Een geschiedenis van duiveluitdrijving, ofwel exorcisme

De duivel duikt steeds weer op, als spiegel van onze angsten en verlangens
3 minuten leestijd
De heilige Hugo van Lincoln drijft een duivel uit bij een bezeten man
De heilige Hugo van Lincoln drijft een duivel uit bij een bezeten man – Schilderij van Gherardo Sternina, ca. 1470

In 1973 zorgde The Exorcist voor een ware sensatie. De film over twee priesters die een meisje proberen te bevrijden van demonische bezetenheid joeg wereldwijd miljoenen mensen de stuipen op het lijf. Het succes van de film bracht een oud, haast vergeten ritueel opnieuw onder de aandacht: de duiveluitdrijving, of exorcisme.

Of de Vlaamse historicus Kristof Smeyers toen al in de bioscoop zat, weten we niet. Wat wel vaststaat, is dat hij het fenomeen van duiveluitdrijving grondig heeft onderzocht. Zijn bevindingen bundelde hij in het boek Uitdrijven: een beknopte geschiedenis van het exorcisme.

Exorcisme volgens Francisco de Goya, 1788
Exorcisme volgens Francisco de Goya, 1788
Hoewel exorcisme klinkt als een gimmick uit een horrorfilm, gaat het gebruik terug tot de vroegste tijden. Smeyers noemt het zelfs “het oudste beroep ter wereld”, met wortels in voorchristelijke rituelen. Toch richt hij zich vooral op de periode vanaf de achttiende eeuw toen men met de komst van de Verlichting, komaf dacht te maken met bijgeloof, hekserij en demonen. Overheden staken een handje toe. Zo verbood keizerin Maria Theresia in 1758 exorcisme-praktijken in het Habsburgse Rijk. Ook de kerk nam meer en meer afstand van duiveluitdrijvingen.

Hardnekkige duivels

Toch bleek de duivel hardnekkiger dan gedacht. Smeyers ontdekte dat in de negentiende en twintigste eeuw de vraag naar duiveluitdrijvers juist toenam. In Vlaanderen werden vooral kloosters en abdijen ingeschakeld: van de norbertijnen in Averbode tot de karmelieten in Ieper en de benedictijnen in Dendermonde. Kleurrijke personages doken op, zoals de monnik Paulus Luyckx, die in 1870 de abdij van Affligem verloste van klopgeesten, en het ‘Heilig Paterke van Hasselt’, de franciscaan Valentinus Paquay, die rond 1900 bekendstond als beschermer tegen het kwaad.

Overigens merkt de auteur op dat magie, gebedsgenezingen en zieners tot ver in de twintigste eeuw springlevend waren – en dat mogelijk nog steeds zijn in Vlaanderen. Alle geloof in vooruitgang ten spijt: de vraag naar duiveluitdrijvingen is sinds de negentiende eeuw alleen maar gegroeid.

Franciscus van Assisi drijft duivels uit in Arezzo. Schilderij van Giotto
Franciscus van Assisi drijft duivels uit in Arezzo. Schilderij van Giotto

Unieke bronnen

Smeyers illustreert zijn bevindingen met unieke bronnen. Zo vond hij in het Leuvense Kadoc een notitieboek van de Zusters van Liefde uit Sint-Truiden, die eind negentiende eeuw nauwgezet de symptomen en behandelingen inclusief de exorcisme-rites bij een patiënte beschreven. En er is het aangrijpende dagboek van de zwartzuster Rumolda uit Herentals, die in de jaren 1930 beweerde door Satan zelf belaagd te worden.

Smeyers verweeft zijn onderzoek met tal van anekdotes en bijzondere verhalen. Zo beschrijft hij hoe niet alleen priesters, maar ook volksgenezers, wonderdokters en kwakzalvers zich met exorcisme bezighielden — vaak met financieel gewin. Ook nu nog trouwens. Volgens Smeyers bloeit de markt voor spirituele hulp via het internet als nooit tevoren. Websites en sociale media fungeren als een moderne ‘Gouden Gids’ waar geloof en bijgeloof naadloos in elkaar overlopen.

Ook in onze tijd is exorcisme dus niet verdwenen. Integendeel: tijdens crisismomenten, zoals de coronapandemie, ziet Smeyers zelfs een toename. De duivel, zo schrijft hij, “is geen fossiel” — hij duikt telkens opnieuw op in andere gedaanten.

Een schroomvallige kerk

Uitdrijven - Een beknopte geschiedenis van het exorcisme
 
De kerk zelf nam altijd een dubbelzinnige houding aan. Na het Tweede Vaticaanse Concilie (1965) leek exorcisme uit de mode, maar sommigen — onder wie Joseph Ratzinger, de latere paus Benedictus XVI — twijfelden of de duivel echt verdwenen was. Tegelijk zochten gelovigen houvast in nieuwe bewegingen zoals de Charismatische Vernieuwing, met gebedsgenezingen en handopleggingen naar Amerikaans voorbeeld. Om orde te scheppen, werkte het Vaticaan in 1999 voor het eerst sinds 1614 nieuwe richtlijnen uit. Discretie en samenwerking met psychiaters werden sterk aangeraden — geen overbodige luxe, want alleen al in 1998 kreeg het aartsbisdom Mechelen-Brussel meer dan negenhonderd aanvragen voor duiveluitdrijvingen.

Uit Smeyers’ onderzoek blijkt dat moderniteit en wetenschap het exorcisme niet hebben verdrongen. De opkomst van de psychiatrie verklaarde bezetenheid weliswaar als mentale ziekte, maar sommige artsen zoals Jozef Guislain – de Belgische grondlegger van de psychiatrie – zagen nog steeds een rol voor morele of spirituele begeleiding.

Uitdrijven is meer dan een kroniek van vreemde, controversiële rituelen. Kristof Smeyers maakte er een meeslepend verhaal van over hoe mensen, toen en nu, proberen om kwaad en chaos te begrijpen of te bezweren. Als historicus schrijft Smeyers met gevoel voor detail en nuance. Soms ironisch, maar altijd respectvol voor zijn onderwerp. Hij toont hoe de duivel telkens terugkeert, niet als relikwie van het verleden, maar als spiegel van onze angsten en verlangens.

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×