De rode jonker had een zwarte broer

2 minuten leestijd
Willem van der Goes van Naters (voor) en zijn broer Marinus
Willem van der Goes van Naters (voor) en zijn broer Marinus

De meeste mensen hebben wel eens gehoord van Marinus van der Goes van Naters. Hij was in de eerste naoorlogse jaren fractievoorzitter van de toen nog nieuwe PvdA en wordt ‘de rode jonker’ genoemd. Dat zijn broer Willem lid is geweest van de NSB en sinds 1938 in Duitsland verbleef, zal minder bekend zijn. Hun geschiedenis is terug te vinden in het boek De rode en de zwarte jonker van de journaliste en historica Daniela Hooghiemstra.

Beiden werden geboren in Nijmegen, in een aristocratisch protestants milieu. Marinus in 1900, Willem drie jaar eerder. Hun vader was een succesvol advocaat. Hun moeder stamde uit een Zeeuws regentengeslacht, dat onder meer welvarend was geworden door de slavenhandel. Vooral de bemoeizuchtige moeder, die het liefst meisjes had gehad en onder meer Willem een dameshoedje cadeau deed, heeft een grote invloed op hun leven gehad.

Beiden hadden sterk homoseksuele voorkeuren. Willem had als jeugdvriend iemand die hij Engbert noemde, terwijl Marinus aanvankelijk dol was op de later als kunstschilder bekend geworden Pyke Koch.

Marinus haalde zijn middelbare schooldiploma in Nijmegen, de recalcitrante en lastige Willem moest naar Deventer uitwijken. Beiden gingen rechten studeren, maar terwijl Marinus vlot afstudeerde en promoveerde, liep de carrière van Willem veel minder goed. Hij woonde op diverse plekken in Nederland en had allerlei baantjes. In geen daarvan was hij een succes. Op zeker moment was hij verbonden aan de NSB. Maar de leider van die beweging, Anton Mussert, beschouwde hij als niet geschikt voor zijn taak.

Anders

Marinus was heel anders. Hij werkte gedurende vrij lange tijd als jurist in Heerlen en ontwikkelde zich tot ‘socialist’. In 1937 werd hij namens de SDAP in de Tweede Kamer gekozen. In het bestuur van de partij zat hij al eerder.

Beide broers traden wel in het huwelijk, ondanks hun homoseksuele aanleg. In die tijd kon het ook nauwelijks anders: homoseksualiteit was tot in de jaren zestig volstrekt taboe.

Ook in de nazibeweging stond homoseksualiteit voorop, aldus de auteur. Ze citeert bronnen die dit aannemelijk maken. De mannelijke lichamelijkheid werd in het middelpunt van de belangstelling geplaatst, al nam Adolf Hitler, in wiens leven ‘jongens- en mannenvriendschappen een rode draad’ vormden, er later scherp afstand van. Ook diens opkomst heeft in het boek een plaats gekregen.

Willem had geen goed woord over voor de NSB en brak met deze beweging, waarvan hij aanvankelijk nog als mogelijk leider werd gezien. Vanaf 1938 heeft hij zich met zijn gezin gevestigd in Duitsland. Hij nam ook de Duitse nationaliteit aan. Maar hij slaagde er niet in lid te worden van Hitlers NSDAP, hoewel hij zei sneuvelbereid te zijn voor Duitsland. Naar hij vermoedde zat tegenwerking van de NSB hier achter.

Buchenwald

De rode en de zwarte jonker - Daniela Hooghiemstra
 
Marinus werd als aanhanger van de socialistische leer eerst naar kamp Buchenwald getransporteerd. Later verbleef hij in Haaren en Sint Michielsgestel. Willem kwam onder onduidelijke omstandigheden om het leven in Noord-Italië, waar hij bij de tuchtraad te werk was gesteld. Waarschijnlijk pleegde hij suïcide.

Het boek eindigt met een beschrijving van de dood van Hitler en zijn trawanten. Helemaal op het slot wordt de loopbaan van Marinus, die ook bevriend was met Herman Wiardi Beckman, nog belicht. Hij werd in 1946 voorzitter van de nog maar pas opgerichte PvdA. Dat bleef hij tot 1951. In dat jaar trad hij af na een conflict met premier Willem Drees over diens Indonesiëbeleid. Hij overleed pas in 2005 op 104-jarige leeftijd.

Daniela Hooghiemstra heeft met De rode en de zwarte jonker een interessant boek geschreven over een boeiend onderwerp. Ze schrijft vlot en vakbekwaam. Een namenregister ontbreekt helaas, wat het terugzoeken bemoeilijkt.

×