Oekba Ibn Nafi: de islamitische Alexander de Grote

De vele werelden van de islam
5 minuten leestijd
Oekba Ibn Naf komt aan bij de Atlantische Oceaan, door Moustafa Farroukh
Oekba Ibn Naf komt aan bij de Atlantische Oceaan, door Moustafa Farroukh
De islam ontstond in de zevende eeuw op het Arabisch Schiereiland, maar groeide in de eeuwen daarna uit tot een wereldreligie die zich uitstrekte van Spanje en Noord-Afrika tot Zuidoost-Azië en China. De vroege islamitische expansie speelde daarbij een cruciale rol. Een van de bekendste figuren uit die periode is Oekba Ibn Nafi, de Arabische legeraanvoerder die in de zevende eeuw een belangrijke rol speelde bij de verovering van Noord-Afrika.

In zijn boek De vele werelden van de islam beschrijft Oxfordhistoricus James McDougall hoe de islam zich ontwikkelde van een religie die ontstond in Arabië tot een mondiale beschaving. Het boek volgt de geschiedenis van de islam vanaf de vroege middeleeuwen tot het digitale tijdperk en laat zien hoe moslims zich door de eeuwen heen steeds opnieuw aan veranderende omstandigheden aanpasten. Op Historiek publiceren we een fragment uit de inleiding van het boek over Oekba Ibn Nafi, de legeraanvoerder die door middeleeuwse islamitische auteurs wel werd vergeleken met Alexander de Grote.

Oekba Ibn Nafi

Het verhaal gaat dat Oekba Ibn Nafi linea recta het water in galoppeerde toen hij aankwam bij de Atlantische Oceaan. Hij was kort voor de dood van de profeet Mohammed geboren en was nu, in het jaar 681 n.Chr., vijftig jaar oud. Hij stond aan het hoofd van een Arabisch islamitisch leger dat vanuit het zuiden van Tunesië was vertrokken. Onderweg hadden ze tot bij Tanger van tijd tot tijd slag geleverd met Byzantijnse troepen. Op het strand stuurde hij zijn paard de branding in, hief zijn handen ten hemel en riep dat hij de islam zo ver gebracht had als maar mogelijk was. Als de zee er niet was geweest zou hij doorgereden zijn tot aan de einden der aarde om Gods religie te verspreiden en het ongeloof te bestrijden.

De grenzen van de islam

Standbeeld van Alexander de Grote in Istanboel - cc
Standbeeld van Alexander de Grote in Istanboel – cc
Het is slechts een van de vele legenden over Oekba; middeleeuwse islamitische auteurs vergelijken hem met niemand minder dan Alexander de Grote. Toch heeft juist dit verhaal een bijzondere betekenis. De geschiedschrijver Ibn al-Idhari, die het zeshonderd jaar later in Marokko opschreef, wilde er enerzijds het universele karakter van de islam mee onderstrepen, als boodschap van de ene God voor de hele wereld, en anderzijds het bijzondere belang aantonen van zijn eigen land, al-maghrib al-aqsa (‘het uiterste westen’) binnen de wereld die door de islam was ontstaan. Verder dan dit land, waar de zon onderging, kon je niet komen. Zo vormde het verhaal van Sidi (‘mijn heer’) Oekba een fraaie illustratie van zowel de plaats als de onbegrensdheid van de islam.

Uit dit verhaal leren we ook dat de islam niet alleen een eigen geschiedenis had, die verteld moet worden in zijn eigen termen en vanuit het perspectief van zijn aanhangers. Hij maakte ook deel uit van andere geschiedenissen. Sidi Oekba reed de zee in, niet om maar zo dicht mogelijk bij de einden der aarde te komen, maar omdat hij, eenmaal in Tanger, had besloten niet naar het Iberisch Schiereiland over te steken. Zijn aanvoerlijnen zouden dat niet aangekund hebben en hij zou er misschien ook op fellere tegenstand gestuit zijn.

