VS gingen in Koude Oorlog over massa’s lijken

Amerikaanse anticommunisme veranderde de wereld
7 minuten leestijd
jakartamethode bevin
Detail van de omslag van 'De Jakartamethode', het boek van Vincent Bevins

Bergen lijken en stromen bloed gingen gepaard met de manier waarop de Verenigde Staten en bevriende legers in de Koude Oorlog een flink deel van de wereld naar hun hand zetten. Fel anticommunisme was het Amerikaanse motto, het ongekende bloedbad in Indonesië in 1965/’66 het model. De Amerikaanse journalist Vincent Bevins beschrijft het in het boek De Jakartamethode, dat onlangs in Nederlandse vertaling verscheen.

“De Verenigde Staten wonnen”, zei Indonesiër Winarso in 2019 tegen Bevins, op dat moment Zuidoost-Azië-correspondent voor The Washington Post. Het gesprek vond plaats in Solo (Midden-Java), bij Winarso thuis.

’Hier in Indonesië krijgen jullie je zin, en overal in de wereld kregen jullie je zin’. (…) Hij zat op de vloer (…), verplaatste constant zijn gewicht om te voorkomen dat zijn pijnlijke rug nog slechter werd. (…) ‘Hoe wonnen we dan’, vroeg ik. Winarso stopte met wiebelen. ‘Door ons te vermoorden’.

Het is een trefzekere illustratie van het drama dat zich in 1965/’66 afspeelde in Indonesië. Bevins laat trouwens meer overlevenden, ooggetuigen en nabestaanden hun verhaal doen, mensen uit Indonesië en enkele andere landen. Die interviews zijn nuttig, want ze verlevendigen en verduidelijken Bevins historische verhaal.

Ongebonden landen

Van dat verhaal vormen gebeurtenissen in Indonesië de kern, waarna het – soms wel wat chaotisch – uitwaaiert naar een reeks andere landen in het mondiale Zuiden, na de Tweede Wereldoorlog veelal aangeduid als de Derde Wereld, een in 1951 in Frankrijk gemunte term. Soekarno, de eerste president van het onafhankelijke Indonesië, wierp zich op als een van de voorlieden van die Derde Wereld. Een mijlpaal was de Azië-Afrika Conferentie die Soekarno in 1955 organiseerde in Bandung (West-Java). Negenentwintig landen stuurden officiële afgevaardigden, waarnemers kwamen namens enkele andere landen. Ze mikten op een eigen ontwikkelingstraject, waarbij ze zich niet wilden scharen in de rijen van de Eerste Wereld (de VS plus westerse bondgenoten) of de Tweede (gegroepeerd rond de Sovjet-Unie). Ze wilden neutraal blijven. Uit de Bandung-conferentie kwam enkele jaren later de Organisatie van Ongebonden Landen voort.

Plenaire zitting van de Azië-Afrika Conferentie in Bandung.
Plenaire zitting van de Azië-Afrika Conferentie in Bandung.

In Washington werd dat met wantrouwen bekeken. Daar heerste het adagium: wie niet voor ons is, is tegen ons. Waarbij we moeten bedenken dat het in de Amerikaanse binnenlandse politiek de hoogtijdagen waren van een virulent anti-communisme, met senator Joseph McCarthy als een van de drijvende krachten. Neutraliteit was in Amerikaanse ogen hoogst verdacht, ze meenden daarin een dekmantel te zien voor het vermaledijde communisme.

Soekarno
Soekarno
In Indonesië was de Partai Komunis Indonesia (PKI) destijds een heel grote politieke stroming. Met zo’n drie miljoen leden was het buiten de Sovjet-Unie en China ‘s werelds grootste communistische partij. Daarbij kwamen nog enkele aan de partij gelieerde organisaties, waarvan veel leden overigens niet tevens PKI-lid waren. De belangrijkste waren de vakcentrale Sobsi (Sentral Organisasi Buruh Seluruh Indonesia ofwel Centrale Arbeidersorganisatie voor Heel Indonesië), vrouwenorganisatie Gerwani (Gerakan Wanita Indonesia, Indonesische Vrouwenbeweging) en cultuurorganisatie Lekra (Lembaga Kebudayaan Rakyat, Instelling voor Volkscultuur). Samen telden ze zo’n twintig miljoen leden. President Soekarno balanceerde zo’n beetje tussen de PKI en de strijdkrachten, zeker nadat hij eind jaren vijftig met zijn Demokrasi Terpimpin (Geleide Democratie) de liberale parlementaire democratie terzijde had geschoven.

