Dark
Light

Panzerkampfwagen III: van offensief wapen tot ondersteuningsvoertuig

“De Panzer III was voor een groot deel van de oorlog een succesvolle tank, maar had beperkte verbetermogelijkheden.”
7 minuten leestijd
Panzerkampfwagen III in een museum - cc
Panzerkampfwagen III in een museum - cc

De Panzerkampfwagen III (Panzer III) was een van de belangrijkste tanks van de Duitse Wehrmacht en de Waffen-SS tussen 1939 en 1943. Het voertuig diende vanaf 1939 aan vrijwel alle oorlogsfronten. De tank was redelijk snel en voldoende bewapend, maar had een beperkt upgradepotentieel. Tijdens de aanval op Polen (1939), Nederland en Frankrijk (1940) toonde het voertuig aan dat het vijandelijke tanks en pantservoertuigen kon uitschakelen. Toch waren sommige Franse tanks beter gepantserd en bewapend. De Duitse aanval op de Sovjet-Unie op 22 juni 1941 maakte pijnlijk duidelijk dat de Panzer III wat betreft bepantsering en bewapening grotendeels verouderd was vergeleken met de nieuwste Sovjettanks.

Ontwikkeling

Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) mocht Duitsland geen tanks bouwen. Toch werd in het geheim aan verschillende tanks gewerkt. Na de machtsovername van Adolf Hitler (1889-1945) in 1933 werden de regels van het Verdrag van Versailles steeds meer terzijde geschoven en begon Duitsland zich te herbewapenen. Tanks konden oorlogen mogelijk maken en waren geschikt als aanvalswapen om snel gebieden te veroveren – ook Adolf Hitler zag dat in.

Heinz Guderian (cc - Bundesarchiv)
Heinz Guderian (cc – Bundesarchiv)
In 1936 en 1937 werden verschillende tankprototypes getest door Daimler-Benz, Krupp, MAN en Rheinmetall. Het model van Daimler-Benz werd uiteindelijk gekozen en de eerste productieversie van de nieuwe tank (Panzer III, Panzerkampfwagen III) werd aangeduid met ‘Ausführung A’ (maart 1937). Massaproductie van een verbeterde versie begon in 1939 (Ausf. F). De ontwikkeling van de Panzer III werd gekenmerkt door de zoektocht naar een geschikte aandrijving. Aanvankelijk werd de tank uitgerust met acht kleine wielen, later (Ausf. F) werd gekozen voor zes wielen. Een groot voordeel van de tank was het feit dat de bemanning uit vijf man bestond, waarvan drie man in de koepel werkten. De commandant kon zich richten op het geven van instructies aan de bemanningsleden en hoefde zich niet bezig te houden met laden of vuren van het kanon (zoals dat bij Franse tanks vaak het geval was).

De Panzerkampfwagen III werd door militair Heinz Guderian (1888-1954) gezien als een tank die het best uit de verf kwam naast een meer ondersteunende tank, zoals de Panzer IV. De Panzer III zou dan vijandelijke tanks en pantservoertuigen uitschakelen met pantsermunitie, terwijl de Panzer IV met zijn kort 75mm kanon geschikter was om vijandelijke infanterie, kanonnen, kleine bunkers en machinegeweernesten aan te vallen (er was echter ook een pantsergranaat beschikbaar).

De eerste Panzer III voertuigen werden met een 3,7 cm KwK 36 kanon bewapend. Dat kanon was in staat licht gepantserde tanks uit te schakelen, maar bleek op de lange termijn verouderd. Nieuwere versies van de tank kregen een 5 cm KwK 38 L/42 kanon dat krachtiger was. De nieuwste Panzer III voertuigen kregen het verbeterde 5 cm KwK 39 L/60 kanon dat bedoeld was om goed gepantserde tanks tot op lange afstand te doorboren. Niet alleen de bewapening, maar ook het pantser werd voortdurend verbeterd. Aanvankelijk bedroeg het pantser 15mm, later werd dat opgevoerd tot 50mm staal aan de voorkant van de tank. De standaardmotor van de tank leverde ongeveer driehonderd paardenkracht (12 cilinder Maybach HL 120 TRM).

