Week van de koloniale geschiedenis
Dark
Light

De Menenpoort in Ieper

Symbool voor de Eerste Wereldoorlog
3 minuten leestijd
Menenpoort in Ieper
Menenpoort in Ieper (CC BY-SA 4.0 - Marc Ryckaert - wiki)

De Menenpoort, in het Engels bekend als de Menin Gate, is een belangrijk oorlogsmonument in de Belgische stad Ieper. Het monument herdenkt de tienduizenden Britse soldaten die tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelden en van wie de lichamen nooit gevonden of geïdentificeerd zijn.

Ruïnes in Ieper
Ruïnes in Ieper
Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam de Belgische stad Ieper midden in de frontlinie te liggen. De Duitse opmars was vlak voor de stad tot stilstand gekomen, nadat restanten van het Belgische leger grote gebieden onder water hadden gezet. Vier jaar lang probeerden de Centralen de oude lakenstad in de tang te nemen, in de hoop alsnog een doorbraak naar de Kanaalkust en Parijs te kunnen forceren. Ze leden ontstellende verliezen en kwamen geen steek vooruit.

Aan geallieerde zijde waren het al snel de soldaten uit Groot-Brittannië en het Britse Gemenebest die de loopgraven bemanden. Vier jaar lang probeerden ze door de linies te breken van het Duitse leger, dat zich in de heuvelring rondom Ieper had ingegraven, in de hoop een doorbraak te forceren en hen terug te drijven naar eigen land. Ze leden ontstellende verliezen en boekten nauwelijks terreinwinst.

Wederopbouw

Tijdens de vijf slagen om Ieper werd het stadje zelf volledig verwoest. Foto’s tonen een maanlandschap van vette klei, waarin een soldaat tegen het restant van een muur aanleunt. Dit was geen door artillerie doorgeploegde akker, maar ooit een levendige hoofdstraat. Na de oorlog herrees de stad. Het verarmde België gebruikte hiervoor de herstelbetalingen die Duitsland moeizaam ophoestte en koos voor een historische stijl. Het huidige Ieper lijkt daardoor in z’n geheel uit de Renaissance te stammen, alles wat nadien was gebouwd, was na de oorlog niet meer welkom.

Toen de kanonnen eindelijk zwegen, wilden de Britten hun doden gedenken. Daarom maakte de architect Reginald Blomfield al in 1921 een ontwerp voor een poort, in de stijl van de Romeinse overwinningsbogen.

Een van de panelen met de namen van vermiste doden in de Menenpoort
Een van de panelen met de namen van vermiste doden in de Menenpoort (CC BY-SA 3.0 – Jamain – wiki)
Tijdens de slagen om Ieper stierven er zo’n 300.000 soldaten uit het Britse Rijk. Circa 90.000 van hen zijn nooit teruggevonden. Hun namen moesten aan de binnenzijde van de poort komen, maar al snel bleek het ontwerp te klein om ze allemaal kwijt te kunnen. Daarom is er gekozen om alle Nieuw-Zeelanders en alle soldaten die na 15 augustus 1917 stierven met een ander monument te herdenken. Uiteindelijk zijn er 54.395 namen aan de binnenzijde van de boog gegraveerd.

Voor de oorlog stond er al lang geen poort meer op de plek waar de Menenpoort verrees. Er stonden alleen twee stenen leeuwen. Die zijn verwerkt in het monument, nadat eerst stevig te zijn opgelapt. De poort markeert de oostelijke uitgang van de oude Vaubanvesting en de kortste route naar het front. In de praktijk werd deze weg maar weinig gebruikt, omdat het gevaar op artillerievuur er te groot was.

Last Post

Nadat de Menenpoort in 1927 werd onthuld, volgde al snel het dagelijkse ritueel van de Last Post. Koperblazers van de Ieperse Last Postvereniging blazen om 20:00 de slepende tonen van deze taptoe. Dit doen ze nog steeds, alleen tijdens de bezetting van België gedurende de Tweede Wereldoorlog moest de herdenking worden gestaakt, al werd ze in Engeland voortgezet. Direct na de bevrijding van Ieper door Poolse soldaten, terwijl de gevechten nog gaande waren, werd het ritueel hervat. De Britten hechten nu eenmaal aan traditie.

Onthulling van de Menenpoort, 24 juli 1927
Onthulling van de Menenpoort, 24 juli 1927

De Last Post weerklinkt niet alleen in Ieper, maar maakte onderdeel uit van het Britse militaire bedrijf. De First Post klonk wanneer ’s avonds de wachtposten van een legerplaats of garnizoen werden geïnspecteerd, de Last Post was simpelweg het teken dat ze allemaal op hun plek stonden en dat het kamp veilig was voor de nacht, zoals Ieper dat nu ook is. De taptoe klonk ook na een gevecht, als teken voor de mannen die zich nog ergens op het slagveld bevonden, gewond of verdwaald, dat het vechten er op zat, en dat ze op het geluid af konden gaan om zich in veiligheid te brengen.

Nog altijd klinkt de oproep vanuit de Menenpoort aan de duizenden Britse en Gemenebestsoldaten die nooit terug zijn gevonden om terug te keren naar hun kamp. Het is een teken van rouw en van de weigering om de doden te vergeten. En het is een goedbezocht ritueel dat een centrale plek inneemt in het herinneringslandschap van de Eerste Wereldoorlog in West-Europa, opdat we de stompzinnigheid van deze oorlog en van alle andere oorlogen niet vergeten.

360° video – Last Post ceremonie bij de Menenpoort

‘Doe den tap toe’

Overigens is het Last Post-gebruik afkomstig van de Engelse en Schotse regimenten die in de zeventiende eeuw in dienst waren van de Republiek. In de Nederlandse garnizoenen was het gebruikelijk om om 21:30 met tromgeroffel de soldaten terug te roepen naar de kazerne. Dit was het ‘doe den tap toe’, oftewel, sluit de biertap, de dag zit erop. Dit is in het Engels verbasterd tot taptoe, taptoo of tattoo.

Zie ook: The Last Post, Signaal Taptoe en de Dodenherdenking

Mathijs Eskes (1988), studeerde geschiedenis in Groningen, Graz en Amsterdam. Belangstelling voor Duitse, niet-westerse, en wereldgeschiedenis. Afgestudeerd op de opkomst van de Duitse milieubeweging.