Kunstenaars en hun kleding – Van Rembrandt tot David Bowie

De Kleren van de Kunstenaar
6 minuten leestijd
Zaaloverzicht van de tentoonstelling S'habiller en artiste
Zaaloverzicht van de tentoonstelling S'habiller en artiste – © Pidz / Louvre-Lens

Rembrandt, waarom schilderde hij zijn uitgedoste zelfportretten met een tulband met pluim of andere merkwaardige hoofddeksels? Rubens, waarom loenst zijn zelfportret vanonder een zwierige hoed? Zijn alle artiesten gepareerd als Bohemers? Waarom zijn de jurken van modeontwerper Yves Saint-Laurent adaptaties van de geometrische werken van Piet Mondriaan? Is kleding kunst? Of kan kunst ook kleding zijn? Wat verklapt de outfit van een artiest?

Zelfportret aan de ezel met schilderstok, olieverf op doek – Rembrandt, 1660
Zelfportret aan de ezel met schilderstok, olieverf op doek – Rembrandt, 1660 (Louvre)
Kleding is de afspiegeling van de persoonlijkheid van de kunstenaar.

Dat schreef Giorgio Vasari (1511-1574), schilder-architect, in zijn kunstenaarsbiografie Le vite de’ più eccellenti architetti, pittori, e scultori italiani. De Oostenrijkse architect Bernard Rudolfsky (1905-1988) poneerde:

Kleren zijn onze eerste woning.

Dat zette Maria Grazia Chiuri, de gewaardeerde creatieve directrice van het modehuis Dior, ertoe aan om een iconoclastische, witkatoenen jurk te maken met het simpele opschrift: Are Clothes Modern?

Elisabeth Vigée Le Brun, zelfportret 1781
Elisabeth Vigée Le Brun, zelfportret 1781
De vorm van de lange jurk, gebonden met een touw boven de taille, lijkt op de antiek-Griekse chiton, een vloeiende tuniek die eind achttiende, begin negentiende eeuw opnieuw en vogue kwam en paste bij de vrijheidsdrang van het Verlichtingsdenken. Maar de protestjurk resoneert ook met de smetteloos wit satijnen/zijde of tafta rokken van de achttiende-eeuwse schilderessen. Geen spatje verf op hun onbevlekt werkgewaad, hoe deden de dames het? Ook de achttiende-eeuwse beroemde Franse portrettiste Elisabeth Vigée Le Brun droeg – om soepel te kunnen bewegen – een lichte chemisier.

Ik droeg enkel witte jurken in mousseline of fijn linnen. Enkel voor de seances in Versailles liet ik gewaadrijke jurken maken. Elisabeth Vigée Le Brun

Marie-Antoinette in negligé

Het verhaal gaat dat ze bij haar cultureel bezoek aan Antwerpen ontdekte dat haar zeventiende-eeuwse collega Antoon Van Dyck een wijd, wit hemd droeg om te konterfeiten en dat dit haar op het idee bracht. Feit is wel dat ze in zo’n luchtig ponnetje de Franse koningin Marie-Antoinette portretteerde. De van oorsprong Oostenrijkse vorstin die zich aan het Franse hof al genoeg gekorseteerd voelde, nam het voorbeeld over en verwekte een staatsschandaal: een koningin in (w)ondergoed!

Marie-Antoinette in een negligé, het schilderij dat schandaal veroorzaakte – Élisabeth Vigée Le Brun
Marie-Antoinette in negligé, het schilderij dat schandaal veroorzaakte – Élisabeth Vigée Le Brun

Het zou ook best kunnen dat Elisebeth Vigée Le Brun geïnspireerd werd door de mode van Creoolse vrouwen uit de kolonies. Die knipoog naar haar eigen Creoolse moeder buit ook Marie Laurencin uit. In haar zelfportret van 1905 draagt ze een witte blouse – eigenlijk onderkleding – en plaatst provocerend haar hand in haar zij, als was ze een werkvrouw. Haar moeder was immers een wasvrouw, een van de talloze blanchisseuses, die stapels witgoed van begoede burgers dienden netjes te krijgen. Witgoed dat niet getoond werd, op een kostbare kanten kraag en manchetmouwen – als teken van welstand – na.

