In 1973 zorgde The Exorcist voor een ware sensatie. De film over twee priesters die een meisje proberen te bevrijden van demonische bezetenheid joeg wereldwijd miljoenen mensen de stuipen op het lijf. Het succes van de film bracht een oud, haast vergeten ritueel opnieuw onder de aandacht: de duiveluitdrijving, of exorcisme.
Of de Vlaamse historicus Kristof Smeyers toen al in de bioscoop zat, weten we niet. Wat wel vaststaat, is dat hij het fenomeen van duiveluitdrijving grondig heeft onderzocht. Zijn bevindingen bundelde hij in het boek Uitdrijven: een beknopte geschiedenis van het exorcisme.

Hardnekkige duivels
Toch bleek de duivel hardnekkiger dan gedacht. Smeyers ontdekte dat in de negentiende en twintigste eeuw de vraag naar duiveluitdrijvers juist toenam. In Vlaanderen werden vooral kloosters en abdijen ingeschakeld: van de norbertijnen in Averbode tot de karmelieten in Ieper en de benedictijnen in Dendermonde. Kleurrijke personages doken op, zoals de monnik Paulus Luyckx, die in 1870 de abdij van Affligem verloste van klopgeesten, en het ‘Heilig Paterke van Hasselt’, de franciscaan Valentinus Paquay, die rond 1900 bekendstond als beschermer tegen het kwaad.
Overigens merkt de auteur op dat magie, gebedsgenezingen en zieners tot ver in de twintigste eeuw springlevend waren – en dat mogelijk nog steeds zijn in Vlaanderen. Alle geloof in vooruitgang ten spijt: de vraag naar duiveluitdrijvingen is sinds de negentiende eeuw alleen maar gegroeid.

Unieke bronnen
Smeyers illustreert zijn bevindingen met unieke bronnen. Zo vond hij in het Leuvense Kadoc een notitieboek van de Zusters van Liefde uit Sint-Truiden, die eind negentiende eeuw nauwgezet de symptomen en behandelingen inclusief de exorcisme-rites bij een patiënte beschreven. En er is het aangrijpende dagboek van de zwartzuster Rumolda uit Herentals, die in de jaren 1930 beweerde door Satan zelf belaagd te worden.
Smeyers verweeft zijn onderzoek met tal van anekdotes en bijzondere verhalen. Zo beschrijft hij hoe niet alleen priesters, maar ook volksgenezers, wonderdokters en kwakzalvers zich met exorcisme bezighielden — vaak met financieel gewin. Ook nu nog trouwens. Volgens Smeyers bloeit de markt voor spirituele hulp via het internet als nooit tevoren. Websites en sociale media fungeren als een moderne ‘Gouden Gids’ waar geloof en bijgeloof naadloos in elkaar overlopen.
Ook in onze tijd is exorcisme dus niet verdwenen. Integendeel: tijdens crisismomenten, zoals de coronapandemie, ziet Smeyers zelfs een toename. De duivel, zo schrijft hij, “is geen fossiel” — hij duikt telkens opnieuw op in andere gedaanten.
Een schroomvallige kerk

Uit Smeyers’ onderzoek blijkt dat moderniteit en wetenschap het exorcisme niet hebben verdrongen. De opkomst van de psychiatrie verklaarde bezetenheid weliswaar als mentale ziekte, maar sommige artsen zoals Jozef Guislain – de Belgische grondlegger van de psychiatrie – zagen nog steeds een rol voor morele of spirituele begeleiding.
Uitdrijven is meer dan een kroniek van vreemde, controversiële rituelen. Kristof Smeyers maakte er een meeslepend verhaal van over hoe mensen, toen en nu, proberen om kwaad en chaos te begrijpen of te bezweren. Als historicus schrijft Smeyers met gevoel voor detail en nuance. Soms ironisch, maar altijd respectvol voor zijn onderwerp. Hij toont hoe de duivel telkens terugkeert, niet als relikwie van het verleden, maar als spiegel van onze angsten en verlangens.
De biografie van de duivel
Theophilus van Adana sloot een pact met de duivel, maar kreeg daar nogal spijt van
De Codex Gigas (ca.1230) – De ‘Duivelsbijbel’
De Antichrist
Belial en zijn ‘goddeloze kinderen’
De troon van Satan