- Hoe Hoornse vrouwen de wereldgeschiedenis ondergingen
- Het verhaal van Grietje Ulbes (? – 1650)
- Het rommelt en gist in Hoorn
- De wet verzetten
- Onverdraagzaam, rechtzinnig en precies
- ’t Stockske van Oldenbarnevelt
- Met kromme benen wegsnellen
- ‘Droeve gevangenisse en blijde uytkomst’
- ‘Lieve, bedroefde en uitgestootene huisvrouw’
- ‘Door de segeninghe Godts’
- Mijn conclusie
Hoe Hoornse vrouwen de wereldgeschiedenis ondergingen
Wie Hoorn zegt, zegt Jan Pieterszoon Coen. Zijn standbeeld op het centrale plein roept al jaren controverse op. Het beeld wankelt, maar staat er nog steeds. Toch reikt de geschiedenis van de stad veel verder dan deze ene figuur. Het voormalige VOC-stadje leent zich er bij uitstek voor om internationale en nationale ontwikkelingen te vertalen naar een lokaal perspectief.

De vrouwen waar het om gaat zijn Grietje Ulbes uit de zeventiende eeuw, Agatha van Foreest uit de achttiende eeuw en Kee Groot uit de negentiende eeuw. Grietje Ulbes wordt slachtoffer van de burgeroorlog die in de Republiek woedt tussen rekkelijke en precieze godsdienststromingen. Agatha van Foreest wordt mede door toedoen van Betje Wolff aangeraakt door het Verlichtingsdenken als zij een huwelijkspartner moet kiezen en Kee Groot zet zich voor Aletta Jacobs vol overgave in voor het algemene vrouwenkiesrecht. Vandaag het eerste van drie verhalen over deze unieke vrouwen uit Hoorn, die de wereldgeschiedenis een lokaal gezicht gaven.
Het verhaal van Grietje Ulbes (? – 1650)
Onze eerste onverschrokken Hoornse vrouw, Grietje Ulbes, leeft in een roerige tijd. De Republiek der Verenigde Nederlanden wordt in de zeventiende eeuw geteisterd door godsdiensttwisten. De strijd gaat om de leerstelling of God alles van tevoren al heeft voorbestemd (de zogenaamde predestinatieleer) of dat de mens een vrije wil heeft en zelf over zijn eigen lot kan beslissen. De aanhangers van de Goddelijke voorbestemming zijn erg precies in de leer en worden daarom ook wel de preciezen genoemd.

Het rommelt en gist in Hoorn
Ook in Hoorn rommelt en gist het aan het begin van de zeventiende eeuw. Grietje Ulbes en haar man dominee Dominicus Sapma worden hierin meegetrokken. Het zijn in de Republiek de stadsbesturen die dominees kunnen beroepen of ontslaan, maar het is de stadhouder die de stadsbesturen weg kan sturen, ook bekend onder de noemer ‘de wet verzetten’. Hoorn kent een gematigd stadsbestuur en beroept daarom graag gematigde, tolerante en dus rekkelijke dominees. In 1613 willen zij de vrijzinnige dominee Dominicus Sapma benoemen.
Maar zowel de ouderlingen, die toezicht houden op het geloofsleven en de discipline binnen de kerkelijke gemeente, als de classis, die de regio bestuurt, accepteren de benoeming niet. Nog hogerop is de grote landelijke kerkvergadering, de Synode van Dordrecht, tegen het aanblijven van Sapma. Maar de rekkelijke dominee mag van de Hoornse stadsbestuurders toch blijven. De preciezen benoemen een tegendominee, Rippertus Sixtus, die al gauw gaat preken in particuliere huizen en een groeiende aanhang krijgt.

De wet verzetten
In 1618 maakt Oranjeprins Maurits een einde aan deze dubbelhartige situatie. Hij bezoekt de stad met zeven compagnieën Zwitserse soldaten en ‘verzet de wet’. Zonder slag of stoot vervangt hij gematigde stadsbestuurders door fanatieke preciezen. Sixtus wordt nu de officiële dominee en het zijn nu omgekeerd de rekkelijken die diensten moeten houden in burgerwoningen en pakhuizen. Ze krijgen veel aanhang onder de gewone Horinezen die niet gediend zijn van allerlei Calvinistische scherpslijperijen. Maar de preciezen maken het de rekkelijken erg moeilijk. Zij krijgen domweg geen loon meer als ze in stadsdienst zijn en rekkelijke armen krijgen geen bijstand meer als ze niet naar de officiële kerk gaan.
Dominee Sapma wordt – naast andere Hoornse dominees – geschorst. Als dominee bij de Synode van Dordrecht is, krijgt hij op 25 februari 1619 een brief van zijn vrouw Grietje Ulbes. Zij moet vóór zaterdag aanstaande hun huis aan de Muntstraat leeg overdragen ten behoeve van de nieuwe dominee. Zo niet, dan zal het meubilair zonder pardon op straat worden gezet. En dit terwijl Grietje op haar laatste benen loopt en bijna moet bevallen van hun eerste kind. Sapma krijgt geen verlof om de Synode te verlaten om naar Hoorn te gaan. Hij gaat toch. Op donderdag komt hij aan. Kordate Grietje heeft al veel geregeld. Ze heeft de hulp van een paar gezaghebbende kennissen ingeroepen en het domineesechtpaar kan verhuizen naar een huis een paar straten verderop.

