Servië, willig werktuig van de grote mogendheden

Servië, een van die landen op de Balkan, die zich na jarenlange strijd hadden ontworsteld aan de Turkse heerschappij, was in de negentiende en begin twintigste eeuw nogal eens in het nieuws en wist ook in onze jaren weer alle aandacht op zich te vestigen.

Onze generatie heeft Servië leren kennen tijdens de ‘Bosnische crisis’ in de negentiger jaren van de vorige eeuw en automatisch kwam daarbij de herinnering op aan de tijd, toen datzelfde Servië zo rond de eeuwwisseling de wereld in beroering bracht, als notoire troublemaker te boek stond en in 1914 uiteindelijk de aanleiding werd tot de ‘Eerste Wereldoorlog’.

Was Servië echter wel de grote onruststoker zoals destijds wel werd beweerd? In 1919 rapporteerde een door de geallieerden samengestelde ‘Commissie onderzoek schuldvraag’ inzake de verantwoordelijkheid van Servië voor de aanslag op de Oostenrijk-Hongaarse troonopvolger in 1914, dat:

‘de misdaad, uitgevoerd door een Oostenrijk-Hongaars onderdaan op Oostenrijk-Hongaars grondgebied,in geen geval Servië kon compromitteren en dat de oorlog was ontstaan als gevolg van een door Oostenrijk-Hongarije vooropgesteld plan, het kleine dappere Servië te vernietigen’.

En in 1920 verklaarde Dr. Slavko Gronitch, Servisch ambassadeur in de Verenigde Staten, dat:

“recentelijk de meest positieve bewijzen openbaar zijn geworden waaruit blijkt dat Oostenrijk-Hongarije en Duitsland ten tijde van het Oostenrijk-Hongaarse ultimatum aan Servië, reeds de monsterlijke beslissing genomen hadden dat, wat het Servische antwoord ook zou zijn, zij het de oorlog zouden verklaren’.(1)

…en in 1982 schreef Milo Dor in ‘Der letzte Sontag’ dat ten tijde van de afloop van het ultimatum aan Servië, de bewijzen dat de moord door Serviers was gepleegd, nog steeds niet waren aangetoond. (2)

Het zijn slechts drie verklaringen uit een reeks van zeer vele, die allen de onschuld en de tragiek van het kleine dappere Servische volk beschrijven en die vergelijkingen doen opwellen met het evenzo tragische lot van Nederland toen het in 1940 door de Duitse overweldigers onverwacht en onverdiend werd aangevallen en bezet.

Nu, een eeuw later, blijkt deze vergelijking echter de toets van een kritisch historisch onderzoek niet te kunnen doorstaan en dringt de vraag zich op of ook Servië niet gevoegd dient te worden bij de rij van landen die, hun handen steeds in onschuld wassende, in werkelijkheid de mede- veroorzakers waren van het wereldconflict dat tussen 1914 en 1918 werd uitgevochten.

Om daarover wat meer duidelijkheid te krijgen is het noodzakelijk eerst wat dieper op de geschiedenis van Servië in te gaan Wat was het geval?

Voorgeschiedenis

Zwarte George
Zwarte George
We wenden ons eerst naar de periode waarin Servië nog onder Turks bewind stond, een bewind waartegen de Serven zich met hand en tand hadden verzet maar waarbij de Turkse sultan steeds de overhand had gehouden. In 1800 echter brak er, onder leiding van George Petrovitch, een opstand uit tegen de Turkse overheersers.

Petrovitch, die ook de naam Kara George of Zwarte George droeg, slaagde er in 1807 in de Turken uit het noorden van Servië te verdrijven maar in 1812 hernamen de Turken het gehele gebied en nu sloot Kara George een overeenkomst met de Russen die daarop druk gingen uitoefenen op de Turken om Servië minimaal intern bestuur te geven. De Turken beloofden dit maar in de praktijk kwam er niets van deze beloften terecht en in 1813 was geheel Servië weer volledig onder Turkse controle en moest Kara George naar Hongarije vluchten waar hij echter prompt door de Hongaarse politie werd gearresteerd en gevangen gezet. (3)

Om de schijn op te houden en Rusland niet al te veel te prikkelen stelden de Turken nu een nieuwe Servische leider aan die in hun naam het gebied moest besturen. Ogenschijnlijk voldeed men daarmee aan de Russische eis om de Serven meer bevoegdheid te geven bij het interne bestuur van het land maar het zal duidelijk zijn dat het hier een ‘schijnbestuur’ betrof. De werkelijke touwtjes bleven dus in Turkse handen.

