De Historiae van Herodotus: al 2500 jaar bewonderd én bekritiseerd

Het favoriete geschiedenisboek van classicus Guido Kuijper
8 minuten leestijd
Beeld van de Griekse geschiedschrijver Herodotus bij het parlementsgebouw in Wenen.
Herodotus is één van de vier Griekse historiografen die waken over het Oostenrijkse parlementsgebouw (CC0 - morhamedufmg - wiki)
Een nieuwe aflevering in onze rubriek ‘Het favoriete geschiedenisboek van…’. De laatste deelnemer was Marc Vlek. Hij gaf het stokje door aan classicus Guido Kuijper:

Kun je iets over jezelf vertellen?

Guido Kuijper
 
‘Gelukkig hebben wij in De Lier niet zo veel ouwe troep’ zou ik als kleuter na een rondvaart door de Utrechtse grachten verzucht hebben. Deze anekdote wordt bijna een halve eeuw na dato nog altijd met veel plezier opgedist door mijn Utrechtse tante die dacht mij met zo’n uitje te plezieren. Het Lot, nu eenmaal niet gespeend van ironie, wilde immers dat ik mij later als classicus professioneel zou wijden aan ‘ouwe troep’. In de tussentijd is er blijkbaar een hoop gebeurd.

Asterix en Obelix lagen zonder twijfel aan de basis van mijn belangstelling voor de klassieke oudheid. Deze interesse werd later verder gevoed op het gymnasium van het Stanislascollege in Delft. Toch liet ik het vak Grieks vallen – een beslissing die ik al snel lichtelijk betreurde. Later kon ik dit gemis tijdens mijn studie Griekse en Latijnse talen en culturen in Leiden en vervolgens als docent klassieke talen gelukkig ruimschoots inhalen.

Wat is je favoriete geschiedenisboek?

Sommige boeken blijven boeien. De Historiae (Historiën) van Herodotus van Halicarnassus (ca. 480- ca. 425 v.Chr.) is bij uitstek zo’n werk. Het is, zoals Herodotus het zelf ongeveer zegt, het verslag van zijn onderzoek naar de oorzaken en het verloop van de Perzische Oorlogen tot het jaar 479 v.Chr. En voor dat onderzoek ging Herodotus zelf op pad.

Het verslag van mijn onderzoek - Herodotus
 
Herodotus neemt je mee op zijn reizen naar verschillende Griekse steden, maar ook naar allerlei uithoeken van het Perzische rijk. Dit boek heeft álles: paleisintriges, wilde feesten, veldslagen, onethische experimenten, orakels, vreemde volkeren, gekke beesten, familiegeschiedenissen – om maar wat te noemen.

Al bijna 2500 jaar lang wordt het werk bewonderd én bekritiseerd. Cicero roemt Herodotus als de vader der geschiedschrijving, Plutarchus noemt hem een kwaadaardige leugenaar. En ja: Solon kán nooit met Croesus hebben gesproken, een krokodil kan gewoon zijn onderkaak bewegen en goud delvende mieren zo groot als een vos? Kom op nou…

Toch blijken de gewraakte leugens soms opeens toch te kloppen. Zo bewijst recent archeologisch onderzoek bijvoorbeeld dat de Scythen inderdaad pijlkokers van mensenhuid maakten – iets wat lang als een fabeltje was weggezet. Voor die reuzenmieren is trouwens een verklaring gevonden.

Wanneer las je dit boek voor het eerst, en wat maakte indruk op je?

Terwijl ik op school bij Latijn tamelijk saaie (dat vond ik toen) passages moest lezen over Germanen, vertelden mijn vrienden, die wél Grieks hadden gekozen, ook ná school nog honderduit over de gekke koning Cambyses, de Masageten en lang levende Ethiopiërs. Dát waren verhalen die ik ook wilde lezen! En dat was mijn eerste kennismaking met de Historiae van Herodotus van Halicarnassus, heel old school, via orale traditie. ‘Eerste kennismaking’ is overigens geen pleonasme: ik zou later nog op andere manieren kennismaken met de Historiae.

In de bieb van De Lier (destijds een modern gebouw) namelijk leende ik vervolgens een vertaling van Onno Damsté. Het was wel even wennen aan schrijfwijzen als ‘Delphoi’ en ‘Apolloon’, en de toespraken van allerlei gezantschappen over en weer konden mij destijds niet allemaal boeien, maar wat een schat aan verhalen! De zanger Arion, die gered werd door een dolfijn, de ‘koude broden van Periander’, de ring van Polykrates, de slag bij Thermopylae, enzovoorts, enzovoorts.

