Drie familieportretten die in 1972 bij een inbraak uit Kasteel d’Ursel werden gestolen, zijn na meer dan vijftig jaar teruggevonden. Eerder dook al een vierde schilderij op, waardoor inmiddels vier werken opnieuw naar het kasteel in het Belgische Hingene (Bornem) zijn teruggekeerd.

Diefstal
In de nacht van 12 februari 1972 drongen dieven het kasteel binnen en namen minstens zeven portretten mee. Meer dan vijftig jaar bleven de kunstwerken spoorloos, tot het portret van graaf Lancelot Schetz in maart 2022 opdook op een veiling in Brussel. De graaf behoorde tot een familietak die uitstierf in 1728 en waarvan alle bezittingen, inclusief de schilderijen, werden geërfd door Conrard-Albert d’Ursel.
De koper van het portret was bereid het te laten restaureren en vervolgens in bruikleen geven aan het kasteel. Vorige zomer was de restauratie klaar en keerde Lancelot terug. Het verhaal kreeg veel aandacht in de pers, wat de hoop wekte bij de beheerders van het kasteel dat nu ook andere gestolen doeken zouden opduiken.

Opgerold als posters
Die hoop bleek niet vergeefs. Enkele maanden later kreeg het kasteel telefoon van iemand bij wie Lancelot bekend voorkwam. “Ik herkende hem meteen”, zo klonk het.
Hij hing altijd aan de receptie van het kantoor van mijn vader. Na zijn overlijden enkele jaren geleden heb ik wat spullen verkocht aan een Brusselse antiquair, waaronder dit portret. Blijkbaar heeft die het op een veiling aangeboden en is het schilderij zo terug in het kasteel van Hingene terechtgekomen. Bij het opruimen van de zolder heb ik nog twee oude portretten teruggevonden. Op één van hen staat ‘d’Ursel’ geschreven. Het kwam dus wellicht ook uit het kasteel.
Het kasteel nam snel contact op en de man toonde enkele opgerolde doeken, die hij in opgerolde staat had aangetroffen. Bij het eerste doek was meteen duidelijk dat het ging om het portret van Eleonora, prinses de Salm en eerste hertogin d’Ursel (1678–1737). In 1886 liet de familie alle portretten in het kasteel namelijk fotograferen. Daardoor is bekend hoe de verdwenen portretten eruitzien.
Het meer dan driehonderd jaar oude schilderij bleek zwaar beschadigd. De verf komt los, het vernis is vergeeld en het doek is vervormd. Langs de randen is duidelijk te zien dat het in 1972 uit de lijst werd gesneden. Onderaan zijn ook de letters ‘ELEONORE DE SALM DUCH D’URSEL’ te lezen. Het verminkte schilderij was opgehangen als een poster.

Het andere opgerolde portret toont Charles (1717–1775), de zoon van Conrard-Albert en Eleonora. Het werk van de jeugdige Charles hing eeuwenlang in de vestibule van het kasteel, samen met de afbeeldingen van zijn ouders en de in 2022 teruggevonden Lancelot Schetz.
Nog een portret
De persoon in kwestie gaf aan nog een portret te bezitten. Dankzij de foto’s uit 1886 was meteen duidelijk dat het ging om achterkleinkinderen van Charles: de zevenjarige Léon (1805–1878), de latere vijfde hertog, en zijn vijfjarige zus Caroline (1807–1868). Zij zijn samen afgebeeld op één portret. Hun vader Charles-Joseph, vierde hertog d’Ursel, was burgemeester van Brussel ten tijde van Napoleon. In de empiretijd (de Napoleontische periode) stonden kinderportretten met een hond symbool voor onschuld en trouw. Eeuwenlang hing dit portret in de kleine salon van het kasteel.

Nog drie vermisten
“Het is fantastisch dat ze net nu zijn teruggevonden, net op tijd voor een grote tentoonstelling over de familieportretten”, aldus kasteeldirecteur Koen De Vlieger. Het kasteel is momenteel bezig met de voorbereiding van de tentoonstelling Talking Heads. Portretten met een verhaal (1626–2026). Van 31 mei tot 2 november worden eeuwenoude portretten van de familie d’Ursel daarbij gecombineerd met werk van tientallen hedendaagse kunstenaars.
Gezien de toestand waarin de teruggevonden portretten en hun lijsten zich bevinden, is er veel tijd en geld nodig om ze te restaureren. Omdat we voorlopig geen van beide hebben, zullen we de stukken tonen zoals ze zijn, met al hun gaten, scheuren en littekens van een onwaarschijnlijk verhaal.

Tegelijk wordt via sponsoring, mecenaat en crowdfunding gezocht naar middelen om de portretten van Eleonora, Charles, Léon, Caroline en hun hond te restaureren. Ook wordt onderzocht voor welke schilders zij in 1715, 1739 en 1812 poseerden. Kasteeldirecteur Koen De Vlieger over de terugkeer van de schilderijen:
Het belangrijkste is nu dat ze gered zijn. En natuurlijk blijven we hopen op de terugkeer van nog minstens drie vermisten: de portretten van de zeventiende-eeuwse François d’Ursel in zijn blinkend kuras, de achttiende-eeuwse Eleonora de Lobkowicz in haar satijnen jurk en de vroeg-twintigste-eeuwse Robert d’Ursel in militair uniform met berenmuts.
Vincenzo Peruggia stal de Mona Lisa uit het Louvre (1911)
De Duitse diamantenroof uit Nederland en België
Roofkunst voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog
De plunderaars. De nazi-obsessie met kunst