Profs in Oranje
De omstandigheden waarin het Nederlands voetbal in de eerste jaren van 1954 verkeerde, waren eigenlijk te vergelijken met die van nu. De beste Nederlandse voetballers speelden in het buitenland. Wel was er een belangrijk verschil met tegenwoordig. In die tijd was het niet toegestaan voor spelers die over de grens speelden om voor Oranje uit te komen. Tot aan de interland tegen Denemarken op 13 maart 1955. Een primeur in het Olympisch Stadion, dat met 64.000 toeschouwers volledig uitverkocht was en men was vol van verwachting.

De KNVB bleef, ondanks veel kritiek van de supporters, vasthouden dat het ook met de buitenlandse profs het voetbal niet veel beter zou zijn geweest. Tot 12 maart 1953, de dag dat in het Parc des Princes in Parijs een wedstrijd tussen in het buitenland spelende Nederlandse profs en de Franse profs werd gespeeld. Theo Timmermans, die voor Nîmes speelde, had het initiatief genomen voor het spelen van deze wedstrijd. Er werd afgesproken dat de opbrengst zou gaan naar de slachtoffers van de watersnoodramp van 1 februari 1953.
Maar liefst zevenduizend Nederlanders waren naar de Franse hoofdstad getrokken om de “dissidenten”, zoals Frans de Munck, Cor van der Hart, Bertus de Harder, Kees Rijvers, Bram Appel en vele anderen, te zien spelen. Deze wedstrijd was uiteindelijk het begin geweest van het betaalde voetbal in Nederland, hoewel er nog heel wat water door de Rijn moest stromen voordat het zover was. Op 25 november 1955 werd besloten dat ook in Nederland betaald voetbal zou worden gespeeld.

Debuterende profs
De eerste officiële interlandwedstrijd van het Nederlands elftal met de teruggekeerde profs was dus op 13 maart 1955 in het Olympisch Stadion tegen Denemarken. Voor het Nederlandse voetbal een zeer belangrijke dag. Er was door het Nederlands elftal weken ervoor in het stadion al geoefend tegen de ploegen van Austria Wien (4-0) en Stade Reims (4-0). Spelers als Cor van der Hart en Bertus de Harder zouden nu hun eerste officiële interland spelen.
Het optimisme onder het Nederlandse publiek was dan ook groot, en er heerste een geweldige stemming in het Olympisch Stadion. Er dreigde echter een probleem te ontstaan toen een dag eerder bleek dat het veld onbespeelbaar was geworden door hevige sneeuwval. Met tientallen vrijwilligers werd de nacht ervoor, tot vlak voor de wedstrijd, hard gewerkt om het stadionveld toch bespeelbaar te maken. Het lukte.

De wedstrijd zelf werd helaas een grote teleurstelling. De Denen namen al snel de leiding, en alleen Abe Lenstra kon daar een doelpunt tegenover stellen. Abe Lenstra was de enige Nederlandse vedette die in eigen land was blijven spelen. Hij bekeek de wedstrijd in Parijs met gemengde gevoelens en kreeg veel kritiek in eigen land op de slechte resultaten van de nationale ploeg. De toeschouwers verlieten, na de 1-1-eindstand, dan ook zeer teleurgesteld het stadion.
Van een plotselinge chemie, zoals twee jaar eerder in Parijs, was in het stadion niets te merken. Het was pijnlijk en duidelijk te zien dat deze spelers al heel lang niet meer samen hadden gespeeld. Ook bijvoorbeeld van de samenwerking tussen Faas Wilkes en Abe Lenstra was niets te merken. De krantenkop na de wedstrijd die er uitsprong, luidde: Ongetrainde Denen houden het sterkst gedachte oranjeteam in toom.
Oudste shirt van het Nederlands elftal gevonden
De eerste Nederlandse profvoetballers
‘Wij Houden van Oranje’, voetballied van André Hazes
Brits potje ‘Kerst-voetbal’ tijdens de Eerste Wereldoorlog
De Panenka – Gewaagde strafschop van Antonín Panenka
Belgen kregen bijnaam ‘Rode Duivels’ in 1906 na wedstrijd tegen Nederland