Dominosteentjes

Vanuit Washington werd het met lede ogen bekeken. De Vietnamoorlog trok in de jaren zestig en zeventig wereldwijd veel aandacht. Washington hanteerde daarbij de zogenoemde dominotheorie: als één land in Zuidoost-Azië als een dominosteen zou omvallen en in het communistische kamp belanden, dan zouden in de regio meer dominostenen omver worden geworpen. Maar anders dan vaak gedacht, zo legt auteur Bevins uit, was voor de Amerikanen niet Vietnam de belangrijkste dominosteen, maar het veel grotere Indonesië.

Daarom gingen de Amerikanen tot handelen over toen in 1957 en 1958 in Indonesië twee rebellieën uitbraken, op Sumatra en Sulawesi (plus deels op de aanpalende Molukken). Die worden samen wel aangeduid als PRRI/Permesta. PRRI (Pemerintahan Revolusioner Republik Indonesia, Revolutionaire Regering Republiek Indonesië) betrof de rebellie op Sumatra, Permesta (Piagam Perjuangan Semesta, Verklaring voor Universele Strijd) die op Sulawesi. Het waren opstanden van militairen en burgers tegen het centrale gezag waarin volgens de rebellen Java een veel te grote stem had, wat economisch in het nadeel van andere eilanden uitpakte. Ook stelden ze zich op anti-communistisch standpunt.

Dat laatste sprak de VS zo aan dat ze de PRRI/Permestra-rebellen steunden, onder meer met bombardementsvluchten. Op 18 mei 1958 liep dat echter lelijk spaak. Boven Ambon schoten de Indonesische strijdkrachten een toestel neer en grepen de piloot. Het bleek de voor inlichtingendienst CIA werkzame Amerikaan Allen Lawrence Pope. De Amerikaanse agressie tegen Indonesië was daarmee aangetoond, de CIA stonden in zijn hemd. Uiteindelijk wist het Indonesische leger de opstanden de kop in te drukken.

Allen Pope tijdens zijn proces in Jakarta, 28 december 1959
Allen Pope tijdens zijn proces in Jakarta, 28 december 1959

Koerswijziging

Daartoe geadviseerd door Howard Jones, Amerikaans ambassadeur in Jakarta, verlegde Washington daarop de koers. In de strijd tegen het communisme, aldus Jones, was het veel beter nauw samen te werken met de Indonesische strijdkrachten. Die vormden immers het belangrijkste tegenwicht tegen de PKI. Er gingen dollars naar het Indonesische leger en een aantal officieren werd bijgeschoold in de VS.

Nasution in uniform, ca. 1960
Nasution in uniform, ca. 1960
En toen werd het 1965. Een groep linkse onderofficieren meende dat er een raad van generaals was gevormd om de macht te grijpen en president Soekarno af te zetten. Om dat te voorkomen kwam de groep in actie in de nacht van 30 september op 1 oktober 1965. Daarom wordt nog altijd gesproken over G30S, wat staat voor Gerakan 30 September, de 30 Septemberbeweging.

Het plan was zeven generaals te ontvoeren, maar een van hen, stafchef/minister van defensie Nasution, wist te ontsnappen. De andere zes werden in Oost-Jakarta, bij luchtmachtbasis Halim, gedood en in een drooggevallen waterput gegooid. Als snel werd vanuit het leger daarover een op niets gebaseerd gruwelverhaal verspreid. Jonge Gerwani-leden zouden de generaals hebben mishandeld, bij ze hebben gedanst en van enkelen de geslachtsdelen afgesneden. Daarnaast werd beweerd dat het ging om een couppoging van de PKI. Partijvoorzitter Aidit was vanuit de groep rebellerende militairen weliswaar voorzien van enige voorkennis, die hij met een paar leidende partijgenoten had gedeeld, maar de PKI-leiding als geheel was niet op de hoogte.