Zelfportret, olieverf op doek – Marie Laurencin, 1905
Zelfportret, olieverf op doek – Marie Laurencin, 1905 (Musée de Grenoble) © ADAGP, Parijs, 2025 / © Ville de Grenoble – Musée de Grenoble – J.L. Lacroix

Étude de robe de chambre voor Balzac, gips – Auguste Rodin, 1897
Étude de robe de chambre voor Balzac, gips – Auguste Rodin, 1897 (Musée Rodin, Parijs) © Musée Rodin / Agence photographique – Jérome Manoukian
Daarom verwekte de sculptuur die Auguste Rodin (1840-1914) van de beroemde Franse schrijver Honoré de Balzac maakte, ook zo’n heisa. De beeldhouwer verkoos geen klassieke weergave van de fysionomie van de geprezen (en intussen overleden) auteur te boetseren. Hij had vernomen dat de schrijver meestal werkte in zijn kamerjas en dus maakte hij een holle sculptuur waarbij de kijker zelf de dikbuikige gedaante van de romancier kan invullen. Het werd niet door iedereen gewaardeerd.

Zwart is chic

Deze intieme en ook kwetsbare nonchalance staat in schril contrast met het negentiende-eeuwse viriele mannenbeeld. Na de kleurrijke en rijkelijk geborduurde pakjes van de aristocraten, draagt de burgerman… zwart. In het schilderij Un atelier aux Batignolles van zijn vriend Henri Fantin-Latour draagt Édouard Manet nog een bleke broek. Nochtans zit hij met palet en penselen achter zijn schildersezel. Zijn vrienden, de impressionisten die toch zo begaan zijn met kleur, dragen unisono… zwart of donkerbruin.

Henri Fantin-Latour
Un atelier aux Batignolles, olieverf op doek – Henri Fantin-Latour, 1870 (Musée d’Orsay, Parijs) © GrandPalaisRmn / Musée d’Orsay – Benoît Touchard

Zwart is dé kleur van de burgerij; de mannelijke althans. Kleur wordt overgelaten aan vrouwen. Zwart zou – na de Franse Revolutie – de kleur van gelijkheid onder burgers bevestigen en de nieuwe romantische, melancholische stroming onderstutten. Maar ook viriliteit benadrukken.

Daarmee hield de Franse schrijver George Sand (het mannelijk pseudoniem van Amantine Aurore Lucile Dupin) geen rekening: zij droeg een pantalon, een wit hemd onder een gilet, een hoge hoed en een redingote, een mannelijke, gecentreerde vest geïnspireerd op het Engelse rijkostuum, the riding coat.

Vrouwen strak in het pak

Het omkeren van die vestimentaire codes deed ook de Franse ontwerper Yves Saint-Laurent toen hij rond 1966 de eerste smoking voor vrouwen ontwierp. Een androgyne elegante look gebaseerd op de avondkledij voor mannen die zich na het diner terugtrokken in de rookkamer, the smoking room. Smoking – shocking!

Portret van Niki de Saint Phalle – Lothar Wolleh
Portret van Niki de Saint Phalle – Lothar Wolleh (CC BY-SA 3.0 – wiki)
Een gelijkaardig zwart pak met witte kanten kraag en mouwen koos de Frans-Amerikaans-Zwitserse kunstenares Niki de Saint Phalle als feministisch statement en vooral tijdens haar performances Tirs, waarbij ze met een karabijn op een voorbereid canvas met weggemoffelde verfzakjes schoot waarna de afdruipende verf een organisch schilderij achterliet. Daarmee eiste ze als vrouw haar plaats in de mannelijke kunstwereld op.

