De dood van Ubbi de Fries, de legendarische Vikingaanvoerder uit Walcheren

Scheldevikingen in het grote heidense leger
8 minuten leestijd
De broers Ivar en Ubbi schepen in om hun vader te wreken
De broers Ivar en Ubbi schepen in om hun vader te wreken
Luit van der Tuuk schetst in zijn nieuwe boek Ubbi de Fries vanuit tegenstrijdige bronnen een duidelijk beeld van een legendarische negende-eeuwse Vikingaanvoerder. Ubbi de Fries en zijn mannen werden ‘Scaldingi’ genoemd, naar het Scheldegebied waaruit zijn afkomstig waren. Vermoedelijk hadden zij hun basis op Walcheren. In de negende eeuw voeren ze naar Engeland, waar ze zich aansloten bij een grote Vikingkrijgsmacht die in Angelsaksische bronnen bekend is als het grote heidense leger. Wie was deze Ubbi de Fries? Op Historiek plaatsen we een fragment uit het boek over de dood van de Vikingstrijder.

De dood van Ubbi

Pagina van de Peterborough Chronicle
Pagina van de Peterborough Chronicle, een manuscript uit de Angelsaksische kroniek
Volgens de Angelsaksische kroniek was er in de winter van 878 een confrontatie tussen een Vikingvloot van 23 schepen met 1200 opvarenden en een West-Saksische legermacht in Devon. De plunderaars hadden hun winterkamp in het zuiden van Wales verlaten en waren het Kanaal van Bristol overgestoken om op de kust van Devon te landen.

De West-Saksen hadden volgens koning Alfreds biograaf Asser hun toevlucht genomen in de onneembare vesting Cynuit (vermoedelijk Countisbury Hill). De aanvallers besloten de sterkte te belegeren en de West-Saksen tot overgave te dwingen door hen uit te hongeren.

Maar zover lieten de belegerden het niet komen. Bij zonsopgang deden ze onverwachts een uitval, waarbij ze hun vijanden verpletterend versloegen.

Er zouden 840 Vikingen zijn gesneuveld en ook hun aanvoerder werd gedood. Slechts enkelen wisten naar hun schepen te ontkomen. De West-Saksen maakten hun vaandel ravenbanier buit. Asser noemde de gesneuvelde aanvoerder niet bij naam, maar wist wel te vertellen dat hij een broer was van Ivar en Halfdan.

Countisbury Hill bij Lynmouth aan het Kanaal van Bristol waar mogelijk de
vesting Cynuit heeft gelegen.
Countisbury Hill bij Lynmouth aan het Kanaal van Bristol waar mogelijk de vesting Cynuit heeft gelegen. (CC BY-SA 2.0 – Martin Bodman – wiki)

Grafheuvel Ubbelawe

In de twaalfde eeuw vereenzelvigde de Anglo-Normandische kroniekschrijver Geffrei Gaimar in zijn Estoire des Engleis de broer van Ivar en Halfdan met ‘de zeer kwaadaardige’ Ubbi. Hij wist ook te melden dat de West-Saksen die zich in het fort hadden verschanst, onder leiding stonden van Odda, ealdorman (koninklijk bestuurder) van Devon. Ubbi sneuvelde volgens hem tijdens het gevecht in Bois de Pene dat wel met Penselwood (Somerset) geïdentificeerd is. Hij zou door zijn mannen ter plaatse zijn begraven in een grafeuvel die Ubbelawe genoemd werd.

Sindsdien duikt deze grafheuvel in allerlei verhalen op, zoals in de Chronicon Joannis Bromton, waarin we vinden dat de overlevenden van een verloren slag tegen de Angelsaksen het lichaam van Ubbi tussen hun gesneuvelde kameraden zouden hebben gevonden. Ze hadden hem begraven in een grafheuvel die Hubbelow genoemd wordt. Nog in de zeventiende eeuw schreef de Engelse auteur John Aubrey dat Ubbelawe die hij Hubba’s Low noemde, bij Chippenham (Wiltshire) te vinden was, ‘omdat zijn buurman hem verteld had dat Ubbi daar begraven lag’.

