Koningin Beatrix in Callantsoog
Dit jaar is het alweer veertig jaar geleden dat koningin Beatrix Callantsoog bezocht. In 1985 was Beatrix vijf jaar koningin. Dat jaar ontvingen Anna Paulowna, Callantsoog en Schagen het koninklijke gezelschap om Koninginnedag te vieren. Het hele gebeuren werd rechtstreeks op televisie uitgezonden met commentaar van de toen bekende verslaggevers Hans Zoet en Henk van Stipriaan.
Na een bezoek aan Anna Paulowna, waar een deel van de familie per trein en een ander deel per helikopter was gearriveerd, vertrok men met een lange rij auto’s naar Callantsoog. Vanuit een helikopter werd de stoet gevolgd, zodat heel Nederland de gebeurtenis kon aanschouwen. Anna Paulowna had er ƒ 50.000,– en Schagen ƒ 30.000,– voor uitgetrokken. De ‘schamele’ ƒ 3000,– die Callantsoog bijdroeg stak er schril bij af.
Als inleiding op de rechtstreekse reportage werden allerlei wetenswaardigheden over Callantsoog opgesomd. Het dorp zou 2700 inwoners hebben en er zouden 400.000 overnachtingen hebben plaatsgevonden. Gasten van de inmiddels 10 campings konden het prachtige, elf kilometer lange, schone strand bezoeken.

Wethouder mevrouw Hermine Keuning werd staande op een duintop ter hoogte van het dorp geïnterviewd. ‘Mevrouw Keuning, mooi dorpje zoals dat hier ligt achter de duinen,’ merkte verslaggever Hans Zoet op. De wethouder was het grondig met hem eens. ‘Ja, prachtig, heel prachtig en ook schitterende duinen zo in de zon nu. Maar ik moet wel zeggen dat het iets mooier lijkt dan het is.’ De wethouder doelde op het feit dat er slechts één rij duinen de zee weerhield om het dorp te overstromen. ‘Het is een hele kwetsbare zeewering. En hij is niet overal veilig. Het is niet zo dat we ’s nachts wakker liggen van angst, maar van officiële zijde is vastgesteld dat we zeven zwakke plekken in onze zeewering hebben,’ deelde zij op ernstige toon mee. ‘Er moet zand opgebracht worden. Dat is de goedkoopste oplossing. Wel niet een definitieve, maar eens in de zoveel tijd is dat nodig. Je moet het zand gewoon uit zee terug halen.’ Ook de dreigende samenvoeging met een andere gemeente kwam ter sprake. ‘Er is geen enkele reden om Callantsoog op te heffen,’ aldus Keuning. En zij was niet de enige die er zo over dacht.