Onverdraagzaam, rechtzinnig en precies
Sapma moet op het matje komen bij het gemeentebestuur. Hij moet binnen 24 uur weer terug naar Dordrecht. De verbolgen dominee protesteert, maar moet toch gaan. Te midden van dit gekrakeel wordt zijn eersteling, Bernard, geboren. De Hoornse bevolking snapt niets van de onverdraagzame, rechtzinnige en precieze fanatiekelingen. Je wijst een goede dominee toch niet de deur en je zet zeker geen vrouw met een pasgeboren kind op straat! Vredestichters gaan naar het stadhuis, maar het mag niet baten, zondag moeten dominee en zijn vrouw hoe dan ook weg uit Hoorn. Het stadsbestuur verdubbelt intussen uit voorzorg de nachtwacht en soldaten krijgen lood en kruit uitgedeeld. Het wordt steeds onrustiger in de stad en er ontstaan oploopjes. Angst kruipt door de straten.
Zondagmorgen om acht uur rolt de stadswagen voor de deur om Dominicus en Grietje op te halen. Het domineesechtpaar komt naar buiten en wordt op de bak geholpen. ‘Grietje wankelend, doodsbleek, het pasgeboren kind in haar armen’. De Hoornse bevolking reageert geschokt. Zij dringen zich op, snijden de paarden los en brengen dominee en zijn vrouw weer terug naar huis. Ondertussen proberen ze de stadswagen te slopen.
Maar dan komen de soldaten aangerend. Er ontstaat nu een ware volksoploop. De mensen joelen en juichen en dagen de soldaten uit. Deze beginnen te schieten. Het volk stuift uiteen. Sapma en zijn vrouw worden weer op de bok gezet, maar deze keer zijn ze niet alleen. Vier dappere en stoutmoedige vrouwen, waaronder de zus van Sapma, komen op de wagen zitten en rijden met hen mee. Soldaten lopen er naast met geladen geweren. Het verhaal gaat dat als de vrouwen dit niet hadden gedaan, Dominicus en Grietje door de soldaten onderweg zouden zijn doodgeschoten. En zo verdwijnen dominee en zijn vrouw uit de stad.

’t Stockske van Oldenbarnevelt
Sapma keert terug naar de Dordtse Synode. Daar wordt de rechtzinnige en precieze leer van de voorbeschikking vastgesteld. Rekkelijke dominees en hoogleraren worden afgezet. Sapma moet het land verlaten. De preciezen hebben duidelijk van de rekkelijken gewonnen en iedereen zal dit weten ook. De rekkelijke raadspensionaris Van Oldenbarnevelt wordt door zijn precieze opponent prins Maurits van hoogverraad beschuldigd en ter dood veroordeeld. De dichter Vondel wijdt er zijn beroemde gedicht ’t Stockske van Oldenbarnevelt aan, waarin hij beeldend beschrijft hoe de oude grijsaard met een stok naar het schavot strompelt en zijn laatste woorden uitspreekt:
Ik heb altijd oprecht en vroom gehandeld, als een goed patriot, en zo zal ik sterven.
Ook de naaste adviseur van de raadspensionaris, Hugo de Groot, wordt van hoogverraad beschuldigd. Maar hij mag de rest van zijn leven slijten in de staatsgevangenis Slot Loevestein. Daar worden gelukkig wel regelmatig boeken in een grote boekenkist gebracht, zodat hij kan lezen en schrijven om de lange dagen door te komen.
Dominee Sapma erkent zijn nederlaag niet. Hij is bijna net zo fanatiek en koppig als zijn tegenstrevers de preciezen. Sapma keert stiekem uit zijn verbanning terug en gaat preken in huizen en schuilplaatsen van de rekkelijken. Maar dan loopt hij tegen de lamp. In augustus 1621 wordt hij in Amsterdam herkent en meteen in de gevangenis gezet. Grietje mag hem bezoeken en neemt vaak het kleine jongetje Bernard mee, “’t welk onnoosel met het hoetgen in de handt bij mij stondt”, aldus de liefhebbende vader.

