In 1955 speelde Oranje voor het eerst een wedstrijd met profs, een succes werd het niet

3 minuten leestijd
Moment uit de wedstrijd tussen Nederland en Denemarken in het Olympisch Stadion. Voor het Deense doel. In het midden: Abe Lenstra
Moment uit de wedstrijd tussen Nederland en Denemarken in het Olympisch Stadion. Voor het Deense doel. In het midden: Abe Lenstra (CC0 - Nationaal Arrchief - J.D. Noske, / Anefo)
Het Olympisch Stadion in Amsterdam en de sport in zijn algemeenheid spelen al ruim zeventig jaar een belangrijke rol in het leven van oud-sportjournalist Bab Barens. In zijn boek Mijn Olympisch Stadion, bundelt hij verhalen over het stadion, dat hij als zijn tweede thuis beschouwt. Op Historiek publiceren we enkele fragmenten. In onderstaand verhaal aandacht voor de opkomst van het profvoetbal.

Profs in Oranje

De omstandigheden waarin het Nederlands voetbal in de eerste jaren van 1954 verkeerde, waren eigenlijk te vergelijken met die van nu. De beste Nederlandse voetballers speelden in het buitenland. Wel was er een belangrijk verschil met tegenwoordig. In die tijd was het niet toegestaan voor spelers die over de grens speelden om voor Oranje uit te komen. Tot aan de interland tegen Denemarken op 13 maart 1955. Een primeur in het Olympisch Stadion, dat met 64.000 toeschouwers volledig uitverkocht was en men was vol van verwachting.

Mijn Olympisch Stadion
 
Eerst nog even terug naar de jaren voor 1955. Terwijl in heel Europa al lang betaald voetbal werd gespeeld, bleef de KNVB na de oorlog principieel vasthouden aan het amateurisme. Spelers die in het buitenland gingen voetballen, werden in de ban gedaan, mochten niet meer voor Oranje uitkomen en moesten rekening houden met een lange schorsing voordat ze weer voor een Nederlandse (amateur) club te konden spelen.

De KNVB bleef, ondanks veel kritiek van de supporters, vasthouden dat het ook met de buitenlandse profs het voetbal niet veel beter zou zijn geweest. Tot 12 maart 1953, de dag dat in het Parc des Princes in Parijs een wedstrijd tussen in het buitenland spelende Nederlandse profs en de Franse profs werd gespeeld. Theo Timmermans, die voor Nîmes speelde, had het initiatief genomen voor het spelen van deze wedstrijd. Er werd afgesproken dat de opbrengst zou gaan naar de slachtoffers van de watersnoodramp van 1 februari 1953.

Maar liefst zevenduizend Nederlanders waren naar de Franse hoofdstad getrokken om de “dissidenten”, zoals Frans de Munck, Cor van der Hart, Bertus de Harder, Kees Rijvers, Bram Appel en vele anderen, te zien spelen. Deze wedstrijd was uiteindelijk het begin geweest van het betaalde voetbal in Nederland, hoewel er nog heel wat water door de Rijn moest stromen voordat het zover was. Op 25 november 1955 werd besloten dat ook in Nederland betaald voetbal zou worden gespeeld.

Elftalfoto voorafgaand aan de wedstrijd tegen Denemarken, 1955.
Elftalfoto voorafgaand aan de wedstrijd tegen Denemarken, 1955. Staand vlnr. Wiersma , Kuijs, Schaap, Van der Hart, De Munck, Van Schijndel. Gehurkt vlnr. Dillen , Timmermans, Wilkes, Lenstra, De Harder (CC0 – Nationaal Arrchief – J.D. Noske, / Anefo)

Debuterende profs

De eerste officiële interlandwedstrijd van het Nederlands elftal met de teruggekeerde profs was dus op 13 maart 1955 in het Olympisch Stadion tegen Denemarken. Voor het Nederlandse voetbal een zeer belangrijke dag. Er was door het Nederlands elftal weken ervoor in het stadion al geoefend tegen de ploegen van Austria Wien (4-0) en Stade Reims (4-0). Spelers als Cor van der Hart en Bertus de Harder zouden nu hun eerste officiële interland spelen.

Het optimisme onder het Nederlandse publiek was dan ook groot, en er heerste een geweldige stemming in het Olympisch Stadion. Er dreigde echter een probleem te ontstaan toen een dag eerder bleek dat het veld onbespeelbaar was geworden door hevige sneeuwval. Met tientallen vrijwilligers werd de nacht ervoor, tot vlak voor de wedstrijd, hard gewerkt om het stadionveld toch bespeelbaar te maken. Het lukte.

Krantenkop in de Nieuwsgier van 14 maart 1955
Krantenkop in de Nieuwsgier van 14 maart 1955 (Delpher)

De wedstrijd zelf werd helaas een grote teleurstelling. De Denen namen al snel de leiding, en alleen Abe Lenstra kon daar een doelpunt tegenover stellen. Abe Lenstra was de enige Nederlandse vedette die in eigen land was blijven spelen. Hij bekeek de wedstrijd in Parijs met gemengde gevoelens en kreeg veel kritiek in eigen land op de slechte resultaten van de nationale ploeg. De toeschouwers verlieten, na de 1-1-eindstand, dan ook zeer teleurgesteld het stadion.

Van een plotselinge chemie, zoals twee jaar eerder in Parijs, was in het stadion niets te merken. Het was pijnlijk en duidelijk te zien dat deze spelers al heel lang niet meer samen hadden gespeeld. Ook bijvoorbeeld van de samenwerking tussen Faas Wilkes en Abe Lenstra was niets te merken. De krantenkop na de wedstrijd die er uitsprong, luidde: Ongetrainde Denen houden het sterkst gedachte oranjeteam in toom.

×