We hebben al zoveel meegemaakt hier. Evacuatie, overspoelingen en wat dan ook. We hebben ons altijd al zelf gered en die zelfstandigheid mogen ze niet van ons afnemen.
Vos maakte van de gelegenheid gebruik om te zeggen wat hij op zijn hart had. Toen gevraagd werd wat het mooiste was dat hij als jutter op het strand had gevonden bleek dat een kostbaar reddingsvlot van de Marine te zijn. De ƒ 200,– die hij daar als eerlijke vinder voor kreeg vond hij toch wat weinig.
Vos becommentarieerde het bezoek van de koningin samen met de bekende verslaggever Henk van Stipriaan. Terwijl zij ergens in Callantsoog samen zaten te kijken naar beelden vanuit de helikopter gaf Van Stipriaan zijn eerste indrukken over Callantsoog prijs. ‘Het is een dorp met een eigen charme en met bewoners die zich met elkaar verbonden voelen. De mensen lijken hier elkaar allemaal te kennen en helpen elkaar als dat nodig is. Waarom moet Callantsoog zelfstandig blijven?’ De laatste vraag werd niet aan dovemansoren gesteld en Vos ging er nogmaals uitgebreid op in terwijl de stoet auto’s met de koninklijke familie ergens tussen Anna Paulowna en Callantsoog reed. ‘We hebben hier alles. Een strand. Een bejaardenhuis. We zijn een recreatiegemeente. En we hebben een raadhuis van ƒ 1,5 miljoen. We willen echt niet bij een andere gemeente.’ Op de vraag van Van Stipriaan hoe het zit met de nieuwbouw van Callantsoog liet Vos merken dat hij niet blij was met al die nieuwe huizen in het dorp. ‘Ik kom er liever niet en als ik er toch naar toe moet verdwaal ik.’ De nieuwe wijk zag hij als ‘de puist’ van het dorp. Vos liet zich kennen als iemand die graag alles bij het oude laat.
En toen was het eindelijk zover. De koningin werd hartelijk verwelkomd door burgemeester Gosliga en even later arriveerde Neptunus die uit de nieuwe reddingsboot van de KNZHRM stapte. Terwijl de zeegod steunend op zijn drietand zijn evenwicht had gevonden, richtte hij zich tot het koninklijke gezelschap. ‘Welkom in Callantsoog, de gezelligste badplaats van Nederland,’ zei hij. Niet alleen de koningin werd welkom geheten, maar ook het nieuwe badseizoen. Vervolgens gaf hij de grote groep kinderen het bevel hun ballonnen los te laten. Er was een kleine stoet praalwagens die aan het oog van de koninklijke familie en de vele toeschouwers voorbijtrok. Ergens stond het muziekkorps opgesteld en bracht een pittig stukje marsmuziek ten gehore. Vos legde uit dat dat corps al vanaf 1918 bestond. Even later had Van Stipriaan het ietwat denigrerend over de ‘boerenkapel’. Blijkbaar ontging dat Vos, anders had hij daar wel kritisch op gereageerd.

‘Er is in het verleden toch een grote brand geweest?’ merkte Van Stipriaan op. ‘Ja, dat was in 1882. Toen verbrandde een hele rij huizen,’ antwoordde Vos. Als geboren en getogen Callantsoger had hij beter moeten weten. Hij zat er acht jaar naast. Het was in 1874. Hij had het dan ook zelf niet meegemaakt. ‘We hebben zelfs een eigen dialect gehad. Er is er nog maar één die het nog spreekt. Teun Mooij oftewel Teun de Knuppelaar,’ zei Vos met enige trots. Een eigen dialect is toch wel iets bijzonders, maar met het verdwijnen ervan verdwijnt eigenlijk ook een klein stukje van de identiteit van het dorp. Wat taal betreft zijn we allemaal opgenomen in een groter geheel. We spreken tegenwoordig allemaal ABN.
Het was een drukte van belang in het dorp. Van heinde en verre waren de toeschouwers toegestroomd om te proberen een glimp van Beatrix op te vangen. Om de veiligheid te garanderen was veel politie op de been. Overal zag je agenten, zelfs te paard, en een horde beveiligers in burger die de omgeving nauwlettend observeerden. Verklede kleuters waren intensief tekeningen met stoepkrijt aan het maken op het schoolplein. Een aantal zeer jonge majorettes marcheerde over de Dorpsweg op de maat van de muziek. Enkele meisjes hadden er grote moeite mee en liepen uit de pas. Maar de koningin glimlachte en vond het blijkbaar erg schattig. Even wisselde ze wat woorden met de kleuterleidsters en liep weer verder terwijl fotografen probeerden een mooi plaatje te schieten. De zes jonge prinsen begaven zich naar het katknuppelen, begeleid door een horde fotografen.

