Het Proces van Neurenberg, ook bekend als het Neurenberg-tribunaal of Internationaal Militair Tribunaal, was een reeks baanbrekende rechtszaken in de Duitse stad Neurenberg. Tussen 1945 en 1949 werden hier vierentwintig vooraanstaande kopstukken van het naziregime – aangevuld met hoge militaire officieren, industriëlen, advocaten, artsen en diverse naziorganisaties – berecht voor de ongekende gruweldaden begaan voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Nazikopstukken als Hermann Göring, Joachim von Ribbentrop en Alfred Jodl werden ter dood veroordeeld en organisaties als de Gestapo en de SS tot misdadig verklaard.
- Voorbereiding: recht versus wraak
- De organisatie van het Tribunaal
- Waarom Neurenberg?
- De aanklacht: 4 pijlers van een nieuw internationaal recht
- Begin van het Neurenbergproces
- De verdediging tijdens het Neurenbergproces
- Neurenberg, de vonnissen (1946), met commentaar van Associated Press
- Het vonnis
- De vervolgprocessen
- Hoofdverdachten en vonnissen in Neurenberg
- Controverse rond het proces van Neurenberg
- Een reconstructie van het proces van Neurenberg
Onder leiding van de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk markeerden deze processen een juridisch keerpunt: voor het eerst in de geschiedenis werd een staatsapparaat strafrechtelijk ter verantwoording geroepen. Tegenwoordig wordt het Proces van Neurenberg algemeen beschouwd als belangrijk beginpunt van het internationaal strafrecht. Het stelde een nieuwe norm voor het vervolgen van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.
Voorbereiding: recht versus wraak
Het juridische concept dat na de Tweede Wereldoorlog werd ontwikkeld, was zonder precedent. Voor het eerst in de geschiedenis besloten staten een gezamenlijk rechtscollege op te richten: het Internationaal Militair Tribunaal. De basis hiervoor lag al in de Verklaring van Moskou (1943), waarin de geallieerden vastlegden hoe de internationale orde na de oorlog vorm moest krijgen en hoe duurzame vrede kon worden bereikt. Een essentieel onderdeel daarvan was dat oorlogsmisdadigers van de asmogendheden berecht zouden worden door een gezamenlijk, internationaal tribunaal. Dit vernieuwende juridische uitgangspunt vormde de fundamenten van het Proces van Neurenberg.
De verklaring bepaalde bovendien dat daders berecht moesten worden in het land waar hun misdaden waren gepleegd, of — wanneer dat niet mogelijk was — op een door de geallieerden te bepalen locatie. Al in december 1942 hadden de geallieerden publiekelijk melding gemaakt van de systematische massamoord op het Europese Jodendom. Het besef groeide dat de schaal en aard van de nazimisdaden zó uitzonderlijk waren dat straffeloosheid ondenkbaar was en de verantwoordelijken daarom opgespoord en berecht dienden te worden.

Toch bestond er aanvankelijk grote verdeeldheid over de vorm van die bestraffing. Tijdens de Conferentie van Teheran (1943) opperde Jozef Stalin – half schertsend, maar met een serieuze ondertoon – om tienduizenden Duitse officieren zonder proces te executeren. Ook Winston Churchill stond aanvankelijk niet onwelwillend tegenover standrechtelijke executies van de nazileiders; hij vreesde dat een openbaar proces hen een podium voor propaganda zou bieden.
Het waren uiteindelijk de Amerikanen, met president Franklin D. Roosevelt en later Harry Truman voorop, die vasthielden aan een juridisch proces. Door een strafrechtelijke procedure te voeren waarin de enorme hoeveelheid bewijs centraal stond, zou de geschiedenis zorgvuldig en objectief worden vastgelegd. Tijdens de Conferentie van Jalta in februari 1945 werd de beslissing definitief: alle oorlogsmisdadigers moesten zo snel mogelijk hun verdiende straf krijgen via een gezamenlijk internationaal tribunaal.
