De zwarte trui – Acht sterfgevallen in de recente wielergeschiedenis

5 minuten leestijd
Trui, lint en pet van wereldkampioen Jean-Pierre Monseré, Leicester 1970
Trui, lint en pet van wereldkampioen Jean-Pierre Monseré, Leicester 1970 (CC0 - Diethard Vlaeminck)

In Vlaanderen en Nederland is de wielersport waanzinnig populair. Beide gebieden hebben dan ook al heel wat grote kampioenen voortgebracht. Maar de snelheden die renners op maar heel smalle bandjes ontwikkelen op een vaak grillig parcours maakt de koers ook erg gevaarlijk. Sinds de start ervan op het einde van de negentiende eeuw lieten al meer dan honderd coureurs het leven.

Over acht van die dodelijke slachtoffers handelt De Zwarte Trui van de Nederlandse schrijver en journalist Filip van Doorn. De titel is uiteraard een verwijzing naar iconisch geworden leiderstruien zoals de gele trui in de Ronde van Frankrijk. De gemaakte keuze is uitstekend, want vaak gaat het hier om gebeurtenissen die nog steeds doorleven in het collectieve geheugen.

De auteur koos telkens één renner per decennium vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw. De vooroorlogse periode kostte ook heel wat levens, maar vooral door ongelukken met coureurs die achter stayers en hun gangmakers reden.

Van Doorn vertelt niet alleen over de carrières van de acht en hoe ze verongelukt zijn. Hij bezocht telkens ook de plaatsen die verband houden met het verhaal dat hij brengt. Het boek is zo ook een relaas van de persoonlijke zoektocht van de schrijver. Elk hoofdstuk begint met een aparte bladzijde met interessante gegevens zoals plaats, datum en oorzaak van overlijden, begraafplaats, gedenktekens en de gedenkkoersen die er zijn. Laten we de acht één voor één belichten.

Stan Ockers

Stan Ockers
Stan Ockers
Stan Ockers werd geboren in Borgerhout in 1920. Hij won onder andere tal van zesdaagsen, Luik-Bastenaken-Luik, drie etappes en twee keer het puntenklassement in de Tour en werd in 1955 wereldkampioen. Kortom, Ockers had zich een mooi palmares bijeengefietst.

Op 29 september 1956 kwam hij echter zwaar ten val op de piste van het Antwerpse Sportpaleis, waaraan hij op 1 oktober overleed. Hij lag opgebaard in dat Sportpaleis. De lijkstoet naar het kerkhof in Deurne was een indrukwekkende nationale manifestatie.

Vandaag is Stan Ockers niet vergeten. In Café Mombasa in Antwerpen wordt zijn nagedachtenis levend gehouden met onder andere een fiets van hem. En in Borsbeek wordt nog steeds de Stan Ockers Classic verreden. In 2006 organiseerde concertzaal De Roma nog een grote gedenkexpo, een buste herdenkt Ockers er blijvend. De renner zelf had een café in Borgerhout, maar niets herinnert daar nu nog aan hem.

Gedenkteken voor Tim Simpson
Gedenkteken voor Tim Simpson (CC BY-SA 4.0 – JoMiek – wiki)

Tom Simpson

De Brit Tom Simpson overleed tijdens de Tour van 1967 op de flanken van de Mont Ventoux. Iedereen heeft de dramatische beelden al wel eens gezien. Hij zwijmelde over de weg en op een gegeven moment zakte hij ineen. Doping, extreme hitte en uitputting werden hem fataal. De volgende dag herdachten zijn collega’s hem passend. Daarna reden ze gewoon weer verder. De koers stopt immers voor niemand.

Tom Simpson werd net door zijn overlijden een icoon van zijn sport. Ook hij won trouwens belangrijke koersen: Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen en het wereldkampioenschap. Het monument voor hem op de Ventoux is bekend. In zijn begraafplaats Harworth is er zelfs een Tom Simpson Museum. Vooral is de dopingcontrole sindsdien aanzienlijk verbeterd. Het heeft na hem velen wellicht het leven gered. Zijn dood is dus niet voor niets geweest.

De Mont Ventoux heeft nog niets van zijn mythische reputatie verloren. De beklimming ervan blijft voor vele wielerfanaten nog steeds de ultieme uitdaging.