In de Kolfweid leken alle bejaarden van Callantsoog te zijn samengekomen. Ook de bejaarde ex-burgemeester van Niedorp Jacob Baken was van de partij en bood prins Claus en meester Pieter van Vollenhoven ieder een exemplaar van zijn boek ‘Sprokkelingen’ aan, na ze wat verteld te hebben over de geschiedenis van Callantsoog. Claus keek geïnteresseerd in het boek van Baken en hield het vervolgens strak tegen zijn borst gedrukt. De prins was toen al bekend met de ziekte van Parkinson en dat was goed te zien aan de emotieloze uitdrukking op zijn gezicht en de houterige bewegingen die hij maakte. Tijdens de uitzending beweerde Van Stipriaan dat Claus een nieuwe trend had ingezet door geen overjas meer te dragen. Even later bleek dat Claus als enige van het gezelschap juist wél een overjas droeg. Hoe een commentator zich kan vergissen en niet de wijsheid in pacht heeft!
Na de plechtige begroeting was het tijd om het Callantsoger volkslied te zingen. ‘Callantsoog, ons dorpje aan de zee’, schalde het door De Kolfweid. Jaap Boeder, de melkboer, zong uit volle borst mee. Je hoorde hem er flink boven uit galmen. Goede stembanden, zullen we maar zeggen. Het koninklijke gezelschap kreeg de tekst op papier in handen gedrukt en deed verwoede pogingen mee te zingen, wat helaas niet erg lukte. De samenzang werd begeleid door een drummer en een accordeonist. Er leek geen einde aan het lied te komen. De coupletten regen zich aaneen met af en toe een refrein er tussen. Je zag dat het gekroonde hoofd zich danig begon te vervelen. Nu wist ze het eigenlijk wel. Dat er zoveel over zo’n klein dorp berijmd kon worden! Ze stond er versteld van. Van Stipriaan: ‘Het is een mooi, maar wel heel erg lang lied.’

En als een koningin weg wil, dan gaat ze ook en laat zich door niemand tegenhouden. De burgemeester deed haar dan ook uitgeleide en bracht haar naar de gereedstaande open limousine die al stond warm te draaien. Ze bleef lachend wuiven naar de nieuwsgierige menigte. Nu op weg naar de volgende stop: Schagen. De lange stoet auto’s, begeleid door motoragenten, zette zich in beweging en baande zich een weg door de mensenmassa. Naast Beatrix zat Claus. ‘Wat een spontane feestvreugde,’ merkte Van Stipriaan op. Terwijl de stoet zich langzaam uit het dorp verwijderde, hield de helikopter van de NOS de tocht nauwlettend in de gaten.

Meer dan 40 jaar presenteerde deze Bloemendal (1918-1999) het Polygoon journaal. Al vóór de opkomst van de televisie werd in iedere bioscoop voorafgaand aan de hoofdfilm het journaal vertoond. Altijd van commentaar van Bloemendal voorzien die de verschillende onderwerpen ook aan elkaar monteerde. Hij begon in 1946 zijn loopbaan bij Radio Herrijzend Nederland en vervolgde deze bij Polygoon Profilti. Zijn stem was onverbrekelijk verbonden aan de bioscoop van 1946-1987. Toen de Karel Deurman in een ander land was en hij tegen een hijskraan voer, waardoor de kraanmachinist een levensgevaarlijke val maakte, mocht dat moment niet aan het grote publiek getoond worden. Er was in die zin sprake van een ‘zachte’ censuur. Bloemendal plakte eens een geënsceneerd shot in een reportage over de doop van een schip door Beatrix. Het gezelschap waarin ze verkeerde tijdens de doop bulderde ineens van het lachen en het was niet duidelijk wat er was gebeurd. Bloemendal bedacht gewoon een scène waar gelachen om zou kunnen worden, maar die gewoon in de studio werd gefilmd. Hoe een programmamaker de kijker kan beduvelen. Het is een praktijk die tot op heden schering en inslag is.

Saillant detail is dat tijdens het bezoek aan Schagen twee jongens (punkers) hun broek hadden laten zakken en hun blote achterwerk toonden aan de koningin, wat bij haar een schaterlach uitlokte, terwijl Margriet haar blik afwendde. De jongens kregen er wel een bekeuring voor. Maar tijdens de reportage was deze gebeurtenis niet te zien. Ook een voorbeeld van ‘zachte censuur’. Tijdens een reportage kan niet alles getoond worden. Er zal op die dag ook in Callantsoog wel het een en ander zijn gebeurd buiten het oog van de camera. Veel Callantsogers zullen zich die dag in april nog wel herinneren…
Het eerste legale Nederlandse naaktstrand
Van Koninginnedag naar Koningsdag – geschiedenis van het nationale feest
Pacifisten wilden in jaren zeventig geen Duitse militairen in ’t Botgat
‘Warhorses’ in Callantsoog
Middenstanders waren soms niet blij met komst coöperaties