Dark
Light

De Nederlandse Vietnambeweging: verbreding en hulpacties

8 minuten leestijd
Demonstratie in Utrecht tegen de oorlog in Vietnam, 6 januari 1973
Demonstratie in Utrecht tegen de oorlog in Vietnam, 6 januari 1973 (CC0 - W. Punt - Anefo)
In dit artikel richten we het vizier op de verbreding van de Vietnambeweging in de eerste helft van de jaren zeventig, alsmede op de verschuiving van de focus naar hulpacties. Het is een vervolg op het eerste deel, waarin de eerste jaren centraal staan, toen de protesten tegen de Amerikaanse betrokkenheid bij de Vietnamoorlog groeide.


Verbreding van de Vietnambeweging

De eerste acties tegen het Amerikaanse optreden in Vietnam kwamen uit kringen die duidelijk links stonden van de PvdA. Partijpolitiek gezien waren het met name CPN en PSP die initiatieven ondersteunden. Dat waren overigens partijen die onderling een groot wantrouwen tegen elkaar koesterden, hetgeen de samenwerking niet bepaald vergemakkelijkte. De PvdA was tot in de jaren zestig nog een door en door Atlantisch georiënteerde partij, die het bondgenootschap met de VS hoog in het vaandel had en die niets wilde weten van communisten en pacifisten.

Aan het eind van de jaren zestig was de PvdA duidelijk gaan schuiven richting een meer kritische houding jegens de VS, wat zich in de jaren daarna voortzette. Dat uitte zich bijvoorbeeld in de houding die de sociaaldemocraten innamen in Kamerdebatten. De partij ging ook op een veel hoger niveau participeren in de opeenvolgende actiegroepen. Ging het eerst nog om individuele leden die tegen de zin van het partijbestuur in participeerden, later vaardigde datzelfde bestuur vertegenwoordigers af. Hoewel het wantrouwen tegen de CPN en radicale groeperingen bleef bestaan, kwam er ruimte voor een meer kritisch geluid en dito handelen. Dat leidde tot een enigszins tweeslachtige partij, want bij een deel van de PvdA bleef een uitgesproken pro-Atlantische houding dominant.

De kerstbombardementen

Begin jaren zeventig zat er weinig beweging in het Vietnamvraagstuk. De Amerikanen hadden zich grotendeels teruggetrokken en in Parijs sleepten de onderhandelingen tussen Noord- en Zuid-Vietnam, de Amerikanen en de Voorlopige Revolutionaire Regering (VRR; voortkomend uit de Vietcong) over een algehele vrede zich voort.

De Amerikanen begonnen op 18 december 1972 massale bombardementen op Noord-Vietnam, die twaalf dagen aanhielden. Dat moet worden gezien als drukmiddel om de Noordvietnamezen tot een vredesakkoord te dwingen. Deze kerstbombardementen leiden echter tot omvangrijke protesten in de westerse wereld. In Nederland schreef zelfs De Telegraaf kritisch over het optreden van de VS. Op 27 januari 1973 werd een staakt het vuren van kracht. Niet veel later verlieten de laatste Amerikaanse militairen Zuid-Vietnam.

Kamervoorzitter Anne Vondeling geeft een toespraak tijdens de betoging in Utrecht
Kamervoorzitter Anne Vondeling geeft een toespraak tijdens de betoging in Utrecht (CC0 – W. Punt – Anefo)

De protesten tegen de kerstbombardementen

Begin jaren zeventig werd het Vietnamprotest meer en meer gekenmerkt door humanitaire hulpacties. Maar de kerstbombardementen waren tevens het hoogtepunt van de meer politiek getinte Vietnambeweging. Alhoewel de ‘scherpe randjes’ er al enigszins vanaf waren. De gestelde eis was ‘stop de bombardementen’, verder werd er niet gerefereerd aan de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam. Dit was een leus waar een behoorlijk deel van de Nederlandse bevolking en politieke partijen achter konden staan. Zo stuurde kardinaal Alfrink, voorzitter van Pax Christi, een telegram aan president Nixon om een einde aan de bombardementen te maken.

Marga Klompé spreekt tijdens de Vietnam-demonstratie van 6 januari 1973 in Utrecht
Marga Klompé spreekt tijdens de Vietnam-demonstratie van 6 januari 1973 in Utrecht (CC0 – W. Punt – Anefo)
Van de grotere partijen bleef alleen de VVD min of meer achter de Amerikanen staan, hoewel ook in liberale kringen kritiek te horen was. De regering nam bij monde van minister van buitenlandse zaken Schmelzer openlijk afstand van de VS, een standpunt dat door alle fracties in het parlement werd onderschreven.

De vele lokale initiatieven en demonstraties culmineerden in een massale landelijke betoging in Utrecht op 6 januari 1973. Het werd de grootste demonstratie na de Tweede Wereldoorlog. De schattingen van het aantal deelnemers liepen uiteen van 50.000 tot 100.000. In de Jaarbeurs vond een manifestatie plaats, waar bijvoorbeeld oud-KVP minister Marga Klompé het woord voerde, evenals PvdA-er Anne Vondeling, voorzitter van de Tweede Kamer.

