Er was een tijd dat Nederland koloniale militairen op handen droeg. Dat was de situatie in 1881 toen generaal Karel van der Heijden (1826-1900) uit de Oost in Nederland arriveerde. Tijdens het schrijven van zijn biografie raakte ik geïntrigeerd door het ontwaken van een on-Nederlandse hartstocht hierin. Overal huldebetoon, gejuich waar hij zich vertoonde, dan de gunst van de vorst. De kritiek op hem verdween hierdoor naar de achtergrond. Wat was hier gaande?
Wie hij was
Het leven en de loopbaan van Van der Heijden begonnen nederig. Bescheiden. Op jonge leeftijd naar Nederland gestuurd, met een onduidelijkheid over zijn vader. Hier getekend voor het Oost-Indische Leger, aankomst en dan jaren een van de velen zijn. Maar daarmee neemt hij geen genoegen. In de Oost doet hij zijn officiersexamen en dan staan de hogere rangen voor hem open. In principe, want hij kan sneuvelen en de concurrentie is zwaar. Uit Nederland komen jonge Hollandse officieren, die daar de Koninklijke Militaire Academie hebben gevolgd. Van der Heijden is anders met zijn Indische achtergrond. Zoiets is een factor in Indië. Maar hij klimt snel op in de rangen; hij weet zich te bewijzen in expedities – feitelijk oorlogen- op Bali en Borneo. En dan moet hij naar Atjeh.
De dan voortdurende Atjeh-oorlog is een groot probleem. Allereerst voor de Haagse politiek, die jaarlijks enorme sommen geld op de begroting moet zetten voor het leger overzee; dat kan de staatskas niet lang blijven dragen. Dan was er het pijnlijke feit dat de aanslepende oorlog internationaal duidelijk maakte dat Nederland niet de machtige imperialistische natie was waarvoor het zich uitgaf. Vanaf 1873 was dit ‘wereldrijk’ niet in staat geweest de Atjeh-oorlog te winnen. Andere imperialistische naties konden daardoor op de gedachte komen dat zij dit wel konden. Een onaangename ontwikkeling zou dit zijn, ook voor Willem III die liever de vorst van een groot dan van een klein Nederland was. En tot slot kreeg, in het verlengde hiervan, het zelfbeeld van volk en vaderland in Nederland een knauw. ‘Wij’ waren toch die christelijke krachtige natie, en hoe kon dat Atjeh ons nu zo lang weerstaan?

In dit klimaat van groot ongemak, dit koloniale onbehagen, kwam Van der Heijden als offensief optredend militair bijna als geroepen. In 1877 leidde hij een expeditie naar Samalangan, waarbij hij een oog verloor maar Samalangan als overwonnen verklaarde. Zonder al te veel feitelijke informatie over de toedracht aldaar, ontstond er in Nederland en Indië een opluchting die naadloos overging in euforie. ‘Wij’ waren nog die wij dachten te zijn. Wij hadden gewonnen. Enkele jaren later leidde Van der Heijden een zeer gewelddadige expeditie door Atjeh, wat nadien ook leidde tot overwinningsretoriek. Toen een belangrijke krijgsheer zich overgaf, was het imago van Van der Heijden zowat onaantastbaar: hij werd uitgeroepen tot de overwinnaar van Atjeh.
Of dat werkelijk zo was, stond te bezien. Voor zover de verzetsstrijders in Atjeh nog leefden, hadden ze zich teruggetrokken. Tijdelijk.
Wie hij werd
Van der Heijden had op dat moment veel mee. Zijn zichtbare verwonding bewees dat hij bereid was te lijden voor volk en vaderland. Hij had bewezen dat Nederland was zoals het dacht te zijn. En hij genoot de gunst van de koning.
Er kwam iets bij. De gouverneur-generaal Van Lansberge onthief hem op merkwaardige wijze van zijn functie, waarna Van der Heijden naar Nederland reisde. De kranten schreven er dagelijks over. Wat was dat merkwaardige besluit, hoe zat het eigenlijk? Er had zich iets achter de schermen voltrokken, ten koste van de generaal. Dat wekte sympathie op. En toen Van der Heijden in Nederland arriveerde, bloeide hier een hartstochtelijke verering voor de man. Waar hij kwam, stroomde het volk uit, zoals op het station Rotterdam waar de trein met de terugkerende generaal tijdelijk stopte:
In de biografie ga ik hier uitgebreid op in, en vertel ik ook hoe de kritische stemmen over Van der Heijden naar de achtergrond verdwenen. In Hotel Des Indes (Den Haag) vond een ‘Nationaal Huldeblijk’ plaats met veel autoriteiten, toespraken en geschenken. Daarna volgde de Groote Club (Amsterdam) met hetzelfde beeld. En in augustus 1881 werd Van der Heijden genodigd aan een galadiner bij Willem III waarbij de vorst hem lovend toesprak.

De tegenstanders van Van der Heijden namen de kans toen die kwam. De Minister van Koloniën leverde in datzelfde jaar onomwonden kritiek op hem in de Tweede Kamer. Dat was het begin van een nationale rel met als inzet de reputatie van de generaal. Maar die reputatie was door al het gehuldig vervlochten geraakt met het zelfbeeld van Nederland. Dat verzwaarde de maanden en maanden durende discussies. De afloop zal weinigen werkelijk hebben verbaasd.
Over de biografie

Van der Heijden is wat in de vergetelheid geraakt. Dat heeft een verklaring. In de laatste jaren van zijn leven laaide het verzet in Atjeh hevig op. De gunst en hoop van volk, vorst en vaderland verplaatste zich naar een Van der Heijden 2.0, en dat was de uiterst offensief optredende J.B. van Heutsz.
Generaal Eénoog en de gunst van de koning
Als volksheld toegejuicht door Nederland: J.B. van Heutsz (1851-1924)
De Birma-spoorlijn – Spoorlijn van de dood
De ingewanden werden naar het militair hospitaal gezonden
Petitie-Soetardjo (1936-1938): dieptepunt in koloniale politiek Indië