medewerker van een project voor atoomonderzeeërs en werkte als boordwerktuigkundige op een van de eerste atoomonderzeeërs.

Na zeven jaar in het leger gewerkt te hebben, keerde Carter in oktober 1953 met zijn vrouw terug naar Plains. Hij bleef nog wel in inactieve dienst bij de Navy Reserve tot 1961, waar hij de rang van luitenant behaalde. Zijn vader was kort daarvoor aan alvleesklierkanker overleden en Jimmy nam, samen met zijn broer Billy, diens pindaboerderij over. Het eerste jaar gingen de zaken slecht, omdat de oogst door droogte geheel verloren ging, maar daarna wisten ze de pindaboerderij winstgevend te maken.

Senator en gouverneur in Georgia (1961-1974): burgerrechten, onderwijs & image building

Jimmy Carter als gouverneur van Georgia
Jimmy Carter als gouverneur van Georgia
Carter gold als een prominente inwoner van het dorpje Plains. Hij was pindaboer, een bekend lid van de Baptist Church en voorzitter van het lokale schoolbestuur van Sumter County. In 1961 deed hij mee aan de verkiezingen voor de Senaat in Georgia en werd gekozen als senator. Tijdens zijn eerste jaren hield Carter zich onder meer bezig met burgerrechten, het onderwijs en was hij voorzitter van de West Central Georgia Planning and Development Commission, een organisatie die de subsidiëring regelde voor het onderhoud en herstel van historische locaties en gebouwen.

De Carters waren supporters van de toen zittende president John F. Kennedy en lokaal actief in de strijd tegen de rassensegregatie in het Amerikaanse openbare leven en voor mensenrechten. Over de moord op Kennedy, eveneens een voorvechter van de mensenrechtenbeweging in de jaren 1950 en vroege jaren 1960, zei Carter later:

“…the greatest blow that I had suffered since my father died.”

Carter was als lokaal politicus bezig met thema’s als het onderwijs, milieukwesties en voerde een pleidooi voor minder bureaucratie en een efficiënter bestuur. Na een eerste ambtstermijn in de Senaat, werd Carter in 1964 verkozen voor een tweede termijn als senator. In 1971 werd Carter verkozen tot gouverneur van de staat Georgia, na een eerdere mislukte poging in 1966.

Jimmy Carter op een verkiezingsposter, 1976
Jimmy Carter op een verkiezingsposter, 1976
In 1976 besloot Carter om zich namens de Democratische Partij kandidaat te stellen voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Tijdens de verkiezingscampagne presenteerde hij zich als een moreel betrouwbare politicus, op wie de Amerikanen konden bouwen. In de nasleep van het Watergate-schandaal, waarbij Richard Nixon had aangetoond hoe onbetrouwbaar een Amerikaanse president kon zijn, beklemtoonde Carter zijn integriteit. Een van de leuzen die hij in zijn campagne gebruikte was:

“I’ll never tell a lie. I’ll never make a misleading statement. I’ll never betray the confidence that any of you had in me. And I’ll never avoid a controversial issue.”

Een andere campagneleus die Carter, bedoeld om zijn progressiviteit aan te tonen, was:

“A Leader, For a Change.”

Naast inzetten op het imago van betrouwbaarheid, stelde Carter dat hij de Amerikaanse overheid ging moderniseren, de economie een impuls zou geven, de mensenrechten zou bevorderen en iets aan het Amerikaanse armoedeprobleem ging doen.

Carters tegenstrever tijdens de presidentsverkiezingen van 1977 was de Republikein Gerald Ford. Carter en Ford voerden in het september en oktober 1976 drie televisiedebatten, waarbij Ford een slechte indruk maakte. Volgens politieke analisten bezorgde vooral het zwakke en onzekere optreden van Gerald Ford Carter het Amerikaanse presidentschap en niet zozeer zijn charisma.

