Dark
Light

De Nederlandse Vietnambeweging 1965-1975

11 minuten leestijd
Anti-Amerikaanse demonstratie in Amsterdam, 16 maart 1968
Anti-Amerikaanse demonstratie in Amsterdam, 16 maart 1968 (CC0 - Jack de Bijs - Anefo)
Nederland was na de Tweede Wereldoorlog een trouwe bondgenoot van de VS. Dat is het nog steeds. Maar de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam zorgde ervoor dat door steeds meer mensen en politieke partijen vraagtekens werden gezet bij het Amerikaanse optreden. De Nederlandse Vietnambeweging begon zo rond 1965 met kleine acties, meestal geïnitieerd vanuit (uiterst) linkse hoek, hoewel ook sommige kerken al vroeg aansloten. Door de jaren heen groeide het onbehagen en werd de Vietnambeweging groter en breder.

Amerikaanse helikopter verspreidt Agent Orange tijdens de Vietnamoorlog ( U.S. Army)
Amerikaanse helikopter verspreidt Agent Orange tijdens de Vietnamoorlog ( U.S. Army)
Dit is het eerste van twee artikelen over de Vietnambeweging in Nederland van 1965 tot 1975 (het jaar waarin de oorlog eindigde). In dit artikel staan de eerste jaren centraal, waarin de protesten tegen de Amerikaanse betrokkenheid bij de Vietnamoorlog groeide van beperkte initiatieven tot een maatschappelijk en politiek veel bredere beweging.

Het tweede artikel richt het vizier op grofweg de eerste helft van de jaren zeventig. Daarin vond verdere verbreding plaats en werden talloze hulpacties georganiseerd voor Noord-Vietnam en het nauw daaraan gelieerde binnenlandse verzet in Zuid-Vietnam, de Vietcong, die overging in het Nationaal Bevrijdingsfront en tenslotte in de Voorlopige Revolutionaire Regering (VRR).


De kwestie Vietnam in Nederland

Over de Vietnamoorlog zelf is al veel geschreven, ook op Historiek. Dat ga ik hier niet overdoen. Maar een korte schets van het verloop van de oorlog is wel op zijn plaats om de ontwikkelingen in Nederland in het juiste perspectief te plaatsen.

Vietnam was al vele decennia een strijdtoneel. Nadat de zogenaamde Vietminh onder leiding van Ho Tsji Minh de Japanners had bestreden kwamen ze vanaf 1945 tegenover de Fransen te staan, die Indochina hadden gekoloniseerd. In 1954 werden de koloniale troepen beslissend verslagen in de slag bij Dien Bien Phu. In datzelfde jaar werd Vietnam verdeeld langs de zeventiende breedtegraad in het westers georiënteerde zuiden (met Saigon als hoofdstad) en het communistische noorden (met hoofdstad Hanoi).

De Amerikanen hadden de Fransen al materiële ondersteuning geleverd. Nu de voormalige koloniale overheerser was vertrokken, stuurde de VS in toenemende mate ook militairen naar Zuid-Vietnam in de vorm van militaire adviseurs en trainers. Zij moesten Zuid-Vietnam helpen tegen de pogingen van het noorden om het gehele land onder communistisch bewind te brengen. Geleidelijk gingen er ook gevechtstroepen naar Zuid-Vietnam (zo steeg hun aantal al onder het bewind van president Kennedy van 800 in 1960 tot 16.000 eind 1963), maar zij namen nog niet deel aan directe oorlogshandelingen.

Operatie Rolling Thunder - Bombardementen in Vietnam
Operatie Rolling Thunder – Bombardementen in Vietnam
Dat veranderde na het zogenaamde Tonkin-incident. De VS-marine voerde al geruime tijd geheime bombardementen uit op de Noordvietnamese kust. In 1964 zouden Amerikaanse schepen in de golf van Tonkin zijn beschoten door Noord-Vietnam. Dat was aanleiding voor de zogenaamde Tonkin-resolutie, die president Johnson machtigde om luchtaanvallen uit te voeren op heel Noord-Vietnam. Dat gebeurde vervolgens massaal: de zogeheten Operatie Rolling Thunder (1965-1968). Ook werd het aantal grondtroepen verder verhoogd, tot tweehonderdduizend man eind 1965, en bijna een half miljoen een paar jaar later.

