
Kohlroser behoorde tot de SS Stabswache voor Adolf Hitler in 1933. Zij beschermden als bodyguards Adolf Hitler. Kohlroser had de leiding over SS Infanterieregimenten die deelnamen aan de invasie van Polen (1939) en was later betrokken bij de Russische inval (1941). In 1943 werd hij commandant van een Panzergrenadier Regiment. Kohlroser had vanaf november 1944 de functie van SS Oberführer (vergelijkbaar met een brigadegeneraal) en was commandant van de 34e SS Freiwilligen Grenadier Division Landstorm Nederland. Hij was dat in de periode november 1944 tot mei 1945.
De 34e SS-divisie
Vanaf 1 november 1944 werd het oorspronkelijke regiment een brigade en vanaf 10 februari 1945, toen de brigade een divisie werd, heette het 34. SS-Freiwilligen-Grenadier-Division Landstorm Nederland. De belangstelling voor dienst bij deze divisie/brigade was erg groot. De voordelen waren aanzienlijk: het creëerde werkgelegenheid, zorgde voor onderdak en voor eten en drinken werd gezorgd. Ook hoefde men niet te vrezen voor de Arbeidseinsatz of overplaatsing naar het oostfront, want Landstorm Nederland was een territoriale eenheid.
De officieren waren allemaal Duitsers, de hogere onderofficieren waren vooral uit Polen afkomstig en ook Pools-sprekende Volksduiters, de lagere onderofficieren meestal Nederlanders die aan het Oostelijk front gediend hadden. De taken van de Landstorm waren het opsporen van geallieerde piloten, controleren van persoonsbewijzen en het bewaken van militaire objecten en bruggen.
In de oorlogsarchieven is nog een document te vinden met het rapport van het verhoor van SS Oberführer Martin Kohlroser. Uit het rapport blijkt dat hij toen gedetineerd was in Vught.
Over de inzet van zijn divisie aan het Rijn- en Betuwefront zegt hij:
Bij het opstellen van de Brigade werden aan het reeds bestaande regiment verschillende andere, in Nederland aanwezig onderdelen toegevoegd, zoals het Wachbataljon van Helle en andere onderdelen. Het reeds bestaande regiment werd regiment 83 en van de andere onderdelen werd het regiment 84 gevormd, hetwelk onder bevel kwam te staan van de SS-Standartenführer Lippert (…) Nadat Regiment 84 te Hoogeveen was samengesteld, kregen de daarbij ingedeelde bataljons hun bestemming. De eerste tijd waren deze eenheden belast met de eventuele verdediging van de bruggen te Zutphen en Deventer. Later werd de gehele Divisie overgeplaatst naar Wageningen en Rhenen en omgeving tot voorbij Tiel. Ik moest toen met mijn Divisie het front in de Betuwe en aan de Beneden Rijn overnemen van het 7e Valschermjager-regiment. Dit front liep van Zaltbommel tot aan Heelsum, een breedte van ongeveer 65 K.M. Tot het einde van de oorlog werden wij hier ingezet tegen de in het zuiden van Nederland gelegerde Geallieerde troepen.
Kolhroser versus Lippert

In de afgelegde verklaring noemt Kohlroser Lippert ‘een goed soldaat, erg impulsief, een stoere bok’. Dat was dan nog een soort compliment, maar daarna vilein:
Iemand die, als hij een andere mening had, tegen de gegeven orde in handelde. Dit is meer meermalen gebleken. Ik heb ook moeite gedaan om Lippert van zijn commando ontheven te krijgen, doch dit is niet meer gelukt. Ik had dikwijls conflicten met hem.
Toen de capitulatie aan de orde was, wilde Lippert hier zich niet bij neerleggen. ‘Hij wilde niet capituleren en deed mij de heftigste verwijten. Ik heb hem toen meegedeeld, dat hij wat mij betreft kon doorvechten, doch dat zijn regiment capituleert en dat hij dan van zijn commando ontheven werd geacht’.

