Het verhaal van Agatha van Foreest (1733-1801)
Agatha van Foreest leidt een leven zoals dat van een jong meisje uit een gegoede familie uit de achttiende eeuw wordt verwacht. Haar vader, jonkheer Nanning van Foreest, is, volgens het Historisch Nieuwsblad, nummer zeven van de lijst ‘Rijkste Nederlanders aller tijden’. Haar moeder is Jacoba de Vries, eveneens behorend tot een rijke en aanzienlijke familie.

Deugdzaamheid, beleefdheid en religieus besef
Het ligt niet voor de hand dat dergelijke, voor die tijd opruiende geschriften in het Foreestenhuis aan de Grote Oost in Hoorn door vader Nanning werden gedoogd. We weten niet wat Agatha precies las, maar we weten wel wat vrouwelijke regentendochters in de Republiek rond 1750 zoal lazen. Dat waren vooral stichtelijke en moraliserende werken, gericht op deugdzaamheid, beleefdheid en religieus besef. Ook Franse letteren waren populair bij de jongedames, zoals de Fabels van Jean de La Fontaine.
Hoe het ook zij, Agatha trouwt gehoorzaam en braaf op negentienjarige leeftijd met haar eveneens negentienjarige overbuurjongen en neef Joan van Foreest. Het familiekapitaal blijft zodoende binnen de kring van rijke regenten en Agatha wijdt zich direct aan haar belangrijkste taak: het krijgen van kinderen en erfopvolgers. Na hun trouwen in 1752 wordt er vrijwel ieder jaar een kind geboren. In 1753 Maria, in 1754 Jacoba, in 1757 eindelijk de stamhouder Nanning, in 1758 Dirkje, in 1762 Joan en in 1763 Catharina. In 1766 is Agatha zwanger van nog een jongetje, maar dan gebeurt er iets verschrikkelijks dat haar leven op haar kop zal zetten. Haar man Joan overlijdt plotseling op drieëndertigjarige leeftijd aan de pokken.
In alle opzichten een verkeerde man

Maar Agatha zet door en wil in 1775 trouwen met de keuze van haar hart. Dit is zeer tegen de wens van haar twee oudste zonen Nanning en Joan. Zij galopperen woedend op hun paarden naar de familiebuitenplaats in de Beemster. Agatha en Jan hebben zich daar met de nog thuiswonende kinderen en het personeel teruggetrokken om te ontkomen aan alle spot en hoon die hen in Hoorn heeft overspoeld. De jonge officieren trekken hun degens en jagen hun aanstaande schoonvader met de meest vreselijke dreigementen van het landgoed. Agatha is in alle staten.
Romeinse godenbeelden

Is Agatha uitsluitend trouw aan Amor, of spelen er nog andere motieven? De beroemde schrijfster Betje Wolff (1738-1804) is een belangrijke bron om dit te weten te kunnen komen.
“Amour de jeunesse”
Betje Wolff is wel aangeraakt door het Verlichtingsdenken en leest werken van de Franse filosofen, zoals Voltaire en Rousseau. Zij neemt ferm stelling tegen de onderdrukking van vrouwen, is tegen slavernij en dierenmishandeling en is groot voorstander van democratie en invloed van het gewone volk. Zij is tegen schijnvroomheid en bekrompenheid. “Enghartig” noemt ze het zelf. Betje Wolff woont in de Beemster en is getrouwd met de dertig jaar oudere dominee Adriaan Wolff. Ze laten elkaar met rust in deze vriendelijke “mariage de raison”. Volgens Betje leven ze samen als “goede vrienden” en kan ze in alle rust de nieuwe en opruiende Verlichtingsidealen verspreiden. Ze heeft een eigen bovenkamer in de Pastorie die ze niet zonder ironie kamer ‘Kipperust’ noemt.

