Dark
Light

Schoot koning Leopold I de laatste wolf van België?

Wolf – Kristof Smeyers
5 minuten leestijd
Opgezette wolf in Museum Naturalis in Leiden
Opgezette wolf in Museum Naturalis in Leiden (CC BY-SA 3.0 - Henk Caspers / Naturalis Biodiversity Center)
Tot voor was de wolf niet meer dan sprookjesdier, die grote boze wolf, waarvan we gelukkig verlost waren. Nu wolven zich weer in onze verkavelde uithoek wagen, duiken ook oude angstbeelden weer op. Hou uw kinderen binnen! Bescherm uw pony’s en uw lammeren! Laten wolvensympathisanten zich al te gemakkelijk in de luren leggen door een monster in schaapskleren, of trekken critici nodeloos aan de alarmbel? Vanwaar die dubbelzinnige relatie van wolf en mens? In het pas verschenen boek Wolf. Wildernisgeschiedenis legt Kristof Smeyers die vraag onder de historische loep. Op Historiek een fragment uit zijn boek, over de vermeende laatste wolf van België die zou zijn geschoten door niemand minder dan koning Leopold I.


De laatste wolf van België

We vertellen de geschiedenis van de val van de wolf in België in verschillende, apocriefe versies: allemaal opgetrokken uit twijfelachtige bronnen en opgerekt tot heuse legenden. Een folklore van laatste wolven, noemt Jon Coleman het in zijn boek Vicious over wolvenverdelging in Amerika, waarin zowel de wolven als hun jagers volkshelden waren. Door die folklore is niet met zekerheid te zeggen wanneer de Belgen zich nu precies van dat vermaledijde dier hebben kunnen verlossen. 

Leopold von Sachsen-Coburg-Saalfeld te paard
Leopold von Sachsen-Coburg-Saalfeld te paard
Was het al in 1844 – op Valentijnsdag dan nog – toen niemand minder dan koning Leopold I een wolvenkoppel schoot in de Ardennen, dichtbij Houyet? Wat een geweldig dier, die ‘koninklijke tijger van ons land’, schreef hij vol bewondering aan de koningin nadat hij het naar het hiernamaals had geknald. De vorst had al eerder zijn voorliefde voor het geweer en de wolvenjacht verkondigd:

‘Je ne tue les lièvres et les chevreuils que là où ils causent trop de dégâts mais je chasse avec passion les loups, les renards et autres animaux de ce genre.’ (‘Ik dood alleen hazen en herten als ze te veel schade aanrichten, maar ik jaag met passie op wolven, vossen en andere soortgelijke dieren’, red.)

Want wolven, en in mindere mate ‘autres animaux de ce genre’, waren volksvijanden. Niet dat het jonge België om gemeenschappelijke vijandbeelden verlegen zat. Maar wolven konden er nog wel bij. Met het wapenfeit bombardeerden de kranten Leopold, die ‘content’ was met zijn schot, tot nationale held, patriottische beschermer van ’s lands veestapel én voortrekker van de Belgische beschaving: in het gehucht Habay-la-Vieille moesten de inwoners zich dankzij hun koning niet langer onder de dekens verschuilen wanneer buiten de wolven huilden. 

Wapen van de Grand louvetiers
Wapen van de Grand louvetiers
De opgeblazen retoriek was niet uniek voor België. Ook in Frankrijk werd de wolvenjacht gekaderd als een heroïsche strijd tegen de ‘vijanden van de maatschappij’, zoals Le Journal des Chasseurs het noemde, en voor de beschaving. In 1799 had Napoleon een millennium oud doodseskader nieuw leven ingeblazen. Het Louveterie had zijn oorsprong in de luparii, een korps van eliteambtenaren uit de achtste eeuw dat met een keizerlijke verordening onder de arm het rijk van Karel de Grote uitkamde op zoek naar wolven. In de vijftiende eeuw kreeg het korps een expliciet adellijk kantje met de toevoeging van de titel grand louvetier. Dat prestigeambt kwam met een meute uit de kluiten gewassen wolfshonden. Het kostte ook flink geld en werd daarom in 1787 afgeschaft, ook al liepen er nog duizenden wolven rond tussen Pyreneeën en Noordzee. (Tien jaar later werd de louvetier alweer in ere hersteld. De positie bestaat nog steeds, voornamelijk ter bemiddeling tussen de overheid en de jachtsector. Grand louvetiers en hun luitenants zijn in theorie ook vandaag nog verplicht jachthonden klaar te hebben staan om bedreigingen uit de wildernis de baas te kunnen.)

De idealen van de Franse Revolutie waren zichtbaar in de wolvenjacht. Citoyens kregen inspraak in het moderne staatsbestel. Het schieten van wolven mocht niet langer het privilege van de aristocratie zijn, maar werd opnieuw een burgerplicht zoals in de zestiende eeuw. De democratisering van de jacht betekende een pijlsnelle aftakeling van het Franse wolvenbestand.  

