Hugo Schiltz, de progressieve architect van de Volksunie

4 minuten leestijd
Hugo Schiltz - detail boekcover
Hugo Schiltz - detail van de boekcover

De meeste Nederlanders leerden Bart De Wever pas kennen toen hij premier van België werd. Veel minder bekend is Hugo Schiltz, een van de invloedrijkste politici uit de geschiedenis van de Volksunie, de Vlaams-nationalistische partij waaruit later onder meer De Wevers N-VA voortkwam.

Aangezien Nederlanders bekender zijn met Bart De Wever, volgt hier ter introductie een korte vergelijking. Geen van beiden was oprichter van de partij, maar ze drukten er wel allebei hun stempel op. Beiden meenden dat Vlaams-nationalisten moesten besturen om hun idealen te kunnen verwezenlijken. Ook waren beiden afkerig van het Vlaams Blok.

Toch is er één wezenlijk verschil. Onder partijleider De Wever werd de in 2001 opgerichte N-VA cultureel conservatief en economisch liberaal. Schiltz herkende zich juist in de progressieve tijdgeest van de jaren zeventig en was kritisch over de vrijemarktideologie die vanaf de jaren tachtig de norm werd. In 2014 nodigde de N-VA Frits Bolkestein uit als spreker op het partijcongres. Schiltz had meer op met Hans van Mierlo en D66. Toen de Volksunie in 2001 uiteenviel in het progressieve Spirit en de conservatieve N-VA, koos Schiltz dan ook voor Spirit.

Vlaamsgezindheid en Vlaams-nationalisme

In 1830 scheidde België zich af van Nederland, al erkende Nederland de onafhankelijkheid pas in 1839. De meerderheid van de bevolking was Nederlandstalig, maar de politieke en maatschappelijke elite sprak Frans, ook in Vlaanderen. Wie wilde studeren of carrière maken, moest daarom vaak Frans beheersen. Zo werd de Universiteit Gent, in 1817 gesticht door koning Willem I, pas in 1930 volledig Nederlandstalig.

De Vlaamse beweging streed voor een gelijkwaardige positie van het Nederlands in onder meer onderwijs, bestuur, wetgeving en rechtspraak. Binnen de katholieke, liberale en socialistische stromingen bestonden Vlaamsgezinde vleugels.

Het Vlaams-nationalisme ging verder en streefde naar politieke autonomie of onafhankelijkheid voor Vlaanderen. De eerste Vlaams-nationalistische partij ontstond na de Eerste Wereldoorlog.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerde het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV, 1933-1945) met de Duitse bezetter. Het vormde slechts een deel van de bredere Vlaamse beweging. Na de bevrijding meenden veel Vlaams-nationalisten dat de repressie tegen collaborateurs ook werd gebruikt om met het Vlaams-nationalisme als stroming af te rekenen.

De Volksunie (VU) werd opgericht in 1954. De oprichters waren overtuigd Vlaams-nationalisten, maar later trok de partij ook kiezers aan die zich niet in de drie traditionele partijen herkenden. Vanaf de jaren zestig voer zij een relatief progressieve koers, met aandacht voor milieu, pacifisme en sociaal beleid.

Egmontpact en ontstaan Vlaams Blok

Hugo Schiltz werd geboren in een katholiek, burgerlijk en Vlaams georiënteerd gezin. Tijdens de Tweede Wereldoorlog collaboreerden meerdere familieleden. Hij zat zelf als zeventienjarige enkele maanden gevangen, vanwege betrokkenheid bij een collaborerende jeugdorganisatie. Schiltz overwoog priester te worden, maar koos uiteindelijk voor een loopbaan als advocaat en politicus. In 1958 werd hij als onafhankelijk raadslid verkozen op een gezamenlijke lijst van de christen-democratische CVP en de Volksunie. Later werd hij Kamerlid en van 1975 tot 1979 partijleider van de Volksunie.

In 1977 was de Volksunie een van de partijen die het zogeheten Egmontpact ondertekenden. Deze overeenkomst vormde een stap in de omvorming van België van een eenheidsstaat naar een federale staat, met het Nederlandstalige Vlaanderen, tweetalige Brussel en Franstalige Wallonië als gewesten (deelstaten). Van 1977 tot 1979 maakte de VU deel uit van de regeringen-Tindemans IV en Vanden Boeynants II.