De islam in een multireligieuze wereld

Bij hun vergelijkingen met Alexander de Grote baseerden islamitische schrijvers zich op hun kennis van eerdere veroveringen en grote rijken. De Griekse en laat-Romeinse werelden waar Oekba zich begaf beschouwden ze als hun eigen cultureel erfgoed. Er zijn ook verhaaltradities over zijn vijanden, met name over de profetes-vorstin Kahina en haar zoon Koesaila, die aan het hoofd stonden van de Berberssprekende volkeren in Noord-Afrika. Koesaila en Kahina vertegenwoordigen de bredere multireligieuze context van de vroege geschiedenis van de islam. Van Koesaila wordt verteld dat hij zich eerst vanuit het christendom bekeerde tot de islam en zich vervolgens tegen Oekba keerde. Zijn moeder Kahina (‘de zieneres’) wordt nu eens als christelijk en dan weer als joods omschreven. In de Noord-Afrikaanse tradities geldt ze als een heldin die zich hardnekkig bleef verzetten tegen de Arabische invallers, maar ook voorzag dat die zouden zegevieren. De islam creëerde zijn eigen wereld, maar maakte ook deel uit van andere werelden. Hij was apart, maar ook verbonden.

Standbeeld Oekba Ibn Nafi in Algarije
Standbeeld van Oekba Ibn Nafi in Algarije (CC BY-SA 3.0 – Al hilali al sulaymi – wiki)
In de periode na de opkomst op het Arabisch Schiereiland in de zevende eeuw n.Chr. groeide de islam uit tot een historische factor van wereldwijd belang, en wel in twee opzichten. Allereerst geografisch: de islam ontstond in een gebied dat vanouds het scharnierpunt vormde tussen Azië, Afrika en Europa. In dat gebied heeft de islam fundamentele en blijvende veranderingen teweeggebracht en vanuit dat gebied heeft hij tot in alle uithoeken van de wereld zijn invloed doen gelden. In de tweede plaats cultureel: de boodschap van de islam was volgens zijn aanhangers van universele betekenis. De volgelingen van de profeet Mohammed zagen diens leer en leiderschap als sluitstuk van de openbaring van de ene ware God (‘Allah’ is het Arabische woord voor God; het wordt ook door Arabischtalige christenen gebruikt). Hun religie was de ‘religie van Abraham’, die God eerder gedeeltelijk al aan joden en christenen had geopenbaard, maar die door hen verkeerd was begrepen of zelfs was vervalst.

Mohammeds volgelingen, de moslims (moeslimoen, ‘zij die zich onderworpen hebben’), onderwierpen zich pas echt aan de ene God. Voor hen was Mohammed de laatste der profeten, de laatste in een reeks boodschappers van de Almachtige – een reeks die begonnen was bij Adam en die via Abraham en Mozes was doorgegaan tot en met Jezus, ‘de zoon van Maria’. Volgens de moslims was Mohammed net als die eerdere profeten door God gezonden om de mensen te waarschuwen in verband met het komende oordeel en om hen met Hem te verzoenen. Zij geloofden dat de door Mohammed voorgestane manier van leven eenvoudigweg de enige ware religie was, en voor de hele mensheid de enige hoop op een hiernamaals.

Nalatenschap van Sidi Oekba

De vele werelden van de islam - James McDougall
 
Het verhaal van Sidi Oekba illustreert deze twee aspecten. Het laat zien dat de islam net als het christendom een religie met zendingsdrang is, een tijdloze openbaring, een universele boodschap, die door haar aanhangers geografisch over de hele wereld verspreid wil worden. Maar het laat ook zien dat de islam in ruimte en tijd bestaat: hier in de invallen van de Arabieren in het laat-Romeinse/Byzantijnse rijk, in de confrontatie tussen de mensen die al in het Middellandse Zeegebied woonden en de Arabische nieuwkomers die zich daar een plek verwierven.

In 683, twee jaar na zijn ritje in de branding, kwam Sidi Oekba om het leven in het Aurèsgebergte, in het oosten van het huidige Algerije. Niet ver daarvandaan werden hij en zijn metgezellen begraven en drie jaar later verrees er bij zijn graf een moskee. Het is een van de oudste moskeeën ter wereld, een gebouw van elegante eenvoud met een fraaie taps toelopende witte minaret, zware cederhouten deuren en zuilen die bestaan uit met specie beklede palmboomstammen. Sidi Oekba is deel van het landschap geworden. Rond de moskee ontstond een stadje, dat naar hem vernoemd is.

Sidi Okba Moskee in Algarije
Sidi Okba Moskee in Algarije in 1900

Meld u aan voor onze gratis nieuwsbrief

×