De organisatie van het Tribunaal
In april 1945, kort na het onverwachte overlijden van president Roosevelt, wordt Robert Jackson – rechter bij het Amerikaanse Hooggerechtshof – door president Harry Truman gevraagd als hoofdaanklager voor het tribunaal namens de Verenigde Staten. Truman wilde hiervoor een gerespecteerd iemand hebben met een onbetwistbare integriteit en die ook goed in het openbaar kan spreken. Op 2 mei 1945 wordt Jackson door Truman benoemd.

Toch kregen de geallieerden vele andere belangrijke leiders in handen: Zo zat Rudolf Hess al sinds 1941 vast in Engeland en gaf Hermann Göring zich op 6 mei 1945 over aan de Amerikanen.
Op 26 juni vloog Jackson naar Londen om met de andere afgevaardigden van de geallieerden te bespreken wat zij met de gevangen nazileiders zouden doen. Hij nam de tijd om de aanwezigen te overtuigen dat er sprake moest zijn van een eerlijke rechtsgang. Na tien dagen van overleg begon de vorm duidelijk te worden. Het hof zou de Internationale Militaire Rechtbank heten en van elk land zouden rechters worden ingezet. Ook moesten de gedaagden en hun Duitse advocaten zo min mogelijk ruimte krijgen, om te voorkomen dat het proces voor propagandadoeleinden zou worden ingezet.
De geallieerden wezen elk twee personen aan, één rechter en één plaatsvervanger. De Verenigde Staten kozen voor Francis A. Biddle en John J. Parker. Namens de Sovjet-Unie werden Iona T. Nikisjenko en Aleksander F. Volchkov verkozen. Sir Geofrrey Lawrence en Norman Birkett waren namens Groot-Brittannië verantwoordelijk. Tot slot kozen de Fransen voor Henri Donnedieu de Vabres en Robert Falco. Als voorzitter van de rechtbank fungeerde Lawrence.

Naast rechters benoemde elk geallieerd land ook elk één aanklager. Namens de Verenigde Staten was dat de eerdergenoemde Robert H. Jackson. Namens de Sovjet-Unie was dat Roman Rudenko, voor Groot-Brittannië Sir Hartly Shawcross en namens de Fransen François de Menthon. Die laatste werd later vervangen door Auguste Champetier de Ribes. Ook werd er een grote juridische staf ingezet om hun te vertegenwoordigen en het proces te bespoedigen.
De vier belangrijkste aanklagers, die ook de aanklacht hadden ondertekend, vertegenwoordigden gezamenlijk de vier geallieerde mogendheden.
Waarom Neurenberg?
Het proces moest in Duitsland plaatsvinden, maar er waren slechts enkele steden geschikt voor een dergelijk proces. Een van de weinige steden die geschikt bleek voor het proces was Neurenberg. De stad had een beladen symbolische waarde, omdat de NSDAP hier haar massale partijdagen had gehouden, er stond het monumentale Reichsparteitagsgelände en de ideologische grandeur van het nazisme was hier jarenlang geënsceneerd. Daarnaast was het ook de stad waar de nazileiders de beruchte Neurenberger Wetten hadden afgekondigd, waarin werd besloten om Joden te ontdoen van hun bezittingen en bovenal van hun fundamentele rechten.

Naast deze symboliek waren er ook praktische redenen voor Neurenberg te kiezen. Hoewel de stad flink was beschadigd, was het Paleis van Justitie een van de weinige grote gebouwen in de regio die de bombardementen grotendeels had doorstaan. Ook beschikte het complex over een grote gevangenis direct naast de rechtszaal. Daarnaast wilden de geallieerden dat het proces openbaar, overtuigend en zichtbaar zou zijn. De infrastructuur van de stad bood hun de mogelijkheden daarvoor. Tot slot lag Neurenberg in de Amerikaanse bezettingszone, wat de organisatie en controle vereenvoudigde voor de Amerikanen.
