Ook al is het langer dan honderd jaar geleden dat Ieper en omgeving oorlogsgebied waren, de naam van de Belgische stad in de Westhoek is nog altijd direct verbonden met de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog. Tussen 1914 en 1918 vonden vier slagen om Ieper plaats, waarbij honderdduizenden militairen omkwamen aan geallieerde en Duitse zijde. In Negentien Negentien gebruikt Aline Sax de stad als toneel van een verhaal dat zich zowel tijdens als na de oorlog afspeelt.
Vijftien jeugdromans
Aline Sax (1984) is een historicus uit België van wie eerder vijftien jeugdromans verschenen. Van haar doctoraalstudie naar de ziel van de Vlaamse collaborateur werd in 2012 een publieksversie uitgebracht, getiteld Voor Vlaanderen, Volk en Führer. In de boeken die ze schreef voor lezers van 10+, 12+ en jongvolwassenen is oorlog een terugkerend thema. Zo speelt haar recentste young adult-uitgave, Wat ons nog rest, zich af tijdens de Slag om Berlijn in april 1945. Een zeventienjarig meisje moet in de zwaarbevochten Duitse hoofdstad met haar familie en buren proberen te overleven in een kelder. Met dit boek won de schrijfster de Boon Literatuurprijs, een Vlaamse prijs voor Nederlandstalige boeken die sinds 2022 wordt uitgereikt. Naast schrijfster werkt Sax als coördinator van het historisch projectbureau Geheugen Collectief en doceert ze het vak Publieksgeschiedenis aan de Universiteit Antwerpen.
Ieperboog
De hoofdpersoon in Negentien Negentien is Henry Bennett. De jonge Brit werkt aan het begin van de Eerste Wereldoorlog als graveerder van grafstenen. Na aansporing door zijn vriendin, wier broer al vrijwillig dienst heeft genomen, meldt hij zich aan voor het leger. Als lid van het West Yorkshire Regiment wordt hij gestationeerd in de Ieperboog, de uitstulping in het westfront rond Ieper. In 1917 vecht hij mee tijdens de Slag bij Passendale die vele levens eist maar leidt tot een patstelling.
Na gewond teruggekeerd te zijn in Engeland weet Henry niet te aarden in het burgerbestaan. Zijn baan is overgenomen door een jongere werknemer en de oorlog heeft op hem niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk zijn sporen achtergelaten. Henry’s ouders schamen zich voor zijn vreemde gedrag dat voortkomt uit wat toen shellshock werd genoemd maar tegenwoordig wordt beschouwd als post-traumatisch-stress-syndroom.

Souvenirs
Henry besluit terug te keren naar Ieper, niet wetende wat hij daar precies zoekt. Hij sluit zich aan bij een klein reisgezelschap dat zijn intrek neemt in een klein hotel in de stad die nog altijd voor een groot deel in puin ligt. De wegen zijn al wel vrijgemaakt, sommige inwoners zijn teruggekeerd in hun gespaard gebleven huizen, anderen hebben houten barakken gebouwd om weer een dak boven hun hoofd te hebben. In winkeltjes verkopen de Iepenaren ansichtkaarten met foto’s van het voormalige front. Er worden ook souvenirs aangeboden, zoals Duitse helmen. “Van kogelhulzen zijn asbakken gemaakt, broches, kruisbeeldjes”, schrijft Sax vanuit de beleving van haar hoofdpersoon.
Ze bezoedelen de herinnering! De gruwel is verworden tot banaliteit.
In plaats van met een geweer is Henry gewapend met een schetsboek, waarin hij tekeningen maakt van de oorlog en de sporen ervan. Zijn reisgezellen, onder wie een vader, moeder en dochter die meer willen weten over het lot van hun gesneuvelde zoon/broer, worden rondgeleid door een Britse legerkapitein die hier zijn werk van gemaakt heeft. Andere Britse militairen houden zich in de omgeving bezig met opruimwerkzaamheden en het terugvinden en begraven van de slachtoffers. De schrijver laat een korporaal aan haar hoofdpersoon uitleggen dat de neus de beste detector is voor het vinden van lichamen:
Je duwt je stok in de grond en ruikt aan het uiteinde. Geloof me, dan weet je het wel.
Zinloze bloedvergieten
In haar boek maakt Sax sprongen heen en weer in de tijd: sommige hoofdstukken spelen zich af in 1919, anderen blikken terug op de oorlogsjaren. Vanuit het perspectief van haar hoofdpersoon brengt ze de gruwelen, angsten en pijn tot leven die militairen aan het front ervoeren, van plotselinge granaatinslagen in de loopgraven en moeizame nachtelijke verplaatsingen door het niemandland tot het gekerm van gewonden en de allesverslindende modder. Als voorbeeld een fragment dat zich afspeelt in maart 1917:
Henry maakt vrienden binnen zijn legereenheid en ziet verschillende daarvan sneuvelen. Het meest gesteld is hij op Archie en ook in 1919 speelt deze kameraad een belangrijke rol bij zijn terugkeer naar Ieper. Bij andere mensen, vooral die van het vrouwelijke geslacht, voelt hij zich ongemakkelijk. Alleen de militairen die de oorlog hebben meegemaakt, begrijpen hoe het was om te vechten. Moed en opoffering voor het vaderland hadden voor Henry en zijn strijdmakkers geen betekenis meer, alles draaide om het overleven van het zinloze bloedvergieten en het kunnen terugkeren naar huis.
Overtuigende oorlogsroman

Het nauwgezette en uitvoerige onderzoek, in combinatie met de ongeforceerde schrijfstijl, hebben een overtuigende oorlogsroman opgeleverd waarin, naast de oorlogsverschrikkingen, de thema’s vriendschap, gemis en herdenken knap worden uitgewerkt.
De slagen om Ieper als herinneringslandschap
De Menenpoort in Ieper
Geploeter en bloedvergieten in de Vlaamse modder
Albert I van België (1875-1934) – Koning-Soldaat
Edward “Mick” Mannock (1887-1918) – Britse piloot
Zimmerwald-conferentie (1915) – Socialisten tegen de Eerste Wereldoorlog