Van Bavay naar Tongeren: bijzondere historische locaties aan de Via Belgica

7 minuten leestijd
Bavay Forum
Ruïnes van het Romeinse forum in Bavay (Bagacum), ooit het grootste forum ten noorden van de Alpen. - Foto: Chris Delarivière

Romeinse Steenweg, Chaussée Brunehaut, Voie Romaine, Romeinse Kassei of Chemin des Romains. Het zijn slechts enkele van de namen waarmee de Romeinse heirbaan tussen Bavay en Tongeren aangeduid wordt. Al die trajecten vormen samen een historische route door het gallo-romeinse verleden van Noord-Frankrijk en het zuiden van België. Goed voor 145 kilometer historisch erfgoed.

Startplaats van de route is Bavay in het hoge noorden van Frankrijk, vlakbij de Belgische grens. Tegenwoordig is het een rustig provinciestadje maar pakweg twee millennia geleden speelde Bavay of beter, het Romeinse Bagacum, een belangrijke rol in het toenmalige Gallië.

Net als Tongeren werd Bavay, kort na de Romeinse verovering van Gallië, gesticht op een kruispunt van heirbanen. Wie van Boulogne, de havenstad van Romeins Gallië, naar Keulen reisde moest langs het Romeinse Bavay. Ook reizigers uit het zuiden en oosten konden niet om Bagacum heen. De stad voer er wel bij; het was er een drukte van komen en gaan van handelaars, karavanen en legioenen op weg naar de rijksgrens bij Keulen en de Rijn. Keizer Tiberius verbleef er ooit, er waren thermen en een basilica en de stad kon prat gaan op het grootste forum ten noorden van de Alpen. Kortom Bagacum was een gallo-romeinse stad met allure.

Via Belgica
Via Belgica

Met de val van het Romeinse rijk verloor ook Bavay zijn glans. De stad bleek een te gemakkelijk doelwit voor plunderaars en zonk langzaam maar zeker weg in de vergetelheid. Pas in de twintigste eeuw kwam er een herontdekking. Merkwaardig genoeg tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een Duits bombardement vernielde in 1940 een deel van de binnenstad waarbij de restanten van het Romeinse forum bloot werden gelegd. Dat wordt nu gekoesterd als historisch patrimonium met een bijhorend museum waar de geschiedenis van Bavay aan de hand van de archeologische vondsten uit de doeken wordt gedaan.

Standbeeld van de Merovingische koningin Brunhilde in Bavay
Standbeeld van de Merovingische koningin Brunhilde in Bavay – Foto: Chris Delarivière

De weg van Brunhilde

Bavay was en is nog steeds een kruispunt van wegen. Dat wordt duidelijk op het stadsplein dat gedomineerd wordt door een merkwaardig monument. Boven op een twaalf meter hoge kolom prijkt het standbeeld van ‘la reine Brunehaut’. Een eerbetoon aan de Merovingische koningin Brunhilde die in de zesde eeuw de verwaarloosde Romeinse heirbanen liet herstellen. Zo wil de overlevering het althans want historische bewijzen voor die krachttoer zijn er niet. Hoe dan ook markeert haar monument het kruispunt van zeven Romeinse wegen. Op de zijkanten van de achtzijdige sokkel staan de bestemmingen vermeld: Doornik, Amiens, Soissons, Reims, Trier, Keulen en Utrecht.

De belangrijkste en meest tot de verbeelding sprekende heirbaan is de ‘Via Belgica’ die van Boulogne via Tongeren en Maastricht naar Keulen leidt. Het traject Bavay – Tongeren vormt de middenmoot en wordt ook wel eens aangeduid als de Chaussée de Brunehaut, zeg maar ‘de weg van Brunhilde’.

De antieke heirbaan is in de loop der tijden grotendeels verdwenen onder het asfalt van provinciewegen, maar doorkruist wel een gebied rijk aan historische sites waar tal van archeologische vondsten werden gedaan. Van antieke Romeinse villa’s en muntschatten tot Merovingische necropolen en grafheuvels.

Het gallo-tomeins museum en bezoekerscentrum van de Romeinse heirbaan in Waudrez
Het gallo-tomeins museum en bezoekerscentrum van de Romeinse heirbaan in Waudrez, gevestigd in een voormalig schoolgebouw langs de historische route van Bavay naar Tongeren. – – Foto: Chris Delarivière

Waudrez

Vanuit Bavay volgt de ‘de weg van Brunhilde’ een recht toe recht aan traject. Net over de grens wordt het een drukke provinciale weg die de Belgische provincie Henegouwen doorkruist. Toch weet de aloude heirbaan af en toe te ontsnappen aan de moderne tijden en wordt het een rustige landweg. In Waudrez bijvoorbeeld, vlakbij het stadje Binche.