De aanklacht: 4 pijlers van een nieuw internationaal recht
Op 6 oktober 1945 zetten de openbare aanklagers van de vier geallieerde mogendheden hun handtekening onder een document dat de geschiedenis zou veranderen. Het was geen gewone aanklacht. Het vormde een blauwdruk voor een nieuw internationaal recht, een poging om woorden te vinden voor misdaden die tot dan toe onvoorstelbaar waren geweest. Deze aanklacht werd op 18 oktober gepresenteerd tijdens de enige zitting die in Berlijn werd gehouden. De daadwerkelijke processen begonnen op 20 november 1945. Deze vonden plaats in rechtszaal 600 van het Paleis van Justitie in Neurenberg.
De aanklacht tegen de vierentwintig hoofdverdachten bestond uit vier categorieën, die samen een nieuw juridisch kader vormden.
- Samenzwering om misdaden te plegen
De eerste aanklacht stelde dat de nazileiders niet alleen losse misdaden hadden gepleegd, maar ook gezamenlijk hadden gewerkt aan één groot plan: het ontketenen van agressieoorlogen en het vernietigen van bevolkingsgroepen. Dit idee van samenzwering was controversieel, vooral voor juristen uit continentaal Europa. Het was een concept uit het Anglo-Amerikaans recht, maar het bood wel een manier om de leiders aansprakelijk te stellen voor een systeem dat zijzelf hadden gebouwd. - Misdaden tegen de vrede
De tweede pijler was vernieuwend. Voor het eerst werd vastgesteld dat het plannen, voorbereiden en voeren van een agressieoorlog een misdaad was tegen de internationale gemeenschap. Daarmee wilden de geallieerden duidelijk maken dat agressie geen legitiem politiek middel meer mocht zijn. De recente oorlog had immers laten zien dat oorlog geen abstract conflict tussen staten was, maar een keuze met miljoenen slachtoffers. - Oorlogsmisdaden
Deze derde categorie was bekender. Schendingen van de wetten en gebruiken van de oorlog – mishandeling van krijgsgevangenen, executies, plunderingen, vernietiging zonder militair nut – waren al langer verboden. In Neurenberg werden deze misdaden echter op ongekende schaal gedocumenteerd, wat de wereld schokte. De aanklagers legden een spoor van bevelen, rapporten en getuigenissen bloot dat liet zien op welke systematische wijze het geweld was georganiseerd. - Misdaden tegen de menselijkheid
Deze vierde categorie sneed het diepst. Hier kreeg de Holocaust zijn juridische naam. Hier werd erkend dat sommige misdaden zo fundamenteel ingaan tegen de menselijke waardigheid dat geen bevel, ideologie of staat ze ooit kan rechtvaardigen. Moord, uitroeiing, slavernij, deportatie en vervolging van burgers werden ondergebracht in een nieuwe categorie die later de basis zou vormen voor de moderne mensenrechtenwetgeving en de moderne mensenrechtenwetgeving.
Begin van het Neurenbergproces
Op 20 november 1945 begon het ‘proces van de eeuw’ tegen de belangrijkste leiders van het naziregime. Voor het tribunaal verschenen prominente figuren die verantwoordelijk werden gehouden voor de uitvoering van Hitlers beleid. Onder hen Hermann Göring, commandant van de Luftwaffe en de hoogste nazi die terechtstond; Hans Frank, gouverneur-generaal van Polen en verantwoordelijk voor de getto’s en deportaties; Joachim von Ribbentrop, minister van Buitenlandse Zaken en architect van het Molotov-Ribbentrop-pact; en Arthur Seyss-Inquart, Rijkscommissaris van Nederland en medeverantwoordelijk voor de deportatie van meer dan honderdduizend Joden.
Het proces volgde grotendeels het model van een Amerikaans strafproces. Nadat de aanklacht was voorgelezen, werden de verdachten individueel opgeroepen om te antwoorden op de vraag of zij schuldig of niet schuldig waren (allen pleitten niet schuldig). Bovendien werd het kruisverhoor, zoals gebruikelijk in Amerikaanse processen, toegepast, waarbij de verdachten ook als getuigen konden optreden.

