In het Design Museum in Den Bosch is tot en met 20 september 2026 de expositie ‘Vorm en vaderland’ te zien. Deze tentoonstelling laat zien hoe design in heden en verleden vorm geeft aan de natiestaat. Daarbij kun je denken aan het ontwerp van nationale vlaggen, bankbiljetten en parlementsgebouwen, maar ook aan iconische voorwerpen, van de Italiaanse pizzadoos tot de Palestijnse keffiyeh.
Op de begane grond van het museum is een vaste expositie die laat zien dat design talrijke invalshoeken heeft. Van gebouwen tot vervoersmiddelen en van meubels tot kledingstukken; design is overal om ons heen. Ook hoe we ons uiterlijk aanpassen, door middel van haarstijlen en tatoeages, valt onder design, evenals hoe we onze digitale ruimte inrichten.
Het uitgangspunt bij deze inleidende tentoonstelling is het menselijk lichaam. We zien hoe bij het ontwerp van bijvoorbeeld een keukenblok, een Duitse stahlhelm en airpods net zo goed met het menselijke fysiek rekening is gehouden als bij de ontwikkeling van een prothese, zetpil en elektrische tandenborstel. Er is ook aandacht voor ethische vraagstukken, bijvoorbeeld over de invloed van kunstmatige intelligentie op ons dagelijkse leven.
Succesvolste ideologie
In ‘Vorm en vaderland’ wordt design eveneens in velerlei verschijningsvormen getoond. Het nationalisme is daarbij het uitgangspunt, als “de succesvolste ideologie ter wereld”. Waar mensen voorheen onderdaan waren van een koning of andere heerser, ontstond vanaf laat achttiende eeuw het idee dat mensen binnen de grenzen van een natie een volk vormen met dezelfde taal, cultuur en tradities.
De Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (1776) en de Franse revolutie (1789-1799) stonden hierbij aan de basis. Het ontstaan van de natiestaten Duitsland en Italië in de negentiende eeuw zijn latere voorbeelden. Natievorming zorgde echter niet alleen voor eenwording en verbroedering, maar veroorzaakte ook conflicten tussen landen, met de Eerste en Tweede Wereldoorlog als grootste dieptepunten.
Grenzen

Ernaast hangt een werk van Friedrich August von Kaulbach uit 1914 met daarop hetzelfde nationale zinnebeeld. Duitsland zou aan het einde van de Eerste Wereldoorlog de Elzas weer aan Frankrijk moeten afstaan. Een replica van een grenspaal van de Duitse Democratische Republiek symboliseert hoe Duitsland na de Tweede Wereldoorlog uiteenviel in een democratisch en communistisch deel.
Nationale identiteit

Iets verderop worden de wereldtentoonstellingen van de twintigste eeuw belicht. Landen presenteerden zich op dit internationale podium aan de rest van de wereld. Een poster van het Poolse paviljoen op de wereldtentoonstelling van New York in 1939 toont de vergankelijkheid van naties, want slechts een paar maanden na afloop van de bijeenkomst viel Hitler Polen binnen en werden delen van het land geannexeerd of bezet.
De nabijgelegen meubelstukken laten zien dat design ook een middel is om een nationale identiteit vorm te geven. Te zien is bijvoorbeeld een ‘Rietveldstoel’, die rond 1918 werd ontworpen door Gerrit Rietveld. “Pas na de Tweede Wereldoorlog werd de stoel ineens als ‘typisch Nederlands’ gezien”, aldus de uitleg van het museum. “Dat paste bij het nieuwe zelfbeeld van Nederland: vooruitstrevend en egalitair, weg van de verschrikkingen van het fascisme.”

Mandela en de keffiyeh
De expositie geeft evenwichtige aandacht aan voormalige westerse koloniën en andere niet-westerse landen. Zo zijn er bankbiljetten te bekijken met daarop het portret van anti-apartheidsstrijder Nelson Mandela, de eerste president van Zuid-Afrika na de Apartheid. Net zo herkenbaar als het gezicht van Mandela is de keffiyeh, de hoofddoek die sinds de jaren dertig van de vorige eeuw verbonden is met het Palestijnse nationalisme. Het kledingstuk werd internationaal vooral bekend doordat het gedragen werd door de Palestijnse leider Yasser Arafat. Tegenwoordig is er geen pro-Palestijnse protest waarbij de keffiyeh niet gedragen wordt, zowel door Palestijnse als internationale activisten.

