T-34: ‘wondertank’ of mythe?

“Zonder de T-34 tank zou de Sovjet-Unie de grondoorlog tegen Hitler-Duitsland waarschijnlijk niet hebben gewonnen.”

De Sovjet T-34 tank is een tank die tijdens de Tweede Wereldoorlog in groten getale werd ingezet. De sterke bepantsering, de goede vuurkracht en de hoge productieaantallen van de T-34 tank zouden doorslaggevende factoren zijn geweest voor de nederlaag van nazi-Duitsland. Dit artikel tracht antwoord te geven op de vraag in hoeverre dat waar is. Daarbij wordt gelet op de T-34-76 en de T-34-85.

Ontwerp

De T-34 tank kent haar wortels in prototypes als de A-20 en de A-32. Deze prototypes hadden schuin vormgegeven bepantsering en redelijk krachtige bewapening. De A-32 werd in de dertiger jaren verder ontwikkeld (het pantser werd 45mm dik) en deze nieuwe tank werd de ‘A-34’ genoemd (later T-34). Anders dan de meeste Duitse tanks had de T-34 (T-34-76 model 1940, 1941, 1942 en 1943) vrij dikke bepantsering aan alle kanten van de romp en de koepel. Zo was de romp voorzien van 40 tot 45mm dikke staalplaten aan alle kanten en de koepel van 40 tot 60mm staal. De hoofdbewapening van het voertuig bestond uit een 76mm kanon (verschillende versies) dat in staat was plusminus 71 tot 78mm staal tot op een afstand van honderd meter te doorboren met de pantsermunitie BR-350A. Die pantsermunitie was voorzien van een explosieve vulling die ervoor zorgde dat grote interne schade werd veroorzaakt.

T-34/76 Mod.43 in Gdansk (CC BY-SA 3.0 - wiki)
T-34/76 Mod.43 in Gdansk (CC BY-SA 3.0 – wiki)

In totaal waren vier bemanningsleden nodig om de eerste T-34 productieversies te bemannen. In de koepel zaten twee man (in de romp een bestuurder en een radioman/machinegeweer schutter). Dat was een groot nadeel omdat het aan een schutter/richter ontbrak (de commandant nam de taak van schutter/richter op zich). De grote wielen van de T-34 zorgden ervoor dat het voertuig moeiteloos door sneeuw en modder kon rijden. Het aandrijfsysteem en de wielophanging waren gebaseerd op een voertuig ontworpen door de Amerikaanse ingenieur Walter Christie (1865-1944). De motor van de T-34 leverde plusminus vijfhonderd paardenkracht.

Inzet

Op 22 juni 1941 viel nazi-Duitsland de Sovjet-Unie aan. Ongeveer 3350 tot 3500 Duitse tanks namen het op tegen plusminus 22.000 Sovjet-tanks. Duidelijk werd dat de Sovjets vooral lichte tanks hadden: de lichte T-26 tank werd in groten getale ingezet, evenals de snelle BT series. Zwaardere voertuigen zoals de T-28 en de elf meter lange T-35 zagen tevens actie, maar waren door hun lange silhouet en dunne bepantsering gemakkelijke doelwitten voor Duitse schutters. Het merendeel van de Sovjettanks was wat betreft bepantsering en vuurkracht totaal niet opgewassen tegen de zwaardere Duitse tanks zoals de Panzerkampfwagen III en IV. Alle genoemde Sovjettanks konden door Duitse tankkanonnen vernietigd worden. De training van de Duitse tankbemanningen en de superieure richtoptieken speelden bij tankgevechten een erg grote rol. De Duitse Luftwaffe viel gronddoelen met succes aan. Tank tegen tank gevechten waren over het algemeen zeldzaam.

- advertentie -
“De Duitse (37mm) tankgranaten werden spottend ‘aanklopgranaten’ genoemd omdat ze vaak niet door het pantser kwamen.”

Op 23 juni 1941, een dag na het binnenvallen van de Sovjet-Unie, kwamen de Duitsers de T-34 voor het eerst tegen. De meeste Duitse frontsoldaten waren niet op de hoogte van het bestaan van de Sovjet-tank. Duitse tankkanonnen met een kaliber van 37 en 50mm konden het T-34 pantser slechts met veel geluk en vanaf zeer korte afstand doorboren. Meestal ketsten de Duitse granaten gewoon van het T-34 pantser af.

