Kunst en macht zijn in de zeventiende eeuw nauw met elkaar verbonden. Zo moeten geschenken diplomatieke betrekkingen bevorderen en draagt kunst in openbare gebouwen vaak een boodschap uit. Tijdens het Stadhouderloze Tijdperk (1650-1672) houdt raadpensionaris van Holland en West-Friesland, Johan de Witt, zich hiermee bezig. Het is een nieuwe taak zonder duidelijke omschrijving die heel belangrijk is voor de uitstraling van de Republiek.
Opvallend genoeg is De Witts relatie met kunst nooit onderzocht: welke rol speelt kunst in zijn (politieke) leven?
Kunst in de opvoeding

De Witt komt pas echt in aanraking met kunst na zijn huwelijk met de Amsterdamse regentendochter Wendela Bicker (1635-1668). Met name haar ooms Cornelis en Andries de Graeff staan bekend als echte kunstliefhebbers. Zij zijn nauw betrokken bij de bouw en decoratie van het stadhuis van Amsterdam: het huidige Paleis op de Dam.
Dutch Gift
In 1660 doet zich een ultieme mogelijkheid voor om uit te pakken met een diplomatiek geschenk: de Dutch Gift. Na jarenlang een republiek te zijn geweest, wordt Engeland opnieuw een monarchie onder koning Karel II. De Gecommitteerde Raden – met Johan de Witt in een sleutelpositie – vergaderen over een passend geschenk voor de nieuwe koning. Het is bedoeld om zowel Karel II als de Oranjegezinden in de Republiek gunstig te stemmen, want de Engelse koning is ook de oom van de jonge Oranjeprins Willem III.
De Witt schakelt zijn hele kunstnetwerk in met de opdracht een indrukwekkend geschenk te organiseren. Cornelis en Andries de Graeff en Artus Quellinus buigen zich over de smaak van Karel II en beschikbare werken. Ze komen tot vierentwintig Italiaanse schilderijen, antieke beeldhouwwerken, een wandtapijt en het duurste onderdeel: een ledikant. Het prijskaartje: 600.000 gulden. |
In november wordt het geschenk aangeboden aan de koning. Op aandringen van de politiek is op het laatste moment een aantal Nederlandse werken toegevoegd. Karel II mag dan wel een voorkeur hebben voor Italiaanse kunst, zo redeneren ze, hij zal toch ook een paar Nederlandse werken verwachten. Dit blijkt terecht, want de koning blijkt zeer te spreken over het geschenk en met name over het werk De Jonge Moeder van Gerrit Dou.

Binnenhof
Ook in zijn dagelijkse functie als voorzitter van de Statenvergadering van Holland speelt kunst een rol. In de jaren 1660 is de vergaderzaal van de Staten van Holland – nu de Eerste Kamer – aan vervanging toe. De Witt bestelt een werk bij Jan Lievens die hem in 1664 informeert dat hij werkt aan een ‘schets van den oorloch’. In 1665 wordt de allegorie van de oorlog opgeleverd en geplaatst in de vergaderzaal. Het thema past in de oorlogsdreiging die over de Republiek hangt vanwege de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog (1665-1667). We zien oorlogsgod Mars die met allerlei oorlogsattributen – zoals een kanon, een hellebaard en harnas – voor een brandende stad staat.

Vier jaar later volgt een tweede bestelling voor de vergaderzaal. Ditmaal geeft De Witt kunstenaar Adriaen Hanneman – die al tweemaal zijn portret heeft geschilderd – opdracht voor een pendant voor het werk van Lievens met het thema vrede. In 1669 is het werk gereed. De allegorie verschilt van het werk van Lievens als dag en nacht. De personificatie van de vrede is heel precies geschilderd en het doek oogt als een oase van rust.
Beide allegorieën tonen echter niet alleen het verschil in schilderstijl, maar ook De Witts visie op de vergaderzaal. De regenten vergaderden vanaf 1669 letterlijk tussen oorlog en vrede. De schilderijen dienden dan ook als een herinnering aan het recente en minder recente verleden waarin oorlog de voorspoed van de Republiek kon bevorderen en belemmeren.

Meer weten?

‘Las Lanzas’ en de overgave van Breda in 1625
De Sint-Elisabethsvloed van 1421
Twee grote stadsbranden in Amsterdam
Vroedschap – Wetgevend orgaan uit de vroegmoderne tijd