De Amerikanen werden al snel onmisbaar om het bewind in Saigon overeind te houden. Het lukte het Zuidvietnamese leger niet om de Vietcong en de reguliere Noordvietnamese strijdkrachten te weerstaan. Dit werd voor de VS en Zuid-Vietnam pijnlijk duidelijk tijdens het zogenaamde Tet-offensief van februari 1968. De opstandelingen bleken bij machte om in veel steden in het zuiden de strijd aan te gaan. Hoewel de militaire winst voor de Vietcong uiteindelijk beperkt bleef, was het offensief in politiek en psychologisch opzicht een groot succes. De Vietcong maakte duidelijk dat zij overal konden toeslaan, tot in Saigon aan toe. Voor de Amerikanen werd duidelijk dat de oorlog niet te winnen was.

In 1968 maakte president Johnson bekend zich niet verkiesbaar te stellen voor een nieuwe ambtstermijn. Zijn opvolger Nixon beloofde ‘peace with honour’ en zette in op onderhandelingen met Noord-Vietnam. Hij zette met zijn beleid van vietnamisering van de oorlog niet zozeer in op het beëindigen van het gewapende conflict, als wel op het vertrek van het Amerikaanse leger. Het Zuidvietnamese leger zou de strijd zelfstandig verder moeten voeren. Daartoe werden de strijdkrachten van Zuid-Vietnam versterkt, met Amerikaanse hulp. Het aantal VS-soldaten liep begin jaren zeventig gestaag terug.

In 1968 vonden de eerste vredesbesprekingen tussen de VS en Noord-Vietnam plaats, die echter niet tot een akkoord leidden. Dat was wel het geval in januari 1973, na (deels geheime) onderhandelingen tussen Kissinger en Le Duc Tho. Nixon kondigde een staakt-het-vuren af en de laatste Amerikaanse soldaten verlieten maart 1973 Vietnam.

Vietnamese vluchtelingen na de val van Saigon.
Vietnamese vluchtelingen na de val van Saigon, 1975

Dat betekende het eind van de directe Amerikaanse militaire inzet, maar het was geenszins vrede in Vietnam. Het Zuidvietnamese leger stond er nu alleen voor en het werd in feite overlopen door de troepen van de VRR (de Vietcong) en met name die van Noord-Vietnam, die de strijd aan communistische zijde meer en meer domineerden. In 1974 gingen de Noordvietnamezen volop in de aanval, en op 30 april 1975 beslisten zij de strijd door Saigon in te nemen. Daarbij speelden zich chaotische taferelen af toen Zuidvietnamezen in helikopters die op het dak van de Amerikaanse ambassade landden, Zuid-Vietnam probeerden te ontvluchten. Degenen die dat lukte werden aan boord genomen van Amerikaanse marineschepen, alwaar de soldaten de helikopters in zee gooiden om ruimte te maken voor zoveel mogelijk mensen aan dek.

De Vietnamese oorlog was tot een einde gekomen. In 1976 werden Noord- en Zuid-Vietnam verenigd in de Socialistische Republiek Vietnam.

Begin Vietnambeweging

Het Nederlandse verzet tegen de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam begon rond 1965 met kleine en ongecoördineerde acties. Het vertrouwen in de goede bedoelingen van de VS was algemeen aanwezig, er was eerder sprake van dankbaarheid dan van kritiek. Zoals dagblad Trouw het verwoordde op 23 april 1964: het ging de Amerikanen om ‘het bestaan, de vrijheid en het geluk’ van het Vietnamese volk.

De Vietnambeweging begon in pacifistische hoek en had wortels in de ‘ban de bom’ beweging. Actievoerders kwamen uit PSP en CPN, twee linkse partijen die elkaar nauwelijks konden luchten of zien en meestal opereerden in gescheiden acties, al dan niet via mantelorganisaties zoals het Algemeen Nederlands Jeugd Verbond (ANJV) dat zeer nauw gelieerd was aan de CPN. Tevens kwamen de demonstranten van het eerste uur uit andere jongerenbewegingen zoals Provo en Socialistische Jeugd, terwijl ook geestelijken zich al redelijk snel lieten horen. Langer duurde het voordat leden van de PvdA zich begonnen aan te sluiten. Weliswaar op individuele basis, de partijlijn van de sociaaldemocraten bleef vooralsnog pro-Atlantisch.