De zwaardere Sovjet KV tanks waren ook nagenoeg onkwetsbaar voor Duits tankvuur. De Duitse onderschatting van de Sovjet ‘Untermenschen’ zorgde ervoor dat hun superioriteitsgevoel een flinke klap kreeg. De Duitse Panzer I en II konden het T-34 pantser vanaf geen enkele afstand doorboren (met ongelofelijk veel geluk kon door vensters worden geschoten). De Panzer III kon met zijn 37 of 50mm kanon tot op lange afstand weinig uitrichten tegen de T-34. Het korte ‘Stummel’ kanon waarmee de Panzer IV was uitgerust doorboorde met pantsermunitie slechts 54mm staal tot op een afstand van honderd meter: dat was niet genoeg om de schuine pantserplaten aan de voorkant van de T-34 tank tot op gevechtsafstand (500-800 meter) te doorboren.

De confrontatie met de T-34 tank zorgde voor regelrechte paniek bij Duitse soldaten. Soms werden zelfs Duitse antitank-kanonnen overreden door T-34 tanks. De Duitse (37mm) tankgranaten werden spottend ‘aanklopgranaten’ genoemd omdat ze vaak niet door het pantser kwamen. Op zijn beurt kon de T-34 alle genoemde Duitse tanks (in theorie) tot op een kilometer of verder uitschakelen. De relatief slechte richtoptieken, het beperkte zicht en de slechte training van de Sovjettankbemanning in juni 1941 verhinderden dat echter vaak. Stalins zuiveringen in de dertiger jaren hadden de Sovjetlegertop verzwakt en de professionaliteit van het leger verlaagd. Door Duitse vliegtuigen, artillerie en mechanische problemen gingen veel T-34 tanks verloren. Het Duitse 88mm luchtdoelgeschut was, afgezien van de zwakkere 37 en 50mm kanonnen, doeltreffend tegen het T-34 pantser.

De T-34 in 1941

Gelet op de technische specificaties kunnen we stellen dat de T-34 tank in juni 1941 een zeer formidabele opponent was voor alle Duitse tanks. Ook was de tank erg effectief tegen infanterie. De bepantsering, de vuurkracht, de mobiliteit en het motorvermogen waren superieur vergeleken met de Duitse tanks (Panzer I, II, III en IV) en de van oorsprong in Tsjecho-Slowakije gebouwde Panzerkampfwagen 35(t) en 38(t). Wat betreft training van de bemanning en communicatiemiddelen was de T-34 vaak echter de mindere van de genoemde Duitse tanks.

Het Duitse antwoord: Panther

De T-34 had zo’n grote impact op het Duitse leger dat de Duitse legertop besloot een nieuwe tank te ontwerpen. Door grote verliezen en het onvermogen van een groot deel van de bestaande antitankwapens werden de Duitsers zich bewust van de kracht van de tank. Uiteindelijk verscheen in 1943 de Panzerkampfwagen V Panther die erg leek op de T-34 (de zwaardere Tiger-tank werd al in 1942 ingezet). Het schuine pantser, de krachtige bewapening en de mobiliteit waren verwerkt in een eigen tankontwerp. Duits nationalisme liet het echter niet toe de T-34 te kopiëren.

Het verschijnen van de zeventig ton wegende Duitse Tiger-tank in 1942 en de Panther in 1943 aan het Oostfront zorgden ervoor dat de T-34 voor een groot deel zijn superieure vuurkracht en bepantsering verloor. De rollen van juni 1941 waren nu omgekeerd. Het kanon van de T-34 legde het af tegen de Duitse tanks en de tank was kwetsbaar geworden tot op een afstand van twee kilometer of verder.

- advertentie -
Panzerkampfwagen V Panther (cc - Bundesarchiv)
Panzerkampfwagen V Panther (cc – Bundesarchiv)

De zwaardere Duitse tanks zoals de Tiger en de Panther waren echter niet onkwetsbaar. De zijkanten van de Duitse Panther-tank (40-50mm) waren te dun om 76mm vuur uit T-34 tanks tegen te houden. Alleen de Duitse Tiger-tank was aan alle kanten vrijwel onkwetsbaar voor het T-34 kanon (het frontale pantser kon niet door het T-34 kanon worden doorboord, de zijkanten alleen vanaf suïcidaal korte afstand). Omdat de Duitse tanks vaak vanaf lange afstand aanvielen werden eventuele zwakheden (mobiliteit, beperkte draaisnelheid koepel) gereduceerd.