In het archief van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie is ook nog een bijzonder briefje te vinden waarin Martin Kohlroser op 16 mei 1945 de Britse commandant van de Royal Artillery 49th Infantry Division E.N. Cnosse bedankt. Daarin schrijft hij dat ‘the fighting, discipline and complete obedience are only natural to my troops’. Van allerlei misstanden aan de kant van de Duitse troepen, waar de briefverwisseling naar lijkt te verwijzen, neemt hij krachtig afstand:
My officers and I as soldiers are enraged and as Germans are deeply ashamed. As front line soldiers we strongly condemn these actions. I assure you that the officers and men of my Division neither knew of these atrocities, nor as fighting soldiers had anyting in common with them.
Dit lijkt te gaan over executies in het Sperrgebiet van het 84e Regiment waar Michael Lippert commandant van was. In het Sperrgebiet tussen Rhenen, Veenendaal, Bennekom, Wageningen en Arnhem vonden tussen februari en mei 1945 eenentwintig moorden plaats. De meeste werden geëxecuteerd in het gebied achter Huis Remmerstein bij Rhenen, waar Lippert zijn hoofdkwartier had.

…vervuld [was] van een gevaarlijk en onverbeterlijk fanatisme.
Eindfase van de oorlog
De troepen van de 34e SS Grenadiersdivisie Landstorm bevonden zich in de eindfase van de Tweede Wereldoorlog vooral in Elst (Utrecht), Amerongen, Doorn en Veenendaal. Voorjaar 1945 waren de Duitsers volop bezig om de oude Grebbelinie in te richten tegen de opmars van de geallieerden. De Divisiestaf lag volgens militaire deskundigen meestal ongeveer tien kilometer achter de frontlinie en dat verklaart dat delen van de Divisiestaf in Amerongen zaten (en dus mogelijk ook op kasteel Zuylestein). Het kaartenbureau van de SS-staf zou bij het bombardement zijn getroffen.
De groep van 200 tot 250 SS-militairen die in maart 1945 nog in de buurt van Amerongen en Leersum waren, arriveerden in april in Veenendaal. Lange tijd bevonden zich nog SS’ers in de bossen op de Utrechtse Heuvelrug.
De Britse 49th Polar Bear Division ontwapende in Doorn het SS-Grenadier Regiment 84 (77 officieren, 1415 manschappen). Zij gingen eerst naar Elst (Utrecht) voor ontwapening. Vandaar moesten ze naar Harskamp marcheren. Daar was Kohlroser ook krijgsgevangene. Later was hij dat in een fort bij De Bilt (Utrecht).

Andere RAF-bombardementen
Het bombardement op kasteel Zuylestein (25 en 26 maart 1945) stond niet op zichzelf. De spoorlijnen (Utrecht-Arnhem en Rhenen-Amersfoort) werden in de eindfase van de oorlog door de geallieerden vaak gebombardeerd. Deze spoorlijnen werden vooral gebruikt door de Duitsers voor het verplaatsen van oorlogsmateriaal (zoals de V1- en V2-raketten).

Ook vonden er bombardementen op andere doelen plaats die van belang waren voor de bezetter, zoals in Driebergen op de ‘telefooncentralebunker’ of Cäsar-bunker. Eind 1943 liet de Luftwaffe een grote bunker bouwen op het landgoed Bornia in Driebergen. De bedoeling van deze bunker was het aansturen en coördineren van de Duitse jachtvliegtuigen in hun aanval op de geallieerde bommenwerpers. Al in de oorlog was de bunker door middel van geschilderde ramen gecamoufleerd als villa. De bunker is echter nooit gebruikt door de Duitsers.

– Archieven Nederlands Instituut voor Militaire Historie
– Archief NIOD
– Archief Bureau Inlichtingen Nederland
Van kasteel Zuylestein restte na tweedaags bombardement in 1945 slechts een ruïne
Philip van Alfen was de laatste huurder van kasteel Zuylestein
‘Philips-meisje’ in Auschwitz
De bevrijding in beeld
Ondergang en denazificatie van een Duitse stad