Eddy Merckx is het ultieme icoon van de wielersport. Hij fietste een buitengewoon palmares bijeen. Iedereen kent hem, er is al een kast boeken over hem volgeschreven. Bijna een halve eeuw na zijn afscheid als coureur blijft Eddy dan ook tot de verbeelding spreken, ook bij generaties die hem nooit zagen fietsen.

Een bibliografie ontbreekt, maar uit het dankwoord blijkt waar de auteur zijn mosterd haalde. Interviews, foto’s, kranten en literatuur stonden in overvloed ter beschikking. Het boek is geschreven in de tegenwoordige tijd.
Steile opgang
Merckx groeide op in Sint-Pieters-Woluwe waar zijn moeder een kruidenierszaak hadden. De jonge Eddy moest er geregeld de handen uit de mouwen steken. Hij heeft trouwens twee oudere zusters. Naar school gaan zei hem niet veel, koersen des te meer.
Al snel bleek namelijk zijn talent en zijn ouders gingen hem daarin voluit steunen. Hij liet er geen gras over groeien. In 1962 reed Eddy als nieuweling 56 wegwedstrijden waarvan hij er 24 won. Een eerste hoogtepunt was dat hij in Libramont Belgisch nieuwelingenkampioen werd. Vol trots droeg hij de Belgische driekleur. In 1963 won Merckx als amateur met de Ronde van Limburg zijn eerste rittenkoers. In 1964 brak hij internationaal door met de winst van het WK voor amateurs in Sallanches. Meteen mocht hij de regenboogtrui omgorden.
In 1965 werd hij prof en een jaar later volgde zijn eerste grote zege met Milaan-San Remo. Het werd zijn lievelingskoers die hij zeven keer op zijn naam zou schrijven. Het is maar één van zijn vele records. Het werd stilaan duidelijk dat een uitzonderlijk talent was opgestaan. Hij was in eigen land de opvolger van Rik Van Steenbergen en Rik Van Looy.
In 1967 was Merckx al de beste eendagsrenner. Zo won hij het WK op de weg. Een jaar later bleek zijn rondetalent met winst in de Giro d’Italia. Koersen verliezen deed hij uiteraard ook. Zo werd hij geklopt tijdens het WK van 1968. Winnen deed Eddy ook naast de koers door te huwen met Claudine, de vrouw die de rest van zijn leven aan zijn zijde zou staan.

Triomf en tragedie
Een jaar later werd Merckx uitgesloten tijdens de Giro na een vermeende dopingaffaire. Gelukkig mocht hij in 1969 toch meedoen aan de Tour de France. Dat draaide uit op het absolute hoogtepunt van zijn carrière. Hij won alles: een groot aantal etappes, geel, groen en de bolletjestrui.
Het blijft de enige keer dat een renner dat ooit presteerde. Zelf zegt hij daarover:
De Tour van 1969, ik heb het al dikwijls gezegd, dat is en blijft voor mij de mooiste overwinning van mijn loopbaan. Die eerste Tour, dat blijft het hoogtepunt. Als ik wilde wegrijden bergop, dan reed ik weg absoluut. Dat gaf een prachtig gevoel. (p. 247)
Net op de dag van de eindwinst, landde Neil Armstrong overigens als eerste mens op de maan. “Op de maan landen is toch specialer, hè”, aldus een steeds bescheiden gebleven Eddy. (p. 249)
Eddy Merckx wint de Tour in 1969
Helaas zou hij daarna nooit meer zijn zoals voordien. Op 9 september 1969 maakte Eddy een ware doodsmak tijdens een dernywedstrijd in het Franse Blois. Hij bleef bewusteloos op de grond liggen. Zijn leven heeft toen aan een zijden draadje gehangen. In de kliniek werd hij pas weer wakker. De rest van het seizoen was uiteraard verloren.
De schade was blijvend, want zijn bekken was verdraaid. Het bezorgde hem blijvende rugpijn bij het fietsen. Klimmen gingen niet meer zoals vroeger. “De Eddy Merckx van 1969 is er na Blois nooit meer geweest. Het was gedaan met de echte Merckx.” (p. 259) Toch blijft 1969 ‘het jaar van Eddy Merckx’. Dat jaar kreeg hij zijn fameuze bijnaam in het peloton: De Kannibaal. Vele successen zouden ondanks de lichamelijke ongemakken nog volgen.