Jean-Pierre Monseré neemt in de regenboogkleuren deel aan een criterium in Roeselare, 1970
Jean-Pierre Monseré neemt in de regenboogkleuren deel aan een criterium in Roeselare, 1970 (CC BY 4.0 – Maurice Terryn – wiki)

Jean-Pierre Monseré

West-Vlaming Jean-Pierre Monseré was amper tweeëntwintig en al wereldkampioen toen hij op 15 maart 1971 tijdens een kermiskoers in het Kempense Lille op volle snelheid tegen een wagen botste die uit de tegenovergestelde richting kwam. Hij was op slag dood. Collega’s-renners droegen hem naar zijn laatste rustplaats. ‘Jempi’ was zonder twijfel een uitzonderlijk talent. Aan hem zou Eddy Merckx een geduchte concurrent hebben gehad.

Ook zijn zoontje Giovanni kwam later tragisch om het leven. Jean-Pierre Monseré wordt uitgebreid herdacht. Op de plaats van het ongeval staat een gedenkmonument dat elke Kempenaar en wielerfan wel kent. In zijn geboorteplaats Roeselare heeft hij een standbeeld en zijn eigen permanente expo in het museum KOERS. Er zijn ook twee straten en twee koersen die zijn naam dragen.

De mindere goden

Wat opvalt, is dat na deze drie grote namen vijf renners de revue passeren die op het moment van hun overlijden toch minder bekend waren. Gelukkig worden ook deze vijf blijvend herdacht.

Met de Nederlandse Connie Meijer heeft ook het dameswielrennen een plaats in het boek. Ze overleed in augustus 1988 in Naaldwijk aan een hartstilstand. De Rus Andrej Kivilev kwam om het leven door een val tijdens Parijs-Nice in 2003. Als gevolg hiervan voerde de UCI de helmplicht tijdens koersen in. Het behoedt sindsdien tijdens valpartijen renners voor nog veel erger.

Fabio Casartelli
Monument ter nagedachtenis aan de Italiaanse wielrenner Fabio Casartelli, die in 1995 verongelukte tijdens de afdaling van de Col de Portet-d’Aspet in de Ronde van Frankrijk. (CC BY-SA 4.0 – Hadzabe – wiki)

De jonge Italiaan Fabio Casartelli verongelukte tijdens een afdeling in de Tour van 1995. Verongelukken tijdens een afdaling overkwam ook de andere twee. De Belg Wouter Weylandt overleed na een val in de Giro van 2011. De Zwitser Gino Mäder viel fataal tijdens een afdaling tijdens de Ronde van Zwitserland in 2023. De verklaring voor deze ongelukken ligt voor de hand. Tijdens de vaak bochtige afdalingen van cols worden enorme snelheden gehaald wat dit natuurlijk extra gevaarlijk maakt.

Grote evolutie

Het boek staat ook stil bij de evolutie van het wielrennen. Vroeger zaten renners bijvoorbeeld met hun schoenen vast aan de pedalen wat uiteraard erg gevaarlijk was. De opkomst van de klikpedalen sinds 1985 zette een verandering in. Sinds de dood van Tom Simpson kwam verder de dopingcontrole echt op gang. Stevige valhelmen zijn sinds de dood van Andrej Kivilev al vele jaren verplicht. De fietsen veranderden ook. Versnellingen zitten nu bijvoorbeeld in het frame en het materiaal is veel lichter geworden.

De zwarte trui
 
Een categorie die niet aan bod komt, zijn de renners die na hun carrière vroegtijdig overleden aan de gevolgen van hun sport. Denk maar aan Fausto Coppi en Laurent Fignon. Nog maar recent overleed voormalig Belgisch kampioen Ludo Diercxsens tijdens een rit voor Kom op tegen Kanker. Ook bij jeugd, amateurs en wielertoeristen zijn er dodelijke slachtoffers te betreuren geweest.

Filip Van Doorn schreef een boek over een aspect van de wielersport dat niet mag worden vergeten. Het brengt mooi hulde aan de acht slachtoffers en leest bovendien erg vlot. Door hun tragische dood hebben ze voor altijd een plaats gekregen in de geschiedenis van hun geliefkoosde sport. Er zijn twee doodsoorzaken aan te wijzen: een valpartij of een hartstilstand.

Jammer genoeg ontbreken illustraties. Foto’s van de plaatsen van overlijden en van gedenktekens waren toch wel een mooie aanvulling geweest.

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×