De nieuwe leider droeg de naam Milosh Obrenovitch, een analphabeet, door en door corrupt en vooral ook bekend om z’n wreedheid en onberekenbaarheid. De Turken konden gerust zijn, hun belangen waren bij Milosh in goede handen.

In 1817 lukte het Kara George echter weer uit Hongarije naar Servië terug te keren. Milosh kwam daarvan al snel op de hoogte en nam geen halve maatregelen. Hij liet Kara George door een van zijn trawanten opsporen en vermoorden waarna hij diens afgehouwen hoofd, volgens goed plaatselijk gebruik, naar zijn Turkse meesters stuurde die dat ongetwijfeld op prijs hebben gesteld en in elk geval van zijn trouw overtuigd zullen zijn geweest.

Toen de Servische aartsbisschop Nikitch het aandurfde tegen deze barbaarse daad te protesteren werd ook hij al snel uit de weg geruimd en zo hield Milosh zich de tegenstanders van het lijf en zichzelf in het zadel. In 1829 echter Rusland de Turkse sultan echter om de interne onafhankelijkheid van Servië te erkennen en dit werd vastgelegd met het verdrag van Adrianopel (1829-1830) waarbij Milosh benoemd werd tot erfprins van Servië en Turkije afzag van elke bemoeienis met het interne bestuur van Servië.

Wel bleven er nog Turkse garnizoenen in het land voor de externe verdediging maar zij mochten zich niet meer met het bestuur bemoeien. Milosh Obrenovitch deed overigens wel enkele pogingen het land op een wat modernere leest te schoeien en in 1833 voerde hij zelfs grote landhervormingen door waarbij voor het eerst in de geschiedenis van Servië de boeren eigenaar werden van het land dat ze bewerkten.

Milosh Obrenovitch
Milosh Obrenovitch
Toch waren Milosh’s barbaarse methoden uiteindelijk de oorzaak van zijn val en moest hij afstand doen van zijn troon ten gunste van zijn oudste zoon. Deze overleed echter al binnen enkele dagen om te worden opgevolgd door zijn broer Michael die het tot 1842 uithield alvorens ook hij het veld moest ruimen voor Alexander, een telg uit het rivaliserende Karageorgevitch geslacht.

Alexander had de troon nog niet bestegen of de complotten tegen zijn leven aan de orde van de dag. Toen hij weigerde Servië te laten deelnemen aan de kant van Rusland in de Krim-oorlog, was het met zijn populariteit, zo hij die al had bezeten, gedaan en het feit dat hij er in 1856 in slaagde van de grootmachten een collectieve garantie te krijgen inzake de onafhankelijkheid van zijn land (4), kon niet verhinderen dat hij twee jaar later moest aftreden en samen met zijn zoon Peter het land moest verlaten.

Zijn opvolger werd de ons inmiddels bekende Milosh Obrenovitch die, na te zijn teruggekeerd, zijn oude bewind van intimidatie, corruptie en willekeur weer vrolijk oppakte alsof hij nooit was weggeweest. Ook nu weer zou dat echter van korte duur zijn want al twee jaar later, in 1860, stierf Milosh waarop zijn zoon Michael voor de tweede keer de troon besteeg.

Het was deze Michael die een jaar later voor het eerst democratische verkiezingen invoerde, een geregeld leger oprichtte van 150.000 man (5) en er in 1867 in slaagde, met steun van Oostenrijk-Hongarije, ook de laatste Turkse garnizoenen uit Servië te doen vertrekken. Michael slaagde er verder in met het ‘Bulgaarse Vrijheidscomite’ een soort verbond te sluiten waarbij werd afgesproken dat zodra ook Bulgarije onafhankelijk waren geworden en zich van het Turkse juk hadden bevrijd, de twee landen zich zouden verenigen onder zijn soevereiniteit.

Groot Servië

Michael streefde met zijn buitenlandse politiek duidelijk de vereniging van alle Slavische volkeren na en als zodanig was hij eigenlijk de eerste praktische uitvoerder en grondlegger van de ‘Groot Servië’ gedachte. Ook Michael Obrenovitch zou het echter niet lang maken want traditiegetrouw werd hij, het was 10 juni 1868, tijdens een wandeling in het stadspark vermoord, mogelijk door een van de leden van het geslacht Karageorgevitch alhoewel dat nooit is bewezen.

