Generaal Eenoog – de Nederlandse hartstocht voor een volksheld

Een biografie van Karel van der Heijden
5 minuten leestijd
Karel van der Heijden
Karel van der Heijden, vermoedelijk kort na het uitschieten van zijn oog. (KITLV 114238)

Er was een tijd dat Nederland koloniale militairen op handen droeg. Dat was de situatie in 1881 toen generaal Karel van der Heijden (1826-1900) uit de Oost in Nederland arriveerde. Tijdens het schrijven van zijn biografie raakte ik geïntrigeerd door het ontwaken van een on-Nederlandse hartstocht hierin. Overal huldebetoon, gejuich waar hij zich vertoonde, dan de gunst van de vorst. De kritiek op hem verdween hierdoor naar de achtergrond. Wat was hier gaande?

Wie hij was

Het leven en de loopbaan van Van der Heijden begonnen nederig. Bescheiden. Op jonge leeftijd naar Nederland gestuurd, met een onduidelijkheid over zijn vader. Hier getekend voor het Oost-Indische Leger, aankomst en dan jaren een van de velen zijn. Maar daarmee neemt hij geen genoegen. In de Oost doet hij zijn officiersexamen en dan staan de hogere rangen voor hem open. In principe, want hij kan sneuvelen en de concurrentie is zwaar. Uit Nederland komen jonge Hollandse officieren, die daar de Koninklijke Militaire Academie hebben gevolgd. Van der Heijden is anders met zijn Indische achtergrond. Zoiets is een factor in Indië. Maar hij klimt snel op in de rangen; hij weet zich te bewijzen in expedities – feitelijk oorlogen- op Bali en Borneo. En dan moet hij naar Atjeh.

De dan voortdurende Atjeh-oorlog is een groot probleem. Allereerst voor de Haagse politiek, die jaarlijks enorme sommen geld op de begroting moet zetten voor het leger overzee; dat kan de staatskas niet lang blijven dragen. Dan was er het pijnlijke feit dat de aanslepende oorlog internationaal duidelijk maakte dat Nederland niet de machtige imperialistische natie was waarvoor het zich uitgaf. Vanaf 1873 was dit ‘wereldrijk’ niet in staat geweest de Atjeh-oorlog te winnen. Andere imperialistische naties konden daardoor op de gedachte komen dat zij dit wel konden. Een onaangename ontwikkeling zou dit zijn, ook voor Willem III die liever de vorst van een groot dan van een klein Nederland was. En tot slot kreeg, in het verlengde hiervan, het zelfbeeld van volk en vaderland in Nederland een knauw. ‘Wij’ waren toch die christelijke krachtige natie, en hoe kon dat Atjeh ons nu zo lang weerstaan?

1e Slag bij Samalangan
1e Slag bij Samalangan 26 aug 1877. Generaal-Majoor van der Heijden keert terug bij zijn troepen na te zijn behandeld voor een schot in zijn oog. Hij kreeg hierdoor de bijnaam Generaal een-oog. Geschilderd door Jules Garnier (Collectie Bronbeek)

In dit klimaat van groot ongemak, dit koloniale onbehagen, kwam Van der Heijden als offensief optredend militair bijna als geroepen. In 1877 leidde hij een expeditie naar Samalangan, waarbij hij een oog verloor maar Samalangan als overwonnen verklaarde. Zonder al te veel feitelijke informatie over de toedracht aldaar, ontstond er in Nederland en Indië een opluchting die naadloos overging in euforie. ‘Wij’ waren nog die wij dachten te zijn. Wij hadden gewonnen. Enkele jaren later leidde Van der Heijden een zeer gewelddadige expeditie door Atjeh, wat nadien ook leidde tot overwinningsretoriek. Toen een belangrijke krijgsheer zich overgaf, was het imago van Van der Heijden zowat onaantastbaar: hij werd uitgeroepen tot de overwinnaar van Atjeh.

Of dat werkelijk zo was, stond te bezien. Voor zover de verzetsstrijders in Atjeh nog leefden, hadden ze zich teruggetrokken. Tijdelijk.