Prehistorische grafheuvel van Langhill bij het Chippenham die ook bekendstaat als Hubba’s Low met de ingang van de zuidelijke gra°amer
Prehistorische grafheuvel van Langhill bij het Chippenham die ook bekendstaat als Hubba’s Low met de ingang van de zuidelijke grafkamer. (CC BY-SA 2.0 – Graeme – wiki)
Volgens het Oudengelse vers Distich on the Sons of Lothebrok uit de twaalfde of dertiende eeuw zou Ubbi bij het veel noordelijker gelegen Ubbelawe in Yorkshire zijn gesneuveld. Daarin wordt ook vermeld dat Ubbi’s broer Björn in Sheppey een kerk verwoest en de nonnen verkracht zou hebben. Björn werd echter door goddelijke vergelding voor zijn wandaden gedood toen hij in Frindsbury bij Rochester op miraculeuze wijze door de aarde werd verzwolgen. Opvallend genoeg was het juist Ubbi die volgens het Liber monasterii de Hyda op deze wijze om het leven zou zijn gekomen. Kortom: we komen Ubbi’s laatste rustplaats Ubbelawe in verschillende verhalen tegen, zowel in het Zuid-Engelse Devon of Somerset als in het noordelijk gelegen Yorkshire.

Het is vreemd dat Geffrei Gaimar de naam van Ubbi wel kende, terwijl de auteur van de Angelsaksische kroniek in de negende eeuw alleen maar de namen van zijn broers wist te vermelden. Juist de laatstgenoemde moet goed op de hoogte zijn geweest van gebeurtenissen in het bijzonder in zijn eigen koninkrijk Wessex, waar Devon en Somerset toen deel van uitmaakten. Het is dan ook maar zeer de vraag of Ubbi hier in 878 tegen de West-Saksen is gesneuveld, zoals Gaimar en zijn navolgers beweerden. Bovendien schreef ealdorman Æthelweard in de late tiende eeuw in zijn kroniek dat de gesneuvelde Deense aanvoerder Halfdan heette, ‘de broer van de tiran Ivar’.

Het is in dit verband opmerkelijk dat volgens de IJslandse Ragnarsaga ook Ivar in een grafheuvel zou zijn begraven. Mogelijk had Gaimar het gegeven dat de gesneuvelde hoofdman een broer van Ivar en Halfdan was, gecombineerd met andere legenden, zoals die van Ubbi’s betrokkenheid bij het martelaarschap van Edmund.

De gedenksteen Bloody Corner in Northam (Devon), opgericht in 1890 met de tekst:
‘Stop Stranger Stop, Near this
spot lies buried, King Hubba
the Dane, who was slayed in a
bloody retreat, by King Alfred
the Great.
De gedenksteen Bloody Corner in Northam (Devon), opgericht in 1890 met de tekst: ‘Stop Stranger Stop, Near this spot lies buried, King Hubba the Dane, who was slayed in a bloody retreat, by King Alfred the Great. (CC BY-SA 2.0 – Rob Purvis – wiki)
Ook Ubbi’s andere broer Björn zou volgens de Zweedse oudheidkundige Johan Peringskiöld in een grafheuvel op het eiland Munsö in het Mälarmeer bij Stockholm begraven zijn. Deze heuvel staat plaatselijk bekend als Björn Järnsidas hög. De opvatting dat Björn als stamvader van het koningshuis van Munsö in deze heuvel begraven werd, mist echter iedere onderbouwing.

Dat brengt ons bij Scandinavische auteurs die een heel andere lezing van Ubbi’s dood voorschotelden. Zij hadden het krijgshaftige imago van Ubbi behoorlijk opgepoetst, als we er tenminste van uitgaan dat zij dezelfde aanvoerder bedoelden die in Engeland had huisgehouden. Dat is alleen expliciet het geval in Ragnarssona þáttr (Het verhaal van de zonen van Ragnar), waarin staat beschreven dat Ragnars zonen Yngvar and Husto, waarin we Ivar en Ubbi kunnen herkennen, koning Edmund hadden gedood.

Zoon van Ragnar Lodbrok

De Deense schrijver Saxo ‘de Geleerde’ bracht in zijn Geschiedenis van de Denen de Friese strijder Ubbi op geen enkele manier in verband met Engeland, maar noemde hem wel een zoon van Ragnar Lodbrok. Ubbi de Fries maakte samen met zijn Vikingbende Jutland onveilig, totdat hij door de Deense koning Harald Strijdtand gevangengenomen werd. Ubbi kon niet op normale wijze met wapens worden verslagen, maar moest vastgegrepen en gekneveld worden. Ondanks zijn vernederende gevangenneming trad hij in dienst bij Harald, die onder de indruk was van zijn onverschrokkenheid. Om van zijn trouw verzekerd te zijn, huwelijkte de koning zijn zuster aan Ubbi uit.

