Vincenzo Peruggia stal de Mona Lisa uit het Louvre (1911)

//
4 minuten leestijd
Schilderij van Louis Béroud's uit 1911 waarop de Mona Lisa te zien is in het Louvre, kort voor de diefstal
Schilderij van Louis Béroud's uit 1911 waarop de Mona Lisa te zien is in het Louvre, kort voor de diefstal

Een van de meest geruchtmakende diefstallen uit de kunstgeschiedenis deed zich voor op 21 augustus 1911. Op die dag slaagde de Italiaanse immigrant en Louvre-medewerker Vincenzo Peruggia erin de Mona Lisa het museum uit te smokkelen.

Op deze plek hing de Mona Lisa vóór de diefstal, 1911
Op deze plek hing de Mona Lisa vóór de diefstal, 1911
De diefstal werd een dag later ontdekt door de schilder Louis Béroud. Toen die naar de Salon Carré liep waar het schilderij van Leonardo Da Vinci al vijf jaar te bewonderen was, trof hij een lege plek op de muur aan. De schilder alarmeerde hierop het museumpersoneel. Aanvankelijk dacht men dat het schilderij tijdelijk was weggehaald om het bijvoorbeeld ergens te fotograferen, maar al snel bleek het kunstwerk te zijn gestolen. De kunstroof schokte de wereld.

De politie zette een grote zoekactie op poten. In het museum had men na de diefstal een lege glazen lijst gevonden waarin het schilderij enige tijd gezeten had. In een poging de dief te pakken te krijgen, nam men snel vingerafdrukken af van iedere museummedewerker en ook veel kunsthistorici en archivarissen moesten hun vingerafdruk laten afnemen. Vreemd genoeg zag men tijdens dit onderzoek één museummedewerker over het hoofd: Vincenzo Peruggia, een 32-jarige Italiaanse assistent-lijstenmaker die enige tijd in het Louvre werkte. Hij had eerder ook de Mona Lisa in een glazen lijst gezet. Tijdens het politie-onderzoek werd Peruggia wel in zijn kleine kamer aan de Rue de l’Hôpital-Saint-Louis bezocht, maar de dienstdoende agenten keken niet onder zijn bed. Hadden ze dat wel gedaan, dan hadden ze daar in een koffer de Mona Lisa aangetroffen. Het schilderij bevond zich daarmee op amper een kilometer afstand van het Louvre.

Mona Lisa van Leonardo da Vinci
Mona Lisa van Leonardo da Vinci

Het onderzoek sleepte zich in de maanden hierna voort en hield de gemoederen flink bezig. Zelfs prominenten als Pablo Picasso en dichter Guillaume Apollinaire werden als verdachten gehoord. Uiteindelijk begon men te vrezen dat het werk als verloren moest worden beschouwd.

Reconstructie van de diefstal van de Mona Lisa
Reconstructie van de diefstal van de Mona Lisa
Uiteindelijk werd de Mona Lisa twee jaar na de roof echter toch nog teruggevonden. Peruggia was er dan wel in geslaagd het beroemde kunstwerk te stelen, toen hij het eenmaal in bezit had bleek het wel erg erg lastig om het doek ergens te slijten. Daarvoor was het veel te bekend. Naar verluidt stal Peruggia het werk overigens niet alleen om er geld mee te verdienen, maar vond hij als patriot ook dat het werk van Da Vinci te zien moest zijn in een Italiaans museum en dus niet in een museum in Frankrijk. De dief liep tegen de lamp toen hij het werk in 1913 probeerde te verkopen aan het Uffizi in Florence. Na zijn aanhouding werd duidelijk dat Peruggia zich tijdens de nacht van de roof had laten insluiten in het Louvre. Het schilderij verwijderde hij hierna, mogelijk geholpen door twee kompanen, uit de lijst en wikkelde het vervolgens in linnen. De volgende ochtend wandelde Peruggia achteloos met het schilderij het museum uit. De suppoosten kenden hem goed en groetten de dief in het voorbijgaan.

Mugshot van Vincenzo Peruggia
Mugshot van Vincenzo Peruggia

Held

Vincenzo Peruggia werd veroordeeld tot een jaar cel, maar hoefde uiteindelijk maar enkele maanden te zitten. Heel zwaar had hij het in die tijd bovendien niet, want de dief ontving in de gevangenis talloze bedankbrieven, kado’s en lekkernijen van dankbare Italianen die meenden dat Peruggia een goede daad had verricht. Ook zij meenden dat La Gioconda, zoals het schilderij in Italië wordt genoemd, in hun land te zien moest zijn. Peruggia was in hun ogen eerder een held dan een misdadiger.

De correspondent van de Telegraaf over de dief van de Mona Lisa, 17-12-1913
De correspondent van de Telegraaf over de dief van de Mona Lisa, 17-12-1913 (Delpher)
Na zijn vrijlating vertrok Peruggia weer naar Frankrijk. En ook de Mona Lisa keerde na de arrestatie van Peruggia weer terug naar Frankrijk. Maar eerst maakte het wereldberoemde schilderij nog een korte tour door Italië. De terugkeer van het doek was voor het Louvre een groots moment, zeker aangezien men er al serieus rekening mee had gehouden het het schilderij nooit meer terug te zien. Vandaag de dag is de Mona Lisa hét topstuk van het museum. Wie het doek wil stelen moet veel meer in zijn mars hebben dan honderd jaar geleden. Hoewel museumbezoekers met hun neus vrij dicht op de Mona Lisa kunnen staan, wordt het schilderij zeer goed beveiligd. Er staan verschillende camera’s op het werk gericht en onzichtbare laserstralen houden de omgeving doorlopend in de gaten. Zodra een vinger naar het werk wordt uitgestoken gaat er een alarm af en wordt er een legertje beveiligers gealarmeerd.

Boek: Mona Lisa. The History of the World’s Most Famous Painting

Mona Lisa in het Uffizi in Florence na de vondst, december 1913
Mona Lisa in het Uffizi in Florence na de vondst, december 1913

Bronnen

-1913. Het laatste gouden jaar van de twintigste eeuw – Florian Illies (Atlas Contact, 2013)
-https://vandaagindegeschiedenis.nl/21-augustus/
-https://www.britannica.com/topic/Mona-Lisa-painting
-https://www.britannica.com/story/why-is-the-mona-lisa-so-famous
-Hoeveel poten heeft een octopus – Flip van Doorn (Thomas Rap, 2019)
-De kleine geschiedenis van de kunst – Susie Hodge (Thoth, 2017) p.19