Affiche van de tentoonstelling ‘Tous les chemins mènent au Vodgoriacum’
Affiche van de tentoonstelling ‘Tous les chemins mènent au Vodgoriacum’, over de Romeinse wegen in Gallië en hun weergave op oude kaarten. De focus ligt op het Gallo-Romeinse Waudrez (Vodgoriacum), een belangrijke halteplaats langs de heirbaan Bavay–Tongeren.
De Romeinse legioenen legden ongeveer dertig kilometer per dag af en dat is ook de afstand tussen de halteplaatsen langs de heirbaan. Waudrez was de eerste halte na Bavay. De plek werd Vodgoriacum genoemd en wordt zelfs vermeld op de beroemde Peutingerkaart. Het was een postpunt voor de keizerlijke koeriers, rustplaats voor de legionairs op weg naar hun garnizoen, en marktplaats voor handelaars. Tegenwoordig is Waudrez niet veel meer dan een gehucht met uitzicht op golvend akkerland en in de verte de terrils van La Louvière. De Chaussée de Brunehaut neemt er de gedaante aan van een smalle, holle weg die naar het gallo-romeins museum Statio Romana leidt.

Het museum is ondergebracht in een oude boerderij op de locatie van wat ooit het kloppend hart van Vodgoriacum vormde. Een vrijwilligersorganisatie ontfermt zich over het historisch erfgoed en de archeologische vondsten uit de omgeving. Bezoekers kunnen er op een hartelijk welkom rekenen en de vrijwilligers van dienst vertellen met veel enthousiasme over hun collectie en de historische site.

Zicht op Waudrez, met op de achtergrond een karakteristieke terril
Zicht op Waudrez, met op de achtergrond een karakteristieke terril van het voormalige mijnbekken rond La Louvière. – Foto: Chris Delarivière

Estinnes-au-Val

Ook een zijsprong waard is het nabijgelegen Estinnes-au-Val. Een bescheiden boerendorp met enkele monumentale vierkantshoeves rond een uitgestrekt dorpsplein. Een ervan draagt de naam Ferme Pepin le Bref. Een verwijzing naar een glorieus verleden want ooit was Estinnes een Romeins landgoed dat van de vijfde tot de negende eeuw dienst deed als residentie voor de rondreizende Merovingische koningen. In 743 werd er zelfs een concilie gehouden op bevel van Carloman I, zoon van Karel Martel. Nadat Pepijn de Korte in 751 de laatste Merovingische koning van de troon stootte, bleef Estinnes ook voor de Karolingers een favoriete verblijfplaats. Zelfs Karel de Grote was er vaak te gast. Daar kwam pas een einde aan toen in de negende eeuw de Vikingen de streek plunderden.

Overblijfsel van de Romeinse heirbaan
Overblijfsel van de Romeinse heirbaan – Foto: Chris Delarivière

Le Pays Noir

Vanaf Waudrez doorkruist de Chaussée de Brunehaut het industriële hart van Henegouwen. De streek ten zuiden van de lijn Bergen, Charleroi en La Louvière is niet meteen een toeristische trekpleister. Vanaf de negentiende eeuw draaide in ‘Le Pays Noir’ alles rond steenkool. De streek hield de oven in gang van het oude industriële bekken van Wallonië. Daarvan getuigen de skeletten van afgedankte steenkoolmijnen en hun afvalbergen, de terrils die nu langzaam maar zeker door de natuur worden heroverd.

Achter die façade van industriële archeologie schuilt echter een fascinerend gallo-romeins verleden. In de schaduw van de terrils werden in oude mijnwerkersdorpjes zoals Trivières bij La Louvière uitgestrekte necropolen blootgelegd met tal van vondsten, daterend van de gallo-romeinse tijden tot de vroege Middeleeuwen.

De bezoeker op zoek naar visuele restanten van die aloude tijden blijft echter op zijn honger zitten. Om een idee te krijgen van het merovingisch verleden van Henegouwen is een bezoek aan het Koninklijk Museum van Mariemont warm aanbevolen. Daar kwam een groot deel van de archeologische vondsten uit Henegouwen terecht. Het museum ligt in een oud kasteeldomein dat grenst aan de Chaussée de Brunehaut. Een groene oase in het grijze industriedorp Morlanwelz.