In het prille begin lag de nadruk van de Vietnambeweging op het verspreiden van informatie, want er was weinig kennis in Nederland over wat er in Vietnam speelde. Dat gebeurde via allerhande publicaties, maar ook door zogenaamde teach-ins. De informatieverspreiding gaf inmiddels voldoende basis voor een organisatie die zich geheel op de Vietnamoorlog richtte. Dat werd het Jongerencomité voor vrede en zelfbeschikking voor Vietnam, kortweg vaak aangeduid als Jongerencomité Vietnam.

Napalmexplosie in Vietnam nabij Saigon, 1965
Napalmexplosie in Vietnam nabij Saigon, 1965

Het Jongerencomité

Het waren, zoals de naam van het comité aangeeft, met name jongerenorganisaties die een initiërende rol speelden. Meerdere studenten- en jongerenorganisaties hadden al eerder manifestaties et cetera rond Vietnam gehouden. Dat culmineerde in september 1965 in de oprichting van het Jongerencomité Vietnam. Daarin waren diverse studentenorganisaties vertegenwoordigd, zoals de hoofdstedelijke studentenvakbond ASVA, maar ook het ANJV, alsmede de sociaaldemocratische en communistische studentenclubs. Vanuit de Amsterdamse afdeling van de Federatie van Jongerengroepen (FJG), de jongerenorganisatie van de PvdA, namen enkele leden deel. Dat was zeer tegen de zin van de moederpartij, die nog steeds sterk pro-Amerikaans was.

Het Jongerencomité was geen lang leven beschoren. Er was veel onderling wantrouwen, en de besluitvorming was nogal bureaucratisch en werd sterk door de CPN-organisaties gedomineerd. Zo weigerden deze bijvoorbeeld om Provo toe te laten, bang voor teveel radicalisme. Toch werden in 1966 nog enkele succesvolle initiatieven ontplooid, waaronder de actie Plastic contra napalm. Er werd geld ingezameld en in februari 1967 kon zo’n tienduizend meter plastic, dat enige bescherming tegen napalm zou bieden, in Oost-Berlijn worden overhandigd aan de ambassadeur van het Nationaal Bevrijdingsfront. Deze actie was in feite het begin van de hulpverleningsinitiatieven die de Vietnambeweging in latere jaren zou gaan kenmerken.

Het Vietnam Bulletin

Het Jongerencomité bestond dus niet lang, maar vanuit de jongerenorganisaties werd wel het initiatief genomen voor het Vietnam Bulletin. Het voortouw voor dit blad, dat een belangrijke positie zou gaan innemen in de Vietnambeweging, lag bij de ASVA, die één en ander organiseerde en financierde. Er was echter sprake van een onafhankelijk tijdschrift dat medio 1966 voor het eerst verscheen. Al snel had het enkele duizenden abonnees. Het werd een bindende factor in de anti-oorlogsbeweging.

De Aktiegroep Vietnam

'Johnson oorlogsmisdadiger' - Pamflet van de Aktiegroep Vietnam, 1967
‘Johnson oorlogsmisdadiger’ – Pamflet van de Aktiegroep Vietnam, 1967
In april 1966 ontstond de Aktiegroep Vietnam. Dat had een heel ander karakter dan het Jongerencomité. Deelnemers kwamen uit pacifistische en meer radicale kring, alsmede uit religieuze hoek en de organisatiestructuur was vrij los (zo was er geen bestuur), zodat snel actie konden worden ondernomen. De bloeiperiode van de Aktiegroep, grofweg van medio 1966 tot medio 1967, vormt de meest radicale fase van de Vietnambeweging. Uit die tijd stamt ook het gebruik van de leus Johnson Moordenaar. Dit zorgde er mede voor dat de maandelijkse Amsterdamse demonstraties van de Aktiegroep veel aandacht kregen in de pers en zich ook uitbreidden naar andere steden. De Aktiegroep nam deel aan de Nederlandse tak van het internationaal opererende Vietnamtribunaal, dat de VS verantwoordelijk stelde voor schending van het oorlogsrecht. Tijdens een bijeenkomst van het Vietnamtribunaal in oktober 1967 deed hoogleraar Bernard Delfgauw zijn befaamde uitspraak dat Johnson volgens de internationale rechtsnormen een oorlogsmisdadiger was.

