Verspeelde troefkaarten
In de negentiende eeuw probeert een verrassend aantal vrouwelijke musici op eigen benen te staan, maar dat mislukt maar al te vaak door het veto van hun familie of van hun man. Fanny Hensel is hiervan een sprekend voorbeeld. Al op jonge leeftijd wordt ze beschouwd als een zeer getalenteerd pianiste en componiste, maar op haar veertiende wordt ze door haar vader op haar plaats gezet, dat wil zeggen op een leeftijd waarop het conflict zich aftekent tussen burgerlijke bestemming en artistieke ambitie. In 1820 schrijft Abraham Mendelssohn aan zijn dochter dat voor haar jongere broer Felix muziek misschien ooit een beroep zal zijn, ‘terwijl muziek voor jou steeds alleen versiering, maar nooit de basis van je zijn en doen kan worden’.

Als Felix Mendelssohn Bartholdy in 1827 Twaalf liederen met pianobegeleiding, op. 8 publiceert, neemt hij daarin drie liederen van zijn zus op zonder haar als componiste te noemen. Hij doet hetzelfde in op. 9, dat ook drie liederen van Fanny bevat. Slechts knarsetandend berust ze in haar onzichtbaarheid:
‘Dat je trouwens elke dag, bij elke stap in je leven door de heren der schepping wordt gewezen op je jammerlijke vrouwelijke natuur, is een punt dat je tot woede zou kunnen drijven en daardoor van je vrouwelijkheid zou kunnen beroven’.
Tegenwoordig is Fanny Hensel alleen nog bekend bij mensen die in dit onderwerp geïnteresseerd zijn. Zelfs namen als Josephine Lang, Maria Malibran of Maria Theresia von Paradis ontlokken aan zeer frequente concertgangers hoogstens een schouderophalen, omdat de werken van deze componistes nooit zijn opgenomen in de canon van gangbare repertoires. Maar er zijn uitzonderingen, niet wat betreft hun aanwezigheid in de concertzalen van de wereld, maar wel als het gaat om hun onafhankelijkheid.

Maar afgezien van de paar vrouwen die op grond van gunstige omstandigheden en met een goede portie wilskracht ook na hun tienerjaren nog succesvol zijn, blijft de speelruimte voor vrouwelijke musici zeer beperkt. Op zijn laatst als ze trouwen worden ze verbannen naar de huiselijke sfeer, waar ze hun talenten hoogstens in de privésfeer mogen ontplooien.

Moedig trotseert Emilie Mayer het vooroordeel dat ‘de scheppende creativiteit’ alleen aan mannen zou zijn voorbehouden, terwijl vrouwen genoegen moeten nemen met de ‘verdere volgzame verzorging van het gegevene’, zoals nog in 1880 de Allgemeine Deutsche Musikzeitung te lezen is. Als ze op 71-jarige leeftijd overlijdt, laat ze niet alleen een indrukwekkend oeuvre na, waaronder acht symfonieën en vijftien concertouvertures, maar is ze ook mededirectrice van de Opernakademie Berlin en erelid van de Münchner Philharmonischer Verein.

Juist deze twee troefkaarten – financiële onafhankelijkheid en het wegvallen van de druk om te trouwen – heeft Clara in handen. En verspeelt ze zienderogen, voor Robert Schumann, de man van haar hart – of voor de Robert die zij op haar beurt uit feiten en fictie bij elkaar fantaseert?
Clara Schumann: virtuoos componiste in een mannenwereld
Fanny Mendelssohn moest huisvrouw worden, broer Felix mocht schitteren
Geschiedenis van kunstmest: van vogelpoep tot ammoniaksynthese
Na de bevrijding uit Ravensbrück besloot Selma van de Perre vooral vooruit te kijken
De kille ontvangst van de Nederlandse Joden na de oorlog