De geallieerde aanklagers beschikten over veel belastend materiaal. Hoewel de Duitse regering vlak voor de val van Berlijn opdracht gaf om documenten te vernietigen, werd dat bevel nauwelijks uitgevoerd. De vijand mocht niets in handen krijgen zo was de gedachte. Alleen waren er weinig archivarissen die dit bevel volgden. Veel documenten bleven dus waar ze waren of werden inderhaast verborgen. Daardoor kregen de geallieerden toegang tot tonnen aan vertrouwelijke documenten van het naziregime, die een cruciale rol speelden in het blootleggen van de misdaden.
Alle dossiers – belastend en ontlastend – werden vertaald in de vier werktalen van het tribunaal: Duits, Engels, Frans en Russisch. Tijdens het proces werden 240 getuigen gehoord en 300.000 beëdigde verklaringen verzameld; het volledige procesverslag omvat 16.000 pagina’s. Drieëndertig getuigen van de aanklagers verschenen voor de rechtbank, negentien verdachten en eenenzestig getuigen werden door de verdediging van de verdachten opgeroepen als getuigen. Tot slot waren er meer dan honderd schriftelijke getuigenverklaringen ingediend.
Een van de meest spraakmakende getuigen was Rudolf Höss, de voormalig kampcommandant van Auschwitz. Hij verklaarde tot ieders verbazing als getuige van de verdediging dat in zijn periode in Auschwitz ongeveer 2,5 miljoen mensen waren vergast en minstens 500.000 mensen waren overleden aan ondervoeding en ziekte. Hijzelf werd later in Polen vervolgd en op 2 april 1947 werd hij door het Hoogste Gerechtshof in Warschau ter dood veroordeeld. Op 16 april werd hij in Auschwitz opgehangen aan een speciaal voor dit doel opgerichte galg.

Op 29 november 1945 vertoonden de aanklagers filmbeelden die de geallieerden hadden gemaakt bij de bevrijding van de concentratiekampen. De sfeer in de rechtszaal sloeg onmiddellijk om. Een toeschouwer beschreef later hoe ‘een eindeloze stroom bleke lijken’ over het doek gleed en hoe bulldozers lichamen verplaatsten. De beklaagden reageerden zichtbaar aangeslagen: velen verborgen hun gezicht in hun handen, Wilhelm Keitel (chef van het Opperbevel van de Wehrmacht) veegde tranen weg en Rudolf Hess zei luid dat hij niet kon geloven wat hij zag. Göring snauwde hem toe te zwijgen.
Göring zelf bleef ogenschijnlijk onaangedaan. Hij stelde dat dergelijke films eenvoudig te manipuleren waren. Hans Frank daarentegen verklaarde dat de nazileiding niet onwetend was geweest, maar eenvoudigweg niet had wíllen weten wat er gebeurde.

In de weken voor kerst werden de hooggeplaatste nazi’s één voor één voorgeleid voor het tribunaal. Stuk voor stuk vielen zij Hitler en diens idealen af om hun eigen verantwoordelijkheid te verkleinen. Göring was des duivels over deze in zijn ogen afvalligheid. Toen SS-generaal Erich von den Bach-Zelewski in de beklaagdenbank plaatsnam, kon Göring zich niet langer beheersen. Bach-Zelewski ontliep strafvervolging door tegen zijn meerderen te getuigen en beweerde dat hij alleen op zijn post was gebleven om te voorkomen dat zijn plek door een wreder iemand werd ingenomen, en dat de gruwelijkheden ‘een logisch gevolg waren van onze ideologie’. Hierop verloor Göring zijn zelfbeheersing en schreeuwde hij hem toe: ‘Jij zwijn, vervloekte verrader!’
