Schrijven over de Tweede Wereldoorlog in een dorp vol herinneringen
Op de avond van 9 oktober 1944 wordt in Vleuten een NSB’er met vijf schoten om het leven gebracht. De volgende dag is het dorp in rep en roer. Dat er iemand vermoord is, hebben de inwoners van dit rustige dorp nog nooit meegemaakt. Daarnaast is er verbazing en onbegrip over het feit dat juist deze NSB’er slachtoffer is geworden. De boer heeft zich nooit als nationaalsocialist gemanifesteerd. Hij verborg onderduikers op zijn boerderij en er wordt verteld dat hij juist zijn lidmaatschap had beëindigd.
De vele vraagtekens rond deze liquidatie waren voor mij in 2020 aanleiding om een onderzoek te doen. Er kwamen nieuwe gegevens boven tafel, maar het lukte me niet om de precieze toedracht te achterhalen. In een artikel voor het tijdschrift van de lokale historische vereniging noemde ik als meest waarschijnlijke optie, dat de NSB’er door iemand uit eigen kring werd geliquideerd. Ik baseerde mij daarbij op verklaringen van de dochter van de vermoorde man en op een rapport uit 1948 van een politiek rechercheur.
De redactie van het blad deed er meer dan een halfjaar over om een besluit te nemen over het door mij ingediende artikel. Men was bang dat het stuk te veel emoties zou oproepen. Het artikel werd uiteindelijk niet geplaatst. Ondertussen had de oorlog mij te pakken gekregen. Ik wilde meer weten over de invloed van de bezetting op de dorpsgemeenschap. Ik verlegde mijn onderzoek van de liquidatie naar de gehele oorlogsperiode. Afgelopen voorjaar verscheen bij Walburg Pers mijn boek Aanpassen, ontduiken en verzet, de Tweede Wereldoorlog in Vleuten, De Meern en Haarzuilens. In dit artikel ga ik in op enkele bijzonderheden van het onderzoek naar de oorlog in een kleine gemeenschap.
Lacunes in onderzoek
Het doen van onderzoek naar de bezetting zo’n tachtig jaar na de bevrijding bleek geen eenvoudige opgave. Het aantal mensen dat uit eigen ervaringen nog iets kan vertellen is beperkt. Het verzet heeft uiteraard weinig documenten nagelaten. Ik vond geen foto’s van oorlogsschade, hoewel er in het laatste oorlogsjaar in Vleuten en De Meern veel bombardementen waren op de spoorlijn en rijksweg. Misschien nog wel het belangrijkste was, dat zo ongeveer alle inwoners die ik sprak mij vertelden dat zij eigenlijk weinig wisten over de gebeurtenissen, omdat er bij hen thuis nooit over de oorlog werd gesproken. Na de bevrijding was de knop omgegaan. Bij verzetslieden zat het zwijgen in het bloed. NSB’ers werden opgesloten en na hun gevangenisstraf met de nek aangekeken en in de grote middengroep wilde niemand meer aan die akelige tijd herinnerd worden.
Aan het begin van mijn onderzoek las ik boeken over andere Utrechtse dorpen in de Tweede Wereldoorlog, zoals Maarssen, Houten en Woerden. Daarnaast nam ik alle jaargangen door van het tijdschrift van de historische vereniging Vleuten – De Meern. Dit verschijnt vanaf 1985. In de boeken en artikelen wordt met name geschreven over neergestorte vliegtuigen, de schaarste, de hongerwinter, de bombardementen en de Duitse repressie. In mindere mate komt het verzet aan bod. Bovendien vond ik weinig of geen informatie over:
- De rol van NSB’ers en collaborateurs.
- De opstelling van lokale autoriteiten, zoals de burgemeester, de politie, de pastoor en de dominee en andere notabelen.
- De houding van de inwoners ten opzichte van de bezetter.
Voor een zo volledig mogelijk beeld van de gebeurtenissen vind ik dat deze aspecten niet mogen ontbreken. Hoe heb ik geprobeerd om hieraan aandacht te besteden?
Gegevens over NSB’ers en collaborateurs
Het NIOD beheert het archief van de NSB, dat wil zeggen de weinige documenten die daaruit zijn overgebleven. Van het archief van de lokale NSB-groep was nagenoeg niets te vinden. In het blad van het NSB-district Utrecht, De Werker, vond ik enkele oproepen voor en verslagen van lokale bijeenkomsten. In de nationaalsocialistische bladen Het Nationale Dagblad en Volk en Vaderland, te raadplegen op krantensite Delpher, werden een enkele maal gebeurtenissen in Vleuten – De Meern beschreven.
