We kunnen het met ze eens of oneens zijn, als persoon zijn politieke en maatschappelijke dwarsliggers niet zelden boeiende lieden. Johannes Christiaan Hespe (ca. 1757-1818) was zo’n intrigerende dwarskop.

Veel stof woei in 1781 op door het pamflet Aan het volk van Nederland. Pas veel later werd bekend wie de auteur was: Joan Derk van der Capellen tot den Pol. Staatkundige gelijkheid voor alle Nederlanders en instelling van een volksregering waren zijn doelen. Dat werd ook bepleit in het blad waaraan hij meewerkte, De Post van den Neder-Rhyn. Maar er was een nóg radicaler tijdschrift, een blad althans waarin de patriottische standpunten in nog scherper bewoordingen werden uitgedragen: De Politieke Kruyer. Dat was het blad van Johannes Christiaan Hespe.
Boetes en celstraffen
Als jongeman had hij in Amsterdam via omwegen – zijn ouders hadden geen geld voor een universitaire opleiding – juridische kennis opgedaan. Uiteindelijk bemachtigde hij toch de meester-titel. Zijn eerste baan was die van secretaris in Oudorp bij Alkmaar. Al spoedig stortte hij zich in het nogal hevige politieke gewoel. Eigenlijk heel zijn volwassen leven lag hij overhoop met het gezag. Niet alleen met de prinsgezinden botste hij, ook de patriottische (dus anti-Oranje) autoriteiten in Holland en West-Friesland stelden zijn radicale standpunten vaak niet op prijs. Het bezorgde hem geregeld boetes en celstraffen. Maar Hespe procedeerde altijd door en schreef altijd verder zoals zijn politieke hart hem ingaf.

Ziet, hoe ’t heerschzuchtig Hoofd de Vryheid wil verdelgen en stout ten zetel stygt, – dies wapend u, o Belgen! Red haar, uw eigendom, en ’t wanklend vaderland, en veld dat wangedrogt, eer het zyn standaard plant.
De burgemeesters van Amsterdam wilden Hespe aanpakken, want in het versje lazen ze de bewering dat de Oranje-prins de Vrijheid en het Vaderland wilde aanranden. Maar op 22 december 1783 gaf de Zuid-Hollandsche Courant de uitleg ten beste dat met ‘’t heerschzuchtig Hoofd’ de koning van Engeland werd bedoeld, die de vrijheid ter zee belaagde en tegen wie de Hollanders heel wat grieven hadden. De Amsterdamse overheid had tegen die uitleg geen verweer en staakte de vervolging van Hespe.

Ondanks zijn voortdurende strijd met de autoriteiten is het Hespe overigens altijd gelukt in zijn levensonderhoud te voorzien. In 1818 bijvoorbeeld, zijn sterfjaar, was hij in Amsterdam advocaat. Over de omstandigheden van zijn dood worden we door het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (deel I, 1911) helaas niet ingelicht. Het zij zo, het bericht over Hespes leven is interessant genoeg.
Joan Derk van der Capellen, de Robin Hood van de Lage Landen
De Patriottentijd (1781-1787) – Patriotten tegen prinsgezinden
Gek is niet lollig maar ziek: J.L.C. Schroeder van de Kolk
Hermanus Hartogh Heijs: de veelweter die Darwin naar Nederland bracht
Willem van Enckevoirt: boezemvriend van de Nederlandse paus