Venezuela en Nederland: een moeizame relatie sinds 1900

Een verre buur
4 minuten leestijd
Uitzicht op Caracas
Uitzicht op Caracas, de hoofdstad van Venezuela (CC BY 2.0 - Olga Berrios - wiki)

Hoewel Venezuela geografisch een buur is van het Koninkrijk der Nederlanden — via de Caribische eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao — wordt het zelden zo gezien. De relatie tussen beide landen is historisch gezien vaak stroef verlopen. Al rond 1900 leidde het beleid van de Venezolaanse leider Cipriano Castro tot spanningen met Nederland, en ook in latere periodes, zoals onder president Hugo Chávez, was de toon geregeld vijandig. Hoe het land zich in de toekomst tot Nederland verhoudt, blijft onzeker, maar de geschiedenis biedt in elk geval inzicht.

Cipriano Castro
Cipriano Castro
Rond de vorige eeuwwisseling was Venezuela een door staatsgrepen en burgeroorlog geteisterd land. In 1899 wist de ‘caudillo’ generaal José Cipriano Castro Ruiz (1858-1924) het land onder controle te krijgen. Castro stond bekend om zijn nationalisme en retorische geweld, waarbij vooral het Brits imperialisme het moest ontgelden. Castro streefde naar herstel van Gran Colombia, de Bolivariaanse superstaat die ook de droom was van luitenant-kolonel Chávez. Verder joeg Castro het Westen tegen zich in het harnas door de grove wijze waarop hij met hun economische belangen en de afbetaling van staatsleningen omsprong.

Smokkelnest Curaçao

De Nederlandse banden met Venezuela waren destijds beperkt, ondanks de nabijheid van de Benedenwindse Eilanden. Curaçao was echter een bron van ergernis voor de Venezolanen. Het was een smokkelnest en werd vaak door rebellen gebruikt als uitvalsbasis of vluchthaven. Zo ook door Castro’s tegenstanders. In 1902 kwam het tot een uitbarsting.

De rebellengeneraal Manuel Antonio Matos had in Engeland een vrachtschip gekocht, de ss Ban Righ, en deze omgebouwd tot kanonneerboot. Voorzien van in Antwerpen gekochte wapens, maakte hij de Venezolaanse kustwateren onveilig. Cipriano Castro beschuldigde Nederland ervan dat het generaal Matos zijn territoriale wateren als uitvalsbasis liet gebruiken. Dat was niet onterecht. Nederland was zeer voorzichtig in de omgang met Matos en zijn tot Libertador omgedoopte schip. Hij kon immers morgen de nieuwe machthebber van Venezuela zijn.

Uit wraak voor de Nederlandse houding liet Castro op zee willekeurig Nederlands-Antilliaanse scheepjes aanhouden door zijn krakkemikkige marine. Een daarvan, de Nueva Adelaide, werd zelfs beschoten. De Venezolaanse claim dat het een smokkelschip betrof, was in dit geval waarschijnlijk juist. Na een diplomatiek bezoek van de marineschepen Hr. Ms. Koningin Regentes en Hr. Ms. Utrecht aan Venezuela in april 1902, werd een en ander minnelijk geschikt.

Internationale interventie

Generaal Matos midden voor
Generaal Matos midden voor
In 1902 waren met name Groot-Brittannië en Duitsland het gedrag van Castro zat. Duitsland had grote economische belangen in Venezuela. Terwijl beide landen militaire actie aan het voorbereiden waren, leek Matos echter Castro ter land te gaan verslaan. Eind 1902 vond er een beslissende veldslag plaats. Verassend genoeg werd die door Matos verloren. Hij vluchtte daarop naar Curaçao. Nederland deed niet mee aan de Brits-Duitse militaire acties. Het wilde opnieuw met Castro praten. Maar daarbij hielp het niet dat de Duitse Keizerlijke Marine de haven van Willemstad gebruikte voor bevoorrading en reparaties.

Nadat er geen steun voor hem uit de V.S. kwam, gaf Castro toe aan de Europese mogendheden. Vooral zijn relatie met Duitsland, dat zich zeer agressief had gedragen, werd goed. Met Nederland bleef de relatie moeizaam. Omdat Nederland zich niet militair had laten gelden, had het prestige verloren bij zijn macho buurman. Nederland besloot daarop tot een krachtiger houding.

