Jan Schaefer (1940-1994) was een PvdA-politicus die landelijk vooral bekend is geworden door zijn uitspraak ‘In gelul kan je niet wonen’. Als staatssecretaris en later wethouder in Amsterdam groeide hij uit tot een van de meest markante politici van zijn generatie. In 2017 verscheen een biografie over zijn leven: Het leven van Jan Schaefer, geschreven door Louis Hoeks, journalist bij het Financieele Dagblad. Het boek schetst hoe de voormalige banketbakker uitgroeide tot een invloedrijke bestuurder en boegbeeld van de volkshuisvesting.

Is dit beleid of is hierover nagedacht?
Al tijdens zijn leven was Jan Schaefer een fenomeen, na zijn dood werd hij legendarisch, zo opent Hoeks deze keurige biografie. De Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan werd wel ‘een kind van Schaefer’ genoemd, terwijl Wouter Bos ooit zei dat de PvdA meer ‘Jan Schaefers nodig heeft’. Hij eindigde in de verkiezing ‘Amsterdammer van de Eeuw’ bóven voetballer Johan Cruijff (1946-2016). Vanwaar al die lof? Wie was Jan Schaefer?
Jeugd van Jan Schaefer (1940-1959)
Johannes Lodewijk Nicolaas Schaefer, kortweg Jan Schaefer, werd geboren in Amsterdam op 16 maart 1940, enkele weken voordat Nederland betrokken raakte in de Tweede Wereldoorlog. Hij groeide op in een welvarende buurt, in oorlogstijd. Jans ouders waren actief in het verzet en drukten onder meer de illegale krant Het Parool. Het gezin Schaefer kwam de oorlog, ondanks de verzetsactiviteiten, ongeschonden door. Er brak daarna een tijd aan waarin Nederland economisch steeds verder opkrabbelde onder het bewind van PvdA-minister Willem Drees.
In augustus 1946 ging Jan Schaefer voor het eerst naar school, naar de deftige room-katholieke basisschool de Lagere Jongeherenschool Saint Louis. Daarnaast had Jan nog een andere grote hobby: filmen en fotograferen:
Sinds Jan van zijn ouders een camera had gekregen was hij dol op film en fotografie. Iedereen dromde om de jongen heen toen hij in 1949 met zijn moeder het communiefeest van neef Jan in Maastricht bezocht. Zijn neefjes gierden het uit als Jan zijn filmpjes van achterstevoren speelde. (30)
Na de basisschool volgde Jan een jaartje de MULO en ging daarna naar de Bisschoppelijke nijverheidsschool in Voorhout, waar hij in augustus 1956 een opleiding tot banketbakker afrondde. Hij begon eerst bij zijn vaders bakkerij te werken, maar stapte na een korte tijd over naar bakkerij Jurriëns in de Haarlemmerbuurt. Jan Schaefer was een goede banketbakker, beter dan zijn vader volgens kenners, wat ook bleek uit een gewonnen wedstrijd op de Dam:
Jan won een wedstrijd op de Dam door een levensgrote marsepeinen voorstelling van The Flintstones te boetseren, de populaire tekenfilmserie die sinds kort op de Nederlandse televisie te zien was. (55)
Maatschappelijk betrokken banketbakker (1959-1966)
Begin jaren 1960 sloot Schaefer zich aan bij de Communistische Partij Nederland (CPN), maar na een korte periode brak hij alweer met het communisme. Schaefer raakte ervan overtuigd dat invloed krijgen via de democratie moest gebeuren, niet via opstand en revolutie.

In deze tijd raakte Jan Schaefer ook actief betrokken bij de vakbeweging, specifiek de Algemene Bedrijfsbond voor Voedings- en Genotsmiddelen (ABVG). In de vergaderingen van de ABVG was hij dominant aanwezig en fulmineerde hij tegen de macht van multinationals en de onderbetaling van jeugdige werknemers. Bij de ABVG raakte hij ook in contact met PvdA’ers, onder wie Louis Kuijpers, en via hen met de PvdA als partij.
Maatschappelijk was Jan erg actief in de wijk De Pijp, waar hij lange tijd woonde en zich inzette voor buurtverbetering en betaalbare en betere huisvesting. Sportief was Jan ook, ondanks zijn gezette postuur. Eerst was hij keeper voor een voetbalteam, later doelman van een handbalploeg.
Politiek actief (1967-1994)
In 1967 sloot Schaefer zich bij de PvdA aan en maakte snel carrière. Op 28 april 1971, de dag waarop er landelijke verkiezingen waren en Ajax door een 3-0 zege op Atlético Madrid de Europa Cup 1-finale bereikte, kreeg de PvdA genoeg stemmen om Jan Schaefer Tweede Kamerlid te maken. Het Kamerlidmaatschap slokte veel privétijd op, zo schrijft Louis Hoeks:
Schaefer maakte langere dagen dan ooit, volgens eigen zeggen zo’n 90 uur per week. (111)
De opvoeding van de kinderen liet Schaefer dan ook aan zijn vrouw over, daarvoor had hij geen tijd.
In mei 1973 werd bekend dat Jan Schaefer verkozen was tot staatssecretaris van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), op voorspraak van onder meer minister-president Joop den Uyl (1919-1987). Schaefer stond dicht bij de gewone man, aldus Hoeks, niet alleen communicatief maar ook in zijn relaxte voorkomen (liefst zonder pak):
Van Oude Pekela tot Kerkrade sprak de staatssecretaris met bouwvakkers, kraanmachinisten, wethouders en corporatiedirecteuren, en gaf hun stevig weerwoord als hij dat nodig vond. Aan weerszijden van Schaefer liepen directeuren in driedelig pak en jongere, langharige ambtenaren in jeans. (156)

Kun je die kerels er niet uit laten smijten? (185)
Den Uyl en Van der Stoel reageerden hierop dat als Schaefer moest vertrekken, ook zij het diner zouden verlaten.
In de jaren 1978-1986 was Jan Schaefer wethouder van de gemeente Amsterdam. Enkele jaren voor zijn dood, in 1992, werd Schaefer lid van de lokale Amsterdamse Gemeente-Partij. Toen hij in januari 1994 in het ziekenhuis lag, was hij nog actief bezig met de ontwikkeling van een banenplan voor Amsterdam. Jan Schaefer overleed op 30 januari 1994.
Sinds 2001 heeft Amsterdam een brug die de naam van de markante PvdA’er draagt: de Jan Schaeferbrug, die het Java-eiland met het KNSM-eiland verbindt.
Laurens ten Cate (1922-1984): op de bres tegen het biefstuksocialisme
Geschiedenis van de PvdA (Partij van de Arbeid)
Willem Drees (1886-1988)
Spoorwegstakingen van 1903 – “Gansch het raderwerk staat stil…”