De protesten waren een stimulans voor oprichting van de Brede Vietnam Beweging Nederland (BVBN) in januari 1973, daarbij voortbordurend om meerdere lokale initiatieven. De BVBN richtte zich op de stopzetting van de bombardementen en genoot aan de linkerkant van het politieke spectrum brede steun (behalve van de CPN), maar sprak ook de confessionelen aan.

Voorpagina van 'De Waarheid', 08 januari 1973
Voorpagina van ‘De Waarheid’, 08 januari 1973 (Delpher)

Humanitaire acties: het Medisch Comité Nederland Vietnam

Ten tijde dat de Amerikanen Vietnam definitief verlieten, kwam de focus van de Vietnambeweging te liggen op hulpverlening aan Noord-Vietnam en de VRR-gebieden in het zuiden. In november 1968 was reeds het Medisch Comité Nederland Vietnam (MCNV) opgericht, op initiatief van enkele artsen. Het MCNV werd een bindende en vertrouwenwekkende factor in de Vietnambeweging, mede vanwege het formeel gesproken politiek neutrale karakter ervan. Bestaande actiegroepen droegen hun inzamelingsactiviteiten aan het medisch comité over.

Het MVNV beperkte zich tot medische activiteiten. Zo werden proefmonsters en medicamenten ingezameld via huisartsen, werden medicijnen ingekocht vanuit financiële inzamelingsacties en werd via consultatiebureaus babyvoeding verkregen. Haalde het MCNV in 1968 nog slechts 500 gulden op, in 1972 was dat gestegen tot 1,7 miljoen. Midden jaren zeventig was het MCNV uitgegroeid tot een sterke organisatie met twee betaalde krachten, 40 vrijwilligers op het kantoor in Amsterdam en 600 vrijwilligers in het land en een eigen blad. Het Medisch Comité bestaat vandaag de dag nog steeds.

Begin 1973 nam een aantal traditionele hulporganisaties, waaronder het Rode Kruis, het initiatief voor de actie Heel Vietnam. Het motto daarvan was “voor geen enkel regime, maar voor alle slachtoffers”. Van het begin af aan waren er echter interne strubbelingen, onder meer over de houding tegenover het MCNV. Ook lukte het niet goed om de ingezamelde gelden (aanmerkelijk minder dan het MCNV realiseerde) te besteden, omdat Heel Vietnam niet of nauwelijks contacten had in Vietnam. In de herfst van 1973 stierf Heel Vietnam een stille dood.

Stedencomités, beroepsacties en andere initiatieven

Op soms uiterst creatieve manier kwamen in de eerste helft van de jaren zeventig hulpinitiatieven en inzamelingsacties tot stand. Zo waren er allerlei stedencomités, zoals Amsterdam helpt Hanoi, Groningen helpt Thai Binh en Utrecht helpt Thay Nguyen.

De solidariteitsacties richtten zich ook op het doneren van concrete goederen, zoals fietsen en boten, brillen en naaimachines, om een paar meer in het oog springende zaken te noemen. Of bepaalde beroepsgroepen (musici voor Vietnam, kunstenaars voor Vietnam, grafici voor Vietnam, et cetera). Alsmede op specifieke activiteiten, zoals Breien voor Vietnam. Het initiatief Scholen voor Vietnam stuurde allerhande schoolmateriaal, en later ook (prefab onderdelen van) schoolgebouwen.

Er werden bovendien complete medische units geleverd. Van makkelijk verplaatsbare operatieverlichting tot ingewikkelde apparatuur voor bijvoorbeeld cardiografie en (prefab) ziekenhuisdelen. Uiteindelijk zou dit resulteren in het leveren van het zogenaamde Holland Ziekenhuis.

Grote demonstratie in Amsterdam tegen de oorlog in Vietnam
Grote demonstratie in Amsterdam tegen de oorlog in Vietnam, 23 december 1972 (CC0 – Hans Peters / Anefo – wiki)

Het Holland Ziekenhuis

In 1973 had het MCNV qua inkomsten een topjaar met bijna 6 miljoen gulden. Dat had veel te maken met de kerstbombardementen, die in Nederland leidden tot een donatiegolf. Vanaf dat moment werd de hulp door het MCNV meer en meer besteed aan het lenigen van de ergste gevolgen van het oorlogsgeweld (denk aan de vele oorlogsinvaliden) en op het opbouwen van de gezondheidszorg in Noord-Vietnam en de door de VRR gecontroleerde gebieden in het zuiden.

Het grootste project was het leveren van een compleet ingericht ziekenhuis aan de provincie Quang Tri in Zuid-Vietnam: het Benh Vien Halan oftewel het Holland Ziekenhuis. Dit ziekenhuis bestond geheel uit geprefabriceerde onderdelen en was makkelijk in elkaar te zetten.

