Dark
Light

Het einde van Pictland, 795-900

9 minuten leestijd
Broche met Pictisch ontwerp, tweede helft achtste eeuw, afkomstig van de schat van St. Ninian's Isle
Broche met Pictisch ontwerp, tweede helft achtste eeuw, afkomstig van de schat van St. Ninian's Isle (CC BY-SA 2.0 - dun deagh - wiki)

Vanaf de vierde eeuw bevolken de Picten het noordoostelijk deel van wat nu Schotland is. Hun naam wordt ontleend aan de beschilderingen waarmee zij zich versieren. Na een bloeiperiode van Pictland, die haar hoogtepunt bereikt in de achtste eeuw, vallen de Vikingen binnen. Pictland bezwijkt onder deze druk en door het opdringen van de Gaels (Schotten) vanuit het westen.

De komst van de Vikingen

Tegen het eind van de achtste eeuw overheersen drie koninkrijken Noord-Engeland: Fortriu, (Pictland oftewel Pictavia) in het noordoosten, Dalriada in het westen en in het zuiden Northumbria. Deze rijken zijn jarenlang het toneel geweest van interne strijd om de troon en hebben daardoor weinig oog voor elkaar, wat de onderlinge stabiliteit ten goede komt.

Dalriada, dat lang beschouwd wordt als provincie van het machtige Pictavia weet zich door de strubbelingen in dat land onder het juk van de Picten uit te wurmen. Vlak voordat de Vikingen binnenvallen regeert Constantín over Pictland, Conall over het Gaelische Dalriada en Æthelred is koning van Northumbria.

Northumbria rond 802
 

De eerste geboekstaafde aanval van de Vikingen op het Britse eilandenrijk vindt plaats in 793 op de kust van Northumbria. Maar het is zeer wel mogelijk dat daarvoor al Vikingen neerstreken in Noord-Schotland, de Hebriden, Orkney of Shetland. De nabijheid van deze gebieden tot Scandinavië maakt dit aannemelijk en bescheiden archeologische vondsten in Shetland ondersteunen deze gedachte. Ook plaatsnamen in Shetland wijzen in die richting.

Maar dat de Vikingen voor 793 op grote schaal het noorden van Schotland hebben aangevallen of delen ervan in bezit genomen is hoogst onwaarschijnlijk. Dit zou zeker niet aan de waarneming van chroniqueurs zijn ontsnapt. De aanval in 793 is beschreven in de Anglo-Saxon Chronicles:

In dat jaar dienden zich heftige voortekenen aan over het land Northumbria en joegen de mensen ellendige angsten aan. Er waren buitensporige windhozen, onweders en men zag vuurspuwende draken vliegen. Deze voortekenen werden gevolgd door een grote hongersnood en kort erna in datzelfde jaar, op acht januari, werd de kerk van Lindisfarne door de plunderende heidenen verwoest, gepaard gaande met slachtpartijen en roverij.1

Deze en andere vroege aanvallen van de Vikingen worden doorgaans gezien als hit-and-run gebeurtenissen en niet als een massale poging om zich te vestigen in het eilandenrijk, maar een passage in de Historia Regum Anglorum2 spreekt dit tegen. Volgens deze kroniek was er niet alleen sprake van een grote aanval op de Britse oostkust, maar verslaan de Vikingen een Engels leger in de strijd en overwinteren zij aldaar. De vraag is waarom de Vikingen deze en ook de vele latere aanvallen lanceren.

Hoogst waarschijnlijk heeft dat te maken met veranderingen die rond die tijd optreden in de wereldhandel, gedreven door de zucht van de Scandinaviërs naar producten zoals wapens, tafelgerei, exotische kleding en wijn uit zuidelijke streken die verhandeld worden via de Deense emporia oftewel handelsnederzettingen. En de handelswaar die de Vikingen daar tegenoverstellen zijn de door hen geroofde en tot het slavendom gedoemde inwoners van Noord-Engeland, een Noords ‘exportgoed’ waaraan in de Frankische en Byzantijnse rijken en in het Kalifaat grote behoefte bestaat. Die slaven zijn in overvloed te vinden in het Noordelijke eilandenrijk rond kerkelijke nederzettingen, veelal omgeven door boerendorpen. De kerkelijke rijkdommen worden beschouwd als bonus op de lucratieve mensenroof.

