De moord op overste Scheepens en onverzoenlijken te Atjeh

In 1913 ging er een schok door militair Indië. De alom geliefde overste Scheepens, commandant van het 14de bataljon, was door een Atjeher aangevallen en zwaar gewond geraakt. Iedereen wist wat dit betekende. Ten eerste: de Atjeh-oorlog was dus helemaal niet gewonnen. Ten tweede: het koloniaal gezag stond op het

Amok in de sociëteit

Op 23 mei 1885 werd het gezellig samenzijn in de sociëteit van Djambi (Midden-Sumatra) ruw verstoord. Twee inheemse mannen drongen binnen om daar dood en verderf te zaaien. Het gouvernement begreep dat er nu opgetreden moest worden, want kon men zoiets onbestraft laten?

De honden blaften, Gutmann was vermoord

Op woensdag 30 april 1930 werd te Koeta-Radja (Atjeh) onder grote belangstelling de heer Gutmann begraven. Hij was doodgestoken door de Chinese dwangarbeider Gho Lim Koei: een mes in de rug, een mes in de maag. De bloedingen waren niet meer te stelpen.

Doodgeslagen met de gaspijp

Op zaterdag 26 maart 1938 nam een Soendanees genaamd Anam een gaspijp in de hand en sloeg de 39-jarige A.C.R. Weise met één krachtige slag morsdood. Daarna ging Anam weer slapen. Plaats van handeling: het Provinciale Ziekenhuis in Garoet.

Moord in een autobus

Op 24 februari 1934 kreeg veelvoudig moordenaar Saleh Soekoe Petapang zes jaren gevangenisstraf opgelegd. Hij had bloedige taferelen achtergelaten in een autobus. Wie het hele verhaal kende, voelde ondanks de bewezen feiten vooral mededogen.