Polen en Frankrijk

De Duitse aanval op Polen (1939) en Frankrijk (1940) leek op een ‘bliksemaanval’. De gecoördineerde inzet van tanks, infanterie, artillerie, vliegtuigen en andere wapens bleek een succes. In Polen werd de Panzer III in kleine aantallen ingezet en bleek het een redelijk krachtig voertuig naast de Panzer IV. De meeste versies waren Ausf. A’s en F’s die met 37mm kanonnen waren bewapend. De meeste Poolse voertuigen konden niet op tegen die tanks.

In Frankrijk was het wat betreft technische aspecten een ander verhaal. Franse tanks zoals de zware Char B1 en de middelzware SOMUA S35 waren beter gepantserd dan de Duitse tank en konden de Panzer III met hun 47 en 75mm kanonnen uitschakelen. Frontaal waren die Franse tanks soms nagenoeg onkwetsbaar voor Duitse tankkanonnen. In Frankrijk werd het Duitse leger zich er voor het eerst van bewust dat hun tanks, zelfs de Panzer III en IV, wat betreft bepantsering en vuurkracht niet ongeëvenaard waren. Door de superieure Duitse tactieken, het ontbreken van een slimme inzet van tanks aan Franse zijde en de inzet van de Luftwaffe werd het Franse leger toch uiteindelijk verslagen. Ook in Noord-Afrika toonde de Panzer III aan dat de tank vooral geschikt was tegen lichte en middelzware tanks. Vooral de M3 Lee en de M4 Sherman waren grote bedreigingen voor de met 5 cm KwK 38 bewapende Panzer III.

Panzerkamfwagen III Ausf. L in The Tank Museum (CC BY-SA 4.0 - wiki - Paul Hermans)
Panzerkamfwagen III Ausf. L in The Tank Museum (CC BY-SA 4.0 – wiki – Paul Hermans)

Operatie Barbarossa

De grootste ontgoocheling kwam echter in juni 1941 (Operatie Barbarossa) toen het Duitse leger de Sovjet-Unie aanviel en in aanraking kwam met de middelzware T-34 en de zwaardere KV tanks. Omdat de Sovjet-Unie vooral lichte en zwak gepantserde middelzware tanks in dienst had (tienduizenden, bijvoorbeeld de T-26 en de T-28), vormde het overgrote deel van de Sovjettanks geen of nagenoeg geen bedreiging voor de middelzware Duitse Panzer III en IV (wel voor de lichtere Panzer I en II). De T-34 en de KV werden weliswaar in kleine aantallen ingezet, maar hun indruk op Duitse soldaten was erg groot. Technisch gezien waren zij krachtiger dan alle Duitse tanks die op dat moment beschikbaar waren, inclusief de Panzer III. De met 3,7 cm kanon uitgeruste Panzer III voertuigen konden de genoemde Sovjettanks vanaf de voorkant niet uitschakelen. De T-34 en de KV waren te goed gepantserd om door de met 5 cm KwK 38 uitgeruste Panzer III uitgeschakeld te worden. Vanaf de voorkant was het nagenoeg onmogelijk om de Sovjettanks te doorboren. Het frontale romppantser (75-90mm) was te dik om door 5 cm granaten doorboord te worden (en al helemaal als de tanks schuin stonden opgesteld wat ervoor zorgde dat de staaldikte toenam).

Zowel de T-34 als de KV (KV-1) konden de Panzer III daarentegen tot op een afstand van een kilometer of verder vernietigen met pantsermunitie. Omdat de zijkant van de Panzer III plusminus 30mm dik was, was het voertuig kwetsbaar voor de 76mm munitie van de Sovjettanks. Ook de voorkant van de Panzer III kon door 76mm munitie worden doorboord.

Panzerkampfwagen III (Publiek Domein - wiki)
Panzerkampfwagen III (Publiek Domein – wiki)

Wat betreft het penetratievermogen en de explosieve inhoud waren de 76mm kanonnen van de genoemde Sovjettanks krachtiger dan de 37mm en 50mm kanonnen van de Panzer III (het penetratievermogen van de 76mm kanonnen bedroeg plusminus 71 tot 78mm tot op een afstand van honderd meter). De TNT inhoud was groter (150 tot 155 gram) bij de 76mm BR-350A munitie. Om de Sovjettanks uit te schakelen werd door Duitse ingenieurs en militairen besloten om een nieuw 50mm kanon te installeren (Adolf Hitler speelde daarbij ook een grote rol: hij had al eerder aangedrongen op een krachtiger kanon voor de Panzer III).