Werelduurrecord
In 1970 won hij diverse klassiekers, de Giro en opnieuw de Tour. Maar het overwicht was niet meer zo groot als een jaar eerder. In 1971 kreeg hij tijdens een etappe in de Tour een zware inzinking en werd hij op minuten gereden door Louis Ocana. Het blijft naar eigen zeggen zijn zwaarste nederlaag.

Op 25 oktober 1972 beleefde Merckx één van de belangrijkste dagen van zijn carrière door op een Olympische baan in Mexico met het materiaal van toen het werelduurrecord te brengen op 49,431 kilometer. “Ik zou mijn loopbaan nooit volledig hebben gevonden als ik het werelduurrecord niet verbeterd had.” (p. 325) Pas met de opkomst van de speciale tijdritfietsen tijdens de jaren tachtig van de vorige eeuw zou dit record van de tabellen worden geveegd.
Het lang uitgesponnen einde van een grote carrière
Het voorjaar van 1975 was de laatste echt sterke periode. Merckx reed zijn sterkste klassiek voorseizoen ooit. Tegenstanders verklaarden na de Ronde van Vlaanderen bijvoorbeeld dat hij vijf kilometer per uur te snel had gereden voor de anderen. Maar toen kwam de Tour. Tijdens een bergrit kreeg Merckx een vuistslag in de lever toegediend van een toeschouwer. Hij verloor zijn gele trui en zou die ook nooit meer dragen.
Van dat moment ‘zei zijn lichaam neen’. (p. 361). Milaan-San Remo dat jaar was de laatste grote overwinning van de amper eenendertigjarige. In 1977 wou Merckx nog eens de Tour rijden, maar hij kwam in de rit naar Alpe d’Huez de man met de hamer tegen. “Ik weet niet hoe ik over de Glandon geraakt ben. Ik zwalpte.” (p. 406) Toch eindigde hij nog zesde in de eindstand, ver achter Bernard Thévenet.

Toen was het voorgoed afgelopen. Op 18 mei 1978 nam een uitgebluste Eddy Merckx tijdens een persconferentie in mineur afscheid als wielrenner. Een tijdperk in het wielrennen was voorbij. Anderen zouden snel het roer overnemen.
Een nieuw en weer succesvol leven begon. Zoon Axel bouwde met de hulp van zijn vader een mooie loopbaan uit als coureur. Ook was hij Belgisch bondscoach. Met zijn fietsenfabriek gooide Merckx eveneens hoge ogen. Tegenwoordig geniet hij van zijn pensioen en van zijn status. Hij is overal een graag geziene gast en kreeg tal van eerbewijzen. Hij mag zich zelfs baron noemen.
In de koers zijn de tijden inmiddels veranderd. Het materiaal, de omkadering en de bescherming zijn tegenwoordig veel beter. Hoewel zware valpartijen het peloton blijven teisteren. Renners beperken zich tot het rijden van een aantal koersen. Iedereen dacht dan ook dat er geen nieuwe Eddy Merckx meer zou komen. Maar Tadej Pogacar komt tegenwoordig toch flink in de buurt.
Boeiend eerbetoon

Met Eddy Merckx: de ultieme biografie krijgt De Kannibaal een eerbetoon dat hij verdient en dat hem zeker plezier zal doen. Het boek zal elke wielerfan en ook anderen kunnen boeien. Lannoo verzorgde de erg fraaie uitgave.
Allereerste Belgische wielerwedstrijd werd in 1868 verreden
Jacques Anquetil, de snelste ‘Viking’ aller tijden
De zwarte trui – Acht sterfgevallen in de recente wielergeschiedenis
Mien, de Nederlandse wielrenster die niet mocht fietsen
Alle winnaars van de Vuelta sinds 1935 op een rij
Op de fiets – Hoe lang fietst Nederland al?