De eerste loterij in de Lage Landen: hoe Brugge zich vrijkocht van Filips de Goede

5 minuten leestijd
Middeleeuwse beursplein van Brugge
Middeleeuwse beursplein van Brugge
In zijn recent verschenen essay Schandalig rijk of ongelijk (Acco Uitgeverij, 178 blz) onderzoekt econoom Jonas Van der Slycken hoe rijkdom en macht samenlevingen sturen en welke gevolgen grote vermogens kunnen hebben voor democratische besluitvorming. Aan de hand van historische voorbeelden laat hij zien hoe gemeenschappen naar oplossingen zoeken als ongelijkheid of schulden oplopen. In onderstaande passage neemt hij de lezer mee naar het Brugge van de vijftiende eeuw, waar uit noodzaak de eerste gedocumenteerde moderne loterij ontstond.

Brugge, 1441

Loterijen zijn een populair en welbekend concept, een controversieel maar evident onderdeel van onze maatschappij. Toch hebben loterijen niet altijd al bestaan. Ze zijn op een bepaald moment uitgevonden als belangrijke sociale en culturele innovatie. Het lot van de loterij kennen we nog niet. En weinig mensen kennen de oorsprong ervan.

Loterijen zijn al een lang leven beschoren. Ergens tussen septem­ber 1441 en september 1442 trokken Bruggelingen loten op de Grote Markt in het middeleeuwse en welvarende Brugge. Dat is wat een vermelding in de Brugse stadsrekening van 1441-1442 ons leert. De eerste loterij was ingegeven uit pure noodzaak. De beurs van het Brugse stadsbestuur was leeg, hoewel Brugge een florerende han­delsstad was.

Een moeilijke periode voor handelsmetropool Brugge

In de vijftiende eeuw was Brugge samen met Venetië en Genua een van de belangrijkste internationale handelsmetropo­len. Brugge was een financiële hotspot voor de haute finance en men kwam van overal handel voeren. De Zwingeul danste mee met de ge­tijden en verbond Brugge via zijn voorhavens met de Noordzee. Het Zwin was een enorme troef om waren in Brugge te krijgen.

Filips de Goede, met de keten van de Orde van het Gulden Vlies
Filips de Goede, met de keten van de Orde van het Gulden Vlies – Naar Rogier van der Weyden
Maar Brugge ging door moeilijk vaarwater. De Brugse stedelijke overheid moest op zoek naar geld. De stad had immers een stevige boete gekregen van de hertog van Bourgondië, Filips de Goede, om­dat de lokale gilden tegen hem in opstand waren gekomen. De gilden wilden het Bourgondische juk afgooien en meer democratische in­spraak en zelfbeschikking krijgen. De Bourgondiërs molken graaf­schap Vlaanderen en zijn steden uit – Brugge, Gent en Ieper draaiden op voor het onderhoud van meer dan de helft van de Bourgondische hofhouding, militaire expedities en kruistochten.

De opstand van 1436-1438

De reden voor de Brugse opstand van 1436-1438? De middenklasse zag haar welvaart bedreigd. Filips de Goede had zich in 1435 in de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk aan de kant van Frankrijk geschaard. Dit was problematisch voor de arbeidsintensie­ve Brugse textielindustrie omdat er hierdoor amper nog Engelse wol binnenkwam.

De textielsector was in 1338 goed voor 43,6% van de Brugse economische activiteit. In 1436 was dit aandeel gezakt naar 17%. Ook de wijzigende relatie met Sluis, een buitenhaven die onder het gezag van Brugge viel maar meer en meer zijn eigen koers begon te varen, de verzanding van de Zwingeul en de gewijzigde relatie met de Bourgondische hertogen die macht trachtten te centraliseren, zijn allemaal factoren die aan de basis lagen van de revolte.

Een enorme boete

De boete die Filips de Goede Brugge oplegde was enorm: 200.000 gouden rijders. Dit was meer dan de Brugse stadskas in zeven jaar had ontvangen. En het was bijna dubbel zoveel als de belasting die het graafschap Vlaanderen betaalde aan de hertog in 1440 – Brugge deed met 15,7% een stevige duit in het zakje.

De lotene is geboren

Extra belastingen in de vorm van accijnzen waren toen niet populair, maar vrijwillige bijdragen voor een loterij met prijzen wist men wel te pruimen. De creatieve Bruggelingen zochten en vonden andere wegen om collectieve, gemeenschappelijke noden te financieren zo­als het bouwen van kerken, hospitalen en stadsmuren of het aflossen van schulden – de ferme boete van de hertog in dit geval.

