Een opmerkelijke Nederlander was Hendrik Heusken (1832-1861). Wie over hem leest in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (deel I, 1911) zou kunnen denken dat hij haast in zijn eentje Japan voor westerse mogendheden openbrak. Zo extreem was het niet, maar hij speelde er wel een heel belangrijke rol bij.
Japan keerde zich in 1640 van de buitenwereld af en sloot zich als een oester. Eeuwen handhaafden de Japanners de Sakoku (Afsluiting). Maar in de negentiende eeuw moesten ze zwichten voor de steeds indrukwekkender macht van westerse mogendheden. Het was de begintijd van het imperialisme. Westerse machten wilden nieuwe markten openbreken – vreedzaam als het kon, met geweld of het dreigen daarmee als het nodig was.
Traktaat van Kanagawa
Een belangrijke stap zette de Amerikaanse commodore Matthew C. Perry. In 1853 dook hij met een vlooteskader op voor de Japanse kust. Dreigend dat hij met zijn scheepskanonnen dood en verderf zou zaaien wist hij de Japanners te bewegen tot ondertekening van het zogenoemde traktaat van Kanagawa. De Japanners beloofden de oester wat open te zetten.
Kort daarvoor zat een jongeman zich op een bankkantoor in Amsterdam stierlijk te vervelen. Die jongeman was Hendrik Heusken. Hij gaf toe aan zijn onrust en stapte in 1852 op een schip naar New York. Daar kon hij het hoofd echter nauwelijks boven water houden.

Een unieke rol
Op 25 oktober 1855 verliet het gezelschap New York met stoomfregat San Jacinto. Nadat Harris nog een diplomatieke klus had geklaard in Siam (nu Thailand) wierp de San Jacinto in augustus 1856 het anker uit in de baai van Shimoda in Japan. Vanaf dat moment speelde Hendrik Heusken (door de Amerikanen Henry genoemd) voor diverse westerse mogendheden een unieke rol.
Lang en moeizaam waren de onderhandelingen met de Japanners over de toelating van Harris als Amerikaans consul. Omdat Japan zo lang van de buitenwereld afgesloten was geweest, was er vrijwel geen Japanner die een vreemde taal beheerste. Wel waren er nog wat die zich verstaanbaar konden maken in het Nederlands van twee eeuwen eerder – toen de Hollanders als enigen handelsbetrekkingen onderhielden met Japan.
Het leidde tot de curieuze situatie dat de Japanners in 1856 van de Amerikanen eisten dat de diplomatieke stukken niet alleen in het Engels, maar ook in het Nederlands zouden worden opgesteld. En onderhandelen deden ze liefst in het Nederlands. Daarmee werd Heusken de spil om wie het spel draaide. Uiteindelijk kon bij het consulaat in Shimoda de Amerikaanse vlag worden gehesen.

Heusken, inmiddels secretaris van de consul, speelde opnieuw een belangrijke rol toen Harris aan het Japanse hof in Yeddo (Edo, Tokio) wilde worden ontvangen om zijn aanstellingsbrieven te overhandigen en besprekingen te openen over een nieuw handelsverdrag. Ook hier bleek Heusken succesvol. Hem viel de eer te beurt te behoren tot het gezelschap dat in december 1856 werd ontvangen aan het hof.
Gestimuleerd door het Amerikaanse succes stuurden ook Nederland, Engeland en Pruisen delegaties naar Japan. Ook zij maakten dankbaar gebruik van Heuskens diensten.
Vreemdelingenhaat

Heusken is begraven op een boeddhistische begraafplaats buiten Yeddo. De Amerikaanse gezant Harris dwong de Japanse autoriteiten een schadevergoeding van tienduizend dollar uit te keren aan Heuskens moeder in Amsterdam. Een schrale troost voor het verlies van haar enig kind.
Hendrik Hamel – De Nederlandse ‘ontdekker’ van Korea
Dwarsligger tegen Oranje: Johannes Christiaan Hespe
Vergeten prominenten onder stof vandaan
Hermanus Hartogh Heijs: de veelweter die Darwin naar Nederland bracht