Op 26 juli 1946 hield hoofdaanklager Robert Jackson zijn slotpleidooi. Hij benadrukte dat het proces niet alleen over individuen ging, maar over de erkenning van historische waarheid. Zijn woorden zijn beroemd gebleven:
Als u van deze mannen zegt dat ze niet schuldig zijn, dan is het net zo waar om te zeggen dat er geen oorlog is geweest, dat niemand is vermoord en dat er geen misdaden zijn gepleegd.
De verdediging tijdens het Neurenbergproces
De verdachten konden zelf een advocaat kiezen of kregen er een toegewezen door het militair tribunaal. Ook voor de afwezige Martin Bormann en voor de aangeklaagde organisaties werden verdedigers benoemd. In hun gezamenlijke memorandum betoogden de advocaten dat vervolging voor het “ontketenen van een onrechtvaardige oorlog” geen basis had in het bestaande internationale recht. Volgens hen was sprake van nieuw strafrecht dat met terugwerkende kracht werd toegepast. Daarmee vond de verdediging dat de juridische legitimiteit van het tribunaal in twijfel kon worden getrokken. Het tribunaal verwierp deze bezwaren.
De meeste verdachten gaven toe dat er gruwelijke misdaden waren gepleegd, maar ze hielden vol dat zij te goeder trouw hadden gehandeld. Zij beriepen zich op hun machteloosheid onder het principe “Befehl ist Befehl”, maar volgens de statuten van het tribunaal bood dat geen grond voor strafvermindering. Ook het tu quoque-argument – het verwijt dat andere landen vergelijkbare daden zouden hebben gepleegd – werd afgewezen.
In hun slotverklaringen minimaliseerden veel verdachten hun rol. Ze gebruikten formuleringen als: “misbruikte soldatenloyaliteit” (Keitel), “tragisch Duits idealisme” (Fritzsche, Dönitz), “goddeloze maatschappij” (Frank), “apolitieke bureaucratische plicht” (Frick) en “koude technocratische moderniteit” (Speer). Göring stelde dat de misdaden waren verdoezeld voor hem en veroordeelde “deze verschrikkelijke massamoorden in de sterkst mogelijke bewoordingen”. Seyss-Inquart probeerde de Duitse agressie te relativeren door te verwijzen naar de geallieerde afsprake op de Conferentie van Teheran over de territoriale verdeling van Oost-Europa.
Neurenberg, de vonnissen (1946), met commentaar van Associated Press
Het vonnis
Na 218 zittingsdagen en 236 getuigenverhoren sprak het tribunaal op 1 oktober 1946 het vonnis uit van het proces van Neurenberg. Van de vierentwintig aangeklaagde nazi’s werden er drie vrijgesproken: Hans Fritzsche, Franz von Papen en Hjalmar Schacht. Elf nazi’s kregen de doodstraf. Tot die laatste groep behoorden onder andere Hermann Göring, Alfred Jodl, Wilhelm Keitel, Joachim von Ribbentrop en Arthur Seyss-Inquart. De overige veroordeelden, zoals Rudolf Hess en Albert Speer kregen gevangenisstraffen, variërend van tien jaar tot levenslang.
Na het vonnis verzocht Göring om een executie door een vuurpeloton, omdat hij zichzelf als soldaat beschouwde. Het verzoek werd afgewezen. Een dag voor de executies pleegde hij zelfmoord door een cyaankalipil in te nemen.

De vervolgprocessen
Het berechten van nazi’s stopte niet met dit hoofdproces. In de daaropvolgende jaren vonden nog twaalf vervolgprocessen plaats, waarin 185 personen terechtstonden: 56 leden van de SS en politie, 42 industriëlen en bankiers, 39 artsen en juristen, 26 militaire leiders en 22 ministers en hoge ambtenaren.
In totaal werden vijfendertig verdachten vrijgesproken, vierentwintig werden ter dood veroordeeld, twintig mensen kregen een levenslange gevangenschap en achtennegentig veroordeelden kregen een gevangenisstraf die varieerde van 18 maanden tot 25 jaar. Op 31 januari 1951 verlaagde Hoge Commissaris John Jay McCloy verscheidene straffen. Elf ter dood veroordeelden kregen gratie en één werd uitgeleverd aan België, alwaar diegene in hechtenis overleed.