Daarna streed Ubbi aan de zijde van zijn Deense zwager tegen de Zweedse koning Hring tijdens de fameuze Slag van Brávellir. Saxo noemde Ubbi de beste van Haralds krijgers die de anderen in kracht overtrof. Hij viel de vijandelijke frontlinie aan en sprong pardoes tussen zijn vijanden in. Met formidabele slagkracht hakte hij in op de voorste gelederen van de Zweden en slachtte zijn tegenstanders in groten getale af.

We begonnen dit boek met een passage uit de IJslandse saga Fragment van de saga van enkele voormalige koningen, waarin dezelfde veldslag wordt beschreven. We zagen dat Ubbi in zijn eentje paniek zaaide en vele onverschrokken krijgers doodde. Hoewel zijn kracht onovertroffen was, zou het zijn laatste gevecht zijn. Nadat hij door twee dozijn pijlen in zijn borst werd geraakt, was het met hem gedaan.

Door de koning aangespoord, stormde zijn kampvechter Starkad door de gelederen naar Ubbi en met zware slagen en veel kracht begonnen ze een indrukwekkend gevecht, want beide mannen waren onverschrokken helden. Na een tijdje bracht Starkad zijn tegenstander een vreselijke wond toe, waarop hijzelf bij wijze van vergelding zes ernstige verwondingen opliep. Nooit eerder had hij het tijdens een gevecht tegen één man zo zwaar gehad.

Door de heen en weer gestuwde slagordes raakten ze van elkaar verwijderd, waardoor het tweegevecht ten einde kwam. Toen doodde Ubbi de krijger Agnar en hakte er, met beide armen bebloed tot aan zijn schouders, op los om zich voortdurend een weg te banen. En daarna viel hij de mannen van Telemarken aan. Toen ze hem zagen, zeiden ze dat ze niet langer een ander doelwit hoefden te zoeken. ‘In plaats daarvan zullen we al onze pijlen op Ubbi richten. Weinigen verwachten dat wij de overwinning zullen behalen, des te meer reden om te laten zien dat wij dappere mannen zijn.’

Hadd de Harde en Hroald de Teen, de beste schutters van de Telemarkers, begonnen hem te beschieten. Zij waren zulke goede boogschutters dat zij twee dozijn pijlen in zijn borst schoten. Zoveel waren er nodig voordat hij ter aarde stortte. Hij stierf door deze mannen, maar niet voordat hij nog zes krijgers had gedood en elf anderen ernstige verwondingen had toegebracht. En ook nog doodde hij zestien Zweden en Goten die in de frontlinie stonden.Naar: Fragment van de saga van enkele voormalige koningen

En zo zou de legendarische Ubbi, als immer dapper strijdend, door een regen van pijlen zijn omgekomen. Niemand waagde een direct gevecht met hem, voordat hij definitief door zijn knieën zakte en was neergestort. Saxo en andere auteurs lokaliseren het strijdtoneel nabij de baai van Bråviken bij het huidige Norrköping (Östergötland in Zweden) en dat is ook waar de Slag van Brávellir tegenwoordig door de meeste onderzoekers vermoed wordt.

Misschien kunnen we deze slag, die in de late achtste eeuw werd uitgevochten, associëren met een tekst op een runensteen die enkele decennia later honderd kilometer westelijker werd opgericht. Op deze bijna 2,5 meter hoge runensteen van Rök (Östergötland) worden twintig legendarische koningen genoemd die op het slagveld waren achtergebleven. Deze krijgsheren waren verdeeld over vier groepen van vijf koningen, steeds broers die dezelfde naam hadden.

Een raadselachtige tekst

Ubbi de Fries - Luit van der Tuuk
 
De steen werd door runenmeester Varin aan alle kanten voorzien van een raadselachtige tekst in (deels geheim) runenschrift. Het is de langste tekst in runen die we kennen. We komen de Ostrogotische koning Theodorik de Grote (gestorven 526) tegen, de god Thor en de (vermoedelijke) Walkure Gunnr. Daarnaast figureren onbekende personen als Sibbi ‘van het heiligdom’ die nog een zoon kreeg toen hij negentig jaar oud was.

Bij het Åsnenmeer in Småland (Zuid-Zweden) is een grafveld met een grafmonument in de vorm van een schip dat aan Ubbi wordt toegeschreven. Er is vroeger wel verondersteld dat de slag waar hij sneuvelde in de buurt van dit graf heeft plaatsgevonden en niet bijna 300 kilometer noordelijker in de baai van Bråviken. Daarmee hebben we naast twee veldslagen waarin Ubbi sneuvelde ook twee plaatsen waar hij begraven ligt. En zo is de eeuwige roem van Ubbi de Fries wel verzekerd.

×