Zwart maar dan in een genuanceerde tint met een mengeling van indigo blauw en madder (rubia tinctorum), is de kleur die Rembrandt rond 1633 aanwendt voor de enscenering van zijn zelfportret. Die verfstoffen zijn gepuurd uit kostbare planten uit Azië; Rembrandt Harmenszoon Van Rijn (1606-1669) is dan nog in goeden doen. Daartegenover geeft hij dertig jaar later een veel sjofelere beeld van zichzelf. Hij heeft dan zware financiële problemen. Maar aan zijn schildersezel draagt hij – nog altijd – een wijde mantel met een bontkraag. Een tachtigtal zelfportretten – eerder tronies – zette Rembrandt in beeld: een staaltje van zijn kunde/kunst.

Bij het einde van de middeleeuwen en het begin van de renaissance, beginnen kunstenaars hun werken te signeren en dus ook zelfportretten te maken. Het beeld dat de artiest van zichzelf geeft, is een instrument, een symbool van zijn eigenheid, van zijn identiteit en zelfs van zijn statuut in de maatschappij. Kleding bekrachtigt zijn vakmanschap en zijn uniek-zijn als artiest.

Rosa Bonheur
Rosa Bonheur in haar atelier, olieverf op doek – George Achille-Fould, 1893 (Musée des Beaux-Arts, Bordeaux) © Mairie de Bordeaux – F. Deval

Werkmanskiel

Métier is ook wat de dierenschilderes Rosa Bonheur affirmeert. Achter haar groot canvas in een verguld kader met de afbeelding van vranke leeuwen poseert ze vol zelfvertrouwen. De schilderes (1822-1899) onderhield in haar Château de By, nabij Fontainebleau, een hele menagerie waaronder een leeuw. Eigengereid als ze was, laat ze zich niet portretteren als een goedboerende kunstenares maar als een hardwerkende stielvrouw in een ‘ordinaire’ blauwe boerenkiel, een biaude, zoals de landbouwers uit de Berry droegen. Toppunt is dat ze een pantalon draagt. Ook zij had daarvoor een permission de travestissement bij de politieprefect moeten aanvragen.

Marcel Duchamp als Rrose Sélavy
Marcel Duchamp als Rrose Sélavy – Foto: Man Ray
Mannelijk-vrouwelijk, heel wat kunstenaars jongleren ermee; zoals Marcel Duchamp die zich als vrouw optut en de foto signeert als Rrose Sélavy, een verbastering van Éros, c’est la Vie.

En zo dollen kunstenaars en ontwerpers met codes, met gangbare gedachten, verschuiven en overschrijden ze grenzen, stellen ze de maatschappij en haar aanames in vraag. Artistiekelingen floreren meestal in de marge. Bonte buitenstaanders van de Bohème.

Wie die kunstzinnige vrijgevochtenheid tot hoogtepunten wist te brengen, was David Bowie met zijn uitgebreide kennis én verzameling van beeldende kunst doorheen de geschiedenis, van de avant-garde in het Duitse Interbellum, van wereldliteratuur,… En dat distilleerde hij tot het verhaal als dat van – onder meer – Ziggy Stardust.

De verrassende tentoonstelling S’Habiller en Artiste (zich als een kunstenaar kleden) is nog tot 21 juli 2025 te zien in het Louvre-Lens, aan de rand van Lille/Rijsel/Noord-Frankrijk. Meer dan tweehonderd kunstobjecten van Renaissance-tekeningen, een neo-Romeinse toga tot een ‘elektrische’ jurk, met bijdragen van plaatselijke scholen en allusies op de belangrijke textielindustrie in Noord-Frankrijk, vormen een zeer gestoffeerd aanbod. Alle zaalteksten (en ook de website) werden vertaald in een uitmuntend Nederlands.
×