Restanten van een klooster op Inishmurray
Restanten van een klooster op Inishmurray (CC BY-SA 4.0 – Andreas F. Borchert – wiki)

Fortriu wankelt

In 802 en 806 wordt de kerkelijke nederzetting van Iona in Dalriada (het eiland waarvandaan de evangelist Columba in de zevende eeuw zijn kerstening van de Picten begint) door de Vikingen verwoest en in 807 brandschatten de Noordse heidenen het kloostereiland Inishmurray (nabij Sligo in Ierland) en de kerkelijke nederzetting Roscommon dat een kilometer of vijftig van de Ierse westkust landinwaarts ligt. Het is aannemelijk dat zij dergelijke tochten ondernemen vanuit een eigen nederzetting in de buurt zoals de Hebriden en ze komen zeker goed beslagen ten ijs.

Vroeg twintigste-eeuwse verbeelding van heilige Columba van Iona
Vroeg twintigste-eeuwse verbeelding van heilige Columba van Iona
De aanvallen op Iona worden wel in verband gebracht met de wederopbouw van een kerkelijke civitas (een kerkelijke bestuurlijke eenheid) in Kells, zo’n zestig kilometer ten noordwesten van Dublin, waar in 554 de heilig verklaarde missionaris Columba een abdij heeft gesticht die inmiddels geheel is vervallen. Cellach, de abt van Iona waar de overblijfselen van Colomba worden bewaard, zou ter voorkoming dat de Vikingen zich meester maken van het stoffelijk overschot van Columba deze hebben willen overbrengen naar Kells.

Maar het is de Pictische koning Constantín die in 811 zijn heerschappij over Dalriada herstelt en met de stichting van de abdij van Dunkeld, gelegen nabij Perth dat middenin het huidige Schotland ligt, aangeeft dat het kerkelijke zwaartepunt zich in Pictavia bevindt en dat de overblijfselen van de ‘apostel van Fortriu’ voor Schotland behouden dienen te blijven. Voorlopig blijven zij in Iona.

Constantín overlijdt in 820 na meer dan dertig jaar koning te zijn geweest van Fortriu en wordt opgevolgd door broer Óengus (Onuist) II die dezelfde naam draagt als zijn grote voorganger uit de achtste eeuw, Óengus I, ‘de Slager’. Óengus II regeert veertien jaar over Fortriu, maar over zijn wedervaren is vrijwel niets bekend. Zijn opvolger is een neef van hem, Drest IX, een zoon van Constantín waarvan we ook heel weinig weten, evenals van Talorcan met wie hij het koningschap schijnt te hebben gedeeld.

In 837 bestijgt Uuen, de zoon van Óengus II de Pictische troon die na twee jaar aan zijn eind komt als het Pictische leger in 839 optrekt tegen de Vikingen dat in de The Battle of 839, ook bekend als The Disaster of 839 of The Picts’ Last Stand, vernietigend wordt verslagen door de Noordse furie. De Annals of Ulster3 verhalen over deze gebeurtenis:

De heidenen wonnen de slag met de mannen van Fortriu en Uuen, zoon van Óengus en Bran zoon van Óengus en Aed zoon van Boanta en talloze anderen vonden hier de dood.

Pagina uit de Annalen van Ulster
Pagina uit de Annalen van Ulster
Aangenomen mag worden dat de genoemde Aed, zoon van Boanta, op dat moment regeert over de Gaels oftewel de Schotten van Dalriada.

De Battle of 839 wordt gezien als een van de meest beslissende veldslagen in de Britse historie, waarbij het Pictische rijk begint te wankelen. Over het verloop van de deze strijd en waar deze heeft plaatsgevonden is tot op heden niets bekend. Gedurende de volgende zes decennia verdwijnen de Picten langzaam maar zeker uit de geschiedkundige annalen. Over het hoe en waarom bestaan veel onduidelijkheden.

