In Indonesië is een race tegen de klok gaande. Vrijwilligers proberen zo veel mogelijk getuigenissen te verzamelen over de Indonesische politieke massamoord in 1965/’66 en wat erop volgde. Het is een race tegen de klok, omdat over vrij weinig jaren vrijwel niemand meer in leven zal zijn die er uit eigen waarneming nog over kan vertellen. Aan het bijzondere project wijdt het Australische (inmiddels online) tijdschrift Inside Indonesia een themanummer.

Het leger stelde het voor als couppoging van de Communistische Partij van Indonesië (PKI). Historici hebben aangetoond dat dat verhaal onjuist is. Maar het was wel het startsein voor een jacht op communisten, vermeende communisten en andere linksdenkende Indonesiërs. Dat gebeurde onder leiding van generaal Soeharto, destijds commandant van Kostrad, de Strategische Reserve van het leger.
Operasi Penumpasan (Operatie Vernietiging) kostte ten minste een half miljoen levens. Honderdduizenden anderen verdwenen in de cel of in dwangarbeiderskampen, waar velen door ziekte, honger en uitputting bezweken. Soeharto baande zich na 30 september 1965 een weg naar de macht en werd in Soekarno’s plaats president. Pas in 1998 gaf hij die macht uit handen.
Weggemoffeld
Overlevenden van de slachtpartij en nakomelingen van zowel overlevenden als dodelijke slachtoffers ondervonden heel lang de nawerking – soms nog steeds. Wie een zogenoemde ex-Tapol was (Tapol = Tahanan politik, politieke gevangene) werd door de omgeving vaak gewantrouwd of uitgestoten. Datzelfde gold voor nabestaanden van vermoorde slachtoffers. Er zijn zelfs gevallen bekend van derde en vierde generatie nabestaanden die niet mochten solliciteren op een baan bij de politie.

Verzamelen van getuigenissen
Een van de problemen is gebrek aan gegevens. Ten dele komt dat doordat gegevens in overheidsarchieven achter slot en grendel blijven. Voor een ander deel doordat de stemmen van overlevenden en nabestaanden niet worden gehoord. Aan dat laatste probeert het nu lopende documentatieproject iets te doen. Indonesische vrijwilligers en een aantal buitenlandse deskundigen begonnen in 2018 het Indonesia Trauma Testimony Project (ITTP). Dat heeft twee doelen. Ten eerste: getuigenissen uit de eerste hand verzamelen voor zover dat nog kan. Ten tweede: al vergaarde documentatie voor verdwijnen of vergaan behoeden. De coronacrisis leverde ernstige vertraging op, zodat pas eind 2024 kon worden begonnen met het digitaal opslaan van materiaal.
Getuigenissen zijn steeds moeilijker te verkrijgen. Om te beginnen zijn er steeds minder mensen in leven die de betreffende periode hebben meegemaakt. En bij mensen die mogelijk nog wel iets kunnen vertellen speelt hun geheugen hen niet zelden parten. Onderzoeker Bimo Bagas Baswoto getuigt daarvan in Inside Indonesia. “’Oh man, we hadden documenten, maar nu weet ik niet meer waar ze zijn’, krijg ik vaak ten antwoord als ik vraag naar materiaal uit die tijd”, schrijft hij. En:
Sommigen zijn hun herinneringen kwijt, terwijl anderen het moeilijk vinden erover te communiceren.
Haast

In sommige gevallen hebben nabestaanden materiaal vernietigd omdat ze het bezit ervan te riskant vonden en vinden. Daarom richt het ITTP zich niet alleen op het vergaren van nieuwe documentatie, maar ook op goed conserveren van al bijeengebracht materiaal. Met het oog daarop zijn onder de ITTP-vrijwilligers ook archiefspecialisten. “We zullen pas stoppen als onze middelen zijn uitgeput”, schrijft ITTP-coördinator Annie Pohlman (werkzaam aan The University of Queensland in Autralië) in Inside Indonesia. Ze voorziet dat het, zonder aanvullende steun, eind 2026 zover zal zijn.
Het themanummer van Inside Indonesia, zowel in het Engels als Indonesisch, vindt u hier.
VS gingen in Koude Oorlog over massa’s lijken
Pistool Westerling te zien in museum: hoeveel bloed kleeft eraan?
Hoe werd de vlucht van de koloniale regering gezien in Nederlands-Indië?
De guerrilla op Timor (1942)