Ruim 4000 Romeinse munten uit laat-Romeinse tijd gevonden bij Buggenum

De één na grootste laat-Romeinse muntvondst in Nederland
3 minuten leestijd
De muntvondst van Buggenum
Een deel van de ruim 4000 munten die worden tentoongesteld - Foto: Limburgs Museum.

In 2023 werden op een akker in het Limburgse Buggenum maar liefst vierduizend koperen muntjes uit de Romeinse tijd gevonden. Het gaat om de grootste laat-Romeinse muntvondst ooit in de provincie. Vanaf deze week zijn de munten te bewonderen in het Limburgs Museum in Venlo.

De vondst werd in 2023 al wereldkundig gemaakt, maar de exacte vindplaats bleef toen nog geheim. Er werd slechts gesproken over ‘ergens in Limburg’.

De muntjes – gemiddeld slechts een centimeter groot – dateren voor het overgrote deel uit de zogeheten Theodosiaanse periode (na 378). De jongste exemplaren zijn geslagen in 395, onder meer in Constantinopel onder keizer Honorius. De sterke slijtage wijst erop dat ze nog decennialang in omloop bleven en waarschijnlijk pas rond of na het midden van de vijfde eeuw in de bodem belandden.

Dat de munten zo klein en vaak zelfs gehalveerd zijn, sluit volgens het museum aan bij een bredere ontwikkeling in de laat-Romeinse economie: bronsgeld devalueerde snel, het vertrouwen in de munt kelderde en grote coupures verdwenen uit het betalingsverkeer. In de regio ontstonden bovendien vele lokale imitaties, herkenbaar aan afwijkende voorstellingen of spelfouten. Ook dergelijke exemplaren maken deel uit van de Buggenumse schat.

Circulatieschat

Tussen de duizenden munten bevinden zich enkele opvallende exemplaren, waaronder uitgiften van westerse usurpatoren als Eugenius, Magnus Maximus en Flavius Victor – zelfverklaarde heersers die nooit officieel werden erkend, maar wel munten lieten slaan in hun machtsgebied. Volgens het museum is de vondst onder meer interessant omdat het een zogeheten circulatieschat betreft:

Dat betekent dat hij representatief is voor wat er op dat moment circuleerde in Zuid-Nederland. Er is door de eigenaar dus geen selectie gemaakt van speciale munten die diegene de moeite waard vond van het bewaren.

De munten op de vindplaats – Foto: RAAP/Restaura – Limburgs Museum

Vergelijkbare Theodosiaanse muntschatten zijn bekend uit delen van Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland. De vondst uit Buggenum is na die uit het Haarlemmermeer – ruim 12.000 stuks – de grootste van de lage landen.

Het huidige Limburg behoorde tot de weinige gebieden in Nederland waar na het verlaten van de Rijnlimes (eind derde eeuw) nog substantiële Romeinse activiteit plaatsvond.

Waarde

Wie de duizenden muntjes heeft begraven en waarom, is ingewikkeld te zeggen. Maar dat hij bewust in de grond werd geplaatst is wel duidelijk. “Zo’n grote schat kun je niet per ongeluk verliezen. Er zijn aanwijzingen dat hij in een zakje heeft gezeten.” Veel waard was de schat echter niet. Waarschijnlijk was de totale waarde van de duizenden Buggenumse munten lager dan die van één solidus, de laat-Romeinse gouden munt. Niet zo indrukwekkend als je bedenkt dat een Romeinse voetsoldaat ongeveer vijf van deze gouden munten per jaar uitbetaald kreeg.

Wie de eigenaar ook is, diegene heeft de muntvondst waarschijnlijk niet gebruikt om met individuele muntjes te betalen. Omdat dit kleingeld zo weinig waard is, worden in de Romeinse tijd munten op gewicht in een zakje gedaan en als ruilmiddel gebruikt. Door de instorting van het monetaire systeem in de laat-Romeinse tijd zijn er geen plekken meer waar dit kleingeld voor waardevollere munten te ruilen is. Omdat de muntvondst alleen bestaat uit munten die lokaal circuleren en geen exotische munten bevat, is het uitgesloten dat de eigenaar een militair is die vanuit een ander deel van het rijk in Limburg wordt gelegerd. Als het al een militair is, dan is hij al een hele poos in Buggenum of omgeving gelegerd. Maar er is eigenlijk niets dat uitsluit dat het een gewone burger is, zoals een boer. Limburgs Museum

Dat de munten nooit zijn opgehaald, past in een bredere trend in de vijfde eeuw: veel laat-Romeinse muntschatten zijn vermoedelijk achtergelaten omdat de eigenaren vluchtten, stierven of simpelweg geen gelegenheid zagen hun bezit terug te halen.

De schat werd in februari 2023 ontdekt door amateurarcheoloog Wolf Alberts, die direct de autoriteiten waarschuwde. Onder begeleiding van archeologen van RAAP is de kuil met munten vervolgens als één blok gelicht. Bij de TU Delft is het geheel hierna met een CT-scan onderzocht, waarna restauratieatelier Restaura de meer dan vierduizend munten afzonderlijk onderzocht en documenteerde.

De munten zijn inmiddels ondergebracht bij het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten in Heerlen en zijn in langdurig bruikleen gegeven aan het Limburgs Museum. Ze zijn daar de komende tijd te zien in de tentoonstelling Van neanderthaler tot stedeling.

Documentaire: De muntvondst van Buggenum

Bronnen

-https://www.limburgsmuseum.nl/muntvondstbuggenum/
-https://www.cultureelerfgoed.nl/actueel/nieuws/2025/12/10/romeinse-muntvondst-van-buggenum
×