Met kromme benen wegsnellen
Grietje bedekt bij haar bezoek in de gevangenis haar gezicht met een neusdoek, omdat ze zogenaamd kiespijn heeft. Tegen de avond, als het donker wordt, gaat het hele gezelschap op de knieën en bidt tot God en roept zijn zegen af. Dan trekt dominee Sapma de rok en het jak van Grietje aan. De kapmantel gaat over zijn hoofd en de neusdoek om het gezicht om niet herkend te kunnen worden. Grietje blijft achter in de cel. Ze loopt hoorbaar rond, zodat de bewaking blijft geloven dat Sapma nog in de cel is.
Zogenaamd bitter wenend wordt de verklede dominee door zijn zus uit de cel gebracht. De cipiersvrouw wil de arme ‘vrouw’ troosten, waarop de zus vertelt over de verschrikkelijke kiespijn waardoor het arme mens ook nog eens doof is geworden en nauwelijks nog kan praten. De boomlange dominee verbergt zijn lengte door met kromme benen weg te snellen, de vrijheid tegemoet, zijn vrouw ellendig achterlatend in het akelige kot. Maar gelukkig komt Grietje vrij snel vrij. Hadden de Amsterdamse notabelen dan toch enig respect voor haar moed en trouw, wilden zij geen martelares voor de rekkelijken creëren of waren ze blij eindelijk van die lastige Sapma en zijn entourage verlost te zijn?
Het blijft nog lang onrustig in de Republiek en in Hoorn. Dominee Sapma blijft regelmatig naar Hoorn komen om in het geheim te preken. Maar langzaam maar zeker keert het tij en mogen stadsbesturen als vanouds in alle vrijheid beslissen over het aanstellen van dominees. Sapma wordt weer predikant in 1630 en dient God en zijn gemeente totdat de Allerhoogste hem tot zich roept in 1635. Grietje sterft vijftien jaar later in Rotterdam waar zoon Bernard inmiddels ook predikant is geworden.
‘Droeve gevangenisse en blijde uytkomst’
Wat waren nu de motieven van Grietje om zichzelf zo in gevaar te brengen door de plaats van haar man in het gevang in te nemen? Ze heeft namelijk geen idee wanneer en of ze überhaupt wel vrij zou komen. Wordt ze door de preciezen langdurig gegijzeld om te dienen als ruil- en onderhandelingsmiddel? Bestaat niet de kans dat ze misschien wel wordt gemarteld om allerlei bekentenissen te ontlokken? Grietje heeft over deze angsten niets nagelaten, we moeten het hebben van de berichten van haar man die zijn ervaringen enkele jaren later opschrijft in een pamflet en in een boek met de veelzeggende titel ‘Droeve gevangenisse en blijde uytkomst’.

Het heeft den goeden Godt belieft mij (…) van een eeuwige gevanckenisse bij de boeve in ’t tuchthuys te verlossen.
Het is zeer goed mogelijk dat Sapma het aandeel van God vooropgesteld heeft om een stichtelijk en moraliserend werk te kunnen schrijven voor zijn volgelingen en factiegenoten. Zijn broeders in het geloof prijzen hem in ieder geval uitbundig om zijn trouw, standvastigheid en goede voorbeeld. Maar er zijn ook lezers die vinden dat het aandeel van Grietje en de andere vrouwen wel erg onderbelicht is. Dankzij hen wordt Grietje alsnog een van de heldinnen uit de geschiedenis van de vervolging van de rekkelijken.
‘Lieve, bedroefde en uitgestootene huisvrouw’
Grietje en Dominicus zijn beiden duidelijk kinderen van hun tijd. Want hoe dachten de preciezen en de rekkelijken over de rol van de vrouw? Beide partijen zijn verbazend eensgezind. De Bijbel geeft aan hoe het zit. De vrouw is een gehoorzame echtgenote, een goede moeder voor haar vele kinderen en hoedster van het huishouden. Grietje en Dominicus vervullen deze rol met verve. Dat blijkt duidelijk als het gezin bedreigd wordt in Hoorn en de preciezen hen dwingen huis en haard te verlaten.
Dominee Sapma staat zijn “lieve, bedroefde en uitgestootene huisvrouw” bij zo goed en zo kwaad als het kan. Beide echtgenoten beschermen elkaar tegen de gevaren die van alle kanten op ze af komen. Ook het netwerk van Grietje en dominee gaat het veel te ver als de preciezen het gezin intimideren en chanteren. De heldenrol van de zus van Sapma is evident. Jammer en tekenend is dat haar naam in geen enkele bron te vinden is. Zij blijft naamloos door de geschiedenis gaan. De drie andere dappere vrouwen die het domineesgezin begeleiden naar de poort van Hoorn verdienen ook onze waardering voor hun moed en koelbloedigheid.