Hoofdverdachten en vonnissen in Neurenberg
| Naam | Functie binnen het naziregime | Vonnis |
|---|---|---|
| Hermann Göring | Reichsmarschall, chef Luftwaffe, Hitlers plaatsvervanger | Doodstraf |
| Rudolf Hess | Plaatsvervanger van Hitler | Levenslang |
| Joachim von Ribbentrop | Minister van Buitenlandse Zaken | Doodstraf |
| Wilhelm Keitel | Chef OKW (Wehrmacht) | Doodstraf |
| Alfred Jodl | Chef Operaties OKW | Doodstraf |
| Hans Frank | Gouverneur-generaal Polen | Doodstraf |
| Ernst Kaltenbrunner | Chef RSHA | Doodstraf |
| Julius Streicher | Hoofdredacteur Der Stürmer | Doodstraf |
| Wilhelm Frick | Minister van Binnenlandse Zaken | Doodstraf |
| Walther Funk | Minister van Economie, president Reichsbank | Levenslang |
| Hjalmar Schacht | Minister van Economie (tot 1937) | Vrijgesproken |
| Karl Dönitz | Bevelhebber Kriegsmarine, kort staatshoofd | 10 jaar |
| Erich Raeder | Bevelhebber Kriegsmarine (tot 1943) | Levenslang |
| Baldur von Schirach | Leider Hitlerjugend, Gauleiter Wenen | 20 jaar |
| Fritz Sauckel | Arbeidscommissaris | Doodstraf |
| Albert Speer | Minister van Bewapening | 20 jaar |
| Alfred Rosenberg | Ideoloog, minister Oostelijke Gebieden | Doodstraf |
| Hans Fritzsche | Radiochef Propagandaministerie | Vrijgesproken |
| Franz von Papen | Ex-kanselier, diplomaat | Vrijgesproken |
| Arthur Seyss-Inquart | Rijkscommissaris Nederland | Doodstraf |
| Konstantin von Neurath | Minister Buitenlandse Zaken, Protektor Bohemen | 15 jaar |
| Martin Bormann (afwezig) | Partijkanselier | Doodstraf (bij verstek) |
- Ann & John Tusa: The Nuremberg Trial (Skyhorse Publishing, 2010)
- James Owen: Nüremberg, Evil on Trial (Headline Publishing, 2006
- Steffen Radlmeier: Het proces van Neurenberg (Cossee, 2005)
- Harvard Law School Library: Nuremberg Trials Project
Controverse rond het proces van Neurenberg
Hoewel het Neurenbergproces geldt als een juridisch keerpunt, is er ook kritiek geweest op de rechtsgang. Historici wezen er al vroeg op dat het tribunaal in formele zin een rechtbank van de overwinnaars was, waarin politieke overwegingen soms een rol speelden.
Het bekendste voorbeeld is de Katyn-kwestie. Tijdens het proces beschuldigde de Sovjet-Unie nazi-Duitsland van de massamoord op duizenden Poolse officieren in 1940, terwijl die later aantoonbaar door de NKVD, de Sovjet-veiligheidsdienst en voorloper van de KGB, was gepleegd. Het tribunaal onthield zich uiteindelijk van een oordeel, vermoedelijk om een openlijk conflict tussen de geallieerden te vermijden. Redactie
De Holocaust – Systematische Jodenvervolging door de nazi’s
Hoe psychiaters nazi’s onderzochten met Rorschach-tests
Franz Von Papen, Philips Visser en de rechtbank in Neurenberg
Een Amerikaanse psychiater in de ban van Herman Göring
Belgische oorlogsmisdadiger bezorgde Franco in 1945 hoofdpijn
Aribert Heim (1914-1982/1992?) – De beul van Mauthausen