Als student las ik Herodotus voor het eerst in het Grieks, of specifieker: het Ionisch dialect. Bijna geen enkele classicus leest een Griekse tekst vanzelfsprekend als de krant. Elke werkwoordsvorm kan een betekenisvolle nuance bevatten. Woorden hebben een verschillende betekenis naargelang tijd of context. Soms is er sprake van specifieke termen; hoe ver is een pasarang bijvoorbeeld? En wat zijn die magoi eigenlijk? Wetenschappelijke commentaren voorzagen de tekst van context en diepte. Ook het Grieks-Engelse woordenboek van Liddell & Scott – dat zijn lezers begroet met ‘Aids to the reader’ – was onontbeerlijk.

Je leest de tekst heel precies, wikkend en wegend. En dan kan het soms voorkomen dat je opeens het gevoel krijgt in het hoofd van Herodotus te kunnen kijken. Dat je bijvoorbeeld precies snapt waarom hij ergens een aoristus gebruikt, en geen imperfectum – of vice versa. Dat jij in het heden over dezelfde zin kunt nadenken als Herodotus toen hij deze bijna 2500 jaar geleden formuleerde, is toch een klein wonder?

Als docent lees ik Herodotus in de bovenbouw van het vwo. Een van mijn favoriete passages is het verhaal van Gyges en Candaules. Koning Candaules was verliefd geworden op zijn eigen vrouw (stel je voor) en gaf aldoor hoog op over haar schoonheid tegen zijn lijfwacht Gyges. Na een tijdje besloot de koning dat het een goed idee was als Gyges haar eens met eigen ogen zou aanschouwen – naakt. Schoorvoetend stemt Gyges in.

Jean-Léon Gérome, Gyges wordt betrapt
Jean-Léon Gérome, Gyges wordt betrapt (1859)

Alles lijkt dan volgens plan te verlopen: Gyges verstopt zich achter de deur van de slaapkamer; even later komt de koningin de kamer binnen, kleedt zich uit en op het moment dat zij zich omdraait om naar bed te gaan, kan Gyges de kamer uitglippen. En dat was dat… tenminste, dat dáchten de samenzweerders. De koningin – die verder anoniem blijft overigens – had Gyges gezien, maar deed of ze niets doorhad.

De volgende dag ontbiedt ze de voyeur en legt hem de keuze voor: ‘omdat jij dingen gezien hebt die slechts voor de ogen van mijn echtgenoot bestemd zijn, geef ik je de keuze: óf je doodt mijn man, trouwt met mij en wordt koning, óf ik laat je nu, ter plekke afmaken.’ Na wat gesputter kiest Gyges eieren voor zijn geld en werd de stichter van een nieuwe dynastie: de Mermnaden.

Wat Gyges gedaan had, was een duidelijk geval van hybris – vaak vertaald als ‘hoogmoed’. Dat hij eigenlijk min of meer gedwongen was door zowel Candaules als de koningin, maakt voor de kosmische wetten niets uit; het evenwicht moest worden hersteld en dat gebeurt door nemesis: goddelijke wraak. Gelukkig voor Gyges kan die wraak soms op zich laten wachten. Vier generaties later echter zou koning Croesus dan uiteindelijk toch boete doen voor de misstap van zijn betovergrootvader. Zo werkt dat.

Koning Croesus op de brandstapel
Koning Croesus op de brandstapel. Afbeelding op een Attische roodfigurige amfoor uit ca. 500–490 v.Chr., gevonden bij Vulci.

Hybris en nemesis vormen een belangrijk motief in de Historiae, wat suggereert dat Herodotus zich wellicht ook liet inspireren door de tragediedichters, en dan met name Sophocles. Trouwens, er zijn ook scènes die zomaar uit de Ilias lijken te komen, zoals de strijd om het lijk van Leonidas. Dit soort dingen dragen natuurlijk niet bij aan de geloofwaardigheid van de Historiae als geschiedkundig werk. Maar de verhalen worden er wel beter op.

Wat Herodotus gepresteerd heeft, is eigenlijk onvoorstelbaar. In de vijfde eeuw v.Chr. heeft deze man reizen gemaakt door het immense Perzische rijk, zonder pinpas of creditcard, zonder Hertz of Sunny Cars, zonder telefoon of gps. Goed, hij had waarschijnlijk een paar trouwe bedienden bij zich en beschikte vast over een aantal machtige connecties en capabele tolken, maar dan nog. Dat ‘ie het allemaal kon navertellen vind ik al een mirakel.