“Zij is een schoonheid”
Haar ervaringen beschrijft Betje Wolff, samen met haar hartsvriendin Aagje Deken, later in een briefroman uit 1782: ‘de Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart’. De jonge hoofdpersoon Sara lijkt erg veel op Agatha van Foreest. Ook zij verkent de grenzen van haar vrijheid. Allerlei nu achterhaalde denkbeelden krijgen er in de roman van langs. Sara wil niet afhankelijk zijn van mannen, noch in financieel, noch in emotioneel opzicht. Zij wil in alle vrijheid zelf een huwelijkspartner kunnen kiezen, waarbij liefde en respect het winnen van het verstand, waarvoor geld, status en sociale druk bepalend zijn. Ook Sara worstelt met de druk van familie en maatschappij, maar kiest uiteindelijk voor een gelijkwaardige verbintenis.
Volgens Betje is Agatha erg verliefd. Er is ook een fysieke aantrekkingskracht tussen de geliefden. Jan Schenk is erg knap van uiterlijk; “deze jonge knaap heeft zeker iets dat een vrouw als vrouw moet behagen” en hij heeft “een fraaie tronie en een schoon statuur”. Ook Agatha mag er wezen; “de smaak is vrij, maar zo gij mij gelooft is zij een schoonheid”. Betje is verder erg positief over Jan Schenk. “Al wat hij is, is hij zijn eigen vlijt, verstand en gedrag verschuldigd”. Agatha mag in haar handen knijpen met een dergelijke partner. De conclusie van Betje over Agatha kan dan ook niet anders zijn dan…
…wat is dat eene heldin: zij durft gelukkig te zijn.
Schenking van een miljoen gulden
Maar zijn er naast de – misschien iets te gekleurde – visie van Betje Wolff nog andere aanwijzingen dat Agatha puur en alleen uit liefde met Jan Schenk is getrouwd? Die zijn er.

Agatha scherpt dit motief aan door voor de huwelijksvoltrekking op 4 juni 1775 haar kinderen ieder 1 miljoen gulden te schenken. Zo maakt Jan nog minder kans op haar geld en worden daardoor allerlei speculaties dat hij haar om het geld trouwt ontkracht. Het huwelijk wordt op het buiten in de Beemster voltrokken en niet in Hoorn. Zo ontkomen de geliefden aan nog meer vernederingen en kunnen zij in alle rust hun geluk vieren. Het huwelijk duurt dertien jaar. Dan sterft Jan op veertigjarige leeftijd. Agatha zal daarna nooit meer in de echt treden.
Bijzonder is dat Jacob, het zevende kind van Agatha die in haar buik zat toen de eerste echtgenoot Joan stierf, het voorbeeld van zijn moeder volgt en met een rooms-katholiek meisje trouwt. Gaan de tijden nu definitief veranderen en gaan liefde en genegenheid de huwelijksmoraal meer en meer bepalen?
Mijn conclusie
Agatha is, naar het zich laat aanzien, uit liefde met Jan getrouwd. Betje Wolff heeft dit motief, ook vanuit haar eigen ervaring en overtuiging, in haar geschriften verder uitgewerkt en gedeeld met een grote schare lezers en bewonderaars. Agatha trouwt vanuit haar eigen intrinsieke motivatie en wordt daarbij (moreel) gesteund door het netwerk van voorvechtsters van de vrouwenzaak Betje Wolff en Aagje Deken.
– Artikelen van Thera Coppens; Agatha van Foreest in Hoorn
– Vijf Agatha’s door Corry Boon
– L. Kooijmans, Onder regenten. De elite in een Hollandse stad, Hoorn 1700-1770 in Hollandse Historische Reeks, dl. 4, Den Haag 1985
– Museum van Betje Wolff in Middenbeemster
– Wikipedia en Wikipedia Lijst van beelden in Hoorn
– Kennisbank Oud Hoorn, Huijgens Instituut
Rekkelijke dominee ontsnapte in 1621 uit gevangenis: zijn vrouw nam zijn plaats in
Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart
Kee Groot streed als ‘Marijtje uit West-Friesland’ voor het vrouwenkiesrecht
Jacoba van Beieren lag overhoop met Johan Cruyf