De put waarin de vermoorde generaals werden gegooid
De put waarin de vermoorde generaals werden gegooid. Foto uit 2013 (CC BY-SA 3.0 – Chris Woodrich – wiki)

Communistenjacht

Wel zijn er heel sterke aanwijzingen dat ook generaal Soeharto, destijds commandant van Kostrad, de Strategische Reserve van het leger, tevoren op de hoogte was. Aannemelijk is dat hij het liet gebeuren om daarna des te harder te kunnen toeslaan. En toegeslagen werd er. Al snel had Soeharto de G30S uitgeschakeld, waarna een ongekende jacht werd ontketend op echte communisten, mensen die daarvan alleen maar verdacht werden en anderen aan de politieke linkerzijde. In heel wat gevallen werden mensen niet ‘gewoon’ vermoord, maar verdwenen ze spoorloos, een methode die bedoeld was om de bevolking extra schrik aan te jagen.

Een door burgers van communistische sympathieën beschuldigde student in Jakarta wordt afgevoerd door een militair.
Een door burgers van communistische sympathieën beschuldigde student in Jakarta wordt afgevoerd door een militair. – Foto Wiki/Bettmann Archive
Hulp kreeg het leger van de CIA, die zorgde voor onder meer communicatieapparatuur en lijsten met namen van PKI-leden. De communistenjacht – Operasi Penumpasan, Operatie Vernietiging – kostte tussen een half miljoen en een miljoen onschuldige Indonesiërs het leven. Honderdduizenden anderen verdwenen achter de tralies of in dwangarbeiderskampen, wat velen door ziekte, honger en uitputting fataal werd. Soeharto baande zich in de maanden na 30 september 1965 een weg naar de macht om uiteindelijk Soekarno te vervangen als president. Pas in mei 1998 gaf hij die macht uit handen.

Bevins schildert hoe de aanpak van het Indonesische leger werd overgenomen in een aantal andere landen. Zo werd in de aanloop naar de militaire staatsgreep die in 1973 president Allende in Chili de regeringsmacht én zijn leven kostte in Brazilië door militairen gebroed op een in het buurland uit te voeren Operaçao Jacarta. En kort voor de coup tegen Allende werd op muren in de Chileense hoofdstad Santiago gekalkt: ‘Yakarta viene’ en ‘Jakarta se acerca’ (Jakarta komt eraan). Bevins licht toe dat Washington niet zo bang was dat links beleid de Chileense economie zou doen instorten, maar dat juist de vrees bestond dat de gematigd-socialistische koers van Allende succesvol zou kunnen zijn.

De Jakartamethode
 
Alles overziend komt de auteur tot tweeëntwintig landen waar tussen 1945 en 2000 anticommunistische uitroeiingsprogramma’s werden uitgevoerd, hoofdzakelijk in Azië en Latijns-Amerika. Een enkele keer (Honduras) ging het om een paar honderd slachtoffers, meestal om tienduizenden, soms om wel honderdduizend. Maar de omvang van de massamoord in Indonesië is nergens geëvenaard. Bevins:

Ik zeg niet dat de Verenigde Staten de overwinning in de Koude Oorlog te danken hebben aan massamoord. De Koude Oorlog eindigde vooral vanwege de tegenstrijdigheden binnen het Sovjetcommunisme (…). Ik beweer echter wel dat dit losse netwerk van uitroeiingsprogramma’s (…) een dusdanig belangrijk aandeel had in de Amerikaanse overwinning dat het toenmalige geweld van diepgaande invloed is geweest op de wereld waarin wij nu leven.

Met dat laatste doelt hij onder meer op traumatische littekens die nog bij mensen in tal van landen waarneembaar zijn en op de verwoestende uitwerking van het geweld op een aantal ontwikkelingsalternatieven (zoals in Chili). Ook wijst hij erop dat de regiems die dankzij grof geweld aan de macht kwamen geen ‘gewoon’ kapitalistisch systeem schiepen of in stand hielden, maar grepen naar wat wel ‘crony capitalism’ wordt genoemd, vriendjeskapitalisme, vergeven van corruptie en andere oneerlijke praktijken.

×