Krachtig optreden

Pantserschip in Curacao
Pantserschip in Curacao
In de praktijk kwam van krachtig optreden weinig terecht. Pas in 1908 zag Nederland zich gedwongen echt tot actie over te gaan. Castro had zoveel economische blokkades opgeworpen dat economisch en persoonlijk verkeer tussen Curaçao en Venezuela onmogelijk was. In juli 1908 leidde dat tot anti-Venezolaanse rellen onder de Antilliaanse bevolking.

Om te voorkomen dat de Antilliaanse volkswoede zich tegen Nederland zelf zou keren, werd er groot uitgepakt. Maar liefst vier pantserdekschepen, Hr. Ms. Jacob van Heemskerck, Friesland, Gelderland en De Ruyter, verzamelden zich voor een blokkade van de Venezolaanse kust. In augustus werden de diplomatieke betrekkingen verbroken en stelde Nederland een ultimatum.

Toen de Koninklijke Marine in november 1908 twee kleine Venezolaanse marineschuitjes opbracht, barstte de bom. Castro verbleef om medische redenen in het buitenland, maar de Venezolaanse regering spoorde studenten aan tot een anti-Nederlandse betoging in Caracas. De betoging sloeg echter om in een anti-Castro demonstratie. De bevolking was vooral zijn binnenlandse economische politiek zat. Vice-president Juan Gomèz nam de macht over. Pogingen van een herstelde Castro om terug te keren mislukten. Gomèz zou, met een paar korte onderbrekingen, tot aan zijn dood in 1935 president blijven. Met dank aan de Nederlandse kanonneerbootpolitiek.

De binnenlandse politiek van Venezuela is vaker in handen geweest van leiders met uitgesproken nationalistische en autoritaire trekken, zoals Cipriano Castro en later Hugo Chávez. In beide gevallen leidde dat tot gespannen verhoudingen met buitenlandse mogendheden, waaronder Nederland. Economische problemen en politieke onrust hebben het land herhaaldelijk aan de rand van instabiliteit gebracht. De geschiedenis toont aan dat diplomatiek overleg met Venezuela niet altijd tot ontspanning leidt, en dat buitenlandse actoren zich soms genoodzaakt zien om krachtig op te treden om hun belangen te beschermen.

Oorspronkelijk gepubliceerd op 23 november 2013

Recente ontwikkelingen

Na het overlijden van Hugo Chávez in 2013 kwam Nicolás Maduro aan de macht, eerst als interim-president en later via omstreden verkiezingen. Onder zijn bewind raakte Venezuela in een diepe economische en politieke crisis, mede door dalende olie-inkomsten en internationale sancties, met name vanuit de Verenigde Staten. De verslechterende leefomstandigheden leidden bovendien tot een grootschalige vluchtelingenstroom, waaronder naar de nabijgelegen eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao.

Nicolás Maduro gevangen foto
Door Donald Trump verspreide foto waarop de gevangengenomen Venezolaanse president Nicolás Maduro te zien zou zijn (3 januari 2026).
Het conflict tussen de Verenigde Staten en Venezuela escaleerde begin 2026, toen de VS een militaire operatie uitvoerden tegen doelen in Venezuela. Daarbij werden president Nicolás Maduro en zijn vrouw Cilia Flores door Amerikaanse autoriteiten aangehouden en naar Amerika overgebracht. De Amerikaanse president Donald Trump verklaarde dat de Verenigde Staten Venezuela tijdelijk zouden besturen tijdens een overgangsperiode, en noemde de actie een noodzakelijke stap in de strijd tegen narcoterrorisme en corruptie.

Op de Venezolaanse staatstelevisie werd de operatie omschreven als een vorm van ‘ernstige militaire agressie’. Internationaal werd met bezorgdheid gereageerd: landen als Rusland en China spraken hun afkeuring uit, terwijl westerse bondgenoten – waaronder Nederland – opriepen tot terughoudendheid en diplomatiek overleg. Redactie

×