Andere Duitse dreigingen

Niet alleen de nieuwe Duitse tanks vormden een bedreiging voor de T-34. Ook het verbeterde 5 cm KwK 39 L/60 kanon dat in de nieuwste Panzerkampfwagen III voertuigen was gemonteerd kon de T-34 uitschakelen (het wapen kon met pantsermunitie 96mm staal tot op een afstand van honderd meter doorboren). Toch zorgde het schuine pantser van de T-34 ervoor dat schoten op de voorkant van de tank een kans hadden af te ketsen. De nieuwste wolfraammunitie van dat 5 cm kanon kon tot op korte afstand nog dikker staal doorboren, maar was lichter en had een minder vernietigende werking. De nieuwste Panzer III modellen bleven echter kwetsbaar voor het 76mm kanon van de T-34 tot op lange afstand.

Een andere dreiging vormden de 7,5 cm KwK 40 L/43 en L/48 kanonnen (gebaseerd op de PaK 40) die gemonteerd werden in de Panzerkampfwagen IV Ausf. F2 en latere versies. De genoemde wapens konden de T-34 tot op een kilometer of verder vernietigen. Desondanks bleven die nieuwste Panzer IV modellen kwetsbaar voor alle T-34 tanks die met 76mm kanonnen waren bewapend. Het frontale koepelpantser (50mm) was niet dik genoeg om de pantsermunitie van de T-34 met een grote kans van slagen af te laten ketsen. De zijkant en de achterkant van de nieuwste Panzer IV modellen was tevens erg dun (20-30mm) en was kwetsbaar tot op een afstand van een kilometer of verder.

De T-34 in 1942 en 1943

Samengevat kunnen we stellen dat de Tiger en de Panther-tanks, ondanks hun technische mankementen (kinderziektes), technisch gezien krachtiger waren dan de T-34 tanks. De T-34 verloor in 1942 en 1943 de superioriteit wat betreft vuurkracht. De immense dreiging van de Duitse tanks zorgde ervoor dat een nieuw kanon in de Sovjet-T-34 nodig was om de gevaarlijke Duitse tanks vanaf de voorkant te kunnen uitschakelen.

T-34-85 (CC BY-SA 3.0 - Radomil - wiki)
T-34-85 (CC BY-SA 3.0 – Radomil – wiki)

Het verbeterde model: T-34-85

In 1943 en 1944 werden T-34 tanks geüpgraded met een nieuw, krachtiger kanon. Een 85mm D-5T (later ZiS-S-53) kanon met een penetratievermogen van plusminus 139mm staal tot op een afstand van honderd meter en 81mm tot op een afstand van twee kilometer werd gemonteerd in een grotere koepel, bemand door drie man. Dat was genoeg om de voorkant van de Tiger en Panther te doorboren en voldoende om de zijkanten van beide tanks tot op een afstand van twee kilometer te penetreren. De T-34-85 was vergeleken met de eerdere modellen (T-34-76) ook beter gepantserd. De nieuwe T-34 had dezelfde motor en bereikte een snelheid van plusminus 45 tot 55 kilometer per uur. Vergeleken met de Duitse tanks Tiger en Panther was de T-34-85 echter minder goed gepantserd en was het kanon minder krachtig.

Doorslaggevende factor: productie

De doorslaggevende factor voor de heldenstatus van de T-34 tank is de kwantiteit. Van de T-34 werden tienduizenden (in totaal plusminus 80.000) exemplaren gebouwd. De enorme hoeveelheden Sovjettanks waren wat betreft vuurkracht en bepantsering dus weliswaar minder krachtig dan de zwaardere Duitse tanks, maar de enorme productieaantallen waren doorslaggevend (van de Duitse Tiger I werden slechts 1354 exemplaren gebouwd, van de Panther plusminus 6000 stuks en van de minder krachtige Panzer IV plusminus 8500).

Nadelen van de T-34

Het grootste nadeel van de T-34-76 was het beperkte zicht en de beperkte ruimte binnen in de tank. Penetratie door vijandelijke tankgranaten had vaak een desastreus effect omdat het interieur zo klein was. De richtoptieken waren daarnaast vaak ook niet van topkwaliteit. Dat alles had tot gevolg dat veel T-34 tanks zich niet bewust waren van de omgeving. Soms reden ze vrijwel blind rechtdoor terwijl ze constant beschoten werden door Duitse antitankkanonnen.

