Toen de eenentwintigjarige Bram Cohen eind september 1945 werd vrijgelaten uit het Jappenkamp in Nederlands-Indië woog hij nog maar 46 kilo. Teruggekeerd in Nederland ervoer hij dat de helft van zijn Joodse familie was vermoord door de nazi’s. Ongeveer anderhalf jaar later, in het voorjaar van 1947, maakte hij als medicijnenstudent een treinreis van Amsterdam naar Kopenhagen. Tijdens de route door Duitsland aanschouwde hij de oorlogsschade en ontberingen van de Duitsers aanvankelijk met leedvermaak. “De honger staat ze op het gezicht. Goed zo, nog lang niet genoeg!”, schreef hij in zijn dagboek.
Filmmaker Paul Cohen is de jongste zoon van Bram Cohen (1924-1975) en diens Deense echtgenote Lis Cohen Rohleder (1925-2016). Zijn ouders ontmoetten elkaar tijdens die vakantie in 1947. Sinds 1978 maakt Paul bioscoop- en televisiedocumentaires, waarvoor hij twee Gouden Kalven, de Beeld en Geluid Award en de Kristallen Film kreeg uitgereikt. Zijn nieuwste werk is De man met de glimlach en gaat over de vakantiereis met de Scandinavian Express van zijn vader in 1947. De bron die hij hiervoor gebruikte is het reisverslag van zijn vader dat bewaard is gebleven en waaruit in de documentaire meermaals wordt geciteerd.
Jappenkamp
Bram was met zijn familie op 13 mei 1940 aan boord van een schip van haringvissers naar Engeland gevlucht. Daarvandaan ging de reis verder naar Nederlands-Indië. Toen de Japanners in 1942 de Nederlandse kolonie veroverden, belandde Bram in een Jappenkamp. Hier hield hij een dagboek bij waarin hij de ontberingen en de vreselijke honger beschrijft die hij en zijn medegevangenen hier leden. In de documentaire worden ook hieruit fragmenten voorgelezen.

Bram Cohen keek na alle ellende en verliezen van de oorlog erg uit naar zijn vakantie in Denemarken. “Zelden tevoren had ik zo intensief beleefd weer vrij te zijn”, schreef hij uitgelaten aan boord van de trein. “Te kunnen gaan en staan waar ik wil. Ik genoot. En ik besefte dat ik genoot en daardoor genoot ik dubbel.” Eenmaal in Duitsland verlekkerde hij zich over de erbarmelijke levensomstandigheden van de Duitsers. Toen hij op het station van Hamburg een Duitse trein zag, die zo overvol was dat sommige passagiers op de tender zaten of balanceerden op de koppelstangen, bedacht hij zich dat de reis van deze trein van Hamburg naar Osnabrück ruim vier uur duurde. Medelijden had hij niet. Hij schreef:
Als ik denk aan hoe ze de Nederlandse Joden wegsleepten. Ik hoop dat ze onderweg kramp krijgen, die rotmoffen. Dat ze van de trein donderen, de smeerlappen.
Een kleine moffin
Toen hij echter langs het spoor jonge kinderen zag staan, veranderde er iets in zijn denken. De zwijgende kinderen, die hem aanstaarden en er haveloos uitzagen, deden hem denken aan het kamp. Hij besloot een kadetje met chocoladepasta en eentje met worst naar een hongerig meisje van hooguit vijf te gooien.
Twee helder blauwe ogen stralen me aan. Echte moffinnenogen, schiet het door me heen. Dan maakt ze een keurige kniebuiging voor me. Ze trekt het papier los en begint te eten. Een kleine moffin. Nee, een kind van vijf jaar dat heel erge honger heeft.

Potje pindakaas
Paul Cohen maakte, samen met zijn zus Inge, dezelfde reis als zijn vader ongeveer tachtig jaar eerder. In de treinwagon vertelt Inge over de herinneringen aan haar vader. Die kampte met PTSS in een tijd dat de behandeling van deze aandoening nog in de kinderschoenen stond. Het maakte het samenzijn met hem soms moeilijk: zijn dochter noemt hem zelfs een “huisterrorist”. Een opname van een vrijwel leeg potje pindakaas waarin met een mes wordt geschrapt om de laatste restjes eruit te halen, staat symbool voor zijn trauma. De honger die hij in het kamp had ervaren, liet hem nimmer meer los.
Behalve zijn zus Inge interviewt Paul tijdens de reis ook andere mensen, onder wie een Duits echtpaar. De twee hebben beide als kind de oorlog meegemaakt en delen hierover hun ervaringen. De opnamen in de wagon worden afgewisseld met filmopnamen van toen en nu. De samenhang tussen de beelden, de interviews en het verhaal van de hoofdpersoon is niet altijd even concreet. Zo vertelt een van de medereizigers bijvoorbeeld het verhaal over zijn moeder die zelfmoord pleegde en aan wie hij met zijn reis een laatste eerbetoon wil brengen. Op zichzelf is dat een aangrijpend verhaal, maar het staat los van de reis van Bram Cohen.

Krachtige boodschap
Elke reiziger in De man met de glimlach heeft zijn eigen verhaal, maar dat van Bram Cohen komt het beste tot leven in deze originele en persoonlijke documentaire. Zijn dagboekaantekeningen geven een openhartig beeld van hoe het voor een Joodse student was om zo kort na de oorlog door het land van de ‘moffen’ te reizen. Dat hij zich niet liet verblinden door haat, maar ook mededogen toonde, vormt een krachtige boodschap voor de kijker in de hevig gepolariseerde tijd van nu.
De man met de glimlach is geproduceerd door Witfilm in coproductie met NTR en wordt door distributeur Verde Films vanaf 30 april uitgebracht in de Nederlandse bioscopen.
Waarom noem(d)en we Duitsers ‘moffen’?
Operatie Black Tulip – “Weg met de moffen!”
Het Proces van Neurenberg: de berechting van het naziregime
Jodenvervolging in Nederland tijdens de Duitse bezetting (1940-1945)
Hoeveel klein kwaad mogen we toestaan om het grote kwaad te weerstaan?
Getto’s, ontwikkeling van een begrenzend begrip
Groene natuur en de Holocaust