De vertaling van Wolther Kassies
De vertaling van Wolther Kassies
Overal waar hij kwam, sprak hij met de mensen, bezocht hij bezienswaardigheden, maakte hij notities. Eenmaal weer in de ‘beschaafde wereld’ presenteerde hij zijn bevindingen door middel van lezingen. Op een zeker moment (ca. 440-420) heeft hij die lezingen gebundeld en bewerkt tot een samenhangend verhaal waarin hij de oorzaken en het verloop van de Perzische Oorlogen beschreef, vanuit verschillende perspectieven – wat hem het verwijt opleverde een filobarbaros (perzenknuffelaar) te zijn.

In een tijd waarin kennis nog vooral mondeling werd doorgegeven, was het werk van Herodotus zowel in schaal als in opzet een absoluut novum. De Historiae markeert het begin van de geschiedkunde als wetenschap. Sterker nog: het is aan Herodotus te danken dat het Oudgriekse woord historia (oorspronkelijk betekende het vooral ‘onderzoek’) de betekenis van ‘geschiedenis’ kreeg. Zonder Herodotus had deze website dus misschien wel heel anders geheten.

Volgend jaar is Herodotus eindexamenauteur, en het verhaal van Gyges en Candaules maakt deel uit van de geselecteerde teksten. Ik hoop dat mijn leerlingen zich met net zo veel enthousiasme en overgave op de Historiae zullen storten als mijn vrienden Marc en Martin destijds.

Voor de geïnteresseerden die het Grieks niet (meer) zo machtig zijn: na Damsté zijn er nog twee voortreffelijke vertalingen verschenen: die van Hein van Dolen (1994) en recenter van Wolter Kassies (2019). Beide vertalingen zijn zeer toegankelijk en bovendien voorzien van aantekeningen, kaarten en registers.

Zijn er verwante (of andere) geschiedenisboeken die je geïnteresseerde lezers zou aanraden?

From the Holy Mountain: a journey in the shadow of Byzantium (1997) is het reisverslag van de Schotse historicus William Dalrymple langs de relicten van het eens bloeiende oosters orthodoxe christendom in het Nabije Oosten. Hij start op het schiereiland Athos, en via Turkije, Syrië, Libanon, Israël eindigt hij uiteindelijk diep in de Egyptische woestijn. Dalrymple laat zich deels leiden door de monnik Johannes Moschus, die rond het jaar 600 met zijn leerling Sophronius in de regio heeft gereisd en zijn ervaringen heeft opgetekend in het boek Pratum spirituale of, in het Nederlands, De geestelijke weide. Grappig te bedenken dat hun route misschien ten minste deels die van Herodotus overlapt, maar dit terzijde.

Sint Antoniusklooster in de Egyptische woestijn
Het Sint Antoniusklooster in de Egyptische woestijn is misschien wel het oudste klooster ter wereld. Dalrymple bezocht het in 1994, in navolging van Johannes Moschus. (CC BY-SA 3.0 – Berthold Werner – wiki)
Dalrymple bezoekt kloosters, kerken en kluizen die ooit van grote betekenis waren voor het vroege christendom en soms nog steeds zijn – een enkele keer ook voor moslims en jezidi’s. Hij beschrijft hoe de christelijke gemeenschappen zich vanaf de tijd van Moschus tot op de dag van vandaag proberen te handhaven tegen onderdrukking en oorlogsgeweld. Toch is dit boek geen aanklacht of litanie. Dalrymple spreekt tal van sympathieke en excentrieke mensen, wat zorgt voor voldoende lucht. Kortom: beslist een aanrader! Het boek is naar het Nederlands vertaald door Tineke Davids onder de titel In de schaduw van Byzantium (1998).

Verder ben ik een liefhebber van big history. Boeken als Zwaarden, paarden en ziektekiemen van Jared Diamond (1997), Sapiens van Yuval Noah Harari (2014) en Een kleine geschiedenis van bijna alles van Bill Bryson (2003) vind ik machtig interessant. En net toen ik dacht dat ik het allemaal wel doorhad, verscheen het boek van David Graeber en David Wengrow: Het begin van alles – een nieuwe geschiedenis van de mensheid (2021). Een in alle opzichten monumentaal werk dat voor mij tot een aantal nieuwe inzichten leidde. Ik had bijvoorbeeld altijd voor zoete koek geslikt dat de neolithische revolutie een point of no return was of dat jagers en verzamelaars niet in staat waren tot de bouw van grote monumenten, maar Graeber en Wengrow geven tal van voorbeelden die het tegendeel bewijzen.

De boeken van William Dalrymple, David Graeber & David Wengrow en Jared Diamond,
De boeken van William Dalrymple, David Graeber & David Wengrow en Jared Diamond,

Aan wie geef je het stokje door?

Aan mijn oud-klasgenoot, oud-huisgenoot en nog altijd goede vriend Martin van Vliet.

×