Presidentskandidaten Jimmy Carter en Gerald Ford in debat, september 1976
Presidentskandidaten Jimmy Carter en Gerald Ford in debat, september 1976

Carter als president (1977-1981): kernpunten van zijn binnenlandse en buitenlandse beleid

Het binnenlandse beleid van Jimmy Carter was gefocust op structureel herstel van de Amerikaanse economie. Hij zette eerst in op een reorganisatie van het energiebeleid. De Oliecrisis van 1973 had aangetoond dat de Verenigde Staten erg afhankelijk waren van buitenlandse olie. Daarom zette Carter in op meer autarkie qua energievoorziening. Onder andere door de stijgende olieprijzen en de Tweede Oliecrisis in 1979 mislukte dit beleid. Naast inzetten op economisch herstel en groei, streefde Carter ook naar meer kansen voor bevolkingsgroepen in de marge. Vergeleken met zijn voorgangers stelde Carter meer Afro-Amerikanen, Hispanics en vrouwen aan dan ooit tevoren. Verder voerde hij hervormingen door in het landsbestuur en ambtenarenstelsel, kregen deserteurs uit de Vietnamoorlog amnestie en vroeg hij internationaal aandacht voor milieukwesties en voor meer mensenrechten.

Tijdens zijn ambtstermijn waren er voor Carter grote uitdagingen op het terrein van de internationale politiek. Carter’s belangrijkste prestatie qua buitenlandse politiek was zijn succesvolle bemiddeling in de vredebesprekingen tussen Israël en Egypte, landen die tijdens de Zesdaagse Oorlog (1967) en de Jom Kippoeroorlog (1973) militair tegenover elkaar hadden gestaan. Mede door Carters bemiddeling liepen de vredebesprekingen uit op de Camp David Akkoorden, getekend op 17 september 1978. Israël besloot de Sinaï terug te geven aan Egypte en beide landen erkenden met de Camp David Akkoorden elkaars regeringen

De gesprekspartners voor de Camp David-akkoorden -  Anwar Sadat, Jimmy Carter en Menachem Begin, 1978
De gesprekspartners voor de Camp David-akkoorden – Anwar Sadat, Jimmy Carter en Menachem Begin, 1978

Verder zette Carte in op het internationaal promoten van meer mensenrechten. Hij schortte de economische en militaire hulp aan Chili, El Salvador en Nicaragua op uit protest tegen de schendingen van de mensenrechten in deze landen.

Ingrijpend op het terrein van de buitenlandse politiek was vooral de gijzeling van de Amerikaanse ambassade in Teheran in Iran, in november 1979. Gedurende 444 dagen werden 66 Amerikaanse gijzelaars vastgehouden. Carter slaagde er niet in hen vrij te krijgen en kwam onbekwaam over. Samen met nog enkele blunders was deze gijzeling de doodsteek voor Carters imago. Eerder al trad Carter ontactisch op, zoals in zijn ‘Crisis of Confidence‘-speech op 1 juli 1979. In deze toespraak betichtte hij de Amerikanen ervan een lauwe en ongeïnspireerde Jan Salie-geest te hebben. Ook Carters geheime besprekingen om het Panamakanaal aan Panama terug te geven, in 1979, vielen slecht bij de Amerikaanse bevolking en pers. En het feit dat zijn broer Billy Carter in de zomer van 1980 in opspraak kwam vanwege mogelijke connecties met het Libische regime van Moammar al-Qadhafi, deed Jimmy Carters imago evenmin goed.

Jimmy Carter met koning Khalid van Saoedi-Arabië, 1978
Jimmy Carter met koning Khalid van Saoedi-Arabië, 1978
Verder kreeg Carter in de nadagen van zijn ambtstermijn nog te maken met de Sovjet-invasie van Afghanistan in december 1979, die de spanningen tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten tijdens de Koude Oorlog op scherp zette. Het hoofddoel van de Russen was om de communistische regering in Afghanistan te helpen tegen de islamitische moedjahedien. Vanwege de Sovjet-inval in Afghanistan besloot de regering Carter om het eerder getekende SALT II-akkoord, bedoeld om nucleaire wapens te verminderen, niet te ratificeren.

Ten slotte speelde in het laatste jaar van Carters ambtstermijn als president de Mariel-exodus. Tussen april en oktober 1980 kwamen er maar liefst 125.000 Cubanen naar de Verenigde Staten, die op de vlucht waren geslagen voor het communistische regime van Fidel Castro. Toen Carter in mei 1980 de uitspraak ‘We’ll continue to provide an open heart and open arms to refugees seeking freedom from Communist domination” deed, stroomde de kust van Florida vol met Cubaanse immigranten. De meeste vluchtelingen kregen een verblijfsvergunning.