Zo was er sprake van tegenwerking van de katholieke kerk rond de verkiezingen voor de Provinciale Staten in 1935, de eerste verkiezingen waaraan de NSB meedeed. Begin 1941 doet Het Nationale Dagblad verslag van een mars van de WA in De Meern langs de huizen van enkele Joodse inwoners. Katholieke jongeren hadden kopspijkertjes op de weg gegooid, zodat menig NSB’er niet meer fietsend naar Utrecht kon terugkeren.
In dossiers uit het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging komen nog meer opstootjes rond NSB’ers aan de orde. Daarnaast is er informatie te vinden over de rol van NSB’ers tijdens razzia’s in het najaar van 1944.

De activiteiten van NSB’ers
Uit deze bronnen bleek, dat de meerderheid van de lokale NSB’ers weinig van zich liet horen. Men bezocht wel eens een vergadering, maar daar bleef het bij, dit tot onvrede van de groepsleider, die zijn leden voortdurend opriep om in actie te komen. Na een paar jaar beschouwde hij deze ‘inactieven’ als sympathisanten. In de Bijzondere Rechtspleging zijn deze leden alleen veroordeeld voor hun lidmaatschap. Na een of twee jaar detentie kwamen zij weer vrij. Waar er sprake was van geldelijk gewin werd een geldboete opgelegd.
Enkele leden hadden zich vrijwillig en later ook onder druk van de partij aangemeld voor organisaties als het NSKK, het Nationalsocialistisch Kraftfahrkorps, een onderdeel van het Duitse leger. Dat werd in de rechtsgang beschouwd als dienen in de Wehrmacht, waarvoor zwaardere straffen werden uitgesproken.
Er was één NSB’er die zich het vuur uit de sloffen had gelopen om inlichtingen te verzamelen over burgemeesters, onderwijzers en andere inwoners met een publieke functie. Hoewel in het strafproces niet aangetoond kon worden dat de aangeklaagden nadeel hiervan hadden ondervonden, werd deze NSB’er tot vier jaar veroordeeld. De groepsleider van de NSB hoorde dezelfde straf tegen zich uitspreken.
Een apart geval betreft Simon Driessen. Deze Meernse NSB’er was in het laatste oorlogsjaar als Landwachter actief in het opsporen van onderduikers en verzetslieden. Daarbij had hij zich niet alleen schuldig gemaakt aan buitensporig geweld en mishandeling. Mede door zijn opsporingswerk hadden tenminste acht verzetsmannen het leven verloren. Driessen werd veroordeeld tot levenslang, een straf die later werd omgezet in twintig jaar.
Werkelijke of gefingeerde namen?
Kortom, informatie over NSB’ers en hun activiteiten heb ik wel kunnen vinden. Dat stelde mij voor de vraag, hoe ik dit alles in mijn boek zou beschrijven. Uit mijn ervaringen met het artikel voor het tijdschrift en mijn contacten met familieleden was duidelijk dat het onderwerp nog altijd gevoelig ligt. Sommige deskundigen die ik raadpleegde waren van mening dat het noemen van namen tachtig jaar na dato mogelijk moest zijn. Anderen stelden voor om gefingeerde namen te gebruiken, vooral vanwege familieleden die nog altijd ter plaatse wonen. Ik had enkele van hen gesproken en begrip gekregen voor de gevoeligheden. Ik koos dus voor andere namen.
De redactie van het Vleutense tijdschrift bleek niet de enige met bezwaren tegen publicaties waarin de NSB voorkomt. Na het gereedkomen van mijn manuscript was ik, in afstemming met de Stichting Oud-Montfoort, begonnen aan een soortgelijk onderzoek naar de oorlogsjaren in Montfoort en omgeving. In het eerste gesprek had ik duidelijk gemaakt, dat ik ook naar de rol van de NSB wilde kijken. Toen ik het bestuur een lijst voorlegde van inwoners over wie een CABR-dossier was gemaakt, ging men op de rem staan, vanwege de familieleden die nog altijd ter plaatse wonen. In het overleg met het bestuur konden we geen tussenweg vinden. Na vier maanden ben ik gestopt met dit onderzoek.
De ophef die ontstaan is rond het al of niet openbaar maken van de CABR-dossiers maakt eens te meer duidelijk, hoe gevoelig deze materie tachtig jaar na dato nog altijd is.
De rol van lokale autoriteiten
Burgemeesters en andere gezagsdragers stonden, zoals bekend, voor lastige opgaven. De orders van de bezetter opvolgen, trachten de maatregelen enigszins te verzachten en waar mogelijk te ontduiken, of heimelijk de orders saboteren en tegengaan: dat waren de beperkte opties voor de autoriteiten.