Het einde van Pictland

Volgens de List of kings of the Picts4 zijn er van 839 tot 848 vijf koningen geweest tot het moment dat Kenneth I (in Gaelisch Cináed) aan de macht komt in Pictland. Het zijn Uurad, Bridei VI, Ciniod II, Bridei VII en Drest X. Gaandeweg worden zij aan de kant gezet door Kenneth I, de zoon van Alpín mac Echdach, koning van Dalriada en grondlegger van de dynastie der Alpiniden, een dynastie die over het rijk van Alba (Schotland), heerst tot in de elfde eeuw.

De grootmoeder van Kenneth I was een Pictische prinses en uit hoofde daarvan meent Kenneth rechten te kunnen doen gelden op de troon van Pictland. Hoe dan ook, vanaf 848 tot aan zijn dood in 858 is hij heer en meester over Dalriada en Fortriu. Over het wanneer en het verloop van zijn veldtochten tegen de Picten zijn in de kronieken over Schotland geen beschrijvingen te vinden.

Omdat zowel de List of kings of the Picts en de List of kings of Dál Riata (Dalriada)5 eindigen rond het jaar 850 wordt aangenomen dat op dat moment Pictland en Dalriada worden samengesmeed tot het rijk van Alba, maar dat kan ook een halve eeuw later zijn beslag hebben gekregen, wat de rol van Kenneth I beperkt tot het verstevigen van de dynastie.

Gedurende zijn regeringsperiode heeft Kenneth I forse aanvallen te verduren van de Vikingen die de westelijke eilanden van Dalriada in bezit nemen waaronder Iona. In de Chronicles of the Kings of Alba wordt verhaald dat hij de overblijfselen van Columba overbrengt van Iona naar een kerk die hij heeft laten bouwen. Volgens de Annals of Ulster zou dat de kerk van Kells in Ierland zijn geweest, maar waarschijnlijker is dat met deze vermelding de kerk van Dunkeld wordt bedoeld.

In 858 overlijdt Kenneth I in het paleis van Forteviot, lang de regeringszetel van de Pictische koningen van Fortriu. In die dagen is Forteviot een nederzetting in het laagland van zuidelijk Pictavia die niet omringd is geweest door vestingwerken. Misschien is het in principe een kerkelijke plaats waarmee koningen zich verbonden voelen.

Domnall, de broer van Kenneth I, volgt de overledene op, maar hij regeert slechts vier jaar tot zijn dood in 862. Zijn neef Causantín (Constantín), een zoon van Kenneth I, bestijgt de troon en moet zich tijdens zijn veertienjarige regeringsperiode tal van Vikingaanvallen laten welgevallen.

Het is de Noordse leider Amlaíb die twee jaar na Causantíns aantreden Pictavia binnenvalt, enorme verwoestingen aanricht en de Schotse koning schatplichtig maakt. Hij doet dat vanuit Ierland en wordt daarbij gesteund door de zogeheten Scaldingi die al sinds 851 actief zijn in Engeland als onderdeel van het Grote Leger van de Deense Vikingen dat onder aanvoering staat van Ivar Ragnarsson (bijgenaamd de Beenloze). De Scaldingi zijn afkomstig van Walcheren dat in 841 in Deense handen komt als de Frankische koning Lotharius I – in ruil voor militaire steun – het eiland beleent aan de Vikingse balling prins Harald. Walcheren ligt aan de monding van de Schelde, Scaldis genaamd in het Latijn en Scald in het Oud-Engels en Oud-Vlaams, waarvan de naam Scaldingi is afgeleid.6

Cuthbert. Elfde-eeuws fresco in de kathedraal van Durham
Cuthbert. Elfde-eeuws fresco in de kathedraal van Durham
Amlaíb wordt rond 870 door Causantín vermoord als hij Pictavia bezoekt om zijn tribuut op te eisen. Causantín komt aan zijn eind in 876, wellicht door toedoen van de Noordse leider Halfdan Ragnarsson, een broer of halfbroer van Ivar. Waar dat plaatsvindt is onbekend. Mogelijk worden in dat jaar de overblijfselen van Columba uit Dunkeld verwijderd en na een omzwerving van een jaar door Schotland uiteindelijk in Ierland veiliggesteld, net zoals dat gebeurde met de resten van de heilige Cuthbert van Lindisfarne.

In 875 wordt dit eilandje andermaal bedreigd door de Vikingen, waarop bisschop Eardulph besluit de overblijfselen van Cuthbert over te brengen naar een veilige plek. Na tal van omzwervingen vindt Cuthbert uiteindelijk rust op de plaats waar nu de kathedraal van Durham staat.