In de lente van 1942, een jaar na de inval, werd een 5 cm KwK 39 L/60 kanon gemonteerd in de Panzer III Ausf. J. Dat wapen was gebaseerd op een antitankkanon en was in staat de T-34 vanaf de voorkant te doorboren (vooral de met 45mm staalplaten uitgeruste koepel want de schuin vormgegeven romp was met plusminus 80 tot 90mm staal vrijwel onkwetsbaar). Tegen de beter gepantserde KV was het een ander verhaal: het kanon kon de KV slechts tot op korte afstand doorboren. Wolfraammunitie werd soms gebruikt om het KV-pantser te doorboren, maar die munitie was vaak slechts in kleine hoeveelheden beschikbaar. Ook vliegtuigen en artillerie werd tegen KV tanks ingezet.

Opgemerkt dient te worden dat de ‘interne’ techniek van de Panzer III, zoals radio’s, richtoptieken, vizieren, koptelefoons, vaak kwalitatief beter was dan die in de T-34 en de KV. Door die interne aspecten waren de Duitse tankbemanningen vaak beter in staat met elkaar te communiceren en het slagveld te overzien. Getrainde tankbemanningen waren tevens van groot belang. Pas later (1943, 1944) wist de Sovjet-Unie die achterstand deels in te halen.

Panzerkampfwagen III (cc - Bundesarchiv)
Panzerkampfwagen III (cc – Bundesarchiv)

Een nieuw kanon

Omdat het 5 cm KwK 39 kanon niet over voldoende vuurkracht beschikte om de beste Sovjettanks tot op lange afstand vanaf de voorkant te vernietigen werd besloten om over te gaan op de herbewapening van de Panzer IV. Het grootste minpunt van de Panzer III was het beperkte upgradepotentieel wat ervoor zorgde dat de koepel van de tank geen groter kanon dan het KwK 39 wapen kon dragen. Ook de koepelring was te klein. Er was ook niet genoeg ruimte voor de terugslag van een krachtiger, groter kanon. De introductie van een lang 7,5 cm KwK 40 L/43 en L/48 kanon in de nieuwste Panzer IV modellen zorgde ervoor dat het 5 cm KwK 39 wapen grotendeels verouderd was. Het feit dat de Panzer III ook niet beter gepantserd was de Panzer IV was ook geen voordeel, evenals het feit dat de motor niet meer vermogen leverde.

Vanaf 1943 kreeg de Panzer III steeds meer een secundaire rol en werd de tank vooral ingezet als ondersteuningsvoertuig en om tankbemanningen te trainen. Nu waren de rollen omgekeerd en was de Panzer IV de belangrijkste tank van Hitler-Duitsland. Daarmee is het verhaal van de Panzer III niet ten einde: het onderstel van de tank werd gebruikt voor de constructie van stormaanvalsvoertuigen (StuG III) die tijdens de oorlog meer vijandelijke tanks en voertuigen uitschakelden dan de Panther (Panzer V) en de zwaardere Tiger-tanks (Panzer VI). Die Stürmgeschutz voertuigen hadden geen koepel en waren goedkoper om te produceren dan tanks. In kleine aantallen werden ook nog Panzer III voertuigen geproduceerd die met een kort 75mm kanon (L/24) waren uitgerust. Sommige Panzer III voertuigen kregen ook nog zijplaten om patronen uit antitankwapens en holle lading tegen te houden. In totaal werden 5774 Panzer III voertuigen geproduceerd.

Meer artikelen over historische tanks
Boek: Panzer III – Hitler’s Beast of Burden

Documentaire over de Panzer III:

Bronnen

-BIRD, L. REXFORD & LIVINGSTON, R. D., World War Two Ballistics: Armor and Gunnery, Overmatch Press, 2001.
-CHAMBERLAIN, P. & DOYLE, H., Encyclopedia of German Tanks of World War Two, Silverdale Books, 2004.
-MILLER, D., Tanks of the World, From World War I to the present day, Zenith Press, 2002.
-Wikipedia
×