Micronationalisten
Nationalisme roept ook tegengeluiden op, van mensen die er internationalistische opvattingen op nahouden en van anderen die de draak ermee steken. Een bijzonder item in de expositie is het paspoort van de in Duitsland geboren Georg Dibbern, die tijdens en na de Tweede Wereldoorlog met een zelf ontworpen paspoort en vlag de wereld rondreisde. “Hij keerde het agressief-nationalistische nazi-regime de rug toe, en besloot als wereldburger rond de wereld te zeilen”, zo wordt uitgelegd.
Er worden door het museum ook meerdere voorbeelden van ‘micronationalisten’ genoemd: individuen die een persoonlijke staat uitroepen en daarvoor een vlag en munteenheid bedenken. Zo is er aandacht voor de Republiek Molossia, in 1999 gesticht door Kevin Baugh in zijn eigen achtertuin in de Amerikaanse staat Nevada. Het ‘land’ heeft de beschikking over een postkantoor en eigen bank. “De belastingen die Baugh afstaat aan de Amerikaanse overheid noemt hij gekscherend ‘ontwikkelingshulp’.”

Spaghetti en zuurkool
Nationale gerechten zijn onlosmakelijk verbonden met onze nationale identiteit. Kom niet aan andermans keuken! Nadat het Duitse tijdschrift Der Spiegel op de voorpagina van 25 juli 1977 een pistool in een bord spaghetti had afgebeeld, ter illustratie van een artikel over criminaliteit in Italië, reageerde het Italiaanse magazine Epoca ad rem. Op het voorblad werd een bord zuurkool met worst afgebeeld, geserveerd met een knuppel. Beide tijdschriften maken onderdeel uit van de tentoonstelling, evenals een pizzadoos die over de hele wereld de Italiaanse keuken symboliseert.
MAGA-petje
Hoewel er in de expositie veel wordt gekeken naar het verleden, komt ook het heden aan bod. Zo is er aandacht voor de oorlog tussen Rusland en Oekraïne in de vorm van een zwart t-shirt met daarop in het wit de opdruk ‘603628 km2’, het vooroorlogse landoppervlak van Oekraïne. Deze boodschap benadrukt de vastberadenheid om alle verloren grondgebied terug te winnen.
Een roodgekleurd MAGA-petje symboliseert het Amerikaanse nationalisme van Donald Trump, die met zijn protectionistische beleid van ‘America First’ afstand neemt van zijn voorgangers die globalisering en vrijhandel juist nastreefden. Een foto van de huidige Nederlandse premier Rob Jetten tijdens het congres van D66 in 2025 laat zien hoe de Nederlandse vlag in de verkiezingstijd doelbewust door hem werd benut. “Naar eigen zeggen wilde hij de nationale vlag weer terugclaimen van radicaal-rechts, voor het liberaal-nationalistische gedachtengoed”, zo wordt toegelicht.

Afwisselende expositie
‘Vorm en vaderland’ is een heel afwisselende expositie die een breed scala aan landen en historische gebeurtenissen samenbrengt. Door de aandacht te verdelen over zowel westerse als niet-westerse landen is het perspectief verrassend breed, aangezien nationalisme vaak vooral wordt geassocieerd met de Europese natiestaat. Nationalisme wordt niet neergezet als iets dat goed of fout is, maar als een ideologie die vele kanten heeft. Door middel van design wordt een nationale boodschap uitgedragen, die mensen samenbrengt of juist verdeelt.
De samenstellers van de tentoonstelling belichten met een originele en eigentijdse insteek een fenomeen van twee eeuwen oud dat ons leven en de wereld nog immer beheerst. Of dat nu tot uiting komt in de trots wanneer we juichen voor ons nationale voetbalteam, of in de existentiële strijd van de Oekraïners tegen een invasieleger: ‘Vorm en vaderland’ laat zien dat design onlosmakelijk verbonden is met onze nationale identiteit.

De expositie ‘Vorm en vaderland’ loopt nog tot en met 20 september 2026 in het Design Museum in Den Bosch. Meer informatie is te vinden op de website van het museum.
De ‘Kelmscott Chaucer’ van William Morris
Settebello: Italiaanse designtrein uit de jaren 50