Wie hij werd

Van der Heijden had op dat moment veel mee. Zijn zichtbare verwonding bewees dat hij bereid was te lijden voor volk en vaderland. Hij had bewezen dat Nederland was zoals het dacht te zijn. En hij genoot de gunst van de koning.

Er kwam iets bij. De gouverneur-generaal Van Lansberge onthief hem op merkwaardige wijze van zijn functie, waarna Van der Heijden naar Nederland reisde. De kranten schreven er dagelijks over. Wat was dat merkwaardige besluit, hoe zat het eigenlijk? Er had zich iets achter de schermen voltrokken, ten koste van de generaal. Dat wekte sympathie op. En toen Van der Heijden in Nederland arriveerde, bloeide hier een hartstochtelijke verering voor de man. Waar hij kwam, stroomde het volk uit, zoals op het station Rotterdam waar de trein met de terugkerende generaal tijdelijk stopte:

De groote massa van hen, die opgekomen waren om den generaal het welkom toe te roepen, werd van het perron geweerd of in de wachtkamers opgesloten gehouden. Maar dat ging slechts goed totdat de trein er was en de muziek den generaal, die terstond zijn waggon verliet, met de volksliederen begroette. Toen was de geestdrift der talrijke volksmenigte niet langer te bedwingen. Men drong met geweld tot het perron door of werd er door het openzetten der deuren van de wachtkamers ten laatste op toegelaten; maar nu was het ook gedaan met eene ordelijke receptie. Het was een wuiven met hoeden, petten en zakdoeken, en een uit duizend kelen aangeheven Leve generaal van der Heijden! Leve de held van Samalangan!

In de biografie ga ik hier uitgebreid op in, en vertel ik ook hoe de kritische stemmen over Van der Heijden naar de achtergrond verdwenen. In Hotel Des Indes (Den Haag) vond een ‘Nationaal Huldeblijk’ plaats met veel autoriteiten, toespraken en geschenken. Daarna volgde de Groote Club (Amsterdam) met hetzelfde beeld. En in augustus 1881 werd Van der Heijden genodigd aan een galadiner bij Willem III waarbij de vorst hem lovend toesprak.

De Karel van der Heijden bank te Bronbeek.
De Karel van der Heijden bank te Bronbeek. (CC BY-SA 4.0 – Roger Veringmeier – wiki)

De tegenstanders van Van der Heijden namen de kans toen die kwam. De Minister van Koloniën leverde in datzelfde jaar onomwonden kritiek op hem in de Tweede Kamer. Dat was het begin van een nationale rel met als inzet de reputatie van de generaal. Maar die reputatie was door al het gehuldig vervlochten geraakt met het zelfbeeld van Nederland. Dat verzwaarde de maanden en maanden durende discussies. De afloop zal weinigen werkelijk hebben verbaasd.

Over de biografie

Generaal Eenoog - Vilan van de Loo
 
In de biografie volg ik het leven van Van der Heijden, en ik kijk vooral naar de context. Die heldenverering van toen, en de dynamiek die het had. De blijvende steun van het vorstenhuis. En hoe strategisch Van der Heijden met dit alles omging. Dat laatste las ik in drie pakken brieven van zijn hand die ik in een archief vond. Hij schreef vooral vanuit Atjeh aan de gouverneur-generaal. De laatste wilde bezuinigingen, ook onder druk van Den Haag. De eerste wilde meer geld voor meer munitie en meer mannen, onder druk van de militaire realiteit. Een oorlog diende gewonnen te worden, maar het moest wel op een goedkoopje. Misschien was dat laatste nog het meest Nederlandse aan deze geschiedenis.

Van der Heijden is wat in de vergetelheid geraakt. Dat heeft een verklaring. In de laatste jaren van zijn leven laaide het verzet in Atjeh hevig op. De gunst en hoop van volk, vorst en vaderland verplaatste zich naar een Van der Heijden 2.0, en dat was de uiterst offensief optredende J.B. van Heutsz.

×