Johnson moordenaar

President Johnson werd voor velen het symbool van het Amerikaanse ingrijpen in Vietnam. Er was steeds minder begrip voor de aanpak van de VS. Met name de massale bombardementen op Noord-Vietnam moesten het ontgelden.

Betoger met de tekst 'Johnson oorlogsmisdadiger' op zijn rug
Betoger met de tekst ‘Johnson oorlogsmisdadiger’ op zijn rug (CC0 – Fotopersbureau de Boer – wiki)
Bij veel demonstraties werd dan ook de leus Johnson Moordenaar veelvuldig gebruikt. De politie trad daar meestal tegenop, bijvoorbeeld door de demonstranten per bus naar de rand van de stad te brengen (de zogenaamde methode Koppejan). Ook werden wel protestdeelnemers gearresteerd. De Hoge Raad had namelijk in 1967 besloten dat de leuze viel onder het beledigen van een bevriend staatshoofd en dus strafbaar was. Voor dat probleem werden binnen de Vietnambewegingen twee oplossingen gevonden. Voortaan werd Johnson Molenaar geroepen, wat iedere goede verstaander begreep, maar wat niet strafbaar was. Ten tweede kon Delfgauw worden aangehaald met zijn onbestrafte uitspraak:

…gemeten naar de maatstaven van Neurenberg en Tokio zijn Johnson, zijn naaste medewerkers en generaals oorlogsmisdadigers.

Dat werd dan ook op spandoeken en posters gezet. De woorden “Johnson” en “oorlogsmisdadiger” werden hier dan wel velen malen groter neergezet dan de rest van de uitspraak.

De eerste mediaoorlog: de oorlog in de huiskamer

Wat zeker een rol speelde bij de het steeds intensievere verzet in Nederland tegen het Amerikaanse optreden waren de media. De oorlog in Vietnam wordt wel de eerste mediaoorlog genoemd. Niet ten onrechte. In eerdere oorlogen was er nog geen televisie. De krantenfoto’s en bioscoopjournaals lieten vaak de meest schokkende beelden achterwege, niet eens zozeer door censuur, maar door zelfcensuur. De strijd in Vietnam kwam echter in al z’n gruwelijkheid rechtstreeks de huiskamers in. Met name door de televisie, maar ook via talrijke oorlogsfotografen die de rauwe werkelijkheid van een oorlog op zeer realistische wijze vastlegden.

En gruwelijkheden waren er volop. Uiteraard van beide zijden, maar het Amerikaanse geweld sprong het meest in het oog, zeker omdat de VS in Nederland werden gezien als bevrijder en niet als agressor of onderdrukker. Allereerst waren er de massale bombardementen op Noord-Vietnam met de enorme B-52 bommenwerpers. Ten tijde van de oorlog kreeg Noord-Vietnam een veelvoud te verwerken van alle bommen die in de gehele Tweede Wereldoorlog waren afgeworpen.

De foto van Kim Phuc, gemaakt door Nick Ut
De foto van Kim Phuc, gemaakt door Nick Ut, Associated Press (PD-US – wiki)

Ook in Zuid-Vietnam werd gebombardeerd. Dan ging het meestal om gerichte vernietiging van dorpen en andere vermeende schuilplaatsen van de Vietcong. Daartoe werden jachtbommenwerpers ingezet (de F4 Phantom) die niet zelden fragmentatiemunitie en napalmbommen (een brandbom waarvan de brandende substantie blijft kleven en die moeilijk te blussen is) gebruikten. Kim Phuc werd in 1972 hét symbool van de Vietnamoorlog vanwege een foto van de Amerikaanse fotograaf Nick Ut. Op de foto zijn schreeuwende kinderen te zien die wegrennen na een napalmbombardement. De negenjarige Kim Phuc, die ernstig verbrand werd, is in het midden te zien, zonder kleren. Nick Ut won de prestigieuze Pullitzerprijs met zijn foto.