Een ander nadeel van de eerste modellen was de betrouwbaarheid: veel T-34 tanks vielen in 1941 uit door mechanische problemen. Dat had onder andere te maken met de snelle productiemethoden van de tank. De tank moest snel en door ‘iedereen’ gebouwd kunnen worden. Dat had grote gevolgen voor de kwaliteit. Vaak waren T-34 tanks ruw afgewerkt. Dat sloot aan bij de gedachtegang dat zoveel mogelijk tanks geproduceerd moesten worden en zij (mogelijk) niet lang op het slagveld overleefden. Een eerder genoemd nadeel van de T-34-76 was dat de commandant de taak van schutter op zich moest nemen. Dat had negatieve gevolgen voor zijn bevelhebbende taak: hij moest immers zijn aandacht verdelen.

T-34, model 1940 - prototype A-34 (Publiek Domein - Soviet state agencies - wiki)
T-34, model 1940 – prototype A-34 (Publiek Domein – Soviet state agencies – wiki)

Conclusie: ‘wondertank’ of mythe?

De T-34 tank was in 1941 wat betreft vuurkracht en bepantsering een ‘wondertank’. Het pantser kon het merendeel van de Duitse tankgranaten tegenhouden en het kanon was in staat alle Duitse tanks uit te schakelen. De T-34 was ook sneller dan veel Duitse tanks. Training en inzet verhinderden echter het mogelijk (grotere) succes van de T-34 tank. In 1942 was de tank nog steeds formidabel, ook door de mobiliteit, maar vanaf de introductie van de Duitse Tiger-tank verloor de T-34 de overhand wat betreft vuurkracht en bepantsering.

De introductie van de Duitse Panther in 1943 verergerde de situatie (ook het lange Duitse 75mm kanon, 7,5 cm KwK 40 L/48, dat gemonteerd was in nieuwe Panzerkampfwagen IV modellen gooide roet in het eten). Vanaf dat moment telden vooral de productieaantallen – daarin blonk de T-34 uit. De introductie van de verbeterde T-34-85 herstelde de balans enigszins: het model was in staat de genoemde Duitse tanks tot op redelijk lange afstand uit te schakelen. Desondanks bleef het verbeterde model kwetsbaar voor de Duitse tankkanonnen.

- advertentie -

Ondanks de enorme verliezen heeft de T-34 een zeer grote bijdrage geleverd aan de nederlaag van nazi-Duitsland en is de heldenstatus die de tank heeft deels terecht. Zonder de T-34 tank zou de Sovjet-Unie de grondoorlog tegen Hitler-Duitsland waarschijnlijk niet hebben gewonnen.

~ Ruben Krutzen

Meer artikelen over historische tanks
Ook interessant: Hitlers stalen vuist: de evolutie van het Duitse tankwapen 1939-1945
Boek: T-34/76 Medium Tank, 1941-45

Bronnen

BEAN, T. & FOWLER, W., Russian Tanks of World War II: Stalin’s Armoured Might, 2002.
BIRD, L. REXFORD & LIVINGSTON, R. D., World War Two Ballistics: Armor and Gunnery, Overmatch Press, 2001.
CHAMBERLAIN, P. & DOYLE, H., Encyclopedia of German Tanks of World War Two, Silverdale Books, 2004.
CHAMBERLAIN, P. & ELLIS, C., British and American Tanks of World War Two, The complete illustrated history of British, American and Commonwealth tanks 1939-1945, Cassel, London, 2001.
CHAMBERLAIN, P. & ELLIS, C., Duitse tanks 1939-1945, Classics, Huizen, 1978.
FLEISCHER, W., Russian Tanks and armored vehicles 1917 – 1945, Schiffer Military History, Atglen,, 1999.
SCHEIBERT, H., Stalin”s Giants: The Kv-I and Kv-II (Military History Series), Schiffer Pub Ltd; First Edition edition (September 1992), 1992.

Bekijk ook onze uitgebreide onderwerpenlijst of het personenregister

1001 vrouwen in de 20ste eeuw - Els Kloek Napoleon - De man achter de mythe (Adam Zamoyski) De rechtvaardigen - Hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde (Jan Brokken) Reconquista - Miquel Bulnes Leonardo da Vinci - Sprekende gezichten De bokser - 
Het leven van Max Moszkowicz (Biografie) 80 jaar oorlog - Gijs van der Ham / NTR Het goede leven - Annegreet van Bergen Hitlers Derde Rijk in 100 voorwerpen - Roger Moorhouse De Zonnekoning - Glorie en schaduw van Lodewijk XIV (Johan Op de Beeck)
Gelijk naar geschiedenisboeken over: