Het boek Leven op een vulkaan; Franz Junghuhn, een biografie is geschreven door hoogleraar Ulbe Bosma. Uit dit boek blijkt op een mooie manier hoe Junghuhn een zeer gedreven, energieke wetenschapper was, die ondanks tegenslagen, tegenwerking en ziekten (amoebe dysenterie) onvermoeibaar doorwerkte onder vaak moeilijke omstandigheden.
De Pruisisch-Nederlands ontdekkingsreiziger natuuronderzoeker was een veelzijdig wetenschapper, die meerdere aspecten van de natuur bestudeerde, waaronder vulkanen, planten, dieren, geologische en meteorologische verschijnselen. Daarnaast legde hij verbanden tussen verschillende disciplines en als vrijdenker was hij al kritisch over de ontbossing op Java vanwege agrarische cultivering en hij geloofde niet in een Europese superioriteit.

Hij verzamelde duizenden planten en fossielen, deed archeologische vondsten, vervaardigde geografische kaarten, schreef boeken, waarvan een gedeelte vol metingen, niet onverdienstelijke, zelfgemaakte tekeningen en volkenkundige observaties. Zijn gedrevenheid was soms bijna maniakaal en ging vaak ten koste van zijn gezondheid. Hij leidde aan chronische amoebe dysenterie en gebruikte regelmatig opium.
Giftige pen

Hij publiceerde duizenden pagina’s tekst en van zijn verzamelde specimen zijn er nog 5262 (planten, stenen, fossielen, mineralen) in bezit van Naturalis. Een ander deel is ondergebracht in collecties in het buitenland. Auteur Ulbe Bosma noemt Junghuhn ergens, en niet onterecht, een der laatste giganten die nog een groot deel van de natuurwetenschappen beheersten. Dit boek vormt een zinvolle verrijking wat betreft de betekenis en plaatsing van deze veelal ondergewaardeerde, markante totaalwetenschapper.
Franz Junghuhn, de ‘Humboldt van Java’
Gerret Rouffaer: de laatste Indische ontdekkingsreiziger
Verkade-albums leerden generaties Nederlanders kijken naar natuur
De oorsprong der soorten – On the Origin of Species
Groene natuur en de Holocaust