Maar de motieven van Grietje, die zo vastberaden en vol zelfopoffering de gevangenschap van haar man overneemt, is een lastiger verhaal. Het ziet ernaar uit dat ze haar geloofsovertuiging en Bijbelse opdracht zeer serieus neemt. Emoties als liefde voor en loyaliteit aan haar man, moreel plichtsbesef en persoonlijke moed zullen afwisselend om voorrang in haar gedachten hebben gestreden. Ook zou het kunnen dat ze de geloofsbeweging van de rekkelijken wil steunen en vooruit wil helpen. Geheel volgens traditie zou haar man dit veel beter kunnen dan de vrouw, die eerder achter haar man, dan naast haar man dient te staan. ‘Mijn man moet verder leven, preken, leiden – en als dat betekent dat ik zijn plaats in het gevang moet innemen, dan doe ik dit’, zou ze gedacht kunnen hebben.
‘Door de segeninghe Godts’
Grietje dient verschillende verzoekschriften in om vrijgelaten te worden. Ze roept daarbij de gramschap van de Amsterdamse schepenen over zich af. Grietje stelt namelijk dat Dominicus “door de segeninghe Godts” uit de gevangenis is verlost. Grietje staat dus pal voor haar zaak en stelt onomwonden vast dat God aan de kant van de rekkelijken staat. In plaats van dat Sapma de polemiek probeert te sussen en daardoor de vrijlating van zijn vrouw probeert te bespoedigen, stookt hij (ook vanuit zijn volle overtuiging) het vuurtje nog eens flink op. Het is ongehoord dat de schepenen zich ergeren aan de zegen van God die ervoor heeft gezorgd dat ik/Sapma vrij kon komen. De vrijlating is door gebed bewerkstelligd en door de voorzienigheid veroorzaakt (en dus niet door Grietje).
Mijn conclusie

De controverse over met name de leer van de voorbeschikking tussen de rekkelijken en preciezen verdwijnt in de loop van de zeventiende eeuw uit de aandacht. Maar een nieuw geschil dient zich aan: die van de wetenschap en de rede versus de waarheden uit de Bijbel. Het aanstaande Verlichtingsideaal stelt dat de mens, vanuit de vrije wil, meer dan ooit best in staat is keuzes voor zichzelf te maken. Hoezo zou God geen rekkelijken dulden in de Eeuwigheid en waarom zou hij geen toegang geven aan mensen die leefden vóór de verspreiding van het christendom, zoals de oude Grieken en Romeinen? Ook de rol van de vrouw verandert. Vanaf het midden van de achttiende eeuw krijgen vrouwen meer ruimte in onderwijs, liefdadigheid en literaire kringen.
In het volgende verhaal over Agatha van Foreest (achttiende eeuw) werk ik dit verder uit. Sleutelfiguur is Betje Wolff uit de Beemster. Zij is fel tegen “de orthodoxen, de fijnen, de stijven, de zoozoo’s”, zoals ze het zelf zegt. Een vrouw is zelf in staat keuzes te maken, ook als het gaat om haar huwelijkspartner. Voor Agatha van Foreest is dit echter nog geen gelopen race.
Lees hier deel twee van deze reeks
– Dominicus Sapma en Grietje Ulbes, door H.C. Rogge, Leiden/Sijthoff 1876
– Een vrije geest; het uitzonderlijke leven van Betje Wolff, door M. Mathijsen, Amsterdam/Balans 2024
– Wikipedia en Canon van Nederland
– Kennisbank Oud Hoorn, Huygens Instituut
Maurits en Oldenbarnevelt: het conflict dat de Republiek verdeelde
Synode van Dordrecht (1618-1619) – Kerkstrijd in de jonge Republiek
Arminius en de remonstranten: strijd over predestinatie in de Republiek
Spectaculaire ontsnapping uit tbs-kliniek Groningen (1984)
Eenzame opsluiting was vroeger écht eenzaam
Overval op de Blokhuispoort in Leeuwarden (1944)
Iemand de duimschroeven aanzetten