De vernietiging van complete dorpen, vaak met vlammenwerpers, het gebruik van datzelfde wapen tegen de Vietcong in de talrijke ondergrondse gangenstelsels, de zogenaamde ‘search and destroy’ operaties: het droeg allemaal sterk bij aan de negatieve beeldvorming over Amerika. Dat geldt zeker ook voor het gebruik van chemische wapens en ontbladeringsmiddelen (het beruchte ‘agent orange’) om de Vietcong de dekking van de jungle te ontnemen.

De foto van Nguyen Ngoc Loan
De foto van Nguyen Ngoc Loan (wiki)
Het was in zekere zin ook een verwarrende oorlog omdat er geen duidelijke fronten waren en de Vietcong overal kon opduiken en aanvallen. Al met al riep dit in Nederland steeds intensiever en breder de vraag op wie de Amerikanen nu bestreden in Vietnam. Communisten? Vrijheidsstrijders? De Vietnamese bevolking?

Tijdens het Tet-offensief werd een vermeende Vietcongstrijder standrechtelijk geëxecuteerd door de Zuid-Vietnamese politiechef Nguyen Ngoc Loan. De foto die persfotograaf Eddie Adams daarvan maakte ging de hele wereld rond en wekte alom afschuw.

Het Comité Vietnam

Met het Comité Vietnam (1967) kwam de Vietnambeweging in rustiger vaarwater. Eisen en actievormen werden gematigder in vergelijking met bijvoorbeeld de Aktiegroep Vietnam, en daarmee aanvaardbaarder voor grotere groepen in de samenleving en politiek. Doel was dan ook om de PvdA en de confessionele partijen meer te betrekken. Dat vereiste meer organisatie en discipline dan de Aktiegroep kende.

Piet Nak, 1971
Piet Nak in 1971. Hij sprak Vietnam consequent letterlijk uit zoals het wordt geschreven, dus met ie als in zijn voornaam, en niet als het gebruikelijke Viejet. Dat leidde ertoe dat Nak bekend kwam te staan als Piejet Nak (Joost Evers / Anefo – wiki)
De centrale figuur in het Comité Vietnam was Piet Nak, die binnen de eerdere Vietnambeweging een matigende rol speelde. Nak was een kleurrijk figuur die onder meer had opgetreden als goochelaar (Pietro Nakkaro). Zijn initiatief, in de volksmond ook wel bekend als het Piet Nak comité, beperkte zich tot twee eisen: stop de bombardementen en vrede in Vietnam. Het Comité vond geen weerklank bij de CPN, maar slaagde er wel in om met name de PvdA richting Vietnambeweging te laten bewegen en ook om het onderwerp Vietnam meer op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen. De naam werd later gewijzigd in het Nationaal Comité Vietnam. Er kwam een medische adviesraad met enkele artsen, die de voorloper zou worden van het latere Medisch Comité Nederland Vietnam (MCNV).

In de zomer van 1968 kwam het Comité ten einde. De kwestie Vietnam raakte wat op de achtergrond. Zeker omdat de VS de bombardementen op het noorden hadden gestopt, maar ook vanwege andere internationale ontwikkelingen, zoals het neerslaan van de Praagse Lente door de Sovjet-Unie en zijn bondgenoten in het Warschaupact en de Parijse opstanden. Toch was het Comité een succes. Piet Nak en de zijnen waren erin geslaagd een politieke verbreding in gang te zetten. Ook was de Vietnambeweging geografisch gezien uitgebreid. Was het in het begin een vrijwel geheel Amsterdamse aangelegenheid, nu waren veel meer steden betrokken geraakt bij anti-oorlogsacties.

Dit artikel is het eerste van een tweeluik. In het volgende verhaal staan de groei naar massaliteit van de anti-oorlogsbeweging en met name de hulpacties voor Vietnam centraal. Voor dit artikel is onder meer gebruik gemaakt van het boek Johnson moordenaar. De kwestie Vietnam in de Nederlandse politiek 1965-1975 dat ondergetekende schreef met Duco Hellema en Adriënne van Heteren. Het tweede artikel is hier te vinden.

Gerelateerd:

Peter van Eekert († 2024) studeerde af in de Politicologie, hoofdrichting Internationale Betrekkingen. Was met name geïnteresseerd in de doorwerking van internationale ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving en politiek. Na zijn studie vooral werkzaam in arbeidsmarkt- en sociale zekerheidsbeleid.

×