In de Anglo-Saxon Chronicles wordt voor het laatst een melding gemaakt over de Picten in 875:

Halfdan trok met een deel van het leger Northumbria binnen en overwinterde aan de rivier Tyne; het leger veroverde dat gebied. Vaak richtten zij ravages aan onder de Picten en de Welsh van Strathclyde.7

Zeventiende-eeuwse verbeelding van koning Áed
Zeventiende-eeuwse verbeelding van koning Áed – Schilderij van Jacob Jacobsz de Wet II
Maar daar eindigt de geschiedenis van de Picten kennelijk nog niet. Causantín wordt opgevolgd door zijn broer Áed, die slechts een jaar regeert. Ierse kronieken beschrijven hem als de laatste rex Pictorum die vermoord wordt door Giric, waarover vrijwel niets bekend is behalve dat chroniqueurs uit latere eeuwen gewag maken van zijn veroveringen van Ierland en grote delen van Engeland, maar het waarheidsgehalte van deze bewering wordt sterk betwijfeld.

De Chronicles of the Kings of Alba maken melding van ene Eochaid die na Áed regeert maar het is niet duidelijk welke rol hij en Giric precies spelen in de elf jaar dat zij aan de macht zijn. Zijn zij familie? Ondergeschikt aan elkaar? Is Eochaid een marionet van Giric? Misschien regeren zij wel over verschillende rijken. In 889 worden zij verdreven door Domnall, een zoon van Causantín, telg uit het geslacht van de Alpiniden die zowel wordt aangeduid als koning der Picten als koning van Alba, regerend over de Schotten tot het jaar 900.

Waar komt de naamomslag van Pictland naar Alba vandaan? De naam Alba wordt oorspronkelijk gebruikt als een Gaelse aanduiding voor geheel Engeland, maar later is het de naam van een bepaald koninkrijk. Te vergelijken met de aanduiding Amerika als men de Verenigde Staten bedoelt.8 Achter die verschuiving gaat een demografische en politieke transformatie schuil die niet alleen op gang komt door de wens van de Dalradische vorst om Pictavia te veroveren, maar ook door de voortdurende aanvallen van de Vikingen die een stroom van emigranten veroorzaken vanuit Dalradia naar het buurland.

De Picten komen in het nauw en verdwijnen uiteindelijk van het wereldtoneel. Schotten uit het westen nemen hun plaats in en Pictland wordt Alba.

Noten

1 – Savage, A., The Anglo-Saxon Chronicles, PAPERMAC, Londen 1984 p. 73.
2 – Woolf, A., From Pictland to Alba 789-1070, Edinburgh University Press, Edinburg 2007 p. 44-45. De Historia Regum Anglorum wordt toegeschreven aan Simeon van Durham, een geschiedschrijver uit het begin van de twaalfde eeuw.
3 – Woolf, op. cit. p. 66.
4 – Zie: https://www.wikiwand.com/en/List_of_kings_of_the_Picts#Early_kings
5 – Zie: https://www.wikiwand.com/simple/List_of_kings_of_D%C3%A1l_Riata
6 – Woolf, op. cit. p. 72.
7 – Savage, A., op. cit. p. 93.
8 – Woolf, op. cit. p. 125.

Willem Peeters (1944) is redacteur van de website Casa Cultural waarop naast de complete geschiedenis van Spanje en biografieën van prominente Spaanse politici, artikelen te vinden zijn over tal van andere landen en onderwerpen. Zijn speciale aandacht gaat uit naar Amsterdam. Niet alleen schrijft hij over de historie van de hoofdstad, maar ook heeft hij fotoseries gemaakt waarin afbeeldingen van vroeger uit de Beeldbank van de stad gekoppeld zijn aan hedendaagse foto's (Amsterdam toen en nu). Regelmatig verzorgt hij lezingen in samenwerking met Station-West, een culturele hotspot in het centrum van Amsterdam.

Gerelateerde rubrieken:

Gratis geschiedenismagazine

Ontvang, net als ruim 51.000 anderen, iedere week de gratis nieuwsbrief van Historiek:
×