Kind tijdens een betoging in Utrecht
Kind tijdens de betoging in Utrecht
Het initiatief kreeg opvallende en stevige steun van Jan Pronk, minister van ontwikkelingssamenwerking in het kabinet Den Uyl. Hij verleende aanzienlijke financiële steun en was prominent aanwezig bij de overdracht van het ziekenhuis aan een vertegenwoordiger van de VRR en in bijzijn van de Noordvietnamese ambassadeur, in oktober 1974. Dat gebeurde in de haven van Rotterdam, alwaar een Oost-Duits vrachtschip, gratis ter beschikking gesteld door de regering van de DDR, voor het vervoer naar Vietnam zorgde.

De openlijke steun van Pronk aan de VRR kreeg veel aandacht. Nederland had de VRR immers niet erkend. Pronk doorkruiste dus het Nederlandse beleid. Dat zal binnen het kabinet tot discussie hebben geleid, met name met de veel meer traditioneel-diplomatiek en Atlantisch ingestelde minister van buitenlandse zaken Max van der Stoel. Ook internationaal trok het de aandacht. Het Saigon-bewind in het zuiden protesteerde tegen het gebruik van de term ‘bevrijde gebieden’ door Pronk, iets wat overigens werd ontkend in een verklaring van buitenlandse zaken.

Het einde van de Vietnamoorlog

Op 30 april 1975 kwam de Vietnamoorlog ten einde en dat betekende ook het eind voor de Vietnambeweging, hoewel het MCNV bleef bestaan tot op de dag van vandaag (nu onder de naam Medisch Comité Vietnam) en nog steeds medisch getinte hulp aan Vietnam verleent. Maar zeker in politieke zin was de anti-oorlogsbeweging een gesloten boek. Niet dat het herenigde Vietnam nu vrede kende. In 1978 pleegde Vietnam een invasie in buurland Cambodja om aldaar het Rode Khmer bewind omver te werpen. In reactie daarop viel China in 1979 Vietnam aan, wat resulteerde in een korte maar bloedige oorlog. Verder waren er de bootvluchtelingen die in de tweede helft van de jaren zeventig Vietnam ontvluchtten. En de bevolking had nog lange tijd te lijden onder de erfenis van de oorlog: onontplofte mijnen en bommen, mismaakte kinderen door chemische oorlogsvoering, bomkraters vol water waarin malariamuggen welig tierden, om enkele dingen de noemen.

Anno nu heeft Vietnam zich desondanks ontwikkeld tot een snel groeiende economie en een populair vakantieland. Wie nu bijvoorbeeld googelt op Fietsen voor Vietnam of Boten voor Vietnam vindt geen enkele verwijzing naar de hulpacties van vijftig jaar geleden, maar wel aanbiedingen voor fietsvakanties en bootreizen in Vietnam.

Balans: wat was de impact van de Vietnambeweging?

Vietnam bleek na het einde van de oorlog en de hereniging toch niet het ideale land. Vietnam voerde een machtspolitiek waarbij inzet van militaire ontwikkelingen bepaald niet werden geschuwd. De oorlogen die het voerde in Cambodja en met China zijn reeds gememoreerd. Ook mogen de vele vluchtelingen en politieke gevangenen niet onbenoemd blijven.

“Buiten kijf staat dat het beeld van Amerika blijvend en fundamenteel werd veranderd door de anti-oorlogsbeweging.”

Is de Vietnambeweging gebruikt door het noorden om het anti-Amerikanisme in de westerse wereld te versterken? Terugkijkend moet je zeggen: tot op zekere hoogte wel. Maar dat neemt niet weg dat de doelen van de Vietnambeweging, het maken van een eind aan de Amerikaanse interventie in de burgeroorlog en van de onmenselijke uitwassen van het geweld, zeker legitiem waren.

De anti-oorlogsbeweging stond niet op zichzelf, maar was duidelijk onderdeel van de tijdgeest en de (internationale en Nederlandse) veranderingen op vele fronten in de jaren zestig en zeventig. Daar is heel veel over te zeggen, maar ik beperk me tot een aantal kreten zoals de democratiseringsgolf, meer mondigheid, het ontstaan van een jongerenjongerencultuur en een verlinksing in de (partij)politiek.

De onderliggende tendens was het zich afzetten tegen het oude, het bestaande. De Vietnambeweging neemt daar een bijzonder plaats bij in, als gevolg van de hierboven gememoreerde veranderingen maar ook als aanjager daarvan. Als de balans van de Vietnamkwestie wordt opgemaakt staat buiten kijf dat het beeld van Amerika blijvend en fundamenteel werd veranderd door de anti-oorlogsbeweging: van een land dat hogere idealen nastreeft en bereid is daar offers voor te brengen naar een berekenend en machtspolitiek gedreven land dat zijn eigen belangen voorop stelt.

Dit artikel is het tweede van een tweeluik. In het eerste verhaal staan de eerste jaren centraal, waarin de protesten tegen de Amerikaanse betrokkenheid bij de Vietnamoorlog groeide van beperkte initiatieven tot een maatschappelijk en politiek veel bredere beweging. Voor deze artikelen is onder meer gebruik gemaakt van het boek Johnson moordenaar. De kwestie Vietnam in de Nederlandse politiek 1965-1975 dat ondergetekende schreef met Duco Hellema en Adriënne van Heteren.
×