De lotene of lotinghe was geboren. De opbrengst van de eerste loterij? Een mooie 8745 pond en 18 schelling parisis, goed voor bijna 5% van de stede­lijke jaarinkomsten.

Het schrodersambacht

Lotingen gaan dus al even mee. En er werd van alles verloot. Al van in de dertiende eeuw werden bijvoorbeeld de beste plaatsen voor marktkramen verloot. Net zoals bepaalde banen verloot werden. Ook bij de allereerste gedocumenteerde loterij in de Lage Landen uit 1441 verlootte de stad Brugge een baan: het schrodersambacht van Pieter Den Hont en Jacob Christiaens.

Voorbeeld van een houten tredmolen
Voorbeeld van een houten tredmolen – Afbeelding: Francesca Van Daele
Schroder of wijnroeder was een lucratief ambacht in de middeleeuwen. Aan het einde van de veertiende eeuw maakte de stad er een overheidsfunctie van en limiteerde het aantal schroders tot 25 in totaal. Wijnroeders bezaten het monopolierecht op het lossen van vaten wijn in de Brugse haven en het transport in de stad. Tonnen en vaten werden van schepen gelost via een houten kraan met een tredmolen, waarin kraankinderen voor- en achterwaarts stapten om de haak van de kraan te laten stijgen en dalen en zo de goederen aan wal te brengen.

Op de ingevoerde vaten hieven de wijnroeders belastingen of accijnzen, die ze mochten houden als loon waarmee ze in hun eigen levensonderhoud en dat van hun helpers voorzagen. In 1441 werd het wijnscroderschap niet langer verpand via een veiling maar voor het eerst verloot samen met een aantal geldprijzen, met als doel meer geld te innen. Door niet alleen het wijnscroderschap maar ook prijzen te verloten, nam de poel met potentieel geïnteresseerde deelnemers immers exponentieel toe.

Handelskraan

Op de fietstocht van de ‘verdwenen Zwinhavens’ van Brugge naar Damme en Sluis en via Knokke terug naar de Reienstad kan je een verkleinde replica van een laatmiddeleeuwse handelskraan bewonderen aan het einde van de Langerei, net voor de Dampoort en het begin van de Damse Vaart (zie afbeelding). Langs het fietsparcours zie je via verschillende virtuele realiteitskijkers hoe het er in de middeleeuwen aan toeging. Ronduit indrukwekkende taferelen die je ogenblikkelijk in een andere wereld onderdompelen.

Schandalig rijk of ongelijk
 
In de kijker aan de Damse Vaart West zie ik mensen druk in de weer op de markt en in de haven van het middeleeuwse Damme. Bezige bijen drijven handel en verhandelen scheepsvracht. Ik schrik op wanneer een peloton wielertoeristen langs de Damse Vaart zoeft en het motorverkeer beurtelings over het brugje van en naar de Damse markt zoemt. De cargo werd niet alleen in Damme maar ook in andere voorhavens zoals Hoeke, Sluis, Monnikerede en Sint-Anna Ter Muiden overgeheveld op binnenvaartschepen om via het kanaal Damme-Brugge en de Brugse Reien uiteindelijk in het centrum van Brugge te kunnen aanmeren.

De virtuele tocht houdt ook halt aan het Beursplein. Het plein bij uitstek waar financiële transacties gebeurden en Italiaanse steden hun natiehuis hadden: de Venetiaanse loge, de Genuese loge, de Florentijnse loge. Het woord ‘beurs’ zoals we het vandaag kennen, vindt trouwens hier zijn oorsprong, evenals de verbasteringen ervan in andere talen. Het verwijst naar de belangrijke familie Van der Beurze, die op het plein een herberg had en waaraan het plein zijn naam te danken heeft. In een van de oudste beschrijvingen van het Beursplein omschreef Hieronymus Münzer, een arts uit Nürnberg die in 1495 in een herberg van de Hoogduitse handelaars verbleef, de beurs als volgt:

Er is te Brugge een… plein waar de kooplieden zich verenigen, men noemt het De Beurs. Daar komen Spanjaarden, Italianen, Engelsen, Duitsers, Oosterlingen, kortom alle natiën samen.

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×