Aan het eind van de zestiende en in de eerste helft van de zeventiende eeuw bevocht de Nederlandse Republiek niet alleen zijn staatkundige onafhankelijkheid, het kleine land sloeg ook zijn vleugels uit als een machtige adelaar. Enige tijd was de Republiek een wereldmacht, zowel politiek als economisch. Voor dat laatste was goed rekenen en boekhouden van groot belang. Precies het terrein waarop Claesz Pietersz (?-1602) zich bijzonder verdienstelijk maakte.
Het geboortejaar van Claes Pietersz is onbekend, maar het moet ergens in het tweede kwart van de zestiende eeuw zijn geweest. Zijn wieg stond in Deventer. Daarom noemde hij zichzelf later plechtig in het Latijn Nicolaus Petri Daventriensis.
Veelzijdig rekenmeester

Aan het rekenboek van Pietersz was blijkbaar grote behoefte, want het is diverse malen herdrukt. Misschien daardoor bemoedigd publiceerde hij negen jaar na zijn eersteling een handleiding voor boekhouden. Ook dat boek was – afgezien van een vrij onbekend Vlaams werkje – het eerste in zijn soort in de Nederlanden.
Opvallend is overigens dat dat boekhoudboek in Amsterdam is uitgegeven. De hoofdstad stond in die tijd namelijk aan Spaanse kant en had zich daardoor geïsoleerd van de andere steden, die de zijde van de Opstand hadden gekozen. Dat drukker Harmen Jansz Muller – de enige toen nog actieve drukker in Amsterdam – Pietersz boek toch op de pers mocht leggen, heeft er vast mee te maken dat auteur en drukker met elkaar bevriend waren.
Primeur
Zowel de reken- als de boekhoudkunst behandelde Pietersz opnieuw in een breder opgezet handboek, dat eveneens op ruimte schaal gebruikers vond: Practicque om te leeren rekenen, cijpheren ende boeckhouwen (1583). In dat boek liet hij ook zijn licht schijnen over meetkunde en algebra. Ook hiermee had Pietersz weer een primeur. Zijn ‘Practicque’ immers was het eerste Nederlandse leerboek over algemene wiskunde.
In 1588 publiceerde hij opnieuw iets bijzonders: de eerste Nederlandse handleiding voor het gebruik van aard- en hemelglobes. Ook dat werk was gewild, want kort daarvoor waren voor het eerst handelsuitvoeringen van zulke aard- en hemelbollen op de markt gekomen. Hun prijs was nog steeds gepeperd, maar toch al veel lager dan de prijs van de unieke exemplaren die tot dan toe voornamelijk voor de wetenschap werden gemaakt.

Zoveel succes wekt altijd wel ergens jaloezie en in Pietersz geval kwam die van ene Willem Goudaen uit Haarlem. In 1581 had Goudaen aan de Grote Kerk in Haarlem een meetkundig vraagstuk laten aanplakken. Ingezonden oplossingen van specialisten als Ludolf van Keulen en Claes Pietersz zweeg hij dood. Hij maakte het zelfs nog bonter. Pietersz had Goudaen een ander meetkunde-vraagstuk gestuurd en de Haarlemmer was zo onbeschaamd dat in 1583 als eigen bedenksel te laten aanplakken.
Claes Pietersz overleed in 1602 in Amsterdam. Vrouw en kinderen had hij blijkbaar niet, want zijn zus Neel was zijn enige erfgenaam. Twee jaar na Pietersz’ overlijden kwam rekenmeester Bartjens met zijn rekenleerboek De Cijfferinghe van Mr. Willem Bartjens. Niettemin bleef Bartens’ naam tot ver in de twintigste eeuw bekend, al was het maar door de zegswijze ‘volgens Bartjens’, terwijl Claes Pietersz naam in de vergetelheid verzonk.
“Volgens Bartjens…” – Herkomst van de uitdrukking
Slimme Hans, het paard dat kon rekenen
Claude Shannon (1916-2001) – Amerikaanse wiskundige
John Venn (1834-1923) – Engelse logicus en wiskundige
De opmerkelijke loopbaan van Dominique Jacques de Eerens, een Indische ‘onderkoning’