Koninklijk Museum van Mariemont
Koninklijk Museum van Mariemont – Foto: Chris Delarivière

Liberchies

Na Mariemont verdwijnt de Romeinse heirbaan in een kluwen van secundaire landwegen en paden. Pas een twintigtal kilometer verder wordt het spoor opnieuw opgepikt bij Liberchies. Op het dorpsplein herinnert een bescheiden monumentje aan een beroemde zoon. Hier was het dat gitaarvirtuoos Django Reinhardt, vader van de gipsy jazz in 1910 geboren werd. Daarnaast kan Liberchies bogen op een stevige brok gallo-romeins verleden.

Twee plekken trekken hier de aandacht. Even buiten het dorpscentrum ligt de site van ‘Bons-Villers’. In de eerste eeuw na Christus ontwikkelde zich langs de heirbaan de bloeiende nederzetting Geminiacum. Ook hier werden heel wat vondsten gedaan. Zichtbare archeologische sporen zijn er echter niet. Die liggen vooralsnog verborgen onder de akkers. De Romeinse heirbaan verandert hier in een onverhard pad dat zich door de velden slingert. Ideaal voor een mooie wandeling die onder meer langs de ‘Etang des Fouilles’ leidt. In de omgeving van die visvijver vonden ooit opgravingen plaats en werd een muntschat ontdekt.

Overblijfsel van de Romeinse heirbaan bij Liberchies
Overblijfsel van de Romeinse heirbaan bij Liberchies, waar de Chaussée de Brunehaut als onverhard pad door het landschap slingert. – Foto: Chris Delarivière

Een andere stop is het gehucht Brunehaut waar restanten werden gevonden van een ‘castellum’. Een gallo-romeinse versterking die herinnert aan de tijd dat de heirbaan ook dienst deed als een verdedigingslinie tegen invallen van barbaren. Daarna loopt de Romeinse weg dood op de drukke N5 die Brussel met Charleroi verbindt. Als die hindernis eenmaal is genomen, gaat het lijnrecht naar het twintigtal kilometer oostelijker gelegen stadje Gembloux.

Haspengouw

Na Gembloux markeert de Chaussée de Brunehaut enkele kilometers de grens tussen de provincies Henegouwen, Waals-Brabant en Namen. Wandelaars en fietsers kunnen hier genieten van de golvende velden Haspengouw of Hesbaye zoals de streek in Wallonië genoemd wordt. Ooit was dit vruchtbaar landbouwgebied de graanschuur voor de Romeinse legioenen langs de Rijn. Op archeologische kaarten van de streek wemelt het van sites waar restanten van Romeinse villa’s werden gevonden. Zichtbaarder in het landschap zijn de tumuli of grafheuvels waar vooraanstaande gallo-romeinen een laatste rustplaats vonden. Haspengouw telt er niet minder dan veertig. Zestien daarvan liggen vlakbij de Romeinse weg.

Tumulus Hottomont
De tumulus van Hottomont, een van de best bewaarde Romeinse grafheuvels in Haspengouw. – Foto: Chris Delarivière

Een van de indrukwekkendste is die van Hottomont, halfweg tussen Liberchies en Braives. De tien meter hoge grafheuvel ligt vlakbij de Romeinse heirbaan die hier kronkelend zijn weg zoekt tussen de velden. Volgens een lokale legende werd er een gallo-romeinse generaal begraven. Begroeid met bomen en struikgewas domineert de tumulus de wijde omgeving. Nog een markant voorbeeld langs de Chaussée de Brunehaut is de tumulus van Avennes vlakbij het stadje Braives dat ook prat kan gaan op een Romeins verleden als Perniciacum, een nederzetting die al vermeld wordt in de Romeinse reisgids Itinirarium Antonini.

Eenmaal voorbij Braives dringt de Romeinse weg de Vlaamse provincie Limburg binnen. De ‘chaussée de Brunehaut’ wordt hier de Romeinse Kassei en leidt lijnrecht naar Tongeren, de belangrijkste gallo-romeinse stad van de Lage Landen. In Koninksem, een deelgemeente van Tongeren liggen links en rechts van de Romeinse kassei twee grafheuvels die jammer genoeg dreigen te verstikken in de voortschrijdende verkaveling van het gebied. Maar met het befaamde Gallo-Romeins Museum en de restanten van de Romeinse omwalling is Tongeren een mooi orgelpunt voor de 145 kilometer lange tocht van Bagacum naar Atuatuca Tungrorum.

Schoolwandkaart van 'Romeins België in het begin der IVᵉ eeuw'
Schoolwandkaart van ‘Romeins België in het begin der IVᵉ eeuw’, met de belangrijkste wegen en steden. – Foto: Chris Delarivière

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×