Carter verloor de presidentverkiezingen van november 1980 van zijn uitdager Ronald Reagan, die een enorme overwinning behaalde en vervolgens aantrad als Carters opvolger. Reagan pakte de campagnestrijd slim aan, door lezers de volgende eenvoudige vraag te stellen:

“Are you better off than you were four years ago?”

De vraag stellen was hem beantwoorden: nee! De meeste Amerikanen waren er economisch op achteruitgegaan tijdens het presidentschap van Jimmy Carter. Gedurende Carters regeringsperiode groeide de inflatie van 7 procent in 1977 tot meer dan 12 procent in 1980. Ook het werkloosheidspercentage bleef in deze periode, met 7 à 8 procent, constant hoog.

Activiteiten na zijn ambtstermijn als Amerikaans president

Na zijn ambtstermijn als Amerikaans president stichtte de voormalig president het Carter Presidential Center in Atalanta (geopend in 1986), met een eigen presidentiële bibliotheek en een museum. Het centrum komt ook op voor mensenrechten wereldwijd. Verder zette Carter zich als activist in voor de organisatie Habitat for Humanity, die ernaar streeft om kwetsbare mensen wereldwijd een goed (t)huis te geven.

Gedurende de jaren 1980 en 1990 was Carter veelvuldig actief als freelance diplomaat in internationale conflicten. Hierdoor verwierf hij zich de bijnaam ‘The Great Peacemaker’. Zo bemiddelde hij onder meer tussen strijdende partijen in Ethiopië tijdens de Eritrese Onafhankelijkheidsoorlog (1967-1991) en in de Bosnische Oorlog (1992-1995). Ook trad Carter op als politiek adviseur inzake mensenrechtenkwesties.

Jimmy Carter in 2014
Jimmy Carter in 2014 (Publiek Domein / wiki – Lauren Gerson)

Op 10 december 2002 kreeg Carter, vanwege zijn inzet voor de internationale vredesbeweging, de Nobelprijs voor de Vrede. Verder schreef Carter meer dan dertig boeken, onder meer enkele autobiografieën. Tot zijn bekendste werken behoren Always a Reckoning, and Other Poems uit 1995. Our Endangered Values: America’s Moral Crisis (2005) en het boek Palestine: Peace Not Apartheid uit 2006. Carter betoonde zich voorts actief als leider van een baptistische zondagsschool in zijn geboorteplaats Plains en scheef ook meerdere religieuze werken, zoals Leading a Worthy Life: Sunday Mornings in Plains: Bible Study with Jimmy Carter (2007) en Faith: A Journey for All (2018).

In augustus 2015 maakte Carter bekend dat hij aan kanker leed. Hij onderging een chemokuur en werd in december van dat jaar ‘schoon’ verklaard. Sinds maart 2019 geldt Carter als de oudste oud-president van de Verenigde Staten uit de geschiedenis.

~ Enne Koops

Lees ook: Gerald Ford: biografie van de 38e Amerikaanse president (1974-1977)
…of: Ronald Reagan: 40e Amerikaanse president en opvolger van Carter in 1980
Boekentip: Alle 46 Amerikaanse presidenten – Emile Kossen & Rik Kuethe 

Video: Jimmy Carter on life after the White House (2006)

Bronnen

Gedrukte bronnen
-Peter G. Bourne, Jimmy Carter: A Comprehensive Biography from Plains to Post-presidency (New York: Scribner Book Company, 1997).
-E. Stanly Godbold, Jr., Jimmy and Rosalynn Carter: The Georgia Years, 1924-1974 (Oxford: Oxford University Press, 2010).
Online biografie Mahatma Gandhi Center

Internet
-https://www.britannica.com/biography/Jimmy-Carter
-https://www.biography.com/us-president/jimmy-carter
-https://www.whitehouse.gov/about-the-white-house/presidents/james-carter/
-https://en.wikipedia.org/wiki/Jimmy_Carter
-https://millercenter.org/president/carter
-https://www.trouw.nl/nieuws/voormalig-president-carter-geeft-zondagsles-in-zijn-geboorteplaats~b69fe5f0/