Franse koning stuurde honderden koningsdochters naar Canada om kolonie te redden

4 minuten leestijd
Aankomst van de filles du roi (koningsdochters) in Québec (1667) - Schilderij van C.W. Jefferys

La Rochelle is een stad aan de westkust van Frankrijk met een oude haven waarvan de Tour Saint Nicolas en de Tour de la Chaîne vroeger de ingang bewaakten. Ze ligt op de zesenveertigste breedtegraad, precies dezelfde geografische breedte als de monding van de Saint-Lawrencerivier aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Vanaf 1534 voeren de vissers van La Rochelle uit om kabeljauw te gaan vangen bij Newfoundland. Na verloop van tijd gingen ze er ook aan land om handel te drijven met de inheemse bevolking, waarbij vooral gebruiksvoorwerpen werden geruild tegen beverpelzen die in Frankrijk gretig aftrek vonden.

Samuel de Champlain
Samuel de Champlain, stichter van de stad Québec in de kolonie Nieuw-Frankrijk
Begin zeventiende eeuw beschikte Spanje al over een machtig koloniaal rijk in Zuid- en Midden-Amerika, terwijl Engeland nederzettingen poogde te stichten op de oostkust van Noord-Amerika. De Franse koning Hendrik IV (1553-1610) realiseerde zich toen dat hij er snel bij moest zijn om nog voet aan de grond te krijgen in de Nieuwe Wereld en gaf Samuel de Champlain (1574-1635) in 1608 opdracht om een kolonie te stichten aan de loop van de Saint-Lawrencerivier: Québec.

Al snel daarna vertrokken ook soldaten en strafgevangenen naar de nieuwe kolonie om zich bij de handelaren en pelsjagers te voegen. De meeste kolonisten waren ongeschoold, hoewel er ook wel ambachtslui waren die hun geluk in de Nieuwe Wereld wilden beproeven. Daarbij gingen ze een contract aan voor drie jaar, met de mogelijkheid om er daarna definitief te blijven.

Omdat iedere nieuwkomer een stuk grond kreeg, groeide de nederzetting in omvang en hoewel het klimaat hard was, konden sneeuw en ijs de kolonisten niet afschrikken. Het waren echter wel in overgrote meerderheid mannen die er zich vestigden, waardoor er maar weinig gezinnen gesticht werden. In 1663 leefden er in Québec ongeveer drieduizend kolonisten, wat koning Lodewijk XIV (1638-1715) te weinig vond om Nieuw-Frankrijk in de toekomst levensvatbaar te houden. Omdat huwelijken met inheemse vrouwen niet populair waren onder de kolonisten, moesten er dus meer vrouwen uit Frankrijk komen.

Aankomst van de filles du roi in Québec
Aankomst van de filles du roi in Québec – Schilderij van Eleanor Fortescue-Brickdale

Moeders van Canada

Men begon deze te werven in Rouen, Dieppe, Parijs én La Rochelle. In laatstgenoemde stad lag het klooster ‘La Providence’, waar vanouds weeskinderen werden opgevangen om ze voor de ‘perversiteit te sparen’. De jongedames die hier opgevoed waren kregen voortaan een aanbod van de koning om de toekomstige ‘Moeders van Canada’ te worden: met privileges, maar ook verplichtingen. Ze moesten een contract sluiten met de koning in hoogsteigen persoon waardoor ze koningsdochters werden, in principe een adellijke titel. Vervolgens werd voor hen een overtocht georganiseerd en kregen ze een uitzet mee. Een huwelijk zonder uitzet was destijds ondenkbaar en deze bestond uit kledingstukken en een Louis d’Or.

Op 3 juni 1663 verlieten zo de eerste koningsdochters La Rochelle. Aan boord van de Aigle d’Or bevonden er zich achtendertig op een bemanning van in totaal tweehonderdvijfentwintig koppen. Geen van hen was ooit op zee geweest. De reis van La Rochelle naar de monding van de Saint Lawrence duurde in het gunstigste geval vijfendertig dagen, maar honderd dagen was bij slecht weer zeker geen uitzondering, met ziekte en voedselgebrek tot gevolg. Een op de tien jonge vrouwen overleefde de overtocht daarom niet.

Op 22 september 1663 bereikten de eerste koningsdochters Québec. Alleen al het afvaren van de Saint Lawrencerivier had een maand geduurd. Toen de vrouwen totaal uitgeput aan land kwamen, werden ze daar door nonnen, leden van de Orde der Ursullinnen, ontvangen en direct in het klooster ondergebracht. De nonnen gingen ontmoetingen organiseren met de huwbare mannen, waarbij de koningsdochters aan de ene en hun mogelijk toekomstige echtgenoten aan de andere kant in een rij opgesteld werden. Wat voor de zeventiende eeuw uniek was, is dat vrouwen zelf een man mochten uitkiezen. Ze kregen twee maanden de tijd om elkaar meerdere keren te ontmoeten voordat zij hun keuze maakten.

Haven La Rochelle
De haven van La Rochelle kon verdedigd worden door kettingen te spannen tussen de Tour de la Chaîne en de Tour Saint Nicolas. (CC BY-SA 3.0 – Remi Jouan – wiki)

Na het huwelijk moesten de koningsdochters dan hun tweede verplichting nakomen: kinderen baren. Het eerste kind moest er binnen twee jaar zijn en de katholieke kerk hield de voortgang nauwlettend in de gaten. Als een vrouw kinderloos bleef moest ze terug naar Frankrijk.

Zo kwamen er tussen 1663 en 1674 achthonderd koningsdochters naar Nieuw Frankrijk met de opdracht om het nieuwe continent te bevolken. ‘Zoveel kinderen als God schenken kan’ luidde daarbij het adagium. Sommige vrouwen baarden meer dan twintig kinderen, hoewel velen daarvan al op jonge leeftijd stierven. Ondanks het feit dat een beroep werd gedaan op inheemse vrouwen voor advies en medicinale kruiden om de overlevingskans van moeder en kind te vergroten.

Na tien jaar had het inwonertal van de kolonie zich nagenoeg verdubbeld en kwam er een einde aan de werving. La Rochelle daarentegen bleef nog lange tijd de vertrekhaven voor reizen naar Nieuw-Frankrijk. Tot op de dag van vandaag zijn velen er nog altijd trots op een afstammeling te zijn van deze koningsdochters, zoals Céline Dion, Fabienne Thibeault en Hillary Clinton.

Bronnen

Arte TV Invitation au Voyage / Stadt, Land & Kunst 15-01-2025
×