Het Egmontpact stuitte op veel kritiek, zowel in de publieke opinie als bij de achterban van de CVP en de Volksunie. Voor de Volksunie had het blijvende gevolgen: een afscheiding in de vorm van Vlaams Blok (1978-2004; daarna voorgezet als Vlaams Belang). Het Egmontpact voorzag in de verdere federalisering van België en daarmee in meer autonomie voor Vlaanderen. Het Vlaams Blok streefde echter naar volledige Vlaamse onafhankelijkheid en was bovendien conservatiever dan de Volksunie. Het Vlaams Blok zou het deel van de Vlaams-nationalisten verenigen dat nog steeds sympathiseerde met extreemrechts. Omgekeerd werd de Volksunie daardoor definitief als democratische partij erkend.

Biografie

Hugo Schiltz. Hors catégorie. Politieke biografie
 
Eric van de Casteele publiceerde een uitgebreide biografie van Schiltz. Anders dan je zou verwachten, loopt die niet van 1927 tot 2006. De auteur besloot in het eerste hoofdstuk ook kort de levens van grootouders, ouders en enkele (oud)ooms te beschrijven. Aan de hand van die familiegeschiedenis komt ook de geschiedenis van de Vlaamse beweging aan bod.

Het boek werd zo meer dan een levensbeschrijving. Het behandelt ook de geschiedenis van de Vlaamse beweging en de Volksunie. Vanaf het moment dat Schiltz politiek actief wordt, en vooral in de hoofdstukken over de jaren zeventig en zijn partijleiderschap, komen ook de onderhandelingen over communautaire kwesties (de verhouding tussen Nederlands- en Franstaligen en eventuele staatshervorming) en de onderhandelingen over het Egmontpact ruim aan bod. Complicatie is de moeizame verhouding tussen CVP en Volksunie. Aangezien Vlaanderen overwegend behoudend en katholiek stemde en Wallonië vooruitstrevend en seculier, overlapten de kiezers van de twee partijen.

Schilt groeide op in een katholiek burgerlijk milieu. Volgens de biografie was de culturele omwenteling van de jaren zestig en zeventig voor hem persoonlijk een bevrijding. Hij werd eerder een vooruitstrevende katholiek dan dat hij het burgerlijke en katholieke milieu volledig verwierp. Al lezende krijg je de indruk dat hij misschien te vooruitstrevend was voor zijn achterban. In tegenstelling tot Hans van Mierlo stond Schiltz niet aan het hoofd van een uitgesproken progressieve partij; veel Vlaams-nationalisten bleven katholiek en burgerlijk.

Het boek eindigt begin 1980, op het moment dat Schiltz na een korte verwijdering uit de partijtop terugkeert als ondervoorzitter. Dat suggereert dat de auteur ooit met een tweede deel komt over de rest van Schiltz’ leven, al wordt dit niet formeel aangekondigd in het boek.

Ministerschap

Schiltz bleef vijf jaar ondervoorzitter. Vanaf 1980 zetelde hij vijftien jaar in de Vlaamse Raad, voorloper van het uiteindelijke Vlaamse parlement. Van 1991 tot 1995 was hij ook federaal senator.

Schiltz werd ook bewindspersoon. In 1981 was hij gemeenschapsminister van Financiën en Begroting. Van 1988 tot 1991 was hij vicepremier en minister van Begroting en Wetenschapsbeleid in de federale regering-Martens VIII, een coalitie van christen-democraten, socialisten en de Volksunie. Deze regering nam in 1990 de abortuswet aan.

Eind september 1991 stapte de Volksunie uit de regering. Bij de vervroegde verkiezingen van 24 november brak Vlaams Blok door. In 2001 hield de Volksunie op te bestaan. De progressieve leden gingen verder als Spirit, de conservatieven als N-VA. Spirit hield in 2009 op te bestaan. De leden verdeelden zich over socialistische, liberale en groene partijen. De N-VA werd in 2010 de grootste federale partij en in 2014 de grootste Vlaamse partij en bleef dat tot nu toe.

Het succes van N-VA maakte Schiltz niet meer mee. In 2002 was hij uiterst kritisch over die partij:

Het weerhield N-VA-premier De Wever, net als Schiltz verbonden met Antwerpen, er niet van om te spreken bij de boekpresentatie van de Schiltz-biografie:

×