Wandtapijt met afbeelding van een Florentijnse wolvenjacht (ca. 14e eeuw), Galleria degli Uffizi, Florence, Italië
Wandtapijt met afbeelding van een Florentijnse wolvenjacht (ca. 14e eeuw), Galleria degli Uffizi, Florence, Italië
Weg dus met de wildernis en haar wolvenkwijl, in naam van de moderne staat! Zowel in het oude Frankrijk als in het nieuwe België. De mannetjeswolf die in 1844 door de eerste koning der Belgen zou zijn neergeschoten, nam in de volksmond al snel gigantische proporties aan. In re-enactments door lokale theatergroepen vocht de koning met een baarlijk monster. Om de mythevorming nog te versterken, werd in het bos van Custinne zelfs een gedenksteen gezet voor de dood van ‘un énorme loup’, als een symbolische begraafplaats voor de soort. (Weliswaar stierf de laatste wolf volgens de steen op 15 februari 1845, terwijl de kranten het jaar voordien al over de koning en de wolf hadden bericht en Leopold al in 1844 in brieven toeterde over zijn heldendaad.)

De wolven van Houyet, of althans minstens één van Leopolds slachtoffers, kregen in 1846 een ereplaats in het nagelnieuwe Koninklijk Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel, bloeddorstig gereconstrueerd tussen opgezette dieren uit de ijstijd. Een mossige gedenksteen en een museumlabel ‘prehistorisch’: daarmee was de boodschap duidelijk. Wolven behoorden – eindelijk! – voorgoed tot het verleden. 

Wolvenjacht, door Gerard Rijsbrack (18e eeuw)
Wolvenjacht, door Gerard Rijsbrack (18e eeuw)

Ja toch? In latere brieven van Leopold aan queen Victoria vond historicus Christopher Guyver beschrijvingen van wolven die, eens opgezet, een goed cadeau zouden zijn voor zijn Engelse nicht en haar gezin. In de bossen rond het koninklijke kasteel van Ciergnon joeg hij er in de winter van 1858 een aantal over de kling. ‘Wolven overal!’ schreef hij enthousiast tussen de jachtpartijen in de sneeuw door. ‘The chasse aux Loups’, voegde hij eraan toe in een mix van Frans en Engels, ‘has been very exciting’. 

Opgezette wolf in het kasteel van Lavaux-Sainte-Anne
Opgezette wolf in het kasteel van Lavaux-Sainte-Anne (CC BY-SA 4.0 – Szilas – wiki)
‘Laatste’ wolven bleven opduiken, ook na de dood van hun voornaamste vijand Leopold in 1865 en ook in de buurt van hun eigen grafmonument. Die waren niet allemaal op doortocht. In 1866 werd een andere ‘laatste wolf’, een jonge wolvin, opgezet in het jachtmuseum van het kasteel van Lavaux-Sainte-Anne. Een herbergier schoot in 1871 ‘de laatste wolf van de Hoge Venen’ neer, maar was de laatste Belgische wolf niet in 1868 gestorven, in de buurt van Merksplas? Of het doodgeknuppelde dier in 1897 in Érezée in de provincie Luxemburg? Of dan toch het slachtoffer van een jachtpartij in 1898 in Virton, waar men achteraf het kadaver feestelijk door de straten droeg? Of de ‘overgroote wolvin’ die in het Naamse dorpje Waulsort als een schim werd gespot? Wat dan met de wolven die tijdens de Eerste Wereldoorlog in de buurt van – opnieuw – Virton opdoken? Nee, dan misschien het fatale geweerschot in Evelette, in 1923. Elke streek claimde finaal komaf te hebben gemaakt met de soort. En dan werd er enkele dorpen verderop toch weer eentje neergeknald. 

Wolf - Kristof Smeyers
Wolf – Kristof Smeyers
Al deze heroïsche verhalen, waarin dus zowel jager als wolf een heldenrol innemen, zijn met elkaar verweven tot ze een ondoordringbaar web vormden. Misschien was er wel helemaal nooit een ‘laatste wolf’, is die niets meer of minder dan het zoveelste mythologische beest. Misschien is net die fascinatie met de ‘laatste wolf’ van betekenis. Die legde de kiemen voor een nieuwe mythologie, die in de eenentwintigste eeuw haar opwachting maakte: de terugkeer van wolven. Als soort, maar ook als symbool. ‘Laatste wolven’ belichaamden een wildheid, een intelligentie en een overlevingsdrang die we bewonderden, althans eens ze dood waren.

Boek: Wolf – Kristof Smeyers

Kristof Smeyers (1988) schrijft over fauna, flora en folklore. Hij is historicus (UAntwerpen) en schreef een doctoraat over het bovennatuurlijke in de moderne Britse Eilanden. In 2022 verscheen van zijn hand Raaf: cultuurgeschiedenis in vogelvlucht.

Gerelateerde rubrieken:

Gratis geschiedenismagazine

Ontvang, net als ruim 51.000 anderen, iedere week de gratis nieuwsbrief van Historiek:
×