Michael werd opgevolgd door zijn 14-jarige neef Milan, die, nadat hij oud genoeg was geworden om de troon te bestijgen, al heel snel onder invloed van Oostenrijk-Hongarije kwam te staan. Oostenrijk-Hongarije, dat er alle belang bij had om haar invloed in de Balkan zo groot mogelijk te houden, onder meer om een tegenwicht te vormen tegen de Russische aspiraties in dat gebied, wenste geen sterk zelfstandig Servië en probeerde dat land dan ook op vreedzame wijze te annexeren.

Milan IV Obrenovic
Milan IV Obrenovic
Koning Milan, die er maar op los leefde en zeer grote schulden maakte die steeds door Oostenrijk-Hongarije werden gefinancierd, was daardoor een gemakkelijke prooi en de Oostenrijk-Hongaarse invloed op Servië in de jaren van zijn bewind was dan ook manifest, vooral ook op economisch gebied. Milan liep geheel aan de leiband van Oostenrijk-Hongarije en dacht er niet aan zijn positie in de waagschaal te stellen door zich tegen zijn ‘meesters’ te verzetten.

Dat bleek bijvoorbeeld duidelijk in 1875 toen er in het door Turkije bestuurde Bosnië-Herzegovina een opstand uitbrak. De Servische minister van Buitenlandse Zaken, Ristitch, was van mening dat dit de kans voor Servië was om haar ideaal, een ‘Groot Servië’, te realiseren en stelde Milan voor deze twee provincies, waarvan het overgrote deel van de bevolking Servisch was, binnen te trekken om de Turken te helpen verdrijven. Op deze wijze dacht hij ook een stap dichter bij het verkrijgen van een eigen haven aan de Adriatische Zee te komen en tegelijkertijd te voorkomen dat Oostenrijk-Hongarije Bosnië zou bezetten. Daardoor zouden er immers zowel aan haar Noord- als aan haar Westgrens Oostenrijk-Hongaarse troepen komen te liggen en dat was wel het laatste wat hij wilde. Ook de kans op een haven zou dan vrijwel voorgoed verkeken zijn.

Ristitch begreep natuurlijk wel dat zo’n actie zeker op verzet zou stuiten van de grootmachten, maar hij was bereid de gok te nemen en ging van de gedachte uit dat als de Servische troepen eenmaal Bosnië-Herzegovina hadden bezet, ze daar niet gemakkelijk meer uit te krijgen zouden zijn.

Koning Milan, begrijpende dat Oostenrijk-Hongarije hem zo’n actie niet in dank zou afnemen, aarzelde echter zijn toestemming te geven en toen hij eindelijk, in 1876, onder zeer grote druk kon worden overgehaald was het al te laat. In dat jaar stelden de Russische tsaar en de Oostenrijk-Hongaarse keizer in onderlinge afspraak namelijk hun invloedsferen in de Balkan vast waarbij Rusland zich op het oosten en Oostenrijk-Hongarije zich op het westen (op Servië dus) gingen richten waardoor de Russische belangstelling voor de Serven uiteraard aanzienlijk verminderde.(6)

Milan, die het gunstige moment dus had laten passeren, gaf nu, om zijn gezicht te redden, toch het sein tot de aanval maar dat kwam hem duur te staan. De Turken sloegen hard terug en drongen al snel Servië binnen en nu was het Rusland dat ingreep (oktober 1876), en de Turken dwong vrede te sluiten op straffe van oorlog.

Tijdens de daartoe gehouden conferentie van Constantinopel moest Turkije nu tevens beloven dat het hervormingen zou doorvoeren ten behoeve van de christenen in haar eigen land maar toen in 1877 bleek dat ook daar niets van terecht kwam en ook de Bulgaren weer in opstand kwamen, besloot Rusland, met hulp van Roemenië en Servië, Turkije de oorlog te verklaren.

Het was duidelijk dat Turkije in deze oorlog het onderspit moest delven en op 3 maart 1878 tekende het dan ook het beruchte verdrag van San Stefano waarbij het grote stukken van haar grondgebied aan de overwinnaars moest prijsgeven.

Volgende pagina van dit artikel

Zeeuws-Vlaanderen, de polder bij Philippine (cc - Michiel Hendryckx)
Bij de Heemkundig Kring West-Vlaanderen is, onder redactie van historici André Bauwens…
Monument op de Herenbrug in Den Haag - cc
Op de brug over de Prinsessegracht bij de Herengracht staat een monument…

Pages: 1 2 3 4 5 6 7

Dit atikel is afkomstig van online geschiedenismagazine www.historiek.net

Meer van dit soort berichten? Like ons dan!

>>> Meer geschiedenisboeken
Ook adverteren op Historiek?
Goede keus! Klik hier