Over deze dilemma’s heb ik informatie kunnen vinden in het archief van de Commissaris van de Koningin. Direct na de oorlog zijn er zuiveringscommissies ingesteld. Inwoners, die twijfels hadden over de inzet van de burgemeester, een wethouder of een ambtenaar konden een onderbouwde aanklacht indienen. Zeker vanuit het voormalig verzet is hiervan gebruik gemaakt. De onderzoeken die zijn uitgevoerd, de verslagen van de besprekingen in de commissies en de daarna genomen besluiten zijn bewaard gebleven en raadpleegbaar.
Anders dan in de Bijzondere Rechtspleging ging het in de zuiveringscommissies niet over overtredingen of misdaden. Wel stond ter discussie of de burgemeester of de ambtenaar zich al te meegaand tegenover de bezetter had opgesteld. En, wat nog belangrijker was, of de meegaandheid voortkwam uit angst dan wel uit sympathie voor de bezetter en zijn handlangers.
Hoewel de verslagen in zakelijke stijl zijn opgesteld, valt tussen de regels door te lezen, dat er hoogoplopende discussies zijn gevoerd tijdens de zittingen van de zuiveringscommissie. In Vleuten werden zelfs enkele verzetslieden, die tevens ambtenaar waren, aangeklaagd. Mogelijk was dit een reactie van beschuldigde ambtenaren op de aanklagers uit het verzet.
Over burgemeester Johannes Anthonius Verder van Vleuten en Haarzuilens bestond veel onvrede. Waar burgemeesters uit de buurgemeenten in het najaar van 1944 ondergedoken waren, bleef Verder aanvankelijk op zijn post. Er kwam echter weinig meer uit zijn handen. Moeilijke beslissingen liet hij aan zijn ambtenaren over. In november 1944 meldde hij zich ziek. De groepsleider van de NSB werd enige tijd later als waarnemer aangesteld. Zelfs vanuit verzetskringen werd de waarnemer nog positiever beoordeeld dan zijn voorganger. Burgemeester Verder werd op grond van het negatieve oordeel van de commissie uit zijn functie ontheven.
Schrijvend over de burgemeesters en ambtenaren die voor de zuiveringscommissie moesten verschijnen heb ik hun werkelijke namen gebruikt.

De houding van inwoners
In mijn zoektocht naar ervaringen van de bewoners hoorde ik menig relaas over schaarste en honger, over het heimelijk ontduiken van Duitse maatregelen, over veediefstallen en over bombardementen op de spoorlijn. Daarbij kwamen nogal eens anekdotische of sterke verhalen op tafel. Over de opstelling van de inwoners ten opzichte van de bezetter en zijn maatregelen is daarentegen weinig informatie beschikbaar. Er waren geen onderzoeksbureaus die peilingen uitvoerden. In het standaardwerk van Lou de Jong, Het koninkrijk der Nederland in de Tweede Wereldoorlog, zesentwintig banden dik, is ‘de publieke opinie’ een ondergeschoven kindje. Ook De Jong moest het met beperkt onderzoeksmateriaal doen.
De beste manier om nog enigszins in deze lacune te voorzien vond ik het gebruik maken van dagboeken. Deze notities zijn persoonlijk gekleurd en van representativiteit is geen sprake. Het voordeel is wel, dat de ervaringen vers van de pers zijn opgeschreven en, anders dan herinneringen, niet onderhevig zijn aan gebreken van het geheugen. Ik kreeg de beschikking over (delen uit) de dagboeken van vier inwoners. In het NIOD, dat beschikt over een groot aantal dagboeken en briefwisselingen, vond ik nog meer getuigenissen, onder andere de aantekeningen over Vleuten en De Meern van een ambtenaar die verantwoordelijk was voor het plaatsen van evacués en het dagboek van een inwoner uit Utrecht die meermalen per week op zoek ging naar eten.

Vanuit al deze bronnen heb ik vervolgens geprobeerd mij in te leven in de inwoners van Vleuten, De Meern en Haarzuilens. Bij het schrijven van ieder hoofdstuk heb ik mezelf de vraag gesteld: hoe zouden de inwoners op deze gebeurtenissen gereageerd hebben? Hoe gebrekkig de antwoorden op deze vraag ook zijn en hoe vaak ik ook voorbehouden en relativeringen heb opgenomen, op deze wijze is er een geschiedenis van de oorlog door de ogen van de inwoners ontstaan.
De NSB: ontstaan, leiders, aanhang en rol tijdens de bezetting
Nederland in de Tweede Wereldoorlog – De bezetting
Zuinigheid, fatsoen en naastenliefde
Geschiedenis van de DDR (1949-1